Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:7527

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-09-2014
Datum publicatie
06-10-2014
Zaaknummer
200.145.186-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Pensioenzaak. Vordering in kort geding tot verstrekken van gegevens op zeer korte termijn afgewezen, nu niet is gesteld en onderbouwd dat premieplichtige werkgever zijn ondeugdelijke administratie op zo korte termijn kan reconstrueren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2014/727

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.145.186/01

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 2285957 MV EXPL 13-212)

arrest in kort geding van de eerste kamer van 30 september 2014

in de zaak van

Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor het beroepsvervoer over de weg,

gevestigd te Amsterdam,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Bpf Beroepsvervoer,

advocaat: mr. J.A. Trimbach, kantoorhoudend te De Meern,

tegen

Coöperatieve vereniging "Sneltaxi Amsterdam" U.A.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: Sneltaxi,

advocaat: mr. H.S.K. Jap A Joe, kantoorhoudend te Utrecht.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis in kort geding van 18 december 2013 van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere (hierna: de kantonrechter).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 14 januari 2014,

- de memorie van grieven, met een productie,

- de memorie van antwoord.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

De vordering van Bpf Beroepsvervoer luidt:

"bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te vernietigen het vonnis dat op

18 december 2013 tussen partijen is gewezen en opnieuw rechtdoende om:

I. Sneltaxi te veroordelen om binnen 3 dagen na betekening (…)althans binnen een door het gerechtshof in goede justitie te bepalen termijn, alsnog de juiste en volledige premiegegevens digitaal via het werkgeversportaal aan de Stichting te verstrekken, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag, althans een door het gerechtshof in goede justitie te bepalen bedrag, voor iedere dag dat Sneltaxi aan dit bevel geheel of gedeeltelijk geen uitvoering geeft, zulks met een maximum van € 25.000,-;

alsmede

II. Sneltaxi te veroordelen in de kosten van beide instanties de BTW over de verschuldigde deurwaarderskosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW daarover vanaf 14 dagen na dagtekening van het arrest tot e dag van volledige betaling;

alsmede

III. Sneltaxi te veroordelen in de na dit arrest ontstane kosten, begroot op:

- € 131,- aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf 14 dagen na dagtekening van het arrest tot de dag van volledige betaling;

- te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en Sneltaxi niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het arrest heeft voldaan, met een bedrag van € 68,- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf de 15e dag na voormelde aanschrijving tot de dag van volledige betaling."

3 De feiten

3.1

Bpf Beroepsvervoer heeft geen grieven gericht tegen de door de kantonrechter vastgestelde feiten. Ook overigens is niet van bezwaar tegen die feitenvaststelling gebleken. Aangevuld met wat in hoger beroep tussen partijen vast staat, zijn die feiten als volgt.

3.2

Bpf Beroepsvervoer is belast met de uitvoering van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet Bpf 2000) voor de sectoren beroepsgoederenvervoer en personenvervoer.

3.3

Sneltaxi is een taxibedrijf waarbij volgens een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 21 augustus 2013 18 personen werken. Sneltaxi valt onder de werkingssfeer van Bpf Beroepsvervoer.

3.4

Op grond van het op 1 januari 2008 in werking getreden Uitvoeringsreglement dient Sneltaxi alle verplicht deelnemende werknemers aan te melden en de door het bestuur verlangde gegevens juist en tijdig te verstrekken op de door het fonds verlangde wijze.

3.5

Bij arrest van 16 oktober 2012 heeft het Hof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, een vonnis bekrachtigd waarin voor recht is verklaard dat Sneltaxi onder de werkingssfeer van Bpf Beroepsvervoer valt en verplicht is deel te nemen aan haar pensioenregeling. Ook is de veroordeling bekrachtigd tot betaling van € 800.000,- wegens ambtshalve opgelegde premienota's over de jaren 2004 tot en met 2007.

3.6

Sinds 1 januari 2011 is Bpf Beroepsvervoer verplicht om alle deelnemersgegevens te registreren in het nationale pensioenregister dat door (gewezen) werknemers kan worden geraadpleegd. Vanaf 1 januari 2011 heeft [A], de nieuwe loonadministrateur van Sneltaxi, maandelijks de premiegegevens aan Bpf Beroepsvervoer verstrekt.

