Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:6990

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
09-09-2014
Datum publicatie
10-09-2014
Zaaknummer
200.137.679-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Art. 3:44 lid 2 en lid 4 BW. Art. 3:13 BW. Nakoming overeenkomst. Verweer dat de overeenkomst onder invloed van bedreiging en/of misbruik van (economische) omstandigheden tot stand is gekomen wordt verworpen. Geen bewijsopdracht wegens onvoldoende onderbouwing.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Burgerlijk Wetboek Boek 3 13
Burgerlijk Wetboek Boek 3 44
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2015/28 met annotatie van mr. C. Spierings
RCR 2014/83

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.137.679/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/122051 / HA ZA 12-284)

arrest van de tweede kamer van 9 september 2014

in de zaak van

Savcor Group OY,

gevestigd te Mikkeli,

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: Savcor,

advocaat: mr. G.A. van Essen, kantoorhoudend te 's-Gravenhage, die ook heeft gepleit,

tegen

Ahlstrom Capital B.V. (voorheen A.C. Finance B.V.),

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Ahlstrom,

advocaat: mr. R. Glas, kantoorhoudend te Leeuwarden, die ook heeft gepleit.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 17 juli 2013 van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 16 oktober 2013,

- de memorie van grieven,

- de memorie van antwoord,

- het gehouden pleidooi waarbij pleitnotities zijn overgelegd.

2.2

Na afloop van het pleidooi heeft het hof arrest bepaald. Het arrest wordt gewezen op het pleitdossier.

2.3

De vordering van Savcor luidt:

"te vernietigen het vonnis van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, onder zaak-/rolnummer C/17/122051/HA ZA 12-284 gewezen op 17 juli 2013 en voorts, opnieuw rechtdoende, al dan niet onder aanvulling van gronden en uitvoerbaar bij voorraad Ahlstrom Capital B.V. alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in de door de rechtbank toegewezen vordering, althans haar deze te ontzeggen; en voorts Ahlstrom Capital B.V. te veroordelen in de kosten van beide instanties (inclusief tot terugbetaling van dan onverschuldigd betaalde proceskosten naar aanleiding van het Vonnis), en in de nakosten ad EUR 131,00 zonder betekening dan wel EUR 199,00 met betekening van het arrest, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf zeven (7) dagen na het uitspreken van het arrest."

3 De feiten

3.1

Tegen de weergave van de vaststaande feiten in rechtsoverweging 2 (2.1 tot en met 2.24) van genoemd vonnis van 17 juli 2013 is, behoudens ten aanzien van de vaststelling waartegen grief II is gericht, geen grief ontwikkeld en ook anderszins is niet van bezwaren daartegen gebleken, zodat ook in hoger beroep van die feiten zal worden uitgegaan, zulks met inachtneming van hetgeen hierna met betrekking tot grief II zal worden overwogen.
Mede gelet op hetgeen in dit hoger beroep is komen vast te staan, gaat het om het volgende.

3.2

Savcor is een Finse vennootschap en de moedermaatschappij van de Savcor Group. De Savcor Group wordt gevormd door ondernemingen die technologische en industriële diensten verlenen aan haar klanten die onder meer opereren in de sectoren infrastructure and industrial maintenance, electronic industries en forest trade. In 2011 bedroeg de geconsolideerde netto omzet € 102.000.000.

3.3

Een van de groepsmaatschappijen van de Savcor Group is Cencorp Plc (hierna: Cencorp). Cencorp is een naamloze vennootschap naar Fins recht. Cencorp is genoteerd op de Finse aandelenbeurs. Savcor hield aanvankelijk 75% van de aandelen van Cencorp.
[CEO van Savcor Group] is CEO van Savcor Group en voorzitter van de Raad van Commissarissen van Cencorp. [CEO van Savcor Group] heeft de Savcor Group in 1981 opgericht. Alle aandelen zijn in handen van [CEO van Savcor Group], zijn echtgenote en zijn drie zoons. Het familiebedrijf is inmiddels een internationale onderneming met 1500 werknemers.

3.4

Ahlstrom (voorheen AC Finance B.V.) is een onderneming waarvan Ahlstrom Capital Oy enig aandeelhoudster is. Ahlstrom Capital Oy is een Finse private equity investment company, die het vermogen van [X] investeert.
[CEO van Ahlstrom Capital Oy] is CEO van Ahlstrom Capital Oy. Bestuurders van Ahlstrom waren [bestuurder 1](financieel directeur), [bestuurder 2] en [bestuurder 3].

