Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:7098

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
09-09-2014
Datum publicatie
15-09-2014
Zaaknummer
21-000088-14
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2013:6182, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde, te weten telkens het medeplegen van

een beroep of gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking

over die goederen te verzekeren (flessentrekkerij) tot een gevangenisstraf van 21 maanden met aftrek van voorarrest.

Het hof wijst de vordering van de benadeelde partijen toe en gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zutphen van 2 november 2011, parketnummer 06-940293-11 opgelegde voorwaardelijke straf, te weten van een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000088-14

Uitspraak d.d.: 9 september 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 24 december 2013 met parketnummer 05-720332-13 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 06-940293-11, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans verblijvende in [Pi verblijfplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 26 augustus 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr J.P.J. Botterblom, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt. Het hof zal om die reden opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - tenlastegelegd dat:

1

primair:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 juli 2013 tot en met 17 augustus 2013 te Heythuysen, gemeente Leudal en/of te Harderwijk en/of te Ermelo en/of te Gorredijk en/of te Bunschoten, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s), telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen (personenauto's) gekocht, te weten:

-een Fiat, type 500, kenteken [kenteken], van aangeefster [benadeelde 1] en/of

-een Renault Twingo [kenteken], van aangeefster [benadeelde 2] en/of

-een Toyota Aygo, [kenteken], van aangever [benadeelde 3] en/of

-een Ford Ka, [kenteken], van aangever [benadeelde 4] en/of

-een Renault Twingo, [kenteken], van aangever [benadeelde 5];

1

subsidiair:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 juli 2013 tot en met 17 augustus 2013 te Heythuysen, gemeente Leudal en/of te Harderwijk en/of te Ermelo en/of te Gorredijk en/of te Bunschoten, althans (telkens) te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (de volgende slachtoffers:)

- [benadeelde 1] (eigenaar van een Fiat 500, [kenteken]) en/of

- [benadeelde 2] (eigenaar van een Renault Twingo, [kenteken]) en/of

- [benadeelde 3] (eigenaar van een Toyota Aygo, [kenteken]) en/of

- [benadeelde 4] (eigenaar van een Ford Ka, [kenteken]) en/of

- [benadeelde 5] (eigenaar van een Renault Twingo, [kenteken]),

(telkens) heeft/hebben bewogen tot de afgifte van één of meer personenauto's

(Merk Fiat, type 500, kenteken [kenteken], aangeefster [benadeelde 1] en/of

Renault Twingo [kenteken], aangeefster [benadeelde 2] en/of

Toyota Aygo, [kenteken], aangever [benadeelde 3] en/of

Ford Ka, [kenteken], aangever [benadeelde 4] en/of

Renault Twingo, [kenteken], aangever [benadeelde 5]),

in elk geval (telkens) van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich voorgesteld als zijnde vertegenwoordiger van een (reeds opgeheven en/of niet meer bestaand) [autobedrijf], althans zich als ondernemer en/of (auto)handelaar voorgesteld en/of (vervolgens)

- zijn/hun interesse in bovengenoemde personenauto's kenbaar gemaakt en/of (vervolgens)

- een aankoopbedrag (van 8500 euro voor de Fiat van aangeefster [benadeelde 1] en/of 6000 euro voor de Renault van aangeefster [benadeelde 2] en/of 5100 euro voor de Toyota van aangever [benadeelde 3] en/of 6250 euro voor de Ford van aangever [benadeelde 4] en/of 4300 euro voor de Renault van aangever [benadeelde 5]) overeengekomen en/of afgesproken en/of (vervolgens)

- het aankoopbedrag (8500 euro aan [benadeelde 1] en/of 5100 euro aan [benadeelde 3] en/of 6250 euro aan [benadeelde 4] en/of 4300 euro aan [benadeelde 5]) middels tele-/internetbankieren over te maken en/of (vervolgens)

- aangegeven dat het aankoopbedrag (8500 euro aan [benadeelde 1] en/of 5100 euro aan [benadeelde 3] en/of 6250 euro aan [benadeelde 4] en/of 4300 euro aan [benadeelde 5]), is overgeschreven en/of overgemaakt (op het rekeningnummer van [benadeelde 1] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5]) en/of (vervolgens)

- een vrijwaringsbewijs voor eerdergenoemde personenauto's (op/uit naam het reeds opgeheven [autobedrijf]) uitgeschreven en/of uitgebracht, waardoor de verschillende (eerdergenoemde) benadeelde partijen ([benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5]) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

1

meer subsidiair:

Medeverdachte(n) op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9juli 2013 tot en met

17 augustus 2013 te Heythuysen, gemeente Leudal en/of te Harderwijk en/of te Ermelo en/of te

Gorredijk en/of te Bunschoten, althans (telkens) te Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een

valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, (de volgende slachtoffers:)

