Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:7521

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-09-2014
Datum publicatie
03-10-2014
Zaaknummer
200.124.333-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Consumentenkoop van een tweedehands auto. Kilometerstand blijkt achteraf onjuist. Op grond van vaste rechtspraak heeft de professionele verkoper de juistheid van de kilometerstand stilzwijgend gegarandeerd. Gelet op het grote verschil (60.000 km) is sprake van non-conformiteit. De verkoper is daarom gehouden de schade te vergoeden die de koper heeft geleden. In dit geval bedraagt die schade de hoogte van de koopprijs minus de restwaarde van de auto. De overige schadeposten (onder meer woon-werkverkeer en niet-bewezen reparatiekosten) zijn afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RCR 2015/10

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.124.333/01

(zaaknummer rechtbank Groningen 551842 / 12-7323)

arrest van de eerste kamer van 30 september 2014 in de zaak van:

[appellant] ,

wonende te [woonplaats],

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. J. Doornbos, kantoorhoudend te Groningen,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiser,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. G.J.C. van Buuren, kantoorhoudend te Weert.

Het tussenarrest van 17 juni 2014 wordt hier overgenomen.

1 Het verdere procesverloop in hoger beroep

1.1

Bij voormeld tussenvonnis heeft het hof [appellant] toegelaten om zich bij akte (zonder producties) uit te laten over de door [geïntimeerde] bij memorie van antwoord in het geding gebrachte producties.

1.2

Op de rol van 15 juli 2014 heeft [appellant] een akte genomen met twee producties.

1.3

Door [geïntimeerde] is vervolgens een antwoordakte met twee producties genomen.

1.4

Ten slotte hebben partijen arrest gevraagd, waartoe [geïntimeerde] de stukken heeft overgelegd.

1.5

Het hof zal geen acht slaan op de door [appellant] bij akte van 15 juli 2014 in het geding gebrachte producties, aangezien het hof in het tussenarrest van 17 juni 2014 uitdrukkelijk heeft bepaald dat de akte enkel diende om zich nog uit te laten over producties van [geïntimeerde] waarop hij nog niet had kunnen reageren. Nu de producties van [appellant] niet in de beoordeling zullen worden betrokken, is er geen grond om [geïntimeerde] toe te staan zich daarover bij akte uit te laten. Ook de antwoordakte van [geïntimeerde] zal het hof derhalve buiten beschouwing laten.

2 De feiten, het geschil en de beslissing in eerste aanleg

2.1

De kantonrechter heeft in onderdeel 2 van het vonnis van 20 december 2012 de tussen partijen vaststaande feiten vastgesteld. Hierover bestaat tussen partijen geen geschil, behoudens het hierna in 2.3 te behandelen deel van grief 2. Ook anderszins is niet van bezwaren tegen de door de kantonrechter vastgestelde feiten gebleken. Deze feiten luiden, aangevuld met wat verder over de feiten als enerzijds gesteld en anderzijds onvoldoende gemotiveerd betwist alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud van de overgelegde producties vaststaat, als volgt.

2.2

[appellant] is eigenaar van de eenmanszaak [appellant] Auto's, zijnde een bedrijf dat onder meer handelt in gebruikte auto's. Op zijn website heeft [appellant] Auto's een occasion, merk Opel Astra G Coupé, bouwjaar 2001, met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) te koop aangeboden.

2.3

De kantonrechter heeft als feit benoemd dat blijkens een uitdraai van de Nationale Auto Pas de kilometerstand van de auto op 22 november 2010 259.940 bedroeg en op 9 februari 2012 198.821. Hiertegen richt zich de in grief 2 vervatte klacht van [appellant] dat hij bij gebrek aan wetenschap de juistheid betwist van het door [geïntimeerde] gestelde verloop van de kilometerstanden. Het hof overweegt dat stelplicht en bewijslast van de gestelde kilometerstanden ingevolge de hoofdregel van art. 150 Rv op [geïntimeerde] rusten. [geïntimeerde] heeft zijn stelling onderbouwd door overlegging van een uitdraai van de Nationale Auto Pas. Ten verwere heeft [appellant] slechts aangevoerd dat hij die kilometerstanden bij gebrek aan wetenschap betwist. Naar 's hofs oordeel heeft [appellant] de stelling van [geïntimeerde] daarmee niet voldoende gemotiveerd betwist, zodat ook het hof de door [geïntimeerde] gestelde kilometerstanden als vaststaand aanneemt.