3.7

Bij brief van 29 mei 2013 heeft Bpf Beroepsvervoer aan Sneltaxi geschreven dat zij voor 14 juni 2013 opgave wenst van de premieplichtige werknemers vanaf 1 april 2004 tot en met heden. Omdat zulks voor dienstverbanden van voor 2010 niet via het werkgeversportaal kan, heeft Bpf Beroepsvervoer voor het aanleveren van die gegevens een excelbestand gemaakt dat per e-mail zal worden toegestuurd aan Sneltaxi zodra deze haar

e-mailadres verstrekt.

Bij brief van 20 juni 2013 heeft Bpf Beroepsvervoer Sneltaxi aan de brief van 29 mei 2013 herinnerd en sancties aangekondigd indien de gegevens niet voor 4 juli 2013 zijn verstrekt.

3.8

Met een brief van 23 juli 2013 heeft [A] onder meer verzamelloonstaten over de jaren 2004 tot en met 2007 aan Bpf Beroepsvervoer toegestuurd die bij toeval zouden zijn teruggevonden. Over de jaren 2008 tot en met 2010 had Sneltaxi alleen werknemers met uitgestelde prestatie (hierna: mup) in dienst, en deze categorie was volgens [A] gelet op de CAO niet verplicht aangesloten totdat de minister in 2010 in de Staatscourant bekend maakte dat dit anders was.

3.9

In een aan [A] gerichte schriftelijke reactie op de onder 3.8 bedoelde brief met bijlagen heeft Bpf Beroepsvervoer op 26 juli 2013 betwist dat zij de bedoelde bijgevoegde stukken eerder ontvangen heeft en onder verwijzing naar de verplichtstellingsbeschikking betwist dat mup-krachten waren uitgezonderd. Op 31 juli 2013 heeft zij [A] gesommeerd de werknemers, loon- en premiegegevens voor 6 augustus 2013 digitaal door te geven en sancties in het vooruitzicht gesteld.

[A] heeft bij brief van 2 augustus 2013 zijn verbazing geuit over de aan hem gerichte sommatie en meegedeeld dat zijn cliënt Sneltaxi niet in staat is meer informatie over 2004 tot en met 2007 te verstrekken dan reeds is gebeurd.

Daarna heeft Bpf Beroepsvervoer op 5 en 8 augustus 2013 Sneltaxi gesommeerd de gevraagde gegevens digitaal aan te leveren.

4 De vordering en beoordeling in eerste aanleg

4.1

Bpf Beroepsvervoer heeft in kort geding gevorderd Sneltaxi te veroordelen om binnen 3 dagen na betekening van het vonnis de juiste en volledige premiegegevens digitaal via het werkgeversportaal te verstrekken op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag tot een maximum van € 25.000,-.

4.2

De kantonrechter heeft overwogen dat weliswaar vaststaat dat Sneltaxi de gegevens over 2004 tot en met 2010 niet, althans niet volledig, heeft aangeleverd, maar dat de vordering toch moet worden afgewezen nu Sneltaxi voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet over de gevraagde gegevens beschikt, waardoor toewijzing slechts tot executieproblemen kan leiden. Bovendien kan Bpf Beroepsvervoer boetes en ambtshalve nota’s opleggen, aldus de kantonrechter. De kosten van de procedure zijn gecompenseerd.

5 Het spoedeisend belang

5.1

Het aangevoerde spoedeisende belang, te weten de onder 3.6 bedoelde verplichting van Bpf Beroepsvervoer tot registratie, is ook thans nog onverkort aanwezig. Bpf Beroepsvervoer is daarom ontvankelijk in haar vordering hoger beroep.

6 De beoordeling van de grieven

6.1

Met de vier grieven komt Bpf Beroepsvervoer op tegen de afwijzing van haar vordering en de compensatie van proceskosten. Het hof zal de grieven gezamenlijk behandelen.

6.2

Door Bpf Beroepsvervoer is betwist dat Sneltaxi niet over haar administratie beschikt; uit mededelingen van haar bestuurder [B] volgt volgens haar dat Sneltaxi weigert gegevens te verstrekken.