3.5

Op 15 december 2010 heeft AC Invest B.V. (hierna: AC Invest) 15.833.333 aandelen in Cencorp verworven voor een bedrag van € 1.900.000. Op 24 maart 2011 heeft AC Invest B.V. nog eens 1.666.666 aandelen in Cencorp verworven voor een bedrag van € 199.999,92.
AC Invest bezat op dat moment iets meer dan 5% van de aandelen in Cencorp. Voorts had zij een optie bedongen op grond waarvan zij haar belang in Cencorp tot 9,5% zou kunnen vergroten. AC Invest was op dat moment een 100% dochter van AC Finance BV.

3.6

Op 10 januari 2011 is er een consultancy agreement gesloten tussen Ahlstrom

Capital Oy en Cencorp met als doel het ontwikkelen en implementeren van een nieuwe

ondernemingsstrategie. Ahlstrom Capital Oy zou daarvoor een vergoeding van € 20.000 per

kwartaal krijgen. Gelijktijdig werd er tussen partijen een geheimhoudingsovereenkomst gesloten.

3.7

Per 1 juni 2011 heeft Ahlstrom vanwege liquiditeitsproblemen bij Cencorp

een lening van € 1.000.000 verstrekt aan Cencorp. Ter zekerheid van de door haar verstrekte

lening heeft Ahlstrom een pandrecht verkregen op 25 miljoen aandelen van

Cencorp. De koers van de aandelen noteerde op het moment van het verkrijgen van het

pandrecht tussen de 11 en 12 eurocent per aandeel. Deze 25 miljoen aandelen

vertegenwoordigden op dat moment ongeveer 7,3% van alle uitstaande aandelen van

Cencorp en ongeveer 21% van het aandelenpakket van de Savcor Group in Cencorp.

Uiterlijk 31 december 2011 moest de lening zijn terugbetaald.

3.8

Op 3 oktober 2011 hebben [CEO van Savcor Group] en [CEO van Ahlstrom Capital Oy] overleg gehad in Bangkok. Aldaar

is de toekomst besproken van Cencorp en de eventuele rol van Ahlstrom Capital Oy daarbij.

3.9

[CEO van Savcor Group] heeft [CEO van Ahlstrom Capital Oy] op 3 oktober 2011 - voor zover hier van belang - de

volgende e-mail gestuurd (productie 9 CvR):

'Thanks for a good meeting. Matters of a spiritual nature can be put straight by talking and

the matters of real world by doing right things, just as we spoke. I talked to CNC. They

tend not to have much money on the account (usually some tens, typically 50k€). They are

living from hand to mouth. Due accounts payable are now in the order of 1 m€, when they

at the time the ban was raised were approx. 1. 5-2m€. No payments to authorities

(withholding taxes or similar, or pension premiums) are in arrears, and we are on good

terms with all suppliers, so there is no risk of bankruptcy due to lack of liquidity. I was told

that the situation is under control at least for a month ahead which to me is OK. Of course,

business needs to be done all the time.

However, let the management tell this to the Board tomorrow.'

3.10

Op 10 november 2011 heeft [CEO van Savcor Group] - voor zover hier van belang - de volgende
e-mail gestuurd aan [CEO van Ahlstrom Capital Oy] (productie 10 CvR):

'I have been pondering our last meeting quite a lot. Somehow I‘ve got a feeling that AC's

withdrawal this fast (= this year) would not be very smart, neither would it be very

“appropriate”. Arrangements for the withdrawal would be rather complicated and

“explaining” them would be rather difficult in the related-party position.

1 think it would be best if the ban as well as the option agreement were extended by eg.

6 months for a good reason: the Avery project will turn the business in China around and

needs (quite small) investments.

If you in February, before your meeting, would still feel that you want to exit, we could

plan it so that the matter could be flagged at the same time. Even to reach that timetable, it

would be advisable for us to quickly terminate the consultancy agreement, which quite

awkwardly makes AC more or less an insider to make such a fast exit.

Separation, should it come to that, is advisable to handle smoothly. After all, AC is a

respected VC firm, and any sudden movement might signal inconsistency in operations.

Further, in contrast to what is often the case between individuals, the parties in VC

separations need not cause each other any serious harm. It would certainty benefit all

parties if their mutual relationships seem to be — and also really are—good when the

cooperation ends.

(...)'

3.11

Op 10 november 2011 heeft - voor zover hier van belang - [CEO van Ahlstrom Capital Oy] als volgt

gereageerd op voornoemde mail van 10 november 2011 (productie 11 CvR):

‘With this letter I would like to summarize our position on the various interests that

Ahlström Capital Group currently has in Cencorp. I am addressing this letter to you both

as the Chairman of the Board of Cencorp Corporation and as Cencorp’s majority owner.