2.4

Op 13 februari 2012 heeft [geïntimeerde] de auto gekocht voor € 3.150,-, onder inruil van een Alfa Romeo 156 (kenteken [kenteken]) voor € 400,-. Dezelfde dag is de auto in eigendom overgedragen aan [geïntimeerde] en is de Alfa Romeo in eigendom overgedragen aan [appellant].

2.5

Bij aangetekende brief van 7 maart 2012 heeft de gemachtigde van [geïntimeerde] het navolgende aan [appellant] laten weten:

"(...) Reeds op de terugweg naar [woonplaats] bleek dat er problemen waren met het oliepijl. De Opel bleek abnormale hoeveelheden olie te verbruiken. Cliënt heeft zich tot een Opel garage gewend in [woonplaats]. Aldaar heeft men de auto onderzocht en ondermeer aan de hand van de kilometerregistratie geconstateerd, dat de auto totaal versleten was en dat de kilometerstand voor circa 170.000 was teruggedraaid.

(...)

Client (...) vernietigt de koopovereenkomst op grond van artikel 3:44 BW. Het verzwijgen van de werkelijke staat van de Opel en het plegen van een kunstgreep (terugdraaien van de kilometerteller) zijn krachtens lid 3 expliciet als bedrog aan te merken.

Cliënt stelt u aansprakelijk voor de geleden schade, te weten:

a) de koopprijs € 3.150,00

b) 7 liter olie - 55,93

c) reparatie mankementen - 119,05

d) 11 dagen vervangend woon/werkverkeer e.d. 834 km - 208,50

---------------

Totaal € 3.533,48

Ik verzoek u dit bedrag binnen één week over te maken (...). Ik stel U zo nodig per 15 maart 2012 in gebreke met aanzegging van wettelijke rente en rechtsmaatregelen.

(...)"

2.6

[appellant] heeft geen gevolg gegeven aan het betalingsverzoek van [geïntimeerde]. Vervolgens heeft [geïntimeerde] [appellant] in rechte betrokken, stellende onder meer dat de bijkomende schade is opgelopen tot € 1.750,88. In eerste aanleg heeft [geïntimeerde] gevorderd dat [appellant] wordt veroordeeld om aan hem te betalen € 4.900,88, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 maart 2012 over € 3.533,48 en over € 1.367,40 vanaf de datum van de dagvaarding in eerste aanleg (hof: 4 juli 2012).

2.7

De kantonrechter heeft in het beroepen vonnis van 20 december 2012 (onder meer en samengevat) het volgende overwogen. Het verweer van [appellant] dat niet hij, maar zijn broer [broer] de auto aan [geïntimeerde] heeft verkocht, gaat niet op. Op basis van de stellingen van [geïntimeerde] kan niet zonder meer worden geconcludeerd dat de kilometerstand van de auto door of namens [appellant] is teruggedraaid, aldus de kantonrechter, die daaraan de conclusie verbindt dat de buitengerechtelijke vernietiging op grond van bedrog geen stand kan houden. Dit laat onverlet dat de auto niet de eigenschappen bleek te bezitten die [geïntimeerde] op grond van de overeenkomst mocht verwachten en de tekortkoming (een hogere kilometerstand dan waar bij de sluiten van de overeenkomst is uitgegaan) kan aan [appellant] als professionele verkoper van tweedehands autos's worden toegerekend, aldus de kantonrechter.

De kantonrechter heeft de vordering van [geïntimeerde] zoals omschreven in 2.6 toegewezen en [appellant] veroordeeld tot betaling van de proceskosten van [geïntimeerde], alles uitvoerbaar bij voorraad.

3 De beoordeling in hoger beroep

3.1

[appellant] heeft vijf grieven ontwikkeld.

