Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:6939

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
09-09-2014
Datum publicatie
11-09-2014
Zaaknummer
21-000334-14
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOVE:2014:216, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof komt tot een andere bewijsbeslissing dan de rechtbank, onder meer omdat uit de bewezenverklaring van de rechtbank ten aanzien van de mensenhandel niet volgt welke feiten van de cumulatief tenlastegelegde feiten bewezen zijn verklaard. Verdachte heeft zich in georganiseerd verband schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel met betrekking tot twee Roemeense vrouwen, onder wie een slachtoffer met een verstandelijke beperking. Verdachte wordt vrijgesproken van mensenhandel met betrekking tot twee andere vrouwen, onder wie een minderjarig slachtoffer. Verdachte wordt ook vrijgesproken van het plegen van ontuchtige handelingen met het verstandelijk beperkte slachtoffer en het medeplegen van het vervaardigen en het bezit van pornografische afbeeldingen van het minderjarige slachtoffer.

Het beroep op psychische overmacht wordt verworpen. Het hof ziet ook geen reden voor een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel. Mede gelet op de (deel)vrijspraken heeft het hof aan verdachte een lichtere straf opgelegd dan de gevangenisstraf van vier jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk, die is opgelegd door de rechtbank en ook is gevorderd door de advocaat-generaal. Verdachte wordt in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000334-14

Uitspraak d.d.: 9 september 2014

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van

20 januari 2014 met parketnummer 08-700410-12 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans zonder bekende woon of verblijfplaats.

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 15 juli 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr P.S. Wibbelink, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het komt tot een andere bewijsbeslissing – onder meer omdat uit de bewezenverklaring van de rechtbank niet volgt welke feiten van de onder 1 cumulatief tenlastegelegde feiten bewezen zijn verklaard -, een andere strafoplegging en een andere beslissing op de vordering van de benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1]. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep- tenlastegelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2011 tot en met 30 juni 2012 in de gemeente(n) Twenterand en/of Hof van Twente en/althans (elders) in Nederland en/of in Roemenië,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, een of meer (Roemeense) vrouw(en), te weten:

- [slachtoffer 1], en/of

- [slachtoffer 2], en/of

- [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum] en/of

- [slachtoffer 4]

* (sub 1)

(telkens) door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkheden en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting van die voornoemde vrouw(en), en/of

* (sub. 3)

(telkens) (in Roemenië) heeft aangeworven, medegenomen en/of ontvoerd, met het oogmerk die voornoemde vrouw(en) in een ander land (Nederland en/of Duitsland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling, en/of

* (sub. 5)

(telkens) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handelingen, met of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die vrouw, [slachtoffer 3], enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen, terwijl die [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, en/of

* (sub. 8)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit één of meer seksuele handeling(en) van een vrouw, [slachtoffer 3]. met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 3], de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, en/of

* (sub. 9)

(telkens) door een of meer andere feitelijkheden en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie die voornoemde vrouw(en) heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handeling(en) van die vrouw(en) met of voor een derde,

hierin bestaande dat verdachte tezamen met zijn mededader(s) en/althans alleen (telkens):

- gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijke en/of lichamelijke overwicht dat verdachte en/of zijn mededader(s) over die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] had(den), en/of

- ten aanzien van die vrouw(en) die de Nederlandse taal niet (goed) machtig was/waren en/of onbekend was/waren in Nederland en/of onbekend was/waren met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende(n) en/of/aldus zich in een kwetsbare (financiële) positie bevond(en) voornoemde vrouw(en) heeft benaderd en/of heeft laten benaderen voor prostitutie-werkzaamheden, en/of (vervolgens)

- die vrouw(en) vanuit Roemenië naar Nederland en/of Duitsland heeft meegenomen/vervoerd en/of gebracht en/of het vervoer van die vrouw(en)vanuit Roemenië naar Nederland heeft geregeld/georganiseerd/betaald, en/of

