Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:6940

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
09-09-2014
Datum publicatie
11-09-2014
Zaaknummer
21-000336-14
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOVE:2014:238, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof komt tot een andere bewijsbeslissing dan de rechtbank, onder meer omdat uit de bewezenverklaring van de rechtbank ten aanzien van de mensenhandel niet volgt welke feiten van de cumulatief tenlastegelegde feiten bewezen zijn verklaard. Verdachte heeft zich in georganiseerd verband schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel met betrekking tot vier Roemeense vrouwen, onder wie een minderjarig slachtoffer en een slachtoffer met een verstandelijke beperking. Verdachte en een medeverdachte hebben ook een pornografische afbeelding van het minderjarige slachtoffer vervaardigd en in hun bezit gehad.

Het beroep op psychische overmacht wordt verworpen. Het hof ziet ook geen reden voor een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel. Mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte heeft het hof aan haar een lichtere straf opgelegd dan de onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar die is opgelegd door de rechtbank en ook is gevorderd door de advocaat-generaal. Verdachte wordt in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar en zes maanden. Een hogere straf vindt het hof niet geboden, nu niet is gebleken dat door verdachte of medeverdachten tegen de slachtoffers geweld is gebruikt, niet is gebleken dat zij zijn bedreigd, niet is gebleken dat de slachtoffers vele dagen en/of uren achter elkaar werkten, het gaat om relatieve korte uitbuitingsperiodes en verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000336-14

Uitspraak d.d.: 9 september 2014

TEGENSPRAAK

Promis

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van

20 januari 2014 met parketnummer 08-710388-12 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedatum],

thans verblijvende in [PI verblijfplaats].

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 15 juli 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman, mr Y. Moszkowicz, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het komt tot een andere bewijsbeslissing – onder meer omdat uit de bewezenverklaring van de rechtbank niet volgt welke feiten van de onder 1 cumulatief tenlastegelegde feiten bewezen zijn verklaard -, een andere strafoplegging en een andere beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep- tenlastegelegd dat:

1.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2011 tot en met 30 juni 2012 in de gemeente(n) Twenterand en/of Hof van Twente en/althans (elders) in Nederland en/of in Roemenië,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, een of meer (Roemeense) vrouw(en), te weten:

- [slachtoffer 2], en/of

- [slachtoffer 3], en/of

- [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum], en/of

- [slachtoffer 4]

* (sub 1)

(telkens) door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkheden en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting van die voornoemde vrouw(en), en/of

* (sub. 3)

(telkens) (in Roemenië) heeft aangeworven, medegenomen en/of ontvoerd, met het oogmerk die voornoemde vrouw(en) in een ander land (Nederland en/of Duitsland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling, en/of

* (sub. 5)

(telkens) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handelingen, met of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die vrouw, [slachtoffer 1], enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen, terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, en/of

* (sub. 8)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit één of meer seksuele handeling(en) van een vrouw, [slachtoffer 1]. met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 1], de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, en/of

* (sub. 9)

(telkens) door een of meer andere feitelijkheden en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie die voornoemde vrouw(en) heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of haar mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handeling(en) van die vrouw(en) met of voor een derde,

hierin bestaande dat verdachte tezamen met haar mededader(s) en/althans alleen (telkens):

- gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijke en/of lichamelijke overwicht dat verdachte en/of haar mededader(s) over die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 4] had(den), en/of

- - ten aanzien van die vrouw(en) die de Nederlandse taal niet (goed) machtig was/waren en/of onbekend was/waren in Nederland en/of onbekend was/waren met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende(n) en/of/aldus zich in een kwetsbare (financiële) positie bevond(en) voornoemde vrouw(en) heeft benaderd en/of heeft laten benaderen voor prostitutie-werkzaamheden, en/of (vervolgens)

- die vrouw(en) vanuit Roemenië naar Nederland en/of Duitsland heeft meegenomen/vervoerd en/of gebracht en/of het vervoer van die vrouw(en)vanuit Roemenië naar Nederland heeft geregeld/georganiseerd/betaald, en/of

- de/het paspoort(en)/identiteitsbewijs/zen van die vrouw(en) af heeft genomen en/of in bewaring heeft genomen en/of laten nemen, en/of

- - ten aanzien van die minderjarige [slachtoffer 1] haar ouder(s) heeft misleid door tegenover die ouders aan te geven dat hun minderjarige dochter vanuit Roemenië naar Hongarije zou gaan om daar te werken, en/of

- - ten aanzien van die minderjarige [slachtoffer 1] ten behoeve van haar uitreis uit Roemenië een notariële akte heeft geregeld en/of laten regelen, en/of

- - haar, verdachtes en/of verdachtes mededaders woning/caravan en/of een door verdachte en/of haar mededader(s) gehuurde (vakantie)woning/ruimte voor het verrichten van prostitutie-werkzaamheden door die vrouw(en) ter beschikking heeft gesteld, en/of

- die woning/ruimte(n) waar die vrouw(en) verbleef/verbleven heeft afgesloten, en/of

- erotisch getinte foto(’s) van die vrouw(en) heeft gemaakt en/of heeft laten maken en/of (vervolgens) die foto(’s) en/of contactadvertentie(s) van die vrouw(en) op internet heeft gezet en/of laten zetten, en/of

- die vrouw(en) (mede via verdachtes en/of verdachtes mededaders escortservice) in contact heeft gebracht en/of laten brengen met klant(en)/derde(n) en/of naar die klant(en)/derde(n) heeft vervoerd of laten vervoeren, en/of

- controle heeft uitgeoefend en/of laten uitoefenen op de prostitutie werkzaamheden van die vrouw(en), en/of

- de verdiensten van die vrouw(en) voor die prostitutie-werkzaamheden (gedeeltelijk) heeft afgenomen en/of laten afgeven en/of bewaard en/of een schuldrelatie met die vrouw(en) heeft laten ontstaan, en/of

- een of meer van die vrouw(en) heeft gestompt en/of geslagen en/of gedreigd te slaan/stompen en/of - die vrouw(en) met de dood heeft bedreigd/heeft gedreigd dood te schieten, en/of

- die [slachtoffer 2] de haren (gedeeltelijk) heeft afgeknipt, en/of

- ( betaalde) seks met een of meer van die vrouw(en) heeft gehad;

2.

zij op of omstreeks 26 juni 2012, althans in de maand juni 2012 in de gemeente(n) Hof van Twente en/of Twenterand, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager (te weten een Samsung tablet, beslagcode B 2.4.2.), bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten 8, althans een of meer, foto(s)

(telkens) heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad,

bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken

welke voornoemde seksuele gedraging(en) bestond(en) uit:

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een vrouw die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij die vrouw haar borsten met haar handen ondersteunt, en/of

- - het laten poseren van (diezelfde) vrouw die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij die vrouw gekleed is in een bikini en/of een negligé en/of een jurk en/of waarbij die vrouw poseert in een erotisch getinte/uitdagende houding en/of (waarbij) die afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs en (deel)vrijspraken

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair gepleit voor integrale vrijspraak van verdachte. Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde is aangevoerd dat de verklaringen van aangeefsters en getuigen die in Roemenië zijn gehoord dienen te worden uitgesloten van het bewijs op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafrecht. Bij deze verhoren zijn tolken ingezet die niet voldoen aan de eisen die worden gesteld in de Wet beëdigde Tolken en Vertalers. Hierdoor kan de juistheid van de inhoud van de vertalingen, alsmede betrouwbaarheid daarvan, niet worden gegarandeerd. Voorts is de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefsters betwist.

Er is naar het oordeel van de raadsman onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het onder 2 tenlastegelegde. Op grond van het proces-verbaal van de verbalisant [verbalisant 1] en het proces-verbaal van twee zedenrechercheurs kan volgens de raadsman niet worden vastgesteld dat de afbeeldingen betrekking hebben op een persoon die "kennelijk" de leeftijd van 18 jaren nog niet bereikt heeft. Volgens hem staat evenmin vast dat de foto's die de verbalisanten ter beschikking hebben gekregen, dezelfde foto's zijn als de foto's die door het openbaar ministerie ter terechtzitting als stukken van overtuiging zijn overgelegd.

Het oordeel van het hof

Het hof komt tot zijn oordeel op grond van de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en andere wettige bewijsmiddelen die - tenzij anders is vermeld - zijn opgenomen in het dossier van het opsporingsonderzoek "Bahama" dat onder meer bestaat uit de volgende delen:

  1. persoonsdossier verdachte [medeverdachte 1], p. 1000-1097;

  2. persoonsdossier verdachte [medeverdachte 2], p. 2000-3004;

  3. persoonsdossier verdachte [verdachte], p. 3005- 3112;

  4. zaakdossier [slachtoffer 2], p. 6001-6538;

  5. zaakdossier [slachtoffer 1], p. 7000-7575;

  6. zaakdossier [slachtoffer 4], p. 9000-9473;

  7. zaakdossier [slachtoffer 3], p. 10000-10595;

  8. zaakdossier drugs & wapens, p. 10600-10852;

beslagdossier, 11000-11694.

Hieronder wordt telkens verwezen naar de doorlopende paginanummering aan de rechterbovenzijde van de stukken in de deeldossiers voor de vindplaats van de bewijsmiddelen.

Uit het dossier blijkt het volgende:

Feit 1: mensenhandel

Op 28 juni 2012 nam [slachtoffer 2] contact op met de politie. Zij vertelde dat [verdachte] op zondag 24 juni 2012 een meisje van 16 jaar vanuit Roemenië naar Nederland heeft gebracht. Het zou gaan om een meisje uit een arm gezin. Naar aanleiding van het telefoontje werd door de politie actie ondernomen. Het meisje werd op 30 juni 2012 aangetroffen in een stacaravan in [plaats]. In dezelfde caravan werden [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [verdachte] aangetroffen.1

Aangifte en verklaringen [slachtoffer 1]

Op 3 juli 2012 deed [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Roemenië2) aangifte.