3.2

Grief 1 komt erop neer dat de kantonrechter ten onrechte het verweer van [appellant] heeft gepasseerd dat niet hij, maar zijn broer [broer] de contractspartner van [geïntimeerde] is. Het hof leest in deze grief en de daarop gegeven toelichting in essentie geen andere relevante stellingen of verweren dan die door [appellant] reeds in eerste aanleg waren aangevoerd en door de kantonrechter gemotiveerd zijn verworpen. Het hof onderschrijft hetgeen de kantonrechter ter motivering van zijn beslissing heeft overwogen en neemt die motivering over. Grief 1 faalt derhalve.

3.3

Grief 2 voor het overige bestrijdt het oordeel van de kantonrechter dat [appellant] een auto aan [geïntimeerde] heeft geleverd die - achteraf gezien - meer kilometers heeft gereden dan waar [geïntimeerde] bij de koop vanuit is gegaan. Dit onderdeel van de grief stuit af op het in 2.3 vastgestelde feit dat de auto op 22 november 2010 een kilometerstand had van 259.940 en kort voor de aankoop (op 9 februari 2012) een kilometerstand had van 198.821.

3.4

Met grief 3 bestrijdt [appellant] het oordeel van de kantonrechter dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordde, dat dit aan [appellant] kan worden toegerekend, dat het beroep van [geïntimeerde] op non-conformiteit slaagt en dat deze tekortkoming in de nakoming [appellant] is toe te rekenen waardoor hij is gehouden de door [geïntimeerde] tengevolge daarvan geleden schade te vergoeden. Grief 4 bestrijdt het oordeel van de kantonrechter dat de door [geïntimeerde] gestelde schade bestaat uit de koopprijs van € 3.150,- en dat de verdere schade € 1.750,88 bedraagt en dat [appellant] gehouden is tot vergoeding daarvan. Deze grieven lenen zich voor een gezamenlijke behandeling.

3.5

In de toelichting op de grieven 3 en 4 zet [appellant] vraagtekens bij de grondslag(en) van de vordering van [geïntimeerde]. Naar 's hofs oordeel heeft de kantonrechter kennelijk en - gelet op de toelichting van [geïntimeerde] in randnummer 8 van de inleidende dagvaarding - niet onbegrijpelijk de meer subsidiaire grondslag van de vordering van [geïntimeerde] uitgelegd als een op een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een verbintenis gebaseerde vordering tot schadevergoeding.

3.6

Het hof stelt voorop dat het hier om een consumentenkoop als bedoeld in art. 7:5 lid 1 BW gaat: [geïntimeerde] heeft de auto als particulier gekocht van [appellant], die daarbij handelde in de uitoefening van zijn bedrijf. Op grond van art. 7:17 lid 1 BW moet de afgeleverde zaak (in dit geval: de auto) aan de overeenkomst beantwoorden. Volgens art. 7:17 lid 2 BW beantwoordt een zaak niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper kan zich er niet op beroepen dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt - zo is bepaald in art. 7:17 lid 3 BW - wanneer hem dit ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bekend was of redelijkerwijs bekend kon zijn.