- de/het paspoort(en)/identiteitsbewijs/zen van die vrouw(en) af heeft genomen en/of in bewaring heeft genomen en/of laten nemen, en/of

- ten aanzien van die minderjarige [slachtoffer 3] haar ouder(s) heeft misleid door tegenover die ouders aan te geven dat hun minderjarige dochter vanuit Roemenië naar Hongarije zou gaan om daar te werken, en/of

- ten aanzien van die minderjarige [slachtoffer 3] ten behoeve van haar uitreis uit Roemenië een notariële akte heeft geregeld en/of laten regelen, en/of

- zijn, verdachtes en/of verdachtes mededaders woning/caravan en/of een door verdachte en/of zijn mededader(s) gehuurde (vakantie)woning/ruimte voor het verrichten van prostitutie-werkzaamheden door die vrouw(en) ter beschikking heeft gesteld, en/of

- die woning/ruimte(n) waar die vrouw(en) verbleef/verbleven heeft afgesloten, en/of

- erotisch getinte foto(’s) van die vrouw(en) heeft gemaakt en/of heeft laten maken en/of (vervolgens) die foto(’s) en/of contactadvertentie(s) van die vrouw(en) op internet heeft gezet en/of laten zetten, en/of

- die vrouw(en) (mede via verdachtes en/of verdachtes mededaders escortservice) in contact heeft gebracht en/of laten brengen met klant(en)/derde(n) en/of naar die klant(en)/derde(n) heeft vervoerd of laten vervoeren, en/of

- controle heeft uitgeoefend en/of laten uitoefenen op de prostitutie werkzaamheden van die vrouw(en), en/of

- de verdiensten van die vrouw(en) voor die prostitutie-werkzaamheden (gedeeltelijk) heeft afgenomen en/of laten afgeven en/of bewaard en/of een schuldrelatie met die vrouw(en) heeft laten ontstaan, en/of

- een of meer van die vrouw(en) heeft gestompt en/of geslagen en/of gedreigd te slaan/stompen en/of die vrouw(en) met de dood heeft bedreigd/heeft gedreigd dood te schieten, en/of

die [slachtoffer 1] de haren (gedeeltelijk) heeft afgeknipt, en/of

- ( betaalde) seks met een of meer van die vrouw(en) heeft gehad;

2.

primair:

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2011 tot en met 1 september 2011,althans in het jaar 2011 (te [plaats]) in de gemeente Twenterand, althans in Nederland, met een vrouw, genaamd [slachtoffer 4], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 4] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer 4] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4], hebbende verdachte (telkens):

- zijn penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer 4] geduwd en/of gebracht, en/of

- zich door die [slachtoffer 4] laten pijpen, en/althans zijn penis door die [slachtoffer 4] in de mond laten nemen, en/of

- zich door die [slachtoffer 4] laten aftrekken;

subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 1juni 2011 tot en met 1 september 2011, althans in het jaar 2011 (te [plaats]) in de gemeente Twenterand, althans in Nederland, met een vrouw, genaamd [slachtoffer 4], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 4] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer 4] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het:

- zich door die [slachtoffer 4] laten pijpen, althans het in de mond laten nemen van zijn penis door die [slachtoffer 4], en/of

- zich door die [slachtoffer 4] laten aftrekken;

3.

hij op of omstreeks 26 juni 2012, althans in de maand juni 2012 in de gemeente(n) Hof van Twente en/of Twenterand, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager (te weten een Samsung tablet, beslagcode B 2.4.2.), bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten 8, althans een of meer, foto(s) (telkens) heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad,

bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken

welke voornoemde seksuele gedraging(en) bestond(en) uit:

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een vrouw die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij die vrouw haar borsten met haar handen ondersteunt, en/of

- het laten poseren van (diezelfde) vrouw die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij die vrouw gekleed is in een bikini en/of een negligé en/of een jurk en/of waarbij die vrouw poseert in een erotisch getinte/uitdagende houding en/of (waarbij) die afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs en (deel)vrijspraken

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gepleit voor vrijspraak van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde. Ten aanzien alle feiten heeft zij aangevoerd dat de verklaringen van de aangeefsters onbetrouwbaar zijn.