Zij heeft verklaard dat zij op haar dertiende een relatie kreeg met [betrokkene 1], die toen 27 was. Voorheen had hij een relatie met [verdachte]. Hij en [verdachte] hebben twee kinderen.3

Over de feiten verklaart zij als volgt.

Ongeveer drie à vier maanden geleden hebben [slachtoffer 1] en [betrokkene 1] geld geleend van [verdachte]. Zij wilde dit geld terug hebben. [betrokkene 1] zei tegen [slachtoffer 1] dat ze geen geld hadden om de schuld terug te betalen en geen geld om de huur te betalen. [betrokkene 1] zei dat ze naar Nederland moest om te werken. Ze moest met mannen mee om te pijpen en te neuken. [verdachte] had tegen [betrokkene 1] gezegd dat hij dat tegen aangeefster moest zeggen. [betrokkene 1] vroeg haar om dat werk twee maanden te doen. Omdat aangeefster zoveel van [betrokkene 1] houdt, heeft ze met het voorstel ingestemd. [verdachte] zei tegen aangeefster dat ze onderweg aan aangeefster zou vertellen wat het werk inhield. [verdachte] had bedacht dat aangeefster tegen haar ouders zou zeggen dat ze naar Hongarije zou gaan om fruit te plukken.4

Een week geleden is aangeefster met [betrokkene 1] naar het station in [plaats] (Roemenië) gegaan. Daar ontmoetten ze [verdachte]. Daar kwam ook de chauffeur. Zij stapte samen met [verdachte] in de auto.5

In Nederland zijn ze ergens gestopt en toen werden ze opgehaald door [medeverdachte 1] (het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1]). Zij zag dat [medeverdachte 1] en [verdachte] elkaar op de mond zoenden. Zij en [verdachte] stapten bij [medeverdachte 1] in de auto en ze hebben nog anderhalf uur gereden. Ze kwamen toen bij de caravan, waar ze later door de politie is aangetroffen. In de caravan was een man met de naam [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2]).

De volgende ochtend zei [verdachte] dat er foto’s van aangeefster gemaakt moesten worden, zodat klanten haar op internet konden zien. Zij kreeg kleding van [verdachte] voor de foto’s. Ze kreeg een bikinitopje en een bijpassend broekje. [verdachte] heeft ook foto van haar blote borsten gemaakt.

[verdachte] zei dat het de bedoeling was dat ze met klanten mee zou gaan om te pijpen en te neuken. Ze zei dat aangeefster het werk niet zonder condoom moest doen. Aangeefster vond het helemaal niet fijn dat ze het werk moest doen.

[medeverdachte 1] zei dat als de politie om haar identiteitskaart vroeg ze moest antwoorden dat ze die kwijt was. [verdachte] hield de identiteitskaart van aangeefster altijd bij zich.

[medeverdachte 1] heeft haar identiteitskaart gezien en wist dus dat ze minderjarig was. [medeverdachte 1] schreef op een kartonnetje de geboortedatum: [geboortedatum].

De dag nadat de foto’s op internet werden geplaatst, werd er door klanten gebeld. [medeverdachte 1] nam de telefoon op.6

Op vrijdag belde er een klant. [medeverdachte 1] pakte de telefoon aan. [medeverdachte 1] zei het tegen [verdachte] en [verdachte] zei het tegen aangeefster. [verdachte] zei tegen aangeefster dat zij zich moest omkleden. [verdachte] zei dat de klant met aangeefster naar bed wilde. Aangeefster is samen met [medeverdachte 1] en [verdachte] in de auto vertrokken. Ze hebben gewacht op een plek waar veel geparkeerde auto’s stonden. De klant kwam aangereden in een auto. Aangeefster is met [verdachte] naar de auto toe gelopen. [verdachte] stapte voorin en aangeefster achterin. De klant gaf het geld aan [verdachte]. [verdachte] stapte vervolgens weer uit en ging bij [medeverdachte 1] in de auto zitten. De klant reed met aangeefster weg en stopte een eindje verderop. De man wilde dat aangeefster hem ging pijpen. Dat heeft ze gedaan. Daarna werd ze door hem geneukt. Aangeefster vond het verschrikkelijk.7

Telefoongesprek tussen [verdachte], [slachtoffer 1] en [betrokkene 1]

Op 30 juni 2012 12.31 uur werd een telefoongesprek afgeluisterd tussen [verdachte] (V) met [betrokkene 1] (R) en tussen [slachtoffer 1] (G) en [betrokkene 1].

R: was er vandaag iets?

G: Niks. Sinds gisteren was er maar 1.

R: Als je het geld niet verdient, wil die ander je dan niet naar huis laten gaan?

(…)

R: Nog 6 dagen. Daarna moet je zeggen dat je naar huis wil komen. (…) De ander kan nog hoog en laag springen dat hij/zij je niet naar huis laat gaan zolang je het geld niet hebt verdiend, als het helemaal niet loopt, heeft het geen zin om jou daar te houden.

(…)

G: Maar er was sprake van de 10e toch?

(…)

G: Ik zal vanaf vandaag niet werken, prima. Ik geef [verdachte], ze wil met je praten.

V: Wat is het probleem nu, moet ze niet gaan werken? Luister eens, we hadden het over de 10e toch?

R: We hadden het over de 10e. (…) Wacht even. En als ze tot de 10e het bedrag niet zou verdienen, blijft ze dan langer?

(…)

V: Luister we hadden het over de 10e, het wordt de 10e en klaar.

(…)

V: Ik geef [slachtoffer 1]. Je moet dus niet tegen haar zeggen dat ze niet moet werken en dat soort praatjes.

(…)

V: Ik heb je vrouw niet met dwang meegenomen. En verder, als je problemen wil voor me, dan zorg ik ook voor problemen voor jou.

R: Maar je houdt haar daar met dwang, want ze wil naar huis komen!8

Op 30 juni 2012 14.51 uur werd een telefoongesprek gevoerd tussen [verdachte] (V) en [betrokkene 1] (R).

(…)

V: Je moet tegen haar zeggen dat ze tot de 10e wel moet gaan werken.

R: Wanneer zetten jullie haar op de bus? Ik zei dat ik op 10e met haar naar [naam] zou gaan, [verdachte].

(…)

V: Ze werkt tot de 10e en de dag erop zet ik haar op de bus voor jou.

(…)

V: Zeg haar dat ze tot de 10e moet blijven werken.

R: Maar [verdachte] op de 10e had ze al lang thuis moeten zijn.

(…)

V: Zeg tegen haar dat ze actiever moet zijn en dat ze moet werken.9

Notariële akte

Voordat [slachtoffer 1] naar Nederland werd gebracht is er bij notaris [notaris] een notariële akte opgesteld, waarin staat vermeld dat haar ouders ermee instemmen dat hun dochter samen met [betrokkene 1] voor een periode van 2 maanden naar Hongarije gaat, en dan zal terugkeren naar Roemenië.10

Blijkens de verklaring van [notaris] is sinds 2011 een notaris verplicht een akte op te maken als een minderjarig kind zonder beide ouders het land verlaat. Alleen de ouders hoeven bij de bespreking en de ondertekening van de akte aanwezig te zijn.11

Aangifte en verklaringen [slachtoffer 2]

Op maandag 28 mei 2012 werd de politie gebeld door ene [slachtoffer 2].

Naar aanleiding van een aantal door haar genoemde termen werd onderzoek gedaan in de politiesystemen. Deze [slachtoffer 2] bleek [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en afkomstig uit Roemenië te zijn.

Voorts bleek uit de geraadpleegde systemen dat er op 14 juli 2011 bij de politie anoniem melding was gedaan door een persoon omtrent een Roemeense prostituee. Deze klant was via internetsite [internetsite] in contact gekomen met een Roemeens meisje. Toen hij belde met het in de advertentie genoemde nummer werd hij te woord gestaan door een man met een Twents accent. Hij kreeg als adres op [adres] [plaats]. Naar aanleiding van deze melding is een controle uitgevoerd op 14 juli 2011 op voornoemd adres. Bij deze controle werd [slachtoffer 2] aangetroffen. Zij was in gezelschap van [medeverdachte 2]. Op 12 april 2012 werd [slachtoffer 2] bij een controle aangetroffen in een recreatiebungalow in [plaats]. Zij was werkzaam als prostituee.

Op 29 mei 2012 vond wederom een telefoongesprek plaats tussen [slachtoffer 2] en de politie. [slachtoffer 2] verklaarde dat ze in Nederland voor [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in de prostitutie heeft gewerkt. Zij was door [verdachte] naar Nederland gehaald. Deze [verdachte] werkt voor beide mannen en werft vrouwen voor hen in Roemenië. Elke keer nadat de politie een controle had gedaan staakten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hun activiteiten op die plek en begonnen dan ergens anders weer met hun prostitutiepraktijken. Op 12 juni 2012 vond er een intakegesprek plaats. Tijdens dit intake gesprek vertelde ze dat de klant € 100 per uur betaalde en € 70 per half uur. Volgens afspraak zou ze hier € 30 respectievelijk € 15 aan overhouden. Zij weet dat een vrouw [slachtoffer 3] lang heeft gewerkt voor [medeverdachte 1].12

Op 8 en 9 oktober 2012 is [slachtoffer 2] in het kader van een rechtshulpverzoek gehoord.