3.7

Voor de koper van een tweedehands auto is het aantal gereden kilometers een essentieel onderdeel van de overeenkomst. [appellant] heeft eerst bij akte van 15 juli 2014 gesteld dat hij "bij verkoop van de auto de koper ook gemeld [heeft] dat de auto veel meer kilometers gelopen heeft dan de teller aangeeft". In eerste aanleg, noch in zijn memorie van grieven heeft [appellant] zich in vorenbedoelde zin uitgelaten. Deze nieuwe stelling van [appellant] is (impliciet) gericht tegen onderdeel 4.3.4 van het bestreden vonnis, waarin de kantonrechter nadrukkelijk heeft overwogen dat wanneer een professionele verkoper zoals [appellant] niet wil instaan voor essentiële kenmerken van de verkochte zaak, hij dat expliciet en ondubbelzinnig zal moeten bedingen, maar dat gesteld noch gebleken is dat [appellant] dat tegenover [geïntimeerde] heeft gedaan. Aangezien [appellant] met zijn nieuwe stelling aanpassing van het dictum beoogt, is hier sprake van een nieuwe grief. Deze grief stuit echter af op de "in beginsel strakke regel" dat in appel nieuwe standpunten met een zelfstandige betekenis uiterlijk bij eerste memorie moeten worden aangevoerd en anders in beginsel buiten beschouwing moeten blijven (zie o.a. HR 19 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8771). Uitzonderingen op die regel kunnen worden aangenomen indien de wederpartij ondubbelzinnig instemt met het later poneren van nova, wanneer de aard van het geschil erom vraagt, indien aanpassing aan eerst na de eerste memorie voorgevallen of gebleken feiten en omstandigheden geïndiceerd is, of wanneer het verlate novum in het verlengde ligt van de reeds door partijen gevoerde rechtsstrijd in appel. Gesteld noch gebleken is dat een dergelijke uitzondering zich hier voordoet. Ook overigens valt redelijkerwijs niet in te zien waarom [appellant] eerst nu met deze stelling op de proppen komt, zodat zijn nieuwe stelling tevens op grond van de eisen van een goede procesorde als tardief moet worden aangemerkt (HR 13 november 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2778). Aan [appellant] stelling dat hij [geïntimeerde] heeft gewezen op de onjuiste stand van de kilometerteller, gaat het hof daarom voorbij.

3.8

Het hof gaat er dan ook vanuit dat [appellant], handelend als professionele verkoper, bij het sluiten van de overeenkomst op 13 februari 2012 niet een voorbehoud heeft gemaakt ten aanzien van de op de kilometerteller aangegeven stand. [appellant] heeft daardoor stilzwijgend gegarandeerd dat de stand van de kilometerteller overeenstemt met het aantal kilometers dat ten tijde van de verkoop met de auto is gereden. Ook wanneer [appellant] zelf niet wist dat de kilometerteller van de auto niet de werkelijke stand weergaf, kan de onjuiste kilometerstand aan hem worden toegerekend (vgl. HR 25 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1016).

3.9

Het gaat hier om een fors verschil: minimaal ruim 60.000 kilometer. De auto beantwoordt derhalve niet aan de overeenkomst, waardoor [appellant] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de op hem rustende verbintenis. Aangezien de tekortkoming [appellant] is toe te rekenen en nakoming blijvend onmogelijk is, is [appellant] op de voet van

art. 6:74 BW verplicht tot vergoeding van de schade die [geïntimeerde] daardoor heeft geleden.

3.10

Voor de hoogte van de schade geldt als uitgangspunt dat de benadeelde (in dit geval: [geïntimeerde]) voor zover mogelijk in de toestand wordt gebracht waarin hij zou hebben verkeerd wanneer het schadeveroorzakende feit achterwege zou zijn gebleven (vgl. HR 26 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0539). Stelplicht en bewijslast van de hoogte van de schade rusten ingevolge de hoofdregel van art. 150 Rv op [geïntimeerde].

3.11

[geïntimeerde] heeft ten titel van schadevergoeding onder meer gevorderd de koopprijs van de auto, zijnde € 3.150,-. [appellant] stelt dat van schade bestaande uit de volledige koopprijs geen sprake kan zijn, omdat [geïntimeerde] de auto heeft behouden, met de auto heeft gereden, de auto op enig moment heeft verkocht en de koopsom heeft behouden. [geïntimeerde] heeft bij memorie van antwoord in dit verband aangevoerd dat [appellant] gelijk heeft dat de gestelde schade met € 500,- verlaagd dient te worden, omdat hij de auto aan een opkoper heeft verkocht voor € 500,-. Om die reden heeft [geïntimeerde] zijn vordering met € 500,- verminderd.

3.12

Het hof oordeelt dat [appellant] niet dan wel onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat de schade van [geïntimeerde] in beginsel de hoogte van de koopprijs van de auto bedraagt. Evenmin heeft [appellant] niet dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist dat de waarde van de auto ten tijde van de verkoop door [geïntimeerde] € 500,- bedroeg. Gelet hierop en in aanmerking nemend dat naar 's hofs oordeel sprake is van een causaal verband tussen de tekortkoming en de schade, stelt het hof de schade ter zake van de auto vast op de aanschafprijs minus de verkoopwaarde, hetgeen per saldo neerkomt op een bedrag van € 2.650,-. De grieven 3 en 4 falen tot zover.