Our subsidiary AC Invest BV has invested in Cencorp to enable some structural solutions

for Cencorp and its owner. With this investment we hold an interest of 5% in Cencorp, and

the original ambition was to increase it to 9,5% with an option arrangement made with

Savcor. The option was planned to be utilized, after ensuring that the strategy and business

plan seemed attractive to us. To enable co-operation, Cencorp and Ahlström Capital also

made a consultancy agreement to support the important strategy work

During the beginning of our investment period we could not, however, see such

development that we required in order to increase our investment. Quite the opposite, it

turned out that the acquired FACE business was not in the shape that was presented to us

before the investment. Also the strategic fit was questionable and the business was not

generating cash to support growth in the Laser and automation business.

At the same time the liquidity of the company was stretched. With the aim to reach a

solution for the future of Cencorp we offered a short term bridge financing to cover the

liquidity shortage in the company (Loan Agreement of 1 June 2011 for 1 M€). As a minority

shareholder we proposed some specific terms to this bridge financing, by which we and

Cencorp agreed to speed up the strategy changes that were necessary. The most important

strategic decision was the disposal of substantial part of the FACE-business. To date we

have not seen any of the strategic decisions materializing. We hereby note that the ban will

expire in accordance with its terms, at the latest at the end of December 2011.

We have reached the point when we have to decide whether to increase or decrease our

involvement in the company. It was quite clear from the beginning that the 5% stake was

not the desired end-position of Ahlström Capital Group. Our option to increase our

shareholding to 9,5% expired in October 2011, and by not utilizing it we already signaled

that we are not interested in increasing our stake in the company.

To summarize: our interests are (1) the accounts receivable from the consultancy

agreement, (2) the ban principal 1 MEUR plus accrued interest on the bridge loan, (3) 5%

of the shares in Cencorp and, under certain circumstances, (4) Savcor Group Oy’s 25

million shares pledged as security under the loan.

Based on the above, I now terminate the consultancy agreement effective of today. By

terminating the consultancy agreement we cannot receive any new information about

Cencorp that could be classified as insider information. Hence we are now able to freely

decide on disposal of our interests in Cencorp and on how to settle the outstanding issues

between Cencorp, Savcor and us.

I look forward to receiving your proposals on how to settle the situation.’

3.12

Bij e-mail van 14 november 2011 heeft [CEO van Savcor Group] gereageerd op voormelde brief.

Hij geeft daarin het volgende aan:

‘I was rather surprised to read your letter. It differs quite a lot from what I expected on the

basis of our phone conversation. I suppose it would be best to deal with the matter over the

phone first. When can I call you?’

3.13

Op woensdag 23 november 2011 hebben [CEO van Ahlstrom Capital Oy] en [CEO van Savcor Group] gedineerd met elkaar.

Vervolgens zijn er in e-mailverkeer tussen [CEO van Savcor Group] enerzijds en [CEO van Ahlstrom Capital Oy] en/of [bestuurder 1] anderzijds over en weer verschillende voorstellen gedaan.

3.14

De verplichting tot terugbetaling van de lening van Ahlstrom aan Cencorp

is in samenspraak tussen partijen verlengd tot 31 januari 2012 omdat Cencorp niet aan haar

verplichtingen kon voldoen. Vervolgens is de looptijd van de lening op 31 januari 2012 bij separate overeenkomst nogmaals verlengd tot 31 juni 2012. In dat verband zijn partijen

overeengekomen dat Cencorp uiterlijk 31 maart 2012 nieuwe aandelen zou uitgeven om

aldus aan de benodigde middelen te komen. Aan deze voorwaarde is niet (geheel) voldaan.

3.15

Op 5 april 2012 heeft Ahlstrom een brief gestuurd aan Cencorp ter attentie

van [CEO van Savcor Group] waarin zij aangeeft dat Cencorp zich niet gehouden heeft aan de afspraken uit

de overeenkomst van 31 januari 2012 en dat Ahlstrom de lening op kan eisen. In dat

schrijven heeft Ahlstrom voorts aangegeven dat Ahlstrom bereid is daarvan

af te zien en in onderhandeling wil treden over nieuwe leningsvoorwaarden en zij heeft een

termijn voorgesteld tot 10 april 2012 om in onderhandeling te treden.

3.16

Per e-mail van 13 april 2012 heeft [CEO van Savcor Group] het volgende voorstel aan Ahlstrom

Capital Oy/Ahlstrom gestuurd (productie 26 CvR):

'Proposal for the AC-Savcor-Cencorp arrangement

1. Savcor Group Oy (Savcor) buys all AC Invest BV (BV) shares from Ahlström Capital Oy

(AC).

AC Invest BV owns all Cencorp Corporation (CNC) shares held by the AC Group (AC),

and the ban granted by AC to CNC in June 2011 has been transferred to lt [i.e. BV].

