Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:762

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
04-02-2014
Datum publicatie
06-02-2014
Zaaknummer
200.137.266-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Incident tot schorsing van de tenuitvoerlegging ex artikel 351 Rv. De vraag of het bewijsaanbod in eerste aanleg al dan niet terecht is gepasseerd dient in het hoger beroep aan de orde te komen. Geen sprake van een klaarblijkelijke feitelijke of juridische misslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.137.266/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 364679 / CV EXPL 13-439)

arrest van de eerste kamer in het incident tot schorsing van de tenuitvoerlegging ex artikel 351 Rv van 4 februari 2014

in de zaak van

[appellante],

wonende te [woonplaats],

appellante,

eiseres in het incident,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: JI Trading,

advocaat: mr. R.P. van Boven, kantoorhoudend te Assen,

tegen

Anne Lease B.V.,

gevestigd te Annen,

geïntimeerde,

verweerster in het incident,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Anne Lease,

advocaat: mr. J.G.M. Stassen, kantoorhoudend te Enschede.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 24 september 2013 van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen (hierna: de kantonrechter).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding in hoger beroep, tevens houdende incident ex artikel 351 Rv d.d. 11 november 2013 (met productie),

- de memorie van antwoord inzake incident.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest in incident overgelegd en heeft het hof arrest in incident bepaald.

2.3

De incidentele vordering van JI Trading luidt:

"(…) bij arrest voor zover uitvoerbaar bij voorraad ex artikel 351, de tenuitvoerlegging van het vonnis d.d. 24 september 2013 (…) voor zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard, te schorsen, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van het incident."

3 De beoordeling in het incident



Aanduiding van het geschil

3.1

Partijen hebben een koopovereenkomst gesloten op grond waarvan JI Trading vijf auto's van Anne Lease heeft gekocht voor een bedrag van € 37.500,-. Een van die auto's kon bij nader inzien niet worden geleverd en Anne Lease heeft JI Trading in dat verband een creditfactuur van € 12.000,- gestuurd. JI Trading heeft uiteindelijk twee auto's niet betaald.

3.2

Anne Lease heeft JI Trading daarop gedagvaard en betaling van de desbetreffende facturen ter hoogte van € 13.174,43 gevorderd. JI Trading wil dat die vordering wordt verrekend met een bedrag van € 13.000,-, dat zij naar eigen zeggen tegoed heeft omdat de creditering door Anne Lease te laag was. Voor zover die verrekening niet mogelijk is, heeft zij betaling van dat bedrag in reconventie gevorderd.

3.3

De kantonrechter heeft in het vonnis waarvan beroep JI Trading veroordeeld om aan Anne Lease te betalen een bedrag van € 13.174,43 te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW over € 12.206.43 vanaf 7 december 2012 tot de dag van volledige betaling. Voorts is JI Trading veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.


De motivering van de beslissing in het incident

3.4

De vraag waar het in het onderhavige incident om gaat is of er voldoende grond bestaat voor schorsing van de executie van het vonnis waarvan beroep op de voet van artikel 351 Rv. Bij de beantwoording van deze vraag stelt het hof, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 30 mei 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC5012), voorop dat bij de beoordeling van dergelijke incidentele vorderingen geldt:
(a) dat de incidenteel eiser belang moet hebben bij de door hem verlangde schorsing van de executie,
(b) dat bij de in het licht van de omstandigheden van het geval te verrichten afweging van de belangen van partijen moet worden nagegaan of het belang van degene die de veroordeling verkreeg, zwaarder weegt dan dat van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand tot op het rechtsmiddel is beslist, en
(c) dat bij deze belangenafweging de kans van slagen van het aangewende rechtsmiddel in de regel buiten beschouwing moet blijven.

3.5

Nu bij de beoordeling van een incidentele vordering als hier bedoeld ook geldt dat in beginsel moet worden uitgegaan van de beslissing van de vorige rechter, zal de incidenteel eiser aan zijn vordering feiten en omstandigheden ten grondslag moeten leggen die bij de door de vorige rechter gegeven beslissing niet in aanmerking konden worden genomen doordat zij zich eerst na de uitspraak van de vorige rechter hebben voorgedaan, en die kunnen rechtvaardigen dat van die eerdere beslissing wordt afgeweken, dan wel zal de incidenteel eiser aannemelijk hebben te maken dat het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust.