Zij verklaarde dat haar thuissituatie in Roemenië slecht is, dat ze ongeveer per dag € 10 te besteden heeft en dat ze drie kinderen heeft.

Over de feiten verklaarde ze dat ze door [verdachte] werd gebeld in de zomer van 2011. [verdachte] was in Nederland en vertelde dat ze werk had voor [slachtoffer 2]. Een paar dagen later kreeg ze bezoek van twee mannen in Roemenië. Eén daarvan was [medeverdachte 1]. Deze mannen waren gestuurd door [verdachte]. Zij is met die mannen in een auto meegereden naar Nederland.13 [slachtoffer 2] wist dat ze in Nederland net als [verdachte] in de prostitutie zou gaan werken. [verdachte] had de reis georganiseerd en [slachtoffer 2] zou daar later, als ze geld had verdiend, € 200 voor betalen. Zij kwam terecht in [plaats] bij [medeverdachte 2]. Op 18 augustus 2011 is ze teruggegaan naar Roemenië. De tweede keer toen ze naar Nederland ging, kwam ze terecht in [plaats]. Dat was in januari 2012. Het geld dat ze verdiende, legde ze net als [verdachte] op tafel bij [medeverdachte 2]. Ze heeft een paar keer gezien dat [medeverdachte 2] het geld aan [medeverdachte 1] gaf.

[slachtoffer 2] is getrouwd met [betrokkene 2], de broer van [betrokkene 1]. [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben een relatie. Beiden zijn ze gek op geld. [medeverdachte 1] vroeg [verdachte] om meer meisjes uit Roemenië te brengen.14

Net als [verdachte] deed [slachtoffer 2] ook escort. Ze werden gebracht door “[getuige]” (het hof begrijpt: [getuige])15 of [medeverdachte 1]. Na een escort gaf [slachtoffer 2] het geld meteen aan [medeverdachte 1]. [medeverdachte 2] regelde onderdak en plaats om te werken. [medeverdachte 1] was de baas. Hij bepaalde of het geld werd verdeeld of niet. Hij kocht levensmiddelen. [medeverdachte 1] stelde de prijzen vast. [slachtoffer 2] kreeg € 15 voor elke klant. Het tarief van [slachtoffer 2] was € 100 per uur en € 70 per half uur. Een ander meisje, [slachtoffer 3], kreeg € 110 per uur en € 80 per half uur. [slachtoffer 3] was jonger, 18 jaar. Ook zij moest haar geld afstaan. Het was de bedoeling dat er op vrijdag werd uitbetaald. De ene keer kreeg [slachtoffer 2] € 150 en de andere keer € 200. Eén keer had ze € 380 moeten krijgen, maar dat kreeg ze niet. [medeverdachte 1] zei dat ze nog schulden had. [slachtoffer 2] heeft uitgerekend dat ze nog € 2.000 van [medeverdachte 1] te goed heeft, als ze uitgaat van € 15 per klant.16

In april 2012 was er weer een politiecontrole. [verdachte] heeft haar toen naar huis gestuurd. [slachtoffer 2] heeft in die maand helemaal geen geld ontvangen. [verdachte] regelde in Roemenië meisjes om in Nederland in de prostitutie te werken.17

Toen ze in [plaats] was, waren daar ook [verdachte], [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [slachtoffer 3] en [betrokkene 3]. [betrokkene 3] is het broertje van [verdachte]. [betrokkene 3] en [slachtoffer 3] hebben een dochtertje.

Met [medeverdachte 1] heeft [slachtoffer 2] afgesproken dat ze € 15 per klant zou krijgen. De rest was voor hem. [slachtoffer 2] heeft gevraagd of ze € 20 kon krijgen, maar dat kreeg ze niet.18

[getuige] regelde klanten. Op internet stonden advertenties met foto’s. [medeverdachte 1] heeft de foto’s gemaakt, op een stickje gezet en aan [getuige] gegeven. De advertenties van [slachtoffer 2], [verdachte] en [slachtoffer 3] stonden op internet.

De roepnaam van [slachtoffer 3] is [slachtoffer 3].19

[medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn vrienden. [medeverdachte 1] zag voordeel in [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] had geen familie en kon makkelijk een huis huren voor het werk in de prostitutie.20

Melding overtreding Algemene Plaatselijke verordening21

Tijdens een controle op de [adres] in [plaats] op 18 juli 2011 werden [medeverdachte 2], [verdachte] en [slachtoffer 2] aangetroffen. [medeverdachte 2] werd mede gedeeld dat zijn woning werd gebruikt voor illegale prostitutie. [slachtoffer 2] verklaarde dat ze op 27 juni naar Nederland was gekomen. Ze zou 2 a 3 klanten per dag hebben.22

Verklaring [betrokkene 2]

In het kader van de uitvoering van een rechtshulpverzoek werd [betrokkene 2] op 9 oktober 2012 gehoord. Hij verklaarde dat hij getrouwd is met [slachtoffer 2]. [verdachte] heeft [slachtoffer 2], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] naar Nederland gebracht. [slachtoffer 4] is verstandelijk gehandicapt. In de zomer van 2011 is [slachtoffer 4] naar Nederland gegaan. Ze kwam terug met € 100 of € 150. [slachtoffer 2] is in januari of februari 2012 opnieuw naar Nederland vertrokken.23

Aangifte [slachtoffer 4]

In het kader van een rechtshulpverzoek werd op donderdag 11 oktober 2012 [slachtoffer 4] gehoord. Zij is op het verhoor voorbereid door een psycholoog. Ook werd ze bijgestaan door haar begeleidster/tante omdat zij vaak de vragen niet begrijpt.

[slachtoffer 4] verklaarde dat ze één jaar naar de basisschool is geweest. Toen ze 14 was overleden haar ouders en sindsdien woont ze bij haar tante. Ze komen net rond van hun uitkering. [verdachte] heeft haar meegenomen naar Nederland. In de auto zaten ook twee mannen. In de woning van [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: [medeverdachte 2]) moest zij van [verdachte] seksuele handelingen verrichten. Er werden foto’s van haar gemaakt. Als er een man binnen kwam, zag [slachtoffer 4] dat de man geld gaf aan [verdachte]. [slachtoffer 4] weet niet hoeveel, want ze kan geen geld herkennen. [verdachte] zei dat [slachtoffer 4] de piemel van de man in de mond of in de vagina moest doen. [slachtoffer 4] zei dat ze dat niet wilde, alleen in haar vagina. Toen [verdachte] het geld had ontvangen moest [slachtoffer 4] met de man naar de kamer. In totaal heeft ze met drie mannen seks gehad. Als er mannen kwamen dan ging [verdachte] mee naar de kamer en vertaalde ze wat de mannen wilden. [slachtoffer 4] zei tegen [verdachte] dat ze niet wilde, omdat ze menstrueerde. [verdachte] zei dat ze het toch moest doen.24

Informatie over en verklaringen van [slachtoffer 3]

Op 7 november 2011 kwam er een spoed “M” melding binnen bij de politie. Volgens die melding was er sprake van mensenhandel in [plaats] (gemeente [plaats]). In [plaats] zou prostitutie bedreven worden in een chalet op een camping aan de [adres]. In het chalet zou een zeer jong meisje werkzaam zijn onder het toeziend oog van een oudere vrouw. Het meisje sprak geen Nederlands en de vrouw die haar leek te bewaken sprak gebrekkig Nederlands.

Naar aanleiding van die melding is een controle uitgevoerd op de camping in [plaats]. In het chalet werden [slachtoffer 3], [betrokkene 3], [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] aangetroffen. [verdachte] vertelde aan de verbalisanten dat zij en haar collega op de camping seks hebben met andere mannen. Met haar collega bedoelt ze [slachtoffer 3]. Een paar weken daarvoor zou [verdachte] samen met haar collega naar Nederland zijn teruggereisd, aldus [verdachte] tegen de verbalisanten.

[slachtoffer 3] heeft een tatoeage op haar linkerarm met de tekst: ‘[betrokkene 3]’.25

Op 12 april 2012 werd door de politie een controle uitgevoerd in een bungalow op een recreatieterrein in [plaats], perceel [adres] 3. De aanleiding van deze controle was dat een vrouw zich aanbood op het internet als prostituee en het vermoeden bestond dat er geen vergunning was. Tijdens de controle werd onder meer [slachtoffer 3] aangetroffen. [slachtoffer 3] is onder begeleiding van [verdachte] naar het politiebureau gebracht om een verklaring af te leggen.26

Op 13 april 2012 werd [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats], Roemenië) gehoord door de politie. Zij heeft verklaard dat ze thuis heel arm waren en dat ze niet kan lezen en schrijven. Als kind werd ze niet naar school gebracht. (Tijdens het verhoor wordt door de tolk opgemerkt dat de woordenschat van [slachtoffer 3] zeer beperkt is). [slachtoffer 3] heeft verder verklaard dat ze met haar zus, [verdachte], naar Nederland is gekomen. Als haar een foto van [verdachte] wordt getoond, zegt [slachtoffer 3] dat dat haar zus is (het hof begrijpt: haar schoonzus; de man/partner van [slachtoffer 3] is [betrokkene 3])27, waarmee zij naar Nederland is gekomen. 28

Blijkens een proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten die het verhoor van [slachtoffer 3] d.d. 13 april 2012 hebben gedaan zat tijdens het verhoor [verdachte] op de gang te wachten als “begeleidster”. Na het verhoor werd [slachtoffer 3] weer in contact gebracht met [verdachte]. De verbalisanten namen waar dat [slachtoffer 3] in de hal van het politiebureau haar paspoort direct afgaf aan [verdachte], en dat [verdachte] het paspoort in haar eigen tas stopte.29

Verklaringen [medeverdachte 1]

Verdachte [medeverdachte 1] heeft op 2 juli 2012 bij de politie verklaard dat hij [slachtoffer 1] (het hof begrijpt: [slachtoffer 1]) nog geen week kent. Hij heeft haar en [verdachte] uit [plaats] opgehaald. Hij heeft ze naar [medeverdachte 2] gebracht.30 Hij heeft een USB-stick waarop onder meer foto’s van [slachtoffer 1] staan. Die foto’s waren bedoeld voor de reclame. [slachtoffer 1] wilde werken in de prostitutie. [medeverdachte 1] heeft ook reclame gemaakt voor [slachtoffer 2]. Afgelopen zaterdag heeft hij met zijn tablet foto’s van [slachtoffer 1] op het internet gezet.31

De caravan waarin [medeverdachte 2] verbleef was van [medeverdachte 1]. [slachtoffer 1] heeft in die caravan verbleven.