Wat betreft de onder 1 tenlastegelegde mensenhandel is namens verdachte aangevoerd dat hij niet kan worden aangemerkt als medepleger of pleger van dat misdrijf. Volgens de raadsvrouw dwaalde verdachte omtrent de feiten en werkomstandigheden van de aangeefsters. Verdachte wist niet en behoefte niet te weten dat hij zich inliet met mensenhandel.

De raadsvrouw heeft ten aanzien het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde betoogd dat het dossier naast de wisselende verklaringen van [slachtoffer 4] geen andere bewijsmiddelen bevat voor deze feiten.

Naar het oordeel van de raadsvrouw is er ook onvoldoende bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij het onder 3 tenlastegelegde.

Het oordeel van het hof

Het hof komt tot zijn oordeel op grond van de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en andere wettige bewijsmiddelen die - tenzij anders is vermeld - zijn opgenomen in het dossier van het opsporingsonderzoek "Bahama" dat onder meer bestaat uit de volgende delen:

  1. persoonsdossier verdachte [medeverdachte 1], p. 1000-1097;

  2. persoonsdossier verdachte [verdachte], p. 2000-3004;

  3. persoonsdossier verdachte [medeverdachte 2], p. 3005- 3112;

  4. zaakdossier [slachtoffer 1], p. 6001-6538;

  5. zaakdossier [slachtoffer 3], p. 7000-7575;

  6. zaakdossier [slachtoffer 4], p. 9000-9473;

  7. zaakdossier [slachtoffer 2], p. 10000-10595;

  8. zaakdossier drugs & wapens, p. 10600-10852;

beslagdossier, 11000-11694.

Hieronder wordt telkens verwezen naar de doorlopende paginanummering aan de rechterbovenzijde van de stukken in de deeldossiers voor de vindplaats van de bewijsmiddelen.

Uit het dossier blijkt het volgende:

Feit 1: mensenhandel

Informatie over en verklaringen van [verdachte]

Naar aanleiding van het verhoor van [verdachte] op 1 en 2 juli 2012, begonnen verbalisanten te twijfelen aan het geestelijk vermogen van [verdachte]. Na onderzoek bleek dat [verdachte] een IQ had van 57. Er werd toen besloten [verdachte] alleen nog te horen door een gecertificeerde medewerker.1

[verdachte] heeft 18 september 2012 bij de politie verklaard dat [medeverdachte 1] vrouwen ophaalde voor de prostitutie en dat die vrouwen dan in het door [verdachte] gehuurde huis kwamen.2 [medeverdachte 1] had bedacht om vrouwen uit Roemenië op te halen.3 [verdachte] woonde toen nog in [plaats] aan de [adres].4 Als er klanten kwamen, ontving [verdachte] het geld. Vervolgens gaf hij het geld aan [medeverdachte 1].5 Aan de [adres] is [verdachte] gepakt met de prostitutie door de politie. [medeverdachte 1] keek toen op internet en vond een huis aan de [adres] in [plaats]. Die woning kwam op naam van [verdachte]. [medeverdachte 1] betaalde een deel van de huur. Ook op de [adres] werden ze gepakt voor prostitutie. Ze gingen toen een andere plekje zoeken voor de vrouwen en kwamen toen in [plaats] terecht. Ook dit huis had [medeverdachte 1] op internet gevonden. [verdachte] had wel eens aangekaart dat hij wilde stoppen met zijn werkzaamheden voor de prostitutie, maar [medeverdachte 1] is een maat van hem en [medeverdachte 2] kent hij goed en dan deed hij weer mee.6 Ook in [plaats] werd hij gepakt. Vervolgens zijn ze naar Duitsland gegaan. Na Duitsland is hij weer teruggegaan naar de [adres] in [plaats], maar ook daar werd hij gepakt.7