3.6

JI Trading stelt zich op het standpunt dat het bestreden vonnis op een kennelijke misslag berust nu de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat JI Trading geen voor bewijs vatbare feiten heeft gesteld, waardoor aan bewijslevering op dit punt niet kan worden toegekomen. JI Trading geeft aan dat zij wel degelijk heeft aangeboden te bewijzen dat Anne Lease voor een te laag bedrag heeft gecrediteerd.
Voorts stelt JI Trading dat Anne Lease geen rechtens te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van haar bevoegdheid om in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep tot tenuitvoerlegging van het vonnis van 24 september 2013 over te gaan. Daarbij, zo stelt JI Trading, is Anne Lease haar onderneming thans aan het liquideren, waardoor JI Trading een restitutierisico loopt.

3.7

Het hof overweegt vooreerst dat van een klaarblijkelijke feitelijke of juridische misslag slechts sprake is indien die misslag evident, direct duidelijk en redelijkerwijs niet voor discussie vatbaar is. Beantwoording van de vraag of de eisende partij in een concreet geval voldaan heeft aan haar stelplicht en in verband daarmee of er voldoende grond is haar toe te laten tot bewijs komt neer op een waardering door de rechter van de stellingen van partijen en de onderbouwing daarvan. De uitkomst van deze waardering, wat hier verder in het onderhavige geval van zij, kan naar het oordeel van het hof niet worden aangemerkt als een klaarblijkelijke misslag in voormelde zin. Of het bewijsaanbod al dan niet terecht is gepasseerd, zal dan ook in het onderhavige hoger beroep aan de orde moeten komen.

3.8

Het hof overweegt voorts als volgt. Degene die een veroordeling tot betaling van een geldsom verkrijgt - in het onderhavige geval Anne Lease - wordt verondersteld bij de tenuitvoerlegging daarvan belang te hebben. Zoals hiervoor is aangegeven, dient het hof dat belang af te wegen tegen het belang van de geëxecuteerde bij schorsing van de executie. JI Trading heeft evenwel nagelaten te stellen wat haar bijzonder belang is bij schorsing van de executie van het bestreden vonnis. Zij heeft niet inzichtelijk gemaakt dat betaling van het bedrag van € 13.174,43 vermeerderd met rente en de proceskosten, aan haar zijde een noodtoestand in het leven zal roepen. Dat Anne Lease geen rechtens te respecteren belang heeft bij tenuitvoerlegging, is door JI Trading evenmin voldoende gesteld.
Het door JI Trading gestelde restitutierisico is voorts door Anne Lease gemotiveerd betwist. Anne Lease geeft aan een goed lopende onderneming te zijn en van liquidatie is naar haar zeggen dan ook geenszins sprake. Gelet hierop overweegt het hof dat JI Trading haar standpunt dat sprake is van een (onaanvaardbaar) restitutierisico onvoldoende heeft onderbouwd.
Gelet op het vorenstaande valt de belangenafweging daarom uit in het voordeel van Anne Lease.

3.9

Naar het oordeel van het hof bestaat geen aanleiding tot een schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 24 september 2013. De incidentele vordering van JI Trading daartoe zal worden afgewezen.

3.10

Een beslissing over de kosten van het incident zal worden aangehouden totdat bij einduitspraak over de kosten zal worden beslist.

4 In de hoofdzaak

4.1

De zaak zal naar de rol worden verwezen voor memorie van antwoord.


De beslissing


Het gerechtshof:

in het incident

wijst de vordering van JI Trading af;

houdt de beslissing over de kosten van dit incident aan tot de beslissing in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 18 maart 2014 voor het nemen van memorie van antwoord;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. M.E.L. Fikkers en mr. R.E. Weening en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 4 februari 2014.