Op 5 juli 2012 heeft [medeverdachte 1] bij de politie verklaard dat hij van alle meisjes waarvan de foto’s op de USB-stick staan, reclame heeft gemaakt, namelijk voor [verdachte], [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] (het hof begrijpt: [slachtoffer 3]).32 [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] heeft hij opgehaald uit Roemenië. [medeverdachte 1] maakte teksten bij de advertenties. Hij plaatste de foto’s met de tekst er bij op internet. Ieder meisje kreeg een nieuw telefoonnummer. [medeverdachte 1] haalde het simkaartje dan op. [medeverdachte 1] bracht ze ook wel eens naar [plaats] voor een escort.33

Het klopt dat hij een klant aan de lijn heeft gehad voor [slachtoffer 1]. Op een parkeerplaats zijn [slachtoffer 1] en [verdachte] samen de auto uitgegaan en naar de andere kant van de parkeerplaats gelopen.34

USB-stick, aangetroffen bij [medeverdachte 1]

Op de USB-stick die in de fouillering van [medeverdachte 1] is aangetroffen, bevonden zich foto’s met daarop gedeeltelijk naakt poserende vrouwen. Bij een aantal van die foto’s staat de naam ‘[slachtoffer 3]’.35 Bij een foto waarop een vrouw haar borsten omhoog houdt, staat ook ‘[slachtoffer 3]’.36 Bij een foto waarop de billen van een vrouw zijn te zien, staat ‘[slachtoffer 2]’.37 Bij een foto waarop een vrouw in bikini is te zien, staat ‘[naam]’.38

Informatie over en verklaringen van [medeverdachte 2]

Naar aanleiding van het verhoor van [medeverdachte 2] op 1 en 2 juli 2012, begonnen verbalisanten te twijfelen aan het geestelijk vermogen van [medeverdachte 2]. Na onderzoek bleek dat [medeverdachte 2] een IQ had van 57. Er werd toen besloten [medeverdachte 2] alleen nog te horen door een gecertificeerde medewerker.39

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft op 19 september 2012 bij de politie verklaard dat hij aan de [adres] heeft gewoond en dat [verdachte] en [slachtoffer 2] daar in de prostitutie hebben gewerkt. Toen hij aan de [adres] woonde, werkte [verdachte] niet in de prostitutie. Wel dat kleintje met het lange haar (het hof begrijpt: [slachtoffer 3]). Zij was ook in [plaats]. Zij is toen ook mee geweest naar het politiebureau. Ook [slachtoffer 2] heeft in [plaats] gewerkt. Toen [medeverdachte 2] aan de [adres] woonde, regelde [verdachte] dingen voor de meisjes. Ze pakte de telefoon op. Zij liet klanten binnen en pakte het geld aan van de klanten. Omdat de meisjes niet goed Nederlands konden spreken, deed [verdachte] het woord.40 [slachtoffer 1] heeft vanuit de caravan in [plaats] gewerkt. [medeverdachte 2] wist dat [slachtoffer 1] naar Nederland zou komen. [verdachte] wilde iemand ophalen die in de schulden zat en geld terug moest betalen.41 Toen [slachtoffer 1] er was, wist [medeverdachte 2] dat ze nog geen 18 was. Dat had [verdachte] verteld. [medeverdachte 1] was daar ook bij.42

[slachtoffer 3] (het hof begrijpt: [slachtoffer 3]) is in [plaats] begonnen. Ze werkte ook in [plaats], daarna Duitsland en toen weer [plaats].43

Op 17 oktober 2012 heeft [medeverdachte 2] verklaard dat hij met [medeverdachte 1] en [verdachte] had afgesproken om niets te zeggen. Hij is in eerdere verklaringen niet eerlijk geweest. Hij had verklaard dat hij bij [verdachte] hoorde, omdat ze dat zo hadden afgesproken. [medeverdachte 1] had wat met [verdachte], [medeverdachte 2] niet. [verdachte] en [medeverdachte 1] regelden alles. [medeverdachte 1] zette alles op internet.

Via [verdachte] zijn [medeverdachte 1] en hij in Roemenië terecht gekomen. Voordat ze vertrokken wist [medeverdachte 2] dat ze naar Roemenië gingen om twee vrouwen voor de prostitutie op te halen. Hij kent [verdachte] via [medeverdachte 1]. Destijds woonde hij alleen aan de [adres] in [plaats]. [medeverdachte 1] en [verdachte] wilden dat [verdachte] bij [medeverdachte 2] ging wonen. [medeverdachte 2] kon de huizen huren en dan zouden [medeverdachte 1] en [verdachte] er voor zorgen dat er vrouwen kwamen om in de prostitutie te werken.44

[verdachte] kwam bij [medeverdachte 2] in huis. Eerst had ze vakantie en na een paar weken begon ze met prostitutie. Ze begon er al mee voordat [slachtoffer 2] kwam. [verdachte] maakte schoon en regelde veel voor de meisjes en ze pakte het geld aan. De klanten kwamen aan de [adres] bij [medeverdachte 2] thuis.45 [medeverdachte 1] en [getuige] brachten de prostituees naar klanten. Escort vond plaats vanaf de [adres], [plaats] en de [adres]. [getuige] nam ook de telefoon aan en zette foto’s op internet. [medeverdachte 2] hoorde van [medeverdachte 1] dat [getuige] dit deed.46

In Roemenië gingen ze vrouwen ophalen. [verdachte] en [betrokkene 1] zouden zorgen voor een vrouw. Ze sliepen in de woning van [verdachte]. Er kwam toen een vrouw. Zij was in het gezelschap van een oudere vrouw. Die oude vrouw had geldproblemen. De vrouw moest zwaar werk doen van die oude vrouw, zoals houtkloven. Dat hoorde hij van [verdachte]. [medeverdachte 1] en [verdachte] wilden de vrouw eerst niet mee hebben. Ze was namelijk niet één van de mooiste Uiteindelijk is ze wel meegenomen, omdat het niet lukte om andere vrouwen te regelen. [medeverdachte 1] heeft die oude vrouw geld gegeven. De vrouw die meegenomen werd, heeft in [plaats] gewerkt. [medeverdachte 2] kan zich niet meer herinneren dat die vrouw [slachtoffer 4] heette, maar hij herkent haar wel van de foto. [slachtoffer 4] is een goede vrouw, maar ze heeft ze niet allemaal bij elkaar.47 Je kon wel aan haar gezicht en houding zien dat ze het niet goed heeft in de kop. Van [verdachte] hoorde hij dat er meerdere klanten waren die klachten over haar hadden. [slachtoffer 4] heeft een paar nachten bij [medeverdachte 2] gelegen. Ze wilde trekken of pijpen. [medeverdachte 2] zei dan dat hij wilde slapen.48

[slachtoffer 4] had niet veel klanten. Ze konden haar beter gebruiken voor het werk in Roemenië. [medeverdachte 1] heeft [slachtoffer 4] naar Roemenië gebracht. Ze kreeg toen aardig wat geld mee. Als [slachtoffer 4] een klant had was [verdachte] er in het begin bij om uitleg te geven.

[medeverdachte 1] heeft foto’s gemaakt van [verdachte] en later maakt [verdachte] de foto’s.49

[slachtoffer 2] heeft het meeste gekregen. Zij is in alle huizen geweest, maar niet op de camping. [medeverdachte 2] is een keer met [slachtoffer 2] in de regiotaxi naar Almelo geweest. [medeverdachte 1] en [verdachte] waren daar kwaad over. Ze vroegen [medeverdachte 2] hoeveel geld hij had uitgegeven. [medeverdachte 2] vond dat niet eerlijk, omdat zij alles mochten en hij niets.50

[slachtoffer 2] had veel klanten. [slachtoffer 2] kreeg één keer in de week geld van [medeverdachte 1].51

[betrokkene 3] was de vriend van [slachtoffer 3] (het hof begrijpt: [slachtoffer 3]). [betrokkene 3] had tegen [verdachte] gezegd dat er niet genoeg geld werd overgemaakt. Hij wilde zelf komen om het in de gaten te houden. Met [verdachte] was afgesproken dat hij een week zou komen, maar na een paar weken was hij nog niet weg. [medeverdachte 2] zei dat tegen [medeverdachte 1], maar [medeverdachte 1] zei dat als ze ruzie zouden maken dat [betrokkene 3] alle vrouwen zou meenemen. Toen [betrokkene 3] bij [medeverdachte 2] in huis zat, zaten [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [verdachte] daar ook. [betrokkene 3] is maanden gebleven. Hij bemoeide zich overal mee en zei wat [medeverdachte 2] moest doen. Hij schreef ook alles in een schrift op en rekende af met [medeverdachte 1]. [betrokkene 3] is in [plaats], [plaats] en Duitsland geweest.52

[medeverdachte 1] kreeg het geld van de klanten. Eén keer in de week rekende hij af met [betrokkene 3]. [betrokkene 3] kreeg het geld voor [slachtoffer 3]. [slachtoffer 3] zelf ging niet over het geld. Zij had daar niets over te vertellen.