2. The price of the AC Invest BV shares (2,775k€ + additional purchase price 262k€, if the

ban has not been repaid in full by 31.12.2012) consists of:

- CNC shares 9c each = 1,575k€

- the principal of the CNC ban = 1,000k€

- accrued and unpaid interest on the CNC ban up to the purchase date = approx. 137k€

- AC's accounts receivable from CNC = 60k€

3. Terms of payment

Upon signing of the purchase agreement Savcor pays 0.3 M€ in cash.

AC finances the deal with a ban (vendor's note), which carries a fixed interest rate of 8%

per annum.

Savcor repays the ban according to the below schedule:

M€

30.6.2012 0.3 + interest

30.9.2012 0.5 "

30.12.2012 0.5 "

30.3.2013 0.5 "

30.6.2013 0.5 "

30.9.2013 the balance with interest

Savcor has the right to repay the ban also within a shorter period

4. Collateral

The shares owned by AC and the shares AC holds as collateral (shares in CNC) constitute

now the collateral for the ban. The collateral is released quarterly in connection with

payments pro rata to the proportion of the ban repaid by the end of the previous quarter.

If Savcor is not able to meet its payment obligations in accordance with the payment

schedule and the payment is over 20 working days behind the due date specified in the

schedule, then AC has the right to buy BV back at price that equals the price that Savcor

has paid for BV by that time.

5. Other conditions

The opinion of the stock exchange shall be obtained for the transaction and its legitimacy

be verified in the way stipulated in the company law and other applicable laws.'

3.17

Bij overeenkomst van 20 april 2012 heeft Savcor voor een koopprijs van

€ 2.775.000 18.000 (zijnde 100%) aandelen gekocht in AC Invest B.V. van Ahlstrom.
Op basis van de tussen partijen gesloten overeenkomst (hierna: SPA, productie 1 bij

dagvaarding en de daarbij behorende Vendor Note, productie 2 bij dagvaarding, hierna:

Vendor Note) diende Savcor € 300.000 van de koopsom op de datum van de

levering te betalen. De restant koopsom werd omgezet in een lening. Op basis daarvan

diende Savcor het geleende bedrag in vijf gelijke termijnen terug te betalen volgens het schema uit artikel 2.1. van de Vendor Note. De laatste termijn was verschuldigd

op 30 juni 2012. Voor de lening geldt een jaarrente van 8% en een additionele boeterente

van 2% per jaar indien de termijnen niet tijdig worden terugbetaald.

3.18

De Vendor Note houdt onder meer het volgende in:

'4.2 Enforcement costs

The Borrower shall, from time to time, promptly on demand by the Lender, reimburse the

Lender for all costs, out-of-pocket expenses, losses and legal and other fees together with

any taxes thereon, incurred by it in connection with the administration or enforcement of

this Loan, together with any other payment obligations thereon.

[…]

9.1

Events of Default

There shall be an Event of Default (whether or not caused by any reason whatsoever

outside the control of the Borrower or of any other person) if:

(a) the Borrower fails to pay in the currency and manner provided by this Agreement any

sum payable by it under this Agreement when clue and such sum is still unpaid five (5)

business days after becoming payable;

(b) without prejudice to paragraph a, the Borrower fails to comply with any provision of

this Agreement and the Borrower has not remedied the breach within five (5) business days

after having been notified of the breach by the Lender;

(c) bankruptcy or liquidation proceedings are initiated against the Borrower, the Borrower

applies for composition, stops payment of its debts, ceases to carry on its business entirely

or in essential parts or applies for a restructuring of its business and debts pursuant to

relevant law in any jurisdiction itself or such a reorganization, suspension of payments or

restructuring is applied for by any of their creditors;

(d) (i) It is or becomes unlawful for the Borrower to perform any of its obligations under

this Agreement, (ii) any such obligation of the Borrower is not or ceases to be legal, valid,

binding or enforceable and the cessation individually or cumulatively materially and

adversely affects the interests of the Lender under this Agreement, or (iii) this Agreement

ceases to be in full force and effect;

(e) the Pledger sells, pledges or (otherwise) transfers the Shares in the capital of the

Company or establishes an usufruct or any other right in respect of the Shares for the

benefit of any party than the Pledgee, until the aforementioned pledge on all 17,500,000

shares in Cencorp Corporation has been released;

(f) the Company sells, pledges or (otherwise) transfers her shares in the capital of Cencorp

Corporation or establishes an usufruct or any other right in respect of these shares for the

benefit of any party than the Pledgee, until the aforementioned pledge on all 17,500,000

shares in Cencorp Corporation has been released;

(g) in case of a breach by the Borrower/Company with respect to any of the mentioned

security interest under 8.2, which breach the Borrower/Company has not remedied within

five (5) business days after having been notified of the breach by the Lender.