- [benadeelde 1] (eigenaar van een Fiat 500, [kenteken]) en/of

- [benadeelde 2] (eigenaar van een Renault Twingo, [kenteken]) en/of

- [benadeelde 3] (eigenaar van een Toyota Aygo, [kenteken]) en/of - [benadeelde 4] (eigenaar van een Ford Ka, [kenteken]) en/of

- [benadeelde 5] (eigenaar van een Renault Twingo, [kenteken]),

(telkens) heeft/hebben bewogen tot de afgifte van één of meer personenauto’s

(Merk Fiat, type 500, kenteken [kenteken], aangeefster [benadeelde 1] en/of

Renault Twingo [kenteken], aangeefster [benadeelde 2] en/of

Toyota Aygo, [kenteken], aangever [benadeelde 3] en/of

Ford Ka, [kenteken], aangever [benadeelde 4] en/of

Renault Twingo, [kenteken], aangever [benadeelde 5]),

in elk geval (telkens) van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich voorgesteld als zijnde vertegenwoordiger van een (reeds opgeheven en/of niet meer bestaand) [autobedrijf], althans zich als ondernemer en/of (auto)handelaar voorgesteld en/of (vervolgens)

- zijn/hun interesse in bovengenoemde personenauto’s kenbaar gemaakt en/of (vervolgens)

- een aankoopbedrag (van 8500 euro voor de Fiat van aangeefster [benadeelde 1] en/of 6000 euro voor de Renault van aangeefster [benadeelde 2] en/of 5100 euro voor de Toyota van aangever [benadeelde 3] en/of 6250 euro voor de Ford van aangever [benadeelde 4] en/of 4300 euro voor de Renault van aangever [benadeelde 5]) overeengekomen en/of afgesproken en/of (vervolgens)

- het aankoopbedrag (8500 euro aan [benadeelde 1] en/of 5100 euro aan [benadeelde 3] en/of 6250 euro aan [benadeelde 4] en/of 4300 euro aan [benadeelde 5]) middels tele-/internetbankieren over te maken en/of (vervolgens)

- aangegeven dat het aankoopbedrag (8500 euro aan [benadeelde 1] en/of 5100 euro aan [benadeelde 3] en/of 6250 euro aan [benadeelde 4] en/of 4300 euro aan [benadeelde 5]), is overgeschreven en/of overgemaakt (op het rekeningnummer van [benadeelde 1] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5]) en/of (vervolgens)

- een vrijwaringsbewijs voor eerdergenoemde personenauto’s (op/dit naam het reeds opgeheven [autobedrijf]) uitgeschreven en/of uitgebracht, waardoor de verschillende (eerdergenoemde) benadeelde partijen ([benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5])

(telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9juli 2013 tot en met 17 augustus 2013 te Heythuysen, gemeente Leudal en/of te Harderwijk en/of te Ermelo en/of te Gorredijk en/of te Bunschoten, althans (telkens) te Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- Als chauffeur op te treden voor [naam] en/of medeverdachte(n) en/of

- zijn bankrekening ter beschikking te stellen

2

primair:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 augustus 2013 tot en met 26 augustus 2013 te Steenbergen (gemeente Steenbergen) en/of Genemuiden (gemeente Zwartewaterland), in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s), telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen (personenauto's) gekocht, te weten:

- een Renault Twingo [kenteken], van aangever [benadeelde 6] en/of

- een Mini Cooper [kenteken], van eigenaar [benadeelde 8];

2

subsidiair:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 augustus 2013 tot en met 26 augustus 2013 te Steenbergen (gemeente Steenbergen) en/of Genemuiden (gemeente Zwartewaterland), althans (telkens) te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (de volgende slachtoffers:)

- [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] (eigenaar van een Renault Twingo, [kenteken])) en/of

- [benadeelde 8] (eigenaar van een Mini Cooper, [kenteken]) en/of

(telkens) heeft/hebben bewogen tot de afgifte van één of meer personenauto's

(Renault Twingo [kenteken], aangever [benadeelde 6] en/of

Mini Cooper [kenteken], eigenaar [benadeelde 8]),

in elk geval (telkens) van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zijn/hun interesse in bovengenoemde personenauto's kenbaar gemaakt en/of (vervolgens)

- een aankoopbedrag (van 5600 euro voor de Renault van aangever [benadeelde 6] en/of 6000 euro voor de Mini Cooper van aangever [benadeelde 8]) overeengekomen en/of afgesproken en/of (vervolgens)

- het aankoopbedrag (5600 euro aan [benadeelde 6] en/of 6000 euro aan [benadeelde 8]) middels tele-/internetbankieren over te maken en/of (vervolgens)