[medeverdachte 2] was helemaal geen baas meer in eigen huis. [medeverdachte 2] heeft vaak geklaagd bij [medeverdachte 1], maar [medeverdachte 1] zei dat ze er niets aan konden doen want dan zouden ze allemaal weggaan. [betrokkene 3] gaf klappen, de meeste aan [slachtoffer 3]. Hij commandeerde.53

[verdachte] en [medeverdachte 1] hadden [medeverdachte 2] nodig om huizen op zijn naam te zetten.54

Het meeste geld werd overgemaakt naar Roemenië. [verdachte] had altijd zelf wel geld. Zij kon altijd wel dingen kopen in de winkel. [slachtoffer 2] kon dat volgens [medeverdachte 2] ook wel.55

Voordat [slachtoffer 1] kwam, heeft [medeverdachte 1] geld overgemaakt naar [betrokkene 1]. [verdachte] was toen ook in Roemenië bij [betrokkene 1]. Het geld was voor de reis naar Nederland en voor de ouders van [slachtoffer 1]. Het geld dat nodig was voor de notaris en de ID-kaart is door [medeverdachte 1] overgemaakt.56

Verklaringen [verdachte]

[verdachte] is op 1 juli 2012 als verdachte gehoord. Zij heeft verklaard dat zij tot de kerst van 2011 als prostituee in Nederland heeft gewerkt. Zij heeft [slachtoffer 1] meegenomen naar Nederland. Haar was gevraagd om [slachtoffer 1] mee te nemen en te laten werken in de prostitutie.57

Op 19 juli 2012 heeft [verdachte] verklaard dat zij in [plaats] bij [medeverdachte 2] woonde en in de prostitutie werkte. Na een tijd kwam haar nicht [slachtoffer 2]. [verdachte] had met haar via de telefoon gesproken. [slachtoffer 2] kwam ook voor de prostitutie.58 Zij heeft de foto’s gemaakt van [slachtoffer 1]. Zij zei tegen [slachtoffer 1] hoe zij moest poseren.59

Verklaringen [getuige]

[getuige] is op 19 juli 2012 door de politie gehoord. Zij heeft verklaard dat ze in de zomer 2011 door [medeverdachte 1] is gevraagd om de telefoon aan te nemen. Ook werd haar gevraagd door [medeverdachte 1] om het internet te verversen. In het begin had ze één telefoon voor twee meisjes en later kreeg ze twee telefoons; per meisje een telefoon. [verdachte] was op een gegeven moment een soort madam. Zij regelde alles. [getuige] kreeg € 5 per klant. Zij nam de telefoon aan en belde de afspraak door.60 [getuige] bracht ook wel eens meisjes weg. Ze kreeg dan € 20 per rit. Voor het verversen van het internet had ze een inlogcode en een gebruikersnaam gekregen van [medeverdachte 1]. Ze heeft met drie meisjes te maken gehad: [verdachte], [slachtoffer 2] en een meisje met een litteken van verbranding op haar buik.61

Op 25 juli 2012 heeft [getuige] verklaard dat het meisje met het litteken op haar buik [slachtoffer 3] heet. 62

Op 25 oktober 2012 heeft [getuige] verklaard dat ze vlak voor de zomer van 2011 begonnen is met de telefoontjes. Toen ze begon zaten ze in [plaats] aan de [adres]. Daarna zijn ze naar [plaats] gegaan. Vervolgens naar [plaats], toen naar Duitsland en weer naar [plaats].63 De tarieven waren de ene keer € 110 en de andere keer € 100 per uur. Een half uur kostte € 70. [medeverdachte 1] of [verdachte] gaven het aan als de prijs moest worden aangepast. [slachtoffer 4] heeft maar 1 of 2 klanten gehad. [slachtoffer 4] was heel lief, maar ze was niet helemaal 100%. Zij hoorde daar niet thuis.64

Op een gegeven moment was de zakelijke verhouding tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] gelijkwaardig. [verdachte] nam op een gegeven moment de telefoontjes aan, maakte de afspraken en regelde alles voor de meisjes.65

Transactieoverzichten

Van Western Union werden transactieoverzichten ontvangen.66 Het gaat daarbij om het overmaken van geld van Nederland naar Roemenië. In juni 2012 werd een bedrag van € 1016 overgemaakt waarbij [verdachte] de ontvanger was. In totaal werd een bedrag van € 3.735,50 naar [verdachte] overgemaakt, meestal door [medeverdachte 1]. In 2012 maakte [medeverdachte 1] € 2.415 over naar [verdachte] of haar moeder.67 Door [verdachte] werd naar verschillende personen in Roemenië in 2011 en 2012 in totaal € 10.299 overgemaakt.68 Daarvan ging (in juli 2011) € 1386 naar [naam].69 € 5406,50 ging naar [betrokkene 1].70 Vaak werden door [verdachte] bedragen overgemaakt naar haar moeder [naam].71 Ook [medeverdachte 1] maakte een aantal keren geld over naar [naam].72 Totaal ontving [naam] € 3.855. [verdachte] maakte in 2012 een bedrag van € 2.734,50 over naar personen in Roemenië.

Overwegingen van het hof

Sub 3: het aanwerven van een persoon in het ene land voor prostitutie in het andere land

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte [slachtoffer 2] (toen [slachtoffer 2] in Roemenië zat) heeft aangeworven voor prostitutiewerkzaamheden in Nederland en dat [slachtoffer 2] vervolgens door medeverdachte [medeverdachte 1] uit Roemenië is opgehaald. Ten aanzien van [slachtoffer 3] geldt dat uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat zij door verdachte vanuit Roemenië is meegenomen naar Nederland. Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat verdachte samen met [slachtoffer 1] van Roemenië naar Nederland is gereisd en dat onder andere verdachte [slachtoffer 4] heeft aangeworven voor prostitutiewerkzaamheden in Nederland en met anderen naar Nederland heeft medegenomen.

Sub 5: het brengen van een minderjarige tot prostitutie

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte samen met één of meer anderen handelingen heeft ondernomen waardoor de minderjarige [slachtoffer 1] zich beschikbaar heeft gesteld voor seksuele handelingen met een derde tegen betaling.

Sub 8: het financieel profiteren van prostitutiewerkzaamheden van de minderjarige [slachtoffer 1]

Uit de bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer 1] één betalende klant heeft gehad. Er is geen reden om te twijfelen aan de verklaring van [slachtoffer 1] dat verdachte dit geld in ontvangst heeft genomen. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij prostitutiewerkzaamheden verrichtte om een schuld die zij met haar partner aan [verdachte] had af te lossen. Aldus gaat het hof er van uit dat [verdachte] dit geld heeft gehouden en dus voordeel heeft getrokken uit de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 1]. Verdachte heeft dit feit medegepleegd met [medeverdachte 1] die verdachte en [slachtoffer 1] naar de klant heeft gebracht en gezien heeft dat verdachte met [slachtoffer 1] naar de auto van de klant is gelopen. [slachtoffer 1] was toentertijd nog minderjarig.

Sub 9: financiële uitbuiting van [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1]

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte zowel in 2011 als in 2012 geld overmaakte naar Roemenië, dan wel geld ontving als zij in Roemenië verbleef. Tot 2012 werkte verdachte zelf in de prostitutie, zodat niet kan worden uitgesloten dat zij het geld, waarover zij in 2011 de beschikking had, zelf had verdiend.

In 2012 werkte zij niet meer in de prostitutie, maar maakte zij niettemin geld over naar Roemenië of ontving zij geld van medeverdachte [medeverdachte 1] als zij in Roemenië verbleef. Het hof gaat er vanuit dat in ieder geval een deel van het geld waarover zij de beschikking had in 2012 afkomstig was uit de prostitutieverdiensten van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2]. [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] stonden voor een groot deel hun inkomsten af aan medeverdachte [medeverdachte 1]. Naar het oordeel van het hof ging het daarbij om een zodanig groot deel (namelijk € 55 van € 70) dat sprake is van een situatie van uitbuiting. [medeverdachte 1] had een overwicht op [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2], onder meer omdat [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet spraken, weinig mensen in Nederland kenden en van het vervoer en huisvesting onder meer afhankelijk van [medeverdachte 1] waren.

Verdachte had een relatie met [medeverdachte 1] en werkte samen met [medeverdachte 1]. Verdachte zorgde er niet alleen voor dat er contacten werden gelegd met vrouwen in Roemenië, maar ook was zij degene die in Nederland in dezelfde woning verbleef als de vrouwen, met de vrouwen communiceerde en het een en ander regelde op het gebied van de prostitutiewerkzaamheden. Door haar inbreng was het aldus mogelijk voor [medeverdachte 1] (en haar zelf) om door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht financieel te profiteren van de werkzaamheden van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2].

Hetgeen onder sub 8 is overwogen ten aanzien van [slachtoffer 1], geldt ook ten aanzien van sub 9. De bewezenverklaringen onder sub 8 en sub 9 (voor zover dat betrekking heeft op [slachtoffer 1]) leveren eendaadse samenloop op.

Ten aanzien van [slachtoffer 4] staat weliswaar vast dat zij een paar klanten heeft gehad, maar is ook verklaard dat zij met een geldbedrag door medeverdachte [medeverdachte 1] is terug gebracht naar Roemenië, zodat onvoldoende is gebleken dat verdachte (of medeverdachte) is bevoordeeld door de werkzaamheden van [slachtoffer 4].