9.2

Acceleration

(a) On and at any time after the occurrence of an Event of Default which is continuing, the

Lender may, by written notice to the Borrower, declare that all or part of the Loan is

immediately due and payable whereupon the same shall become immediately due and

payable together with interest accrued thereon and all other sums payable hereunder, but

excluding, for the avoidance and doubt, any interest loss caused to the Lender by the

Lender receiving any repayments prior to the original agreed repayment dates due to the

acceleration;

(b) If the Lender does not demand repayment of all or any part of the Loans immediately

upon being informed of an Event of Default, it shall not be deemed to have waived its rights

with respect of the said Event of Default.'

3.19

Op grond van artikel 16 van de Vendor Note is Nederlands recht van toepassing op

deze overeenkomst en is de rechtbank te Leeuwarden - en daarmee dit hof - bevoegd kennis te nemen van geschillen voortvloeiende uit de overeenkomst.

3.20

Bij factuur van 7 juni 2012 wordt namens Ahlstrom aanspraak gemaakt op

de eerste termijn (inclusief rente over de periode 20 april 2012 - 30 juni 2012) die

verschuldigd is uiterlijk 30 juni 2012. Savcor heeft niet voor 30 juni 2012 het

termijnbedrag en de verschuldigde rente betaald. Daarop heeft Ahlstrom een sommatie en ingebrekestelling gestuurd gedateerd 2 juli 2012. Vervolgens heeft Savcor

slechts een bedrag van € 50.000 betaald. Op 9 juli 2012 heeft Ahlstrom

wederom een ingebrekestelling gestuurd. Daarop is geen betaling (meer) ontvangen. Bij

brief van 27 juli 2012 heeft Ahlstrom aan Savcor medegedeeld dat zij in

verzuim is en dat Ahlstrom op grond van artikel 9.3. van de Vendor Note het

volledige restant van de lening opeist, vermeerderd met rente en boeterente (zijnde in totaal

10%).

4 Het geschil en de beslissing van de rechtbank

4.1

Ahlstrom heeft aangevoerd dat Savcor niet heeft voldaan aan haar uit de SPA en de Vendor Note voortvloeiende verplichtingen en heeft gevorderd Savcor te veroordelen tot terugbetaling van de aan haar verstrekte lening - een bedrag van € 2.726.000,00, te vermeerderden met de contractuele rente van 10% per jaar met ingang van 5 juli 2012 tot de dag van volledige voldoening - alsmede tot betaling van de incassokosten ter hoogte van
€ 6.775, zulks met veroordeling van Savcor in de kosten van het geding.

4.2

Savcor heeft zich verweerd met de stelling dat de SPA onder invloed van bedreiging dan wel misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen en heeft een beroep op vernietiging van de SPA gedaan.

4.3

De rechtbank heeft dat beroep verworpen en de vorderingen van Ahlstrom toegewezen.

5 Bespreking van de grieven

5.1

De grieven I tot en met IV zijn gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat Savcor haar stelling dat sprake is van bedreiging in de zin van art. 3:44 lid 2 BW onvoldoende heeft onderbouwd en dat de rechtbank daarom voorbij is gegaan aan het bewijsaanbod van Savcor en haar beroep op vernietiging van de SPA wegens bedreiging heeft verworpen.

Grief V is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat de feiten evenmin misbruik van omstandigheden opleveren in de zin van art. 3:44 lid 4 BW.
Deze grieven lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.

Bedreiging - art. 3:44 lid 2 BW

5.2

Savcor heeft gesteld dat de SPA als gevolg van dwang, uitgeoefend door [CEO van Ahlstrom Capital Oy], tot stand is gekomen. Deze dwang bestond er uit dat [CEO van Ahlstrom Capital Oy] tijdens de bespreking in Bangkok op 3 oktober 2011 tegen [CEO van Savcor Group] heeft gezegd:
a. dat de lening gewoon zou worden gehandhaafd;
en dat in het geval Cencorp de lening niet tijdig zou aflossen en Savcor de aandelen niet zou terugkopen van Ahlstrom:
b. Ahlstrom haar aandelen in Cencorp 'tegen welke prijs ook' zou verkopen en
c. Ahlstrom dan wel [CEO van Ahlstrom Capital Oy] persoonlijk ervoor zou zorgen dat Savcor en/of Cencorp nimmer enige financiering bij enige investeringsmaatschappij zou kunnen krijgen.
Voorts heeft [CEO van Ahlstrom Capital Oy] in april 2012, voorafgaand aan de Annual General Meeting van Cencorp duidelijk gemaakt dat het pandrecht op de 25 miljoen aandelen zou worden uitgeoefend en
d. dat dit bekend zou worden gemaakt op deze Annual General Meeting, terwijl voorts bekend zou worden gemaakt dat de liquiditeitspositie van Cencorp bijzonder slecht was en dat zij niet in staat was om aan haar financiële verplichtingen te voldoen.