[verdachte] heeft op 19 september 2012 bij de politie verklaard dat hij aan de [adres] heeft gewoond en dat [medeverdachte 2] en [slachtoffer 1] daar in de prostitutie hebben gewerkt. Toen hij aan de [adres] woonde, werkte [medeverdachte 2] niet in de prostitutie. Wel dat kleintje met het lange haar (het hof begrijpt: [slachtoffer 2]). Zij was ook in [plaats]. Zij is toen ook mee geweest naar het politiebureau. Toen verdachte aan de [adres] woonde, regelde [medeverdachte 2] dingen voor de meisjes. [slachtoffer 2] (het hof begrijpt: [slachtoffer 2]) is in [plaats] begonnen. Ze werkte ook in [plaats], daarna in Duitsland en toen weer in [plaats].8

Op 17 oktober 2012 heeft [verdachte] verklaard dat hij met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] had afgesproken om niets te zeggen. Hij was in eerdere verklaringen niet eerlijk geweest. Hij had verklaard dat hij bij [medeverdachte 2] hoorde, omdat ze dat zo hadden afgesproken. [medeverdachte 1] had wat met [medeverdachte 2], [verdachte] niet. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] regelden alles. [medeverdachte 1] zette alles op internet.

Via [medeverdachte 2] zijn [medeverdachte 1] en hij in Roemenië terecht gekomen. Voordat ze vertrokken wist [verdachte] dat ze naar Roemenië gingen om twee vrouwen voor de prostitutie op te halen. Hij kende [medeverdachte 2] via [medeverdachte 1]. Destijds woonde hij alleen aan de [adres] in [plaats]. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] wilden dat [medeverdachte 2] bij [verdachte] ging wonen. [verdachte] kon de huizen huren en dan zouden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] er voor zorgen dat er vrouwen kwamen om in de prostitutie te werken.9

In Roemenië gingen ze vrouwen ophalen. [medeverdachte 2] en [betrokkene 1] zouden zorgen voor een vrouw. Ze sliepen in de woning van [medeverdachte 2]. Er kwam toen een vrouw. Zij was in het gezelschap van een oudere vrouw. Die oude vrouw had geldproblemen. De vrouw moest zwaar werk doen van die oude vrouw, zoals houtkloven. Dat hoorde hij van [medeverdachte 2]. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] wilden de vrouw eerst niet mee hebben. Ze was namelijk niet één van de mooiste. Uiteindelijk is ze wel meegenomen, omdat het niet lukte om andere vrouwen te regelen. [medeverdachte 1] heeft die oude vrouw geld gegeven. De vrouw die meegenomen werd, heeft in [plaats] gewerkt. [verdachte] kan zich niet meer herinneren dat die vrouw [slachtoffer 4] heette, maar hij herkent haar wel van de foto. [slachtoffer 4] is een goede vrouw, maar ze heeft ze niet allemaal bij elkaar.10 Je kon wel aan haar gezicht en houding zien dat ze het niet goed heeft in de kop. Van [medeverdachte 2] hoorde hij dat er meerdere klanten waren die klachten over haar hadden. [slachtoffer 4] heeft een paar nachten bij [verdachte] gelegen. Ze wilde trekken of pijpen. [verdachte] zei dan dat hij wilde slapen.11

[slachtoffer 4] had niet veel klanten. Ze konden haar beter gebruiken voor het werk in Roemenië. [medeverdachte 1] heeft [slachtoffer 4] naar Roemenië gebracht. Ze kreeg toen aardig wat geld mee. Als [slachtoffer 4] een klant had was [medeverdachte 2] er in het begin bij om uitleg te geven.