Sub 1 gedragingen erop gericht om personen uit te buiten in de prostitutie

Verdachte heeft samen met een ander of anderen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] geworven om te verdienen aan het werk dat zij als prostituee zouden gaan verrichten. Zij was bovendien aanwezig bij het vervoer van [slachtoffer 1] door medeverdachte [medeverdachte 1] naar het verblijf in Nederland en later naar een klant. Ook zat zij in de auto toen medeverdachte [medeverdachte 1] [slachtoffer 4] vervoerde van Roemenië naar Nederland. Verdachte was op de hoogte van het feit dat [slachtoffer 1] die werkzaamheden zou verrichten, terwijl ze minderjarig was. Het laten werken van een minderjarige in de prostitutie en/of het profiteren van de verdiensten van een minderjarige die zijn verworven met prostitutiewerkzaamheden, levert uitbuiting op. Verdachte heeft (samen met een ander of anderen) aldus [slachtoffer 1] geworven en vervoerd met het oogmerk van uitbuiting. Ten aanzien van [slachtoffer 4] overweegt het hof dat er eveneens sprake was van het oogmerk van uitbuiting: [slachtoffer 4] zou immers ten behoeve van verdachte en een ander of anderen werkzaamhedenmoeten verrichten in de prostitutie terwijl ze zichtbaar een verstandelijke handicap had. Gelet hierop heeft de werving en het vervoer plaats gevonden met het oogmerk van uitbuiting.

Verwerping verweren

Volgens de raadsman zijn bij de verhoren in het kader van het rechtshulpverzoek in oktober 2012 niet de bepalingen uit de Wet beëdigde tolken en vertalers in acht genomen. Voor zover hier al sprake van is, geldt dat de personen die in oktober 2012 zijn verhoord – en waarvan de verklaringen voor het bewijs zijn gebruikt - later opnieuw zijn gehoord in het bijzijn van de rechter-commissaris en de raadslieden. De raadslieden waren in de gelegenheid om vragen te stellen. Voor zover sprake zou zijn van een onjuiste of onvolledige vertaling of vertolking geldt dat dit in een latere fase dus rechtgezet is of kon worden. Het hof merkt op dat de verklaringen die aangeefsters in oktober 2012 hebben afgelegd, bovendien zijn opgenomen zodat een nieuwe vertaling gevraagd had kunnen worden.

Ten aanzien van de delen uit verklaringen die het hof voor het bewijs heeft gebezigd, is het hof van oordeel dat ze voldoende betrouwbaar zijn gelet op de steun die die verklaringen in de overige bewijsmiddelen vinden.

Het hof verwerpt de verweren.

Feit 2: kinderpornografie

Op 30 juni 2012 is [slachtoffer 1] aangetroffen in een stacaravan op het terrein van een camping te [plaats], waarop de verdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [verdachte] zijn aangehouden. Bij de doorzoeking van de caravan en de woning van medeverdachte [medeverdachte 1] te [plaats] zijn digitale gegevensvragers inbeslaggenomen,73 waaronder een Samsung tablet (beslagcode B 2.4.2).74 Bij de fouillering van verdachte werd een USB-stick (beslagcode F 1.2) in beslag genomen.75

Op de USB-stick (beslagcode F 1.2) stonden foto's van vrouwen die schaars gekleed of naakt poseren.76 Op de USB-stick stonden in de map [map] fotobestanden die als volgt zijn omschreven in het onderzoeksrapport: [slachtoffer 1] op bed, [slachtoffer 1] in lingerie, [slachtoffer 1] in verschillende kleding en [slachtoffer 1] naakt. Blijkens de aanmaakdatum van de bestanden in deze map zijn de daarin opgeslagen foto’s gemaakt op 26 juni 2012.77

Volgens een geboortecertificaat is [slachtoffer 1] geboren op [geboortedatum].78

Uit processen-verbaal van [verbalisant 1] volgt dat er erotische advertentiesites zijn bezocht met de Samsung tablet (beslagcode B 2.4.2) van verdachte [medeverdachte 1]. Na opening van de Internet Explorer kwam een advertentie met een foto van [slachtoffer 1] op [internetsite]in beeld.79 Verdachte [medeverdachte 1] heeft de gebruikersnaam en het wachtwoord van de [internetsiteaccount] overdragen aan de politie. Nadat verbalisant [verbalisant 1] had ingelogd in de account op [internetsite] zag hij dat er in totaal vijf advertenties met afbeeldingen waren geplaatst. Deze afbeeldingen waren identiek aan de afbeeldingen waarop [slachtoffer 1] zichzelf herkende.80

De verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] ontvingen kleurenkopieën van acht foto’s en een kopie van het paspoort van het meisje dat op de foto's stond afgebeeld. Het betrof [slachtoffer 1]. Eén van de foto’s werd door de verbalisanten beoordeeld als een kinderpornografische afbeelding. Op deze foto is een jonge vrouw te zien met zwart haar. Haar bovenlichaam is naakt. Zij ondersteunt haar borsten met haar handen. Zij kijkt recht in de camera. Op de overige foto’s is hetzelfde meisje te zien gekleed in een bikini, negligé of jurk in uitdagende poses. 81

Verdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij zijn tablet van het merk Samsung meenam naar de camping. Volgens [medeverdachte 1] was zijn tablet enkele dagen voor 1 juli 2012 gebruikt door “[verdachte]” en “[slachtoffer 1]” - met wie hij respectievelijk verdachte [verdachte] en aangeefster [slachtoffer 1] bedoelt - om foto’s van elkaar te maken in de caravan. Verdachte [medeverdachte 1] heeft de foto’s op de internetsite [internetsite]gezet.82 Hij heeft de foto’s van zijn tablet op de USB-stick gezet.83

[slachtoffer 1] heeft op 3 juli 2012 verklaard dat zij een week daarvoor op zondag vanuit Roemenië naar Nederland is vertrokken. Eén dag na haar aankomst in Nederland werden er door [verdachte] (het of begrijpt: [verdachte]) foto’s van haar gemaakt. Zij kreeg een bikinitopje en een bijpassend broekje. Ook heeft [verdachte] foto’s gemaakt van de blote borsten van [slachtoffer 1]. De foto’s werden gemaakt met een soort van telefoon, maar dan veel groter.84

Aan [slachtoffer 1] zijn foto’s getoond die zijn aangetroffen op de USB-stick van verdachte [medeverdachte 1]. Bij de foto van haar ontblote bovenlijf zegt ze dat ze het verschrikkelijk vond dat die foto werd gemaakt. De foto’s zijn door [verdachte] gemaakt. [verdachte] vertelde hoe ze moest staan.85

Het hof stelt vast dat de foto's van [slachtoffer 1] zijn gemaakt door verdachte [verdachte] met de tablet van verdachte [medeverdachte 1]. Verdachte [medeverdachte 1] heeft verdachte [verdachte] de tablet gegeven, terwijl hij wist dat er foto’s voor seksadvertenties genomen zouden worden. Beide verdachten konden beschikken over de tablet waarmee de afbeeldingen zijn vervaardigd en waarop de afbeeldingen in eerste instantie zijn opgeslagen. De afbeeldingen zijn vervolgens opgeslagen op de USB-stick, die is aangetroffen in de fouillering van de verdachte. Het hof gaat er van uit dat de acht foto’s waarvan kleurenkopieën aan Zanderink en Geessink zijn verstrekt, waarschijnlijk afkomstig zijn van de bij de verdachte aangetroffen USB-stick, maar in ieder geval zijn vervaardigd met de tablet van verdachte en zich dus ook op tablet bevinden of hebben bevonden.

Het hof is van oordeel dat de foto van [slachtoffer 1], waarop zij staat afgebeeld met een ontbloot bovenlichaam, terwijl zij met haar handen haar borsten ondersteunt, in ieder geval een kinderpornografische afbeelding betreft.

Toen de foto werd genomen had [slachtoffer 1] de leeftijd van 18 jaren nog niet bereikt. Anders dan door de verdediging is betoogd, is het hof van oordeel dat de minderjarigheid van een afgebeelde persoon niet hoeft te blijken uit de beschrijving van de afbeeldingen, wanneer die minderjarigheid al uit andere bewijsmiddelen blijkt.