5.3

Savcor heeft aangevoerd dat de verkoop van aandelen, het handhaven van de lening en het doen van mededelingen op een aandeelhoudersvergadering in beginsel het goed recht van Ahlstrom zijn. Zij is echter van mening dat gelet op het door Ahlstrom beoogde doel - het van de aandelen Cencorp afkomen - het dreigen met verkoop van de aandelen tegen elke prijs en het houden van Cencorp aan de leningsovereenkomst terwijl zij wist dat Cencorp daar niet aan kon voldoen, ongeoorloofde middelen waren. Dat levert misbruik van recht in de zin van art. 3:13 BW op en is onrechtmatig in de zin van art. 6:162 lid 2 BW en
art. 3:44 lid 2 BW, aldus Savcor.

5.4

Ahlstrom heeft betwist dat [CEO van Ahlstrom Capital Oy] de hiervoor sub b. tot en met d. genoemde mededelingen heeft gedaan. Zij benadrukt dat Cencorp als beursgenoteerde onderneming zelf gehouden was de aandeelhouders te informeren over de betalingsproblemen.
De lening van 1 miljoen euro en het pandrecht zijn tijdens de bespreking van 3 oktober 2011 ter sprake gekomen omdat dit uitstaande verplichtingen waren. Dat [CEO van Ahlstrom Capital Oy] deze rechten niet zomaar wilde prijsgeven spreekt voor zich, maar valt niet aan te merken als een bedreiging, aldus Ahlstrom.

5.5

Het hof overweegt dienaangaande het volgende.
Art. 3:44 lid 2 BW luidt als volgt:

"Bedreiging is aanwezig, wanneer iemand een ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling beweegt door onrechtmatig deze of een derde met enig nadeel in persoon of goed te bedreigen. De bedreiging moet zodanig zijn, dat een redelijk oordelend mens daardoor kan worden beïnvloed."

5.6

Bedreiging in de zin van art. 3:44 lid 2 BW kan niet alleen aanwezig zijn wanneer het toebrengen van het nadeel waarmee bedreigd wordt, op zichzelf - dat wil zeggen: wanneer het niet als dreigmiddel zou worden gebruikt - onrechtmatig is, maar ook wanneer dit toebrengen van nadeel op zichzelf niet onrechtmatig is, doch het bedreigen ermee niettemin wegens het beoogde doel dan wel wegens de wijze waarop of de omstandigheden waaronder het plaatsvindt, onrechtmatig is in de zin van art. 6:162 lid 2 BW (vergelijk
HR 8 januari1999 ECLI:NL:HR:1999:ZC2810). Dat is aan de orde wanneer men een op zichzelf geoorloofd middel aanwendt teneinde voordelen te verkrijgen waarop men geen aanspraak heeft of indien van een op zichzelf rechtmatig middel misbruik wordt gemaakt.

5.7

De in rechtsoverweging 5.2 onder a., b. en d. genoemde uitlatingen zijn naar hun inhoud niet als onrechtmatig aan te merken, zoals Savcor ook zelf heeft erkend (MvG randnummer 51). De mededeling onder c. - waarvan Ahlstrom betwist dat deze door [CEO van Ahlstrom Capital Oy] is gedaan - zou wel als onrechtmatig kunnen worden aangemerkt. De vraag is echter of dit dreigement, zo komt vast te staan dat het op 3 oktober 2011 door [CEO van Ahlstrom Capital Oy] is geuit, zodanig is dat [CEO van Savcor Group] als redelijk oordelend mens daardoor kon worden beïnvloed.
Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de vermeende uitlating is gedaan in het kader van een zakelijke bespreking tussen twee CEO's over de beëindiging van de samenwerking in Cencorp. Niet alleen [CEO van Ahlstrom Capital Oy], maar ook [CEO van Savcor Group] staat aan het hoofd van een mondiaal opererende onderneming. Savcor heeft 1500 medewerkers in dienst. Iemand van de statuur van [CEO van Savcor Group] dient niet te snel van zijn stuk te raken door mededelingen die in het kader van (kennelijk stevige) zakelijke onderhandelingen worden gedaan.
Ten aanzien van het antwoord op de vraag in hoeverre er een reële dreiging uitging van de vermeende uitlating dat Ahlstrom dan wel [CEO van Ahlstrom Capital Oy] persoonlijk ervoor zou zorgen dat Savcor en/of Cencorp nimmer enige financiering bij enige investeringsmaatschappij zou kunnen krijgen, heeft Savcor niet meer gesteld dan dat zijn familiebedrijf liquiditeitsproblemen had en dat Ahlstrom Capital Oy een van de grootste spelers op de Finse investeringsmarkt is en dat het "voor haar niet lastig zou moeten zijn een en ander te bewerkstellingen".
Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is niet aannemelijk dat [CEO van Savcor Group] deze mededeling - zo die is gedaan - als een reëel dreigement heeft opgevat in die zin dat hij meende dat [CEO van Ahlstrom Capital Oy] daaraan uitvoering zou geven en dat de invloed van [CEO van Ahlstrom Capital Oy] zo ver reikte dat iedere investeerder in Finland louter op zijn gezag - en derhalve zonder zelfstandig een eigen afweging te maken - zou besluiten af te zien van het doen van een eventuele investering in Cencorp en/of Savcor.
In de maanden na de bespreking van 3 oktober 2011 is er tussen partijen overleg gevoerd over de wijze waarop de samenwerking in Cencorp zou worden beëindigd. Daarbij heeft Ahlstrom blijk gegeven van coulance door de looptijd van de lening tweemaal te verlengen, terwijl Savcor niet heeft gesteld - en uit de gedingstukken ook niet blijkt - dat Savcor in die periode enige opmerking over de gestelde mededeling heeft gemaakt. In het licht van die omstandigheden heeft Savcor onvoldoende onderbouwd dat van de mededeling - zo deze tijdens de bespreking op 3 oktober 2011 is gedaan en [CEO van Savcor Group] daardoor toen onaangenaam werd getroffen - een zodanige dreiging uitging dat [CEO van Savcor Group] daardoor maanden later, namelijk op 13 april 2012, werd bewogen om per e-mail het voorstel te doen dat tot de totstandkoming van de SPA heeft geleid. Om die reden ziet het hof geen aanleiding voor een bewijsopdracht op dit punt.

5.8

Zoals hiervoor in r.o. 5.6 is overwogen, kan het ongeoorloofde karakter van een bedreiging niet alleen worden ontleend aan de inhoud, maar ook aan het doel van het dwangmiddel. Een bedreiging is ongeoorloofd naar zijn doel, als men een op zichzelf geoorloofd middel aanwendt teneinde voordelen te verkrijgen waarop men geen aanspraak heeft, of indien van een op zichzelf rechtmatig middel misbruik wordt gemaakt.

5.9

Savcor heeft betoogd dat gelet op het door Ahlstrom beoogde doel - het van de aandelen Cencorp afkomen - het dreigen met verkoop van de aandelen tegen elke prijs en het houden van Cencorp aan de leningsovereenkomst terwijl zij wist dat Cencorp daar niet aan kon voldoen, ongeoorloofde middelen waren.

5.10

Naar het oordeel van het hof zou daarvan pas sprake zijn als Ahlstrom zich bij het aangaan van de SPA voordelen heeft bedongen waarop zij geen aanspraak had. Dat Ahlstrom zich voordelen heeft bedongen waarop zij in redelijkheid geen aanspraak kon maken - Ahlstrom had als leningverstrekker en pandhouder immers al vergaande aanspraken - is door Savcor niet gesteld en is ook overigens niet gebleken. In tegendeel. Ahlstrom heeft ingestemd met het voorstel dat [CEO van Savcor Group] bij e-mail van 13 april 2012 heeft gedaan.
Aan de stelling van Savcor dat de voorwaarden van dit voorstel door Ahlstrom zijn gedicteerd gaat het hof voorbij, nu Savcor die stelling niet heeft onderbouwd.

Misbruik van recht art. 3:13 BW / misbruik van omstandigheden art. 3:44 lid 4 BW

5.11

Savcor heeft daarnaast een beroep gedaan op art. 3:13 BW en op art. 3:44 lid 4 BW. Art. 3:13 BW luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
"1. Degene aan wie een bevoegdheid toekomt, kan haar niet inroepen, voor zover hij haar misbruikt.
2. Een bevoegdheid kan onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen.[…]"

5.12

Artikel 3:44 lid 4 BW luidt:

"Misbruik van omstandigheden is aanwezig, wanneer iemand die weet of moet begrijpen dat een ander door bijzondere omstandigheden, zoals noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid, bewogen wordt tot het verrichten van een rechtshandeling, het tot stand komen van die rechtshandeling bevordert, ofschoon hetgeen hij weet of moet begrijpen hem daarvan zou behoren te weerhouden."

5.13

Savcor heeft aangevoerd dat Ahlstrom misbruik heeft gemaakt van de economische noodsituatie waarin Cencorp en Savcor verkeerden. Savcor heeft aan haar beroep op
art. 3:13 BW en art. 3:44 lid 4 BW dezelfde feiten ten grondslag gelegd als aan haar beroep op art. 3:44 lid 2 BW.

5.14

De economische dwangpositie waarin de ene partij zich bevindt en de nadeligheid van de overeenkomst, rechtvaardigt in zijn algemeenheid nog niet het oordeel dat misbruik van omstandigheden is gemaakt. Daarvoor is meer nodig. Voor een ander oordeel zou plaats kunnen zijn, als bijv. de wederpartij voor zichzelf of voor een derde een klaarblijkelijk onevenredig voordeel heeft bedongen (HR 2 november 1979 ECLI:NL:HR:1979:AB7450).