[slachtoffer 1] heeft het meeste gekregen. Zij is in alle huizen geweest, maar niet op de camping. [verdachte] is een keer met [slachtoffer 1] in de regiotaxi naar Almelo geweest. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waren daar kwaad over. Ze vroegen [verdachte] hoeveel geld hij had uitgegeven. [verdachte] vond dat niet eerlijk, omdat zij alles mochten en hij niets.12

[betrokkene 2] was de vriend van [slachtoffer 2] (het hof begrijpt: [slachtoffer 2]). [betrokkene 2] had tegen [medeverdachte 2] gezegd dat er niet genoeg geld werd overgemaakt. Hij wilde zelf komen om het in de gaten te houden. Met [medeverdachte 2] was afgesproken dat hij een week zou komen, maar na een paar weken was hij nog niet weg. [verdachte] zei dat tegen [medeverdachte 1], maar [medeverdachte 1] zei dat als ze ruzie zouden maken dat [betrokkene 2] alle vrouwen zou meenemen. Toen [betrokkene 2] bij [verdachte] in huis zat, zaten [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [medeverdachte 2] daar ook. [betrokkene 2] is maanden gebleven. Hij bemoeide zich overal mee en zei wat [verdachte] moest doen. Hij schreef ook alles in een schrift op en rekende af met [medeverdachte 1]. [betrokkene 2] is in [plaats], [plaats] en Duitsland geweest.13

[medeverdachte 1] kreeg het geld van de klanten. Eén keer in de week rekende hij af met [betrokkene 2]. [betrokkene 2] kreeg het geld voor [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] zelf ging niet over het geld. Zij had daar niets over te vertellen.

[verdachte] was helemaal geen baas meer in eigen huis. [verdachte] heeft vaak geklaagd bij [medeverdachte 1], maar [medeverdachte 1] zei dat ze er niets aan konden doen want dan zouden ze allemaal weggaan. [betrokkene 2] gaf klappen, de meeste aan [slachtoffer 2]. Hij commandeerde.14

[medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hadden [verdachte] nodig om huizen op zijn naam te zetten.15

Het meeste geld werd overgemaakt naar Roemenië. [medeverdachte 2] had altijd zelf wel geld. Zij kon altijd wel dingen kopen in de winkel. [slachtoffer 1] kon dat volgens [verdachte] ook wel.16

Informatie over en verklaringen van [slachtoffer 2]

Op 7 november 2011 kwam er een spoed “M” melding binnen bij de politie. Volgens die melding was er sprake van mensenhandel in [plaats] (gemeente [plaats]). In [plaats] zou prostitutie bedreven worden in een chalet op een camping aan de [adres]. In het chalet zou een zeer jong meisje werkzaam zijn onder het toeziend oog van een oudere vrouw. Het meisje sprak geen Nederlands en de vrouw die haar leek te bewaken sprak gebrekkig Nederlands.

Naar aanleiding van die melding is een controle uitgevoerd op de camping in [plaats]. In het chalet werden [slachtoffer 2], [betrokkene 2], [medeverdachte 2], [verdachte] en [medeverdachte 1] aangetroffen. [medeverdachte 2] vertelde aan de verbalisanten dat zij en haar collega op de camping seks hebben met andere mannen. Met haar collega bedoelt ze [slachtoffer 2]. Een paar weken daarvoor zou [medeverdachte 2] samen met haar collega naar Nederland teruggereisd, aldus [medeverdachte 2] tegen de verbalisanten.