3.13

[appellant] heeft voorts betwist dat hij gehouden is tot betaling van het bedrag van € 1.750,88 waarvan [geïntimeerde] betaling door [appellant] vordert ten titel van schadevergoeding. [geïntimeerde] heeft aangevoerd dat hij vanaf 17 februari 2012 niet meer in de auto heeft gereden op mondeling advies van garagebedrijf [X] B.V. te [woonplaats]. Volgens [geïntimeerde] was met de auto door het enorme olieverbruik en de versleten motor niet veilig te rijden. De schade bedraagt volgens de gespecificeerde opgaaf van [geïntimeerde]:

  1. € 1.500,- voor vervangend vervoer voor woon-werkverkeer gedurende 80 dagen (75 km per dag à € 0,25);

  2. € 4,40 voor twee ritten naar garagebedrijf [X] (17,6 km per à € 0,25);

  3. € 55,93 voor 7 liter motorolie;

  4. € 119,05 voor reparaties in verband met (niet nader omschreven) mankementen (twee facturen van garagebedrijf [X]);

  5. € 71,50 voor schorsing van het kenteken per 25 mei 2012.

3.14

Het hof is van oordeel dat [geïntimeerde] zijn stelling dat de auto vanwege de technische toestand van het motorblok onbruikbaar bleek te zijn, onvoldoende heeft onderbouwd. De enkele verwijzing naar een mondeling advies van garagebedrijf [X] is daarvoor - gelijk ook de kantonrechter heeft geoordeeld - onvoldoende. Het lag op de weg van [geïntimeerde] om aan te tonen dat - zoals hij heeft gesteld - met de auto niet (veilig) kon worden gereden en dat deze enorme hoeveelheden olie verbruikte. Dat heeft [geïntimeerde] echter nagelaten, zodat ook in hoger beroep zijn stelling dat vanwege de technische toestand van het motorblok niet met de auto kon worden gereden, niet als vaststaand kan worden aangenomen. Aangezien [geïntimeerde] ook anderszins niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een causaal verband bestaat tussen voormelde schadeposten en de onjuiste kilometerstand van de auto - in dit verband overweegt het hof dat [geïntimeerde] ook kosten voor woon-werkverkeer zou hebben gemaakt indien hij van de Opel Astra gebruik had kunnen maken - zijn de schadeposten onder a tot en met e niet toewijsbaar. In zoverre zijn de grieven 3 en 4 terecht voorgedragen.

4 Slotsom

4.1

De slotsom luidt derhalve dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, met uitzondering van de daarin gegeven proceskostenveroordeling. De toewijzing van de gehele vordering van [geïntimeerde] door de kantonrechter kan immers niet los worden gezien van het gebrekkige verweer van [appellant] in eerste aanleg. Grief 5, waarmee [appellant] de door de kantonrechter ten laste van hem uitgesproken proceskostenveroordeling bestrijdt, faalt derhalve.

4.2

Over de hoofdsom van € 2.650,- zal de wettelijke rente worden toegewezen met ingang van 15 maart 2012, zoals door [geïntimeerde] is gevorderd en door [appellant] onvoldoende gemotiveerd is betwist.

4.3

Aangezien [appellant] en [geïntimeerde] in hoger beroep over en weer als de (gedeeltelijk) in het ongelijk te stellen partijen zijn te beschouwen, dienen zij hun eigen proceskosten te dragen.

De beslissing

Het gerechtshof, rechtdoende in hoger beroep:

vernietigt het vonnis van de kantonrechter van 20 december 2012, met uitzondering van de daarin gegeven proceskostenveroordeling,

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

veroordeelt [appellant] tot betaling aan [geïntimeerde] van € 2.650,- te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 15 maart 2012 tot de dag der algehele voldoening;

compenseert de proceskosten in hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter van 20 december 2012 voor het overige;

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit arrest is gewezen door mr. L. Groefsema, mr. H. de Hek en mr. R.E. Weening en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 30 september 2014.