.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2011 tot en met 30 juni 2012 in de gemeente(n) Twenterand en/of Hof van Twente en/althans (elders) in Nederland en/of in Roemenië,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, een of meer (Roemeense) vrouw(en), te weten:

- [slachtoffer 2], en/of

- [slachtoffer 3], en/of

- [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum], en/of

- [slachtoffer 4]

Ten aanzien van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4]

* (sub 1)

(telkens) door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkheden en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting van die voornoemde vrouw(en), en/of

Ten aanzien van [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4]

* (sub. 3)

(telkens) (in Roemenië) heeft aangeworven en/of medegenomen en/of ontvoerd, met het oogmerk die voornoemde vrouw(en) in een ander land (Nederland en/of Duitsland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling, en/of

Ten aanzien van [slachtoffer 1]

* (sub. 5)

(telkens) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handelingen, met of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die vrouw, [slachtoffer 1], enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen, terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, en/of

* (sub. 8)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit één of meer seksuele handeling(en) van een vrouw, [slachtoffer 1], met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 1], de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, en/of

Ten aanzien van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3],

* (sub. 9)

(telkens) door een of meer andere feitelijkheden en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie die [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of haar mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handeling(en) van die vrouw(en) met of voor een derde,

hierin bestaande dat verdachte tezamen met haar mededader(s) en/althans alleen (telkens):

- gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijke en/of lichamelijke overwicht dat verdachte en/of haar mededader(s) over die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 4] had(den), en/of

- [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], en [slachtoffer 4] ten aanzien van die vrouw(en) die de Nederlandse taal niet (goed) machtig was/waren en/of onbekend was/waren in Nederland en/of onbekend was/waren met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende(n) en/of/aldus zich in een kwetsbare (financiële) positie bevond(en) voornoemde vrouw(en) heeft benaderd en/of heeft laten benaderen voor prostitutie-werkzaamheden, en/of (vervolgens)

- [slachtoffer 1], [slachtoffer 4], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] vanuit Roemenië naar Nederland en/of Duitsland heeft meegenomen/vervoerd en/of gebracht en/of het vervoer van die vrouw(en)vanuit Roemenië naar Nederland heeft geregeld/georganiseerd/betaald, en/of

- de/het paspoort(en)/identiteitsbewijs/zen van die vrouw(en) af heeft genomen en/of in bewaring heeft genomen en/of laten nemen, en/of

- ten aanzien van die minderjarige [slachtoffer 1] haar ouder(s) heeft misleid door tegenover die ouders aan te geven dat hun minderjarige dochter vanuit Roemenië naar Hongarije zou gaan om daar te werken, en/of

- ten aanzien van die minderjarige [slachtoffer 1] ten behoeve van haar uitreis uit Roemenië een notariële akte heeft geregeld en/of laten regelen, en/of

- haar, verdachtes en/of verdachtes mededaders woning/caravan en/of een door verdachte en/of haar mededader(s) gehuurde (vakantie)woning/ruimte voor het verrichten van prostitutie-werkzaamheden door die vrouw(en) ter beschikking heeft gesteld, en/of

- die woning/ruimte(n) waar die vrouw(en) verbleef/verbleven heeft afgesloten, en/of

- erotisch getinte foto(’s) van die [slachtoffer 2], [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft gemaakt en/of heeft laten maken en/of (vervolgens) die foto(’s) en/of contactadvertentie(s) van die vrouw(en) op internet heeft gezet en/of laten zetten, en/of

- die vrouw(en) (mede via verdachtes en/of verdachtes mededaders escortservice) in contact heeft gebracht en/of laten brengen met klant(en)/derde(n) en/of naar die klant(en)/derde(n) heeft vervoerd of laten vervoeren, en/of

- controle heeft uitgeoefend en/of laten uitoefenen op de prostitutie werkzaamheden van die vrouw(en), en/of

- de verdiensten van die vrouw(en) voor die prostitutie-werkzaamheden (gedeeltelijk) heeft afgenomen en/of laten afgeven en/of bewaard en/of een schuldrelatie met die vrouw(en) heeft laten ontstaan./of

- een of meer van die vrouw(en) heeft gestompt en/of geslagen en/of gedreigd te slaan/stompen en/of die vrouw(en) met de dood heeft bedreigd/heeft gedreigd dood te schieten, en/of

die [slachtoffer 2] de haren (gedeeltelijk) heeft afgeknipt, en/of

- (betaalde) seks met een of meer van die vrouw(en) heeft gehad;

2.

zij op of omstreeks 26 juni 2012, althans in de maand juni 2012 in de gemeente(n) Hof van Twente en/of Twenterand, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager (te weten een Samsung tablet, beslagcode B 2.4.2.), bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten 8, althans een of meer, foto(s) (telkens) heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad,

bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken

welke voornoemde seksuele gedraging(en) bestond(en) uit:

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een vrouw die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij die vrouw haar borsten met haar handen ondersteunt, en/of

- het laten poseren van (diezelfde) vrouw die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij die vrouw gekleed is in een bikini en/of een negligé en/of een jurk en/of waarbij die vrouw poseert in een erotisch getinte/uitdagende houding en/of (waarbij) die afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van het vervaardigen van een afbeelding en het bezit van een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte heeft gesteld dat zij door haar ex-man en tevens medeverdachte [betrokkene 1] naar Nederland is gebracht en onder dwang in de prostitutie heeft gewerkt. Zij is tevens onder dwang betrokken geraakt bij de tenlastegelegde feiten. Haar familie zou worden vermoord als zij niet zou doen wat de Nederlandse pooiers haar vertelden.

De raadsman heeft betoogd dat er sprake is van een van buiten komende drang waartegen verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon en hoefde te bieden. Hierdoor is haar wilsvrijheid aangetast. Naar het oordeel van de raadsman dient zij wegens een geslaagd beroep op psychische overmacht te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het hof sluit niet uit dat verdachte in het verleden ook slachtoffer is geweest van mensenhandel. Het is evenwel niet aannemelijk geworden dat zij zich ten tijde van de tenlastegelegde feiten in een situatie bevond waardoor zij redelijkerwijs geen weerstand kon en hoefde te bieden aan een van buiten komende drang. Het dossier bevat geen aanknopingspunt voor de stelling van verdachte dat [betrokkene 1] haar heeft gedwongen om de tenlastegelegde feiten te plegen. Uit afgeluisterde telefoongesprekken van verdachte met [betrokkene 1] is wel gebleken dat zij heeft geprobeerd hem ervan te weerhouden om zijn partner [slachtoffer 1] terug te laten keren naar Roemenië. Er zijn ook geen aanwijzingen dat verdachte door [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] of andere personen onder druk is gezet. Het beroep op psychische overmacht wordt verworpen.

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren.

Door de advocaat-generaal is gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf van dezelfde duur wordt opgelegd.

De raadsman heeft gepleit voor toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Daarbij heeft hij gewezen het non-punishment beginsel als bedoeld in artikel 26 van het Verdrag van de Raad van Europa ter bestrijding van mensenhandel, waarin wordt voorzien in de mogelijkheid om aan slachtoffers van mensenhandel geen straf op te leggen voor hun betrokkenheid bij onrechtmatige handelingen waartoe zij gedwongen zijn.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ten aanzien van de strafoplegging gaat het hof uit van de strafdoeleinden, namelijk de vergelding, speciale en generale preventie.

Bij de vergelding gaat het om de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd. Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde zijn daarbij de volgende factoren van belang:

  • -

    Het aantal vrouwen dat is uitgebuit;

  • -

    De periode van uitbuiting;

  • -

    Het aantal uren dat er moest worden gewerkt op een dag;

  • -

    De omstandigheden waaronder er gewerkt moest worden;

  • -

    Het feit dat sprake is van een georganiseerd verband;

  • -

    De positie van de verdachte binnen die organisatie;

  • -

    Het feit dat sprake is van een minderjarig slachtoffer;

  • -

    Het feit dat sprake is van een verstandelijk gehandicapt slachtoffer;

  • -

    De hoeveelheid geld die met de uitbuiting is verdiend en

  • -

    De wijze waarop de slachtoffers zijn bewogen.

Verdachte heeft er samen met haar mededader(s) voor gezorgd dat de verstandelijk gehandicapte [slachtoffer 4] en de minderjarige [slachtoffer 1] naar Nederland kwamen en zich daar geprostitueerd hebben. Verdachte wist van de minderjarigheid van [slachtoffer 1]. Toen bleek dat [slachtoffer 1] eerder terug wilde naar Roemenië dan was afgesproken, wilde verdachte haar niet laten gaan. Ten aanzien van [slachtoffer 4] geldt dat uit de verklaringen van meer personen blijkt dat de verstandelijke handicap – ook zonder dat men haar goed kende – zichtbaar was. Verdachte heeft haar niettemin samen met medeverdachten meegenomen naar Nederland en in de prostitutie laten werken.

Hoewel het in beide gevallen ging om een korte periode en weinig klanten (één klant in het geval van [slachtoffer 1] en een paar klanten in het geval van [slachtoffer 4]), acht het hof deze feiten zeer ernstig en rechtvaardigen deze feiten reeds een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Verdachte had een belangrijk aandeel in deze feiten, zowel wat betreft de aanwerving, hun komst naar Nederland als het contact met klanten.

Ten aanzien van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] geldt dat in beide gevallen de uitbuitingsperiode (totaal) in 2012 niet meer dan vier maanden heeft geduurd. Onvoldoende is gebleken dat zowel [slachtoffer 2] als [slachtoffer 3] gedurende die periode dagelijks aan het werk waren en op alle dagen dat ze wel werkten veel klanten ontvingen. Ten aanzien van de werkomstandigheden geldt dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] buiten het zicht werkten van de Nederlandse autoriteiten en daardoor ten prooi konden vallen aan misbruik. Verdachte heeft in 2012 (vanuit Nederlang) een bedrag van € 2.734,50 overgemaakt naar personen in Roemenië en ontving in dat jaar (terwijl ze in Roemenië verbleef) een bedrag van € 3.735,50. Aangezien verdachte in 2012 zelf niet meer als prostituee werkte, gaat het hof er van uit dat die bedragen (voor een deel) verdiend waren door [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3].

Het hof heeft niet kunnen vast stellen dat verdachte of medeverdachte(n) in verband met de uitbuiting geweld heeft gebruikt of de slachtoffers bedreigd heeft met geweld.

De feiten werden in georganiseerd verband gepleegd. Verdachte had daarbinnen een belangrijke rol, omdat zij de contacten had in Roemenië, zij de taal van de vrouwen sprak en bij hen in dezelfde woning verbleef zodat zij in contact kon treden met de klanten en kon optreden als tolk.

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde feit geldt dat verdachte en haar medeverdachte [medeverdachte 1] een pornografische afbeelding van het minderjarige slachtoffer hebben vervaardigd en in hun bezit hebben gehad.