[slachtoffer 2] heeft een tatoeage op haar linkerarm met de tekst: ‘[betrokkene 2]’.17

Op 12 april 2012 werd door de politie een controle uitgevoerd in een bungalow op een recreatieterrein in [plaats], perceel [adres]. De aanleiding van deze controle was dat een vrouw zich aanbood op het internet als prostituee en het vermoeden bestond dat er geen vergunning was. Tijdens de controle werd onder meer [slachtoffer 2] aangetroffen. [slachtoffer 2] is onder begeleiding van [medeverdachte 2] naar het politiebureau gebracht om een verklaring af te leggen.18

Op 13 april 2012 werd [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats], Roemenië) gehoord door de politie. Zij heeft verklaard dat ze thuis heel arm waren en dat ze niet kan lezen en schrijven. Als kind werd ze niet naar school gebracht. (Tijdens het verhoor wordt door de tolk opgemerkt dat de woordenschat van [slachtoffer 2] zeer beperkt is). [slachtoffer 2] heeft verder verklaard dat ze met haar zus, [medeverdachte 2], naar Nederland is gekomen. Als haar een foto van [medeverdachte 2] wordt getoond, zegt [slachtoffer 2] dat dat haar zus is (het hof begrijpt: haar schoonzus; de man/partner van [slachtoffer 2] is [betrokkene 2])19, waarmee zij naar Nederland is gekomen. 20

Verklaring [betrokkene 3]

In het kader van de uitvoering van een rechtshulpverzoek werd [betrokkene 3] op 9 oktober 2012 gehoord. Hij verklaarde dat hij getrouwd is met [slachtoffer 1]. [medeverdachte 2] heeft [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] naar Nederland gebracht. [slachtoffer 4] is verstandelijk gehandicapt. In de zomer van 2011 is [slachtoffer 4] naar Nederland gegaan. Ze kwam terug met € 100 of € 150.21

Aangifte [slachtoffer 4]

In het kader van een rechtshulpverzoek werd op donderdag 11 oktober 2012 [slachtoffer 4] gehoord. Zij is op het verhoor voorbereid door een psycholoog. Ook werd ze bijgestaan door haar begeleidster/tante omdat zij vaak de vragen niet begrijpt.

[slachtoffer 4] verklaarde dat ze één jaar naar de basisschool is geweest. Toen ze 14 was overleden haar ouders en sindsdien woont ze bij haar tante. Ze komen net rond van hun uitkering. [medeverdachte 2] heeft haar meegenomen naar Nederland. In de auto zaten ook twee mannen. In de woning van [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte]) moest zij van [medeverdachte 2] seksuele handelingen verrichten. Er werden foto’s van haar gemaakt. Als er een man binnen kwam, zag [slachtoffer 4] dat de man geld gaf aan [medeverdachte 2]. [slachtoffer 4] weet niet hoeveel, want ze kan geen geld herkennen. [medeverdachte 2] zei dat [slachtoffer 4] de piemel van de man in de mond of in de vagina moest doen. [slachtoffer 4] zei dat ze dat niet wilde, alleen in haar vagina. Toen [medeverdachte 2] het geld had ontvangen moest [slachtoffer 4] met de man naar de kamer. In totaal heeft ze met drie mannen seks gehad. Als er mannen kwamen dat ging [medeverdachte 2] mee naar de kamer en vertaalde ze wat de mannen wilden.22

Oordeel hof ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

Sub 1

Verdachte heeft toegestaan dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] bij hem werden gehuisvest, althans dat de huizen waarin zij en hij verbleven op zijn naam werden gezet. De prostitutiewerkzaamheden vonden ook plaats in en vanuit de woningen die verdachte huurde en waarin verdachte verbleef.

Ten aanzien van [slachtoffer 2] heeft verdachte verklaard dat zij zelf niets te zeggen had over haar geld. Verdachte wist dat het door haar verdiende geld naar [medeverdachte 1] ging en dat [betrokkene 2] daar vervolgens een deel van kreeg. Verdachte moet zich – ondanks zijn verstandelijke beperking – gerealiseerd hebben dat [slachtoffer 2] zich in een uitbuitingssituatie bevond. [slachtoffer 2] was bij verdachte gehuisvest zodat zij (daar) met prostitutiewerkzaamheden geld (voor anderen) kon verdienen. Gelet op het aandeel van verdachte en zijn wetenschap met betrekking tot de uitbuitingssituatie kan gesteld worden dat verdachte (samen met een ander of anderen) door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht die [slachtoffer 2] heeft gehuisvest met het oogmerk van uitbuiting.