- aangegeven dat het aankoopbedrag (5600 euro aan [benadeelde 6] en/of 6000 euro aan [benadeelde 8]), is overgeschreven en/of overgemaakt (op het rekeningnummer van [benadeelde 6] en/of [benadeelde 8]) waardoor de verschillende (eerdergenoemde) benadeelde partijen ([benadeelde 6] en/of [benadeelde 8]) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2

meer subsidiair:
Medeverdachte(n) op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 augustus 2013 tot en met 26 augustus 2013 te Steenbergen (gemeente Steenbergen) en/of Genemuiden (gemeente Zwartewaterland), althans (telkens) te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (de volgende slachtoffers:)

- [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] (eigenaar van een Renault Twingo, [kenteken])) en/of

- [benadeelde 8] (eigenaar van een Mini Cooper, [kenteken]) en/of

(telkens) heeft/hebben bewogen tot de afgifte van één of meer personenauto’s

(Renault Twingo [kenteken], aangever [benadeelde 6] en/of

Mini Cooper [kenteken], eigenaar [benadeelde 8]),

in elk geval (telkens) van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zijn/hun interesse in bovengenoemde personenauto’s kenbaar gemaakt en/of (vervolgens)

- een aankoopbedrag (van 5600 euro voor de Renault van aangever [benadeelde 6] en/of 6000 euro voor de Mini Cooper van aangever [benadeelde 8]) overeengekomen en/of afgesproken en/of (vervolgens)

- het aankoopbedrag (5600 euro aan [benadeelde 6] en/of 6000 euro aan [benadeelde 8]) middels tele- /internetbankieren over te maken en/of (vervolgens)

- aangegeven dat het aankoopbedrag (5600 euro aan [benadeelde 6] en/of 6000 euro aan [benadeelde 8]), is overgeschreven en/of overgemaakt (op het rekeningnummer van [benadeelde 6] en/of [benadeelde 8]),

waardoor de verschillende (eerdergenoemde) benadeelde partij en ([benadeelde 6] en/of [benadeelde 8]) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte; bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 augustus 2013 tot en met 26 augustus 2013 te Steenbergen (gemeente Steenbergen) en/of Genemuiden (gemeente Zwartewaterland), althans (telkens) te Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- als chauffeur op te treden voor [naam] en/of medeverdachte(n) en/of

- zijn bankrekening ter beschikking te stellen.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde voor zover dit betreft flessentrekkerij jegens of oplichting van [benadeelde 2]. Het hof zal verdachte ten aanzien van dit feit vrijspreken. In het bijzonder overweegt het hof dat geen sprake is van de voor een bewezenverklaring van flessentrekkerij noodzakelijke koop terwijl uit de voorhanden bewijsmiddelen onvoldoende blijkt van de voor een bewezenverklaring vereiste oplichtingsmiddelen.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het namens en door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt in het bijzonder met betrekking tot de feiten 1 en 2 - waarbij verdachte hetzelfde verwijt wordt gemaakt in op elkaar volgende perioden - dat verdachte in een korte periode telkens samen met een of meer anderen een koopovereenkomst met betrekking tot een auto is aangegaan. Telkens is die auto niet (volledig) betaald. Dat daarbij telkens ook bij verdachte het oogmerk bestond om niet (volledig) te betalen leidt het hof af uit de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd, in het bijzonder dat verdachte zich in een aantal gevallen van een valse naam of hoedanigheid bediende, er telkens op dezelfde wijze werd voorgewend dat betaling had plaatsgevonden van een rekening waarop onvoldoende saldo stond om die betaling daadwerkelijk te realiseren, er gebruik is gemaakt van de naam van een bedrijf dat op naam stond van de echtgenote van verdachte maar dat was uitgeschreven uit het handelsregister en waarvan verdachte heeft verklaard dat hij ook na die uitschrijving op naam van die onderneming handel is blijven drijven alsook dat een van de medeplegers, [naam], heeft verklaard dat verdachte (in ieder geval in twee gevallen) heeft meegedeeld in de opbrengst. Het hof leidt uit een en ander ook af dat verdachte een substantieel aandeel heeft gehad in de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten. Het hof verwerpt op grond van het voorgaande het verweer dat verdachte niet wist dat niet betaald werd, dat zijn rol slechts van ondergeschikt belang was en dat ieder geval op zich beschouwd dient te worden.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1

primair:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 juli 2013 tot en met 17 augustus 2013 te Heythuysen, gemeente Leudal en/of te Harderwijk en/of te Ermelo en/of te Gorredijk en/of te Bunschoten, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s), telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen (personenauto's) gekocht, te weten:

-een Fiat, type 500, kenteken [kenteken], van aangeefster [benadeelde 1] en/of

-een Renault Twingo [kenteken], van aangeefster [benadeelde 2] en/of

-een Toyota Aygo, [kenteken], van aangever [benadeelde 3] en/of

-een Ford Ka, [kenteken], van aangever [benadeelde 4] en/of

-een Renault Twingo, [kenteken], van aangever [benadeelde 5];

2

primair:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 augustus 2013 tot en met 26 augustus 2013 te Steenbergen (gemeente Steenbergen) en/of Genemuiden (gemeente Zwartewaterland), in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s), telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen (personenauto's) gekocht, te weten:

- een Renault Twingo [kenteken], van aangever [benadeelde 6] en/of

- een Mini Cooper [kenteken], van eigenaar [benadeelde 8];

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde levert op:

telkens:

medeplegen van een beroep of gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting het volgende in aanmerking genomen.