5.15

Savcor heeft erkend dat het verkeren in een economische dwangpositie alleen niet voldoende is om te kunnen spreken van misbruik van economische omstandigheden. Zij is evenwel van mening dat de volgende bijzondere omstandigheden de conclusie rechtvaardigen dat van misbruik sprake is:

- aard van de relatie: er bestond sinds anderhalf jaar een investeringsrelatie;

- kennis over de financiële positie van Savcor en Cencorp;

- kennis van druk op CEO Savcor die al een jaar met liquiditeitsproblemen kampte;

- hoogte koopsom: de koopsom die voldaan moest worden was hoger dan de liquiditeit van Savcor en Cencorp gedurende de investeringsrelatie was geweest;

- afhankelijkheid: Savcor en Cencorp waren afhankelijk van Ahlstrom nu zij haar (indirecte) schuldenaren waren.

5.16

De door Savcor genoemde omstandigheden vormen naar het oordeel van het hof een illustratie van de economische noodsituatie waarin Cencorp en Savcor verkeerden maar betreffen geen bijkomende omstandigheden.
Savcor heeft aangevoerd dat zij de SPA niet zou zijn aangegaan als zij niet in bovengenoemde omstandigheden had verkeerd omdat de SPA nadelig voor haar is, maar zij heeft niet gesteld dat Ahlstrom zich bij het aangaan van de SPA een onevenredig,
niet-gerechtvaardigd voordeel heeft bedongen, dat wil zeggen een voordeel waarop zij, in het licht van de rechten die zij als lening verstrekker en pandhouder had, in redelijkheid geen aanspraak kon maken.

5.17

Het hof is van oordeel dat Savcor aldus onvoldoende heeft onderbouwd dat Ahlstrom de haar toekomende bevoegdheden en rechten - het handhaven van de lening en de aankondiging zo nodig over te gaan tot verkoop van de aandelen en uitoefening van haar pandrecht - heeft misbruikt in de zin van art. 3:13 BW en/of art. 3:44 lid 4 BW.

5.18

Nu de door Savcor gestelde feiten niet kunnen bijdragen aan het bewijs van haar stellingen dat sprake is van bedreiging dan wel van misbruik van omstandigheden c.q. misbruik van recht, is voor bewijslevering geen plaats.

5.19

De grieven I tot en met V falen.

5.20

Grief VI is gericht tegen de toewijzing van de buitengerechtelijke kosten. Savcor erkent dat de door Ahlstrom gevorderde kosten op grond van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar zouden zijn, maar wijst erop dat op grond van artikel 4.2 van de Vendor Note uitsluitend de buitengerechtelijke kosten voor vergoeding in aanmerking komen die daadwerkelijk zijn gemaakt. Savcor ontkent dat Ahlstrom kosten ter hoogte van € 6.775,- heeft gemaakt.

5.21

Ahlstrom wijst erop dat Savcor op grond van artikel 4.2 van de Vendor Note gehouden is alle kosten van juridische bijstand te vergoeden, hetgeen neerkomt op een veelvoud van genoemd bedrag, zodat de omstandigheid dat Ahlstrom haar vordering beperkt tot het tarief conform de Wet Normering Buitengerechtelijke incassokosten een voordeel voor Savcor oplevert.

5.22

Anders dan Savcor heeft betoogd, komen de door Ahlstrom gevorderde buitengerechtelijke kosten op grond van het sedert 1 juli 2012 van toepassing zijnde

Besluit van 27 maart 2012, houdende regels ter normering van de vergoeding voor kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten) voor toewijzing in aanmerking, nu Savcor - zoals de rechtbank onbestreden heeft vastgesteld - na de datum van inwerkingtreding van dat besluit in verzuim is geraakt doordat zij ondanks herhaald verzoek en in verzuimstelling weigerde tot betaling over te gaan.

5.23

Grief VI faalt.

Slotsom

5.24

Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. Savcor zal, als de in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep.
Deze worden wat het geliquideerd salaris voor de advocaat betreft tot aan deze uitspraak aan de zijde van Ahlstrom begroot op € 13.740,- (3 pt, tarief € 4.580,- ).

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van
17 juli 2013;

veroordeelt Savcor in de kosten van de procedure in hoger beroep en begroot deze tot aan deze uitspraak voor zover gevallen aan de zijde van Ahlstrom op € 13.740,- aan salaris en op € 4.961,- aan verschotten;

verklaart dit arrest ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mr. M.M.A. Wind, mr. A.M. Koene en mr. M.A.L.M. Willems,

en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 9 september 2014.