Ten aanzien van [slachtoffer 4] wist verdachte dat ze een verstandelijke handicap had; dat kon hij immers aan haar zien. Verdachte moet verder hebben geweten dat in ieder geval [medeverdachte 1] een financieel belang had bij het prostitutiewerk van [slachtoffer 4], omdat verdachte er mee bekend was dat het geld dat verdiend werd door de prostituees die bij hem in huis woonden, in handen kwam van [medeverdachte 1]. Ook verdachte moet hebben begrepen dat onder meer door [medeverdachte 1] misbruik werd gemaakt van de verstandelijke handicap van [slachtoffer 4] om er financieel beter van te worden. Gelet hierop is het hof van oordeel dat verdachte samen met een ander of anderen die [slachtoffer 4], door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gehuisvest met het oogmerk van uitbuiting.

Uit het dossier blijkt dat verdachte ook [slachtoffer 1] heeft gehuisvest. Hoewel [slachtoffer 1] slechts een zodanig klein deel van haar inkomsten uit prostitutiewerkzaamheden kon behouden dat sprake is van uitbuiting, blijkt onvoldoende uit het dossier dat verdachte dit wist. Uit de verklaringen van verdachte lijkt te volgen dat hij in de veronderstelling was dat [slachtoffer 1] zelf wel veel overhield uit haar prostitutiewerkzaamheden. Het hof acht daarom niet bewezen dat verdachte (met een of meer anderen) [slachtoffer 1] huisvestte met het oogmerk van uitbuiting.

Ten aan van [slachtoffer 3] is het hof van oordeel dat niet verdachte haar heeft gehuisvest. Hij verbleef wel in dezelfde caravan als [slachtoffer 3], maar de caravan was van [medeverdachte 1]. Verdachte heeft ook geen activiteiten verricht met het oog op de huisvesting van [slachtoffer 3] in de caravan van [medeverdachte 1]. Het hof zal verdachte ook van dit onderdeel vrijspreken.

Sub 3

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte met anderen [slachtoffer 4] in Roemenië heeft opgehaald en naar Nederland heeft gebracht, terwijl hij wist dat [slachtoffer 4] in Nederland in de prostitutie zou gaan werken.

Vrijspraak sub 5

Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat verdachte (alleen of met anderen) [slachtoffer 3] ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden. Ook blijkt onvoldoende dat verdachte (alleen of met anderen) een handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou stellen voor prostitutiewerkzaamheden. Uit de bewijsmiddelen volgt slechts dat verdachte (samen met medeverdachte [medeverdachte 2]) in de caravan van medeverdachte [medeverdachte 1] verbleef, toen [slachtoffer 3] daar ook verbleef. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben bewerkstelligd dat [slachtoffer 3] naar Nederland kwam, dat er een advertentie voor haar op internet kwam en dat ze naar een klant werd gebracht. Hoewel verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van [slachtoffer 3] in de caravan en het feit dat ze voor prostitutiewerkzaamheden naar Nederland was gebracht, blijkt verder niet dat verdachte bemoeienis had met [slachtoffer 3] en/of haar werkzaamheden. De hiervoor genoemde wetenschap en het verblijf van verdachte in dezelfde caravan als [slachtoffer 3], acht het hof onvoldoende om tot een bewezenverklaring van sub 5 te komen.

Vrijspraak sub 8

[slachtoffer 3] heeft seksuele handelingen met een klant verricht. Het geld is in ontvangst genomen door [medeverdachte 2]. Niet is gebleken dat verdachte daar een deel van heeft ontvangen. Verder is niet gebleken dat verdachte heeft bevorderd dat [medeverdachte 2] of iemand anders financieel zou profiteren van de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 3]. Het hof zal daarom de verdachte ook van dit onderdeel vrijspreken.

Sub 9

Uit het dossier volgