Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:7293

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
23-09-2014
Datum publicatie
30-10-2014
Zaaknummer
WAHV 200.133.267
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De autobestuurder heeft tijdens het rijden een telefoongesprek gevoerd en de handsfree-set in handen gehad teneinde de informatie van zijn gesprekspartner beter te kunnen volgen.

Uit de inhoud van de Nota van Toelichting volgt dat het begrip 'vasthouden' in de zin van artikel 61a RVV 1990, met het oog op de verkeersveiligheid en de mogelijkheid tot handhaving, ruim moet worden uitgelegd. Op grond van de in de Nota van Toelichting genoemde gronden, is het hof van oordeel dat ook de onderhavige wijze van telefoneren door de betrokkene onder het begrip 'vasthouden' als bedoeld in artikel 61a RVV 1990 dient te worden begrepen. Immers, het op deze wijze gebruik maken van de handsfree set is zowel naar aard als naar ratio te beschouwen als het vasthouden van een mobiele telefoon, omdat hier eveneens sprake is van "handmatig telefoneren en het gelijktijdig besturen van het motorvoertuig".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2014/186

Uitspraak

WAHV 200.133.267

23 september 2014

CJIB 151419694

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam

van 5 juli 2013

betreffende

[naam] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te Rotterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 180,- opgelegd ter zake van “als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden”, welke gedraging zou zijn verricht op 23 maart 20011 om 14.16 uur op de Algeraweg te Capelle aan den IJssel.

2. De betrokkene voert aan, dat hij niet een mobiele telefoon, maar een handsfree set in zijn handen had en dat dat niet kan gelden als het tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden. Hij geeft aan, die in handen te hebben genomen, omdat het geluid van de set zacht stond en hij het geluid niet goed kon horen.

3. Het hof zal uitgaan van de lezing van de betrokkene.

4. De betreffende gedraging is een overtreding van artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Die bepaling houdt het volgende in:

“Het is degene die een motorvoertuig, bromfiets of invalidenvoertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.”

5. De Nota van Toelichting bij het Besluit van 4 februari 2002 tot wijziging van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (verbod handmatig telefoneren), Stb. 2002, 67, houdt onder meer in:

“Het handmatige telefoneren en het gelijktijdig besturen van een motorvoertuig, invalidenvoertuig of bromfiets vormt een gevaar voor de verkeersveiligheid. De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid schat dat per jaar in het verkeer enkele tientallen doden en bijna driehonderd gewonden vallen door het gebruik van de mobiele telefoon. De oorzaak hiervan is gelegen in een tweetal factoren. Ten eerste is bij het handmatig telefoneren - vaak gedurende enige tijd - slechts één hand beschikbaar voor het verrichten van de noodzakelijke verkeershandelingen. Ten tweede wordt de aandacht van de bestuurder door het voeren van een telefoongesprek afgeleid van de verkeerssituatie. Door de combinatie van deze twee factoren ontstaat een niet te veronachtzamen risico voor de verkeersveiligheid. (...)

In artikel 61a RVV 1990 wordt gesproken van het vasthouden van een mobiele telefoon en niet van telefoneren. Hiervoor zijn verschillende redenen te geven. Ten eerste wordt hiermee de afwijzing van het fysieke aspect van het handmatig telefoneren beter tot uitdrukking gebracht. Onder vasthouden wordt verstaan het in de hand houden, het tussen oor en schouder geklemd houden etc. Ten tweede kan bij de term telefoneren onduidelijkheid bestaan wanneer daarvan sprake is. Is dat op het moment dat de telefoon ter hand wordt genomen, een nummer wordt ingetoetst of bijvoorbeeld op het moment dat de verbinding tot stand komt. Ten derde wordt met de term telefoneren de reikwijdte beperkt tot de overdracht van spraak. Door de gekozen formulering van artikel 61a RVV 1990 wordt tevens het verzenden of ontvangen en lezen van SMS-berichten of e-mailberichten of het internetten met een mobiele telefoon tijdens het rijden onder de verbodsbepaling gebracht. Ten vierde heeft het openbaar ministerie aangegeven dat een verbod op het telefoneren aanzienlijk moeilijker te handhaven is dan een verbod op het vasthouden van een mobiele telefoon.”

6. Uit de inhoud van de Nota van Toelichting volgt dat het begrip 'vasthouden' in de zin van artikel 61a RVV 1990, met het oog op de verkeersveiligheid en de mogelijkheid tot handhaving, ruim moet worden uitgelegd. In eerdere jurisprudentie van dit hof met betrekking tot het begrip 'vasthouden' als bedoeld in voornoemde zin, zijn verschillende vormen van het gebruik van een mobiele telefoon onder het begrip 'vasthouden' gebracht.

7. In het onderhavige geval blijkt uit de verklaring van de betrokkene, dat hij tijdens een telefoongesprek de handsfree set in handen heeft gehad teneinde de informatie van zijn gesprekspartner beter te kunnen volgen. Op grond van de in de Nota van Toelichting genoemde gronden, is het hof van oordeel dat ook de onderhavige wijze van telefoneren door de betrokkene onder het begrip 'vasthouden' als bedoeld in artikel 61a RVV 1990 dient te worden begrepen. Immers, het op deze wijze gebruik maken van de handsfree set is zowel naar aard als naar ratio te beschouwen als het vasthouden van een mobiele telefoon, omdat hier eveneens sprake is van "handmatig telefoneren en het gelijktijdig besturen van het motorvoertuig".

8. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.