In het voordeel van verdachte houdt het hof rekening met haar persoonlijke omstandigheden, namelijk dat zij, nadat zij zelf in de prostitutie had gewerkt, is doorgegaan in de prostitutiebranche met het doel om geld te verdienen voor haar kinderen in Roemenië die daar in armoede leven. Voorts heeft het hof rekening gehouden met het feit dat verdachte nog jonge kinderen heeft die – zo lang verdachte gedetineerd zit – op grote afstand van haar wonen.

Gelet op die omstandigheden ziet het hof reden om verdachte een lagere straf op te leggen dan medeverdachte [medeverdachte 1]. Anders dan de raadsman ziet het hof geen reden om gebruik te maken van artikel 9A Sr. Zoals reeds is overwogen bij de strafbaarheid van de verdachte, is niet gebleken dat verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd als gevolg van dwang of druk van anderen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 7.500. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.500. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 7.500. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.500. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 38.840, bestaande uit € 33.840 aan materiele schade en € 5.000 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 35.840. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks materiele schade heeft geleden tot een bedrag van € 1.500. Het hof gaat er daarbij van uit dat [slachtoffer 2] in de uitbuitingsperiode van (bijna) vier maanden in 2012 (in ieder geval) 75 klanten heeft gehad en per klant € 20 te weinig betaald heeft gekregen. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis

De raadsman heeft verzocht de voorlopige hechtenis van verdachte op te heffen.

Het hof zal dit verzoek afwijzen nu tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht korter is dan de duur van opgelegde gevangenisstraf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 47, 55, 57, 240b en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren en 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 4] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4], een bedrag te betalen van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.500,00 (vijftienhonderd euro) bestaande uit € 1500,00 (vijtienhonded euro) materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van € 1500,00 (vijtienhonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

De voorlopige hechtenis

Wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte.

Aldus gewezen door

mr J.D. den Hartog, voorzitter,

mr A.B.A.P.M. Ficq en mr A.J. Smit, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr R. Hermans, griffier,

en op 9 september 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 9 september 2014.

Tegenwoordig:

mr J.D. den Hartog, voorzitter,

mr A.J. Smit en mr. J.W. Rijkers, raadsheren,

mr drs. I.E.W. Gonzales, advocaat-generaal,

mr R. Hermans, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

De voorzitter geeft verdachte kennis, dat daartegen binnen 14 dagen na heden beroep in cassatie kan worden ingesteld.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

1 Zaaksproces-verbaal [slachtoffer 1], p. 7008.

2 Geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een geboortebewijs van [slachtoffer 1], p. 7150.

3 proces-verbaal van aangifte, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1], afgelegd op 3 juli 2012, p. 7166.

4 Idem, p. 7167 en 7168.

5 Idem, p. 7169.

6 Idem, p. 7170 en 7171.

7 Idem, p. 7172.

8 Uitwerking getapt telefoongesprek van verdachte met [betrokkene 1] op 30 juni 2012 omstreeks 12:31 uur, p. 7190-7192.

9 Uitwerking getapt telefoongesprek van verdachte met [betrokkene 1] op 30 juni 2012 omstreeks 14:51 uur, p. 7193-7196, i.h.b. p. 7195.

10 Geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een akte van legalisatie, op 22 juni 2012 opgemaakt door [notaris], notaris te [plaats] (Roemenië) en een Nederlandse vertaling van die akte, inhoudende de verklaringen van [naam] en [naam], p. 7201-7202.

11 Nederlandse vertaling verklaring van [notaris], afgelegd op 8 oktober 2012 in het kader van het rechtshulpverzoek in het bijzijn van de Roemeense en Nederlandse politieautoriteiten, p. 7424.

12 Zaaksproces-verbaal [slachtoffer 2], p. 6006, 6007 en 6008.

13 Nederlandse vertaling verklaring van [slachtoffer 2], afgelegd op 8 en 9 oktober 2012 in het kader van het rechtshulpverzoek in het bijzijn van de Roemeense en Nederlandse politieautoriteiten, p. 6393, gevoegd als bijlage bij het proces-verbaal van [verbalisant 1], p. 7418-7419.

14 Idem, p. 6394.

15 Zaaksproces-verbaal [slachtoffer 2], p. 6011

16 Nederlandse vertaling verklaring van [slachtoffer 2], afgelegd op 8 en 9 oktober 2012, p. 6395.

17 Idem, p. 6396.

18 Idem, p. 6397.

19 Idem, p. 6398.

20 Idem, p. 6401.

21 Geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een brief van [naam], operationeel leidinggevende van de Unit Jeugd Zeden en Huiselijk geweld, aan de gemeente Twenterand, gedateerd 19 juli 2011, inhoudende een melding van overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening, p. 10212.

22 Idem, p. 10214.

23 Nederlandse vertaling verklaring van [betrokkene 2], afgelegd op 9 oktober 2012 in het kader van het rechtshulpverzoek in het bijzijn van de Roemeense en Nederlandse politieautoriteiten, p. 9392 en 9393.

24 Nederlandse vertaling verklaring van [slachtoffer 4], afgelegd op 11 oktober 2012 in het kader van het rechtshulpverzoek in het bijzijn van de Roemeense en Nederlandse politieautoriteiten, p. 9158, 9159 en 9160.

25 Zaaksproces-verbaal [slachtoffer 3], p. 10010.

26 Idem, p. 10011.

27 Nederlandse vertaling verklaring van [slachtoffer 3], afgelegd op 10 oktober 2012 in het kader van het rechtshulpverzoek in het bijzijn van de Roemeense en Nederlandse politieautoriteiten, p. 10252.

28 Proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3], afgelegd op 13 april 2012, p. 10195 en 10196.

29 Proces-verbaal van bevindingen, inhoudende het relaas van [naam] en [naam], met betrekking tot het verhoor van [slachtoffer 3] op 12 april 2012, p. 10198-10199 d.d. 12 juni 2012, p. 10199.

30 Proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1], afgelegd op 2 juli 2012, p. 7236.

31 Idem p. 7238.

32 Proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1], afgelegd op 5 juli 2012, p. 7295.

33 Idem, p. 7296.

34 Idem, p. 7302.

35 Proces-verbaal van bevindingen betreffende onder verdachte [medeverdachte 1] inbeslaggenomen voorwerpen, p. 110009-110010, proces-verbaal van bevindingen betreffende uitlezen digitale gegevens, p. 11030-111032, met bijlage, p. 11033-11079, i.h.b.z. p. 11068 en p. 11074.

36 Idem, p. 11069.

37 Idem, p. 11069.

38 Idem, p. 11071.

39 Proces-verbaal van bevindingen, inhoudende het relaas van [naam] en [naam], p. 2057.

40 Proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2], afgelegd op 19 september 2012, p. 7394.

41 Idem, p. 7395.

42 Idem, p. 7399.

43 Idem, p. 7403.

44 Proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2], afgelegd op 17 oktober 2012, p. 2134.

45 Idem, p. 2135.

46 Idem, p. 2137.

47 Idem, p. 2140.

48 Idem, p. 2141.

49 Idem, p. 2141.

50 Idem, p. 2142.

51 Idem, p. 2143.

52 Idem, p. 2145.

53 Idem, p. 2146.

54 Idem, p. 2147.

55 Idem, p. 2149.

56 Idem, p. 2150.

57 Proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [verdachte], afgelegd op 1 juli 2012, p. 3050.

58 Proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [verdachte], afgelegd op 19 juli 2012, p. 3071.

59 Idem, p. 3078.

60 Proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [getuige], afgelegd op 19 juli 2012, p. 10382 en 10383.

61 Idem, p. 10384.

62 Proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [getuige], afgelegd op 25 juli 2012, p. 10388.

63 Proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [getuige], afgelegd op 25 oktober 2012, p. 10579.

64 Idem, p. 10580 en 10581.

65 Idem, p. 10582.

66 Processen-verbaal van bevindingen, inhoudende het relaas van [naam], met als bijlagen de van de Western Union Bank ontvangen transactieoverzichten, p. 10216 e.v.

67 p. 10220.

68 p. 10217 en 10218.

69 p. 10224.

70 p. 10222.

71 p. 10217 en 10218.

72 p. 10220.

73 Zaaksproces-verbaal [slachtoffer 1], p. 7008-1007.

74 Proces-verbaal van bevindingen betreffende onder verdachte [medeverdachte 1] inbeslaggenomen voorwerpen, p. 11582-11583.

75 Kennisgeving van inbeslagneming, p. 11011.

76 Proces-verbaal van bevindingen betreffende uitlezen digitale gegevens, p. 11327-11329.

77 Onderzoeksrapport digitale gegevens, display name F.1.2.E01, d.d. 12 oktober 2012, p. 7054-7123, i.h.b. p. 7083-7098.

78 Geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een geboortebewijs van [slachtoffer 1], p. 7150.

79 proces-verbaal van bevindingen, inhoudende het relaas van [verbalisant 1], d.d. 26 oktober 2012, p. 7075-7076.

80 Proces-verbaal van bevindingen, inhoudende het relaas van [verbalisant 1] d.d. 8 augustus 2012, p. 7184-7185.

81 Proces-verbaal van bevindingen, inhoudende het relaas van [verbalisant 2] en [verbalisant 3] d.d. 23 juli 2012, p. 7124-7125.

82 Proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1], afgelegd op 1 juli 2012, p. 7230-7231.

83 Proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1], afgelegd op 2 juli 2012, p. 7238.

84 Proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1], afgelegd op 3 juli 2012, p. 7170 en 7171.

85 Proces-verbaal van verhoor, inhoudende verklaring van [slachtoffer 1], afgelegd op 18 juli 2012, p 7180.