De rechtbank heeft verdachte in eerste aanleg een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

In hoger beroep heeft de advocaat-generaal gevorderd dat een gevangenisstraf van dezelfde duur zal worden opgelegd.

De raadsman heeft primair gepleit voor vrijspraak en subsidiair bepleit dat bij een eventuele bewezenverklaring van de feiten de gevangenisstraf - gelet op de ondergeschikte rol die verdachte zou hebben gespeeld - zal worden gematigd.

Het hof heeft evenals de rechtbank in eerste aanleg in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich, samen met zijn mededaders, schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van flessentrekkerij door via advertenties op het internet auto’s te kopen, met de bedoeling deze niet of niet volledig te betalen. Er was sprake van een vooropgezet plan, waarbij verdachte en zijn mededaders puur voor hun eigen financiële gewin hebben gehandeld. Dat de slachtoffers door dit handelen voorzienbaar forse financiële schade zouden lijden, heeft verdachte niet afgehouden van het plegen van deze strafbare feiten. Bovendien heeft verdachte door zijn optreden het vertrouwen beschaamd dat men in het economisch verkeer in elkaar moet kunnen stellen.

Het hof heeft verder rekening gehouden met de reclasseringsrapportage betreffende verdachte. Voorts heeft het hof gelet op de oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht ter zake vermogensdelicten. Flessentrekkerij wordt als een ernstig vermogensdelict aangemerkt. Ondanks het feit dat verdachte van één feit zal worden vrijgesproken, ziet het hof geen aanleiding een lagere straf op te leggen dan de rechtbank heeft gedaan, mede gelet op de omstandigheid dat verdachte blijkens het uittreksel justitiële documentatie in het verleden eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van een vermogensmisdrijf.

De vorderingen van de overige benadeelde partijen

De raadsman heeft gesteld dat in geval van een bewezenverklaring de vorderingen van de benadeelde partijen dienen te worden afgewezen omdat niet vaststaat wat de geleden schade is. Het hof is van oordeel dat de geleden schade telkens bestaat in de overeengekomen en (het) niet-ontvangen (deel van de) koopprijs vermeerderd met de wettelijke rente. De vorderingen kunnen worden toegewezen op de wijze als hierna vermeld.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 4.300,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 8.608,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep gedeeltelijk toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 6.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 6.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 9]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.100,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7] t.a.v. [benadeelde 6]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.600,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de gevorderde BTW wel toewijsbaar is.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van te Zutphen van opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, parketnummer 06-940293-11. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 14h, 14i, 14j, 36f, 47, 57 en 326a van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Spreekt verdachte vrij ter zake van het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde voor zover dit betreft flessentrekkerij jegens of oplichting van [benadeelde 2].

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 (eenentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 5] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 4.300,00 (vierduizend driehonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 5], een bedrag te betalen van € 4.300,00 (vierduizend driehonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 8.500,00 (achtduizend vijfhonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1], een bedrag te betalen van € 8.500,00 (achtduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 74 (vierenzeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 4] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 6.000,00 (zesduizend euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 25 juli 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 4], een bedrag te betalen van € 6.000,00 (zesduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 62 (tweeënzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 25 juli 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 8] ter zake van het onder 2 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 6.000,00 (zesduizend euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 8], een bedrag te betalen van € 6.000,00 (zesduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 62 (tweeënzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 9]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 9] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 5.100,00 (vijfduizend honderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 9 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 9], een bedrag te betalen van € 5.100,00 (vijfduizend honderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 57 (zevenenvijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 9 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7] t.a.v. [benadeelde 6]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 7] t.a.v.

[benadeelde 6] ter zake van het onder 1 primair, 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van

€ 5.600 (vijfduizend zeshonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 7] t.a.v. [benadeelde 6], een bedrag te betalen van € 5.600 (vijfduizend zeshonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zutphen van 2 november 2011, parketnummer 06-940293-11, te weten van:

een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) dagen.

Aldus gewezen door

mr J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr H.G.W. Stikkelbroeck en mr A. van Waarden, raadsheren,

in tegenwoordigheid van P. Heinst, griffier,

en op 9 september 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.