6.3

Sneltaxi heeft daartegen aangevoerd dat zij de gevraagde gegevens wel verstrekt zou hebben als zij daarover zou beschikken, om onder de “absurde aanslag” van € 800.000,- uit te komen. Daarbij merkt zij op dat de eis om deze gegevens digitaal aan te leveren niet is gebaseerd op de wet.

6.4

Het hof begrijpt het verweer van Sneltaxi aldus, dat zij haar administratie over de periode van 2004 tot 2010 niet zodanig heeft ingericht, dat daaruit is op te maken wie vanaf welke aanvangsdatum tot welke einddatum bij haar in dienst is geweest, wat de overeengekomen en daadwerkelijke arbeidsomvang en het salaris was, alsmede welke premies zijn of moesten worden ingehouden en afgedragen. Sneltaxi heeft in hoger beroep niet meer betwist dat zij ook voor mup-krachten over dergelijke gegevens diende te beschikken en deze gegevens had moeten verschaffen aan Bpf Beroepsvervoer.

Voor zover Sneltaxi zou willen beweren dat haar administratie wel in orde was, maar door toedoen van de FIOD in het ongerede is geraakt, heeft zij dat standpunt niet aannemelijk gemaakt.

Het hof gaat er daarom voorshands van uit dat Sneltaxi de gevraagde gegevens tot 2010 niet uit een deugdelijke administratie kan halen. Daarmee is niet gegeven dat zo’n administratie niet meer gereconstrueerd kan worden, maar Bpf Beroepsvervoer heeft niet gesteld en onderbouwd dat een dergelijke reconstructie op zeer korte termijn –gelet op haar vordering- van Sneltaxi verlangd kan worden.

Het bewijsaanbod van Bpf Beroepsvervoer is niet specifiek en schiet reeds daarom tekort, nog daargelaten dat een procedure in kort geding bewijsbeperkingen kent.

6.5

Het voorgaande brengt mee dat de vordering in kort geding betreffende de jaren tot en met 2010 niet toewijsbaar is, zoals de kantonrechter terecht heeft overwogen. Het hof merkt daarbij terzijde op dat de eis om die gegevens digitaal aan te leveren niet consistent is met de inhoud van de onder 3.7 vermelde brief van 29 mei 2013.

6.6

Voor zover de vordering ook betrekking heeft op de jaren 2011 en volgende (in het petitum is niet nauwkeurig omschreven welke gegevens Bpf Beroepsvervoer precies verlangt, hetgeen bij eventuele toewijzing ook al tot executieproblemen aanleiding zou kunnen geven) stuit die vordering af op het feit dat niet is gegriefd tegen de vaststelling door de kantonrechter van het feit dat vanaf 1 januari 2011 de premiegegevens zijn verstrekt.

6.7

Het hof kan zich enerzijds voorstellen dat Bpf Beroepsvervoer moeite heeft met de weinig coöperatieve, zo niet weigerachtige houding van Sneltaxi. Anderzijds blijkt uit het dossier ook niet dat Bpf Beroepsvervoer de stukken die thans wel zijn opgedoken (de verzamelloonstaten 2004-2007) heeft onderzocht en om nog concrete ontbrekende gegevens heeft gevraagd. Volstaan is met de opmerking dat hieruit niet alle benodigde informatie blijkt.

De kantonrechter heeft terecht opgemerkt dat Bpf Beroepsvervoer over andere middelen beschikt om op te komen voor de aan haar toevertrouwde belangen van alle (gewezen) werknemers in de branche.

Het vonnis waarvan beroep wordt, onder aanvulling van gronden, bekrachtigd en Bpf Beroepsvervoer wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van het hoger beroep (salaris advocaat volgens liquidatietarief 1 punt, tarief II).

7 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter te Almere van 18 december 2013 onder aanvulling van gronden;

veroordeelt Bpf Beroepsvervoer in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Sneltaxi vastgesteld op € 894,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en op € 704,- voor verschotten;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. M.E.L. Fikkers en mr. H. de Hek en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 30 september 2014.