Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:7345

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
23-09-2014
Datum publicatie
25-09-2014
Zaaknummer
200.121.925
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appellant heeft afgezien van bewijslevering, zodat hij het wettelijk vermoeden dat de door hem geleverde auto non-conform was, niet heeft weerlegd. Volgt bekrachtiging van de bestreden vonnissen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.121.925/01

(zaaknummer rechtbank Leeuwarden 101715 HA ZA 09-1218)

arrest van de eerste kamer van 23 september 2014 in de zaak van:

[appellant][appellant][appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. F. van der Hoef, kantoorhoudende te Burgum,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiser,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. T.H. Pasma, kantoorhoudende te Harlingen.

Het tussenarrest van 25 februari 2014 wordt hier overgenomen.

1 De (verdere) loop van het geding in hoger beroep

1.1

Bij voormeld tussenarrest heeft het hof [appellant] bewijs opgedragen.

1.2

[appellant] heeft van bewijslevering afgezien, alsook van het nemen van een memorie na niet gehouden enquête.

1.3

Ten slotte heeft [appellant] arrest gevraagd, waartoe [geïntimeerde] de stukken heeft overgelegd.

2 De verdere beoordeling in hoger beroep

2.1

Nu [appellant] van bewijslevering heeft afgezien, komt niet vast te staan dat de auto Mercedes Benz, type SLK 200 met het kenteken [kenteken] (hierna: de auto), op 14 juli 2009 geen gebreken had, anders dan die van een auto van die leeftijd en dat type konden worden verwacht. Het wettelijk bewijsvermoeden dat de auto ten tijde van de levering op

14 juli 2009 niet aan de overeenkomst beantwoordde, is dan ook niet weerlegd.

2.2

Mede gelet op hetgeen is overwogen in het tussenarrest van 25 februari 2014, is de slotsom dat de grieven falen. De aangevallen vonnissen zullen worden bekrachtigd.

2.3

[appellant] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep. De proceskosten zullen worden vastgesteld op € 299,- aan verschotten en op € 1.264,- aan geliquideerd salaris van de advocaat (2 punten in tarief I).

De beslissing

Het gerechtshof, rechtdoende in hoger beroep:

bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank van 8 december 2010, 16 maart 2011,

27 juli 2011 en 26 september 2012;

veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het geding in hoger beroep en stelt deze kosten aan de zijde van [geïntimeerde] vast op € 299,- aan verschotten en op € 1.264,- aan geliquideerd salaris van de advocaat;

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. K.E. Mollema en mr. A.M. Koene en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 23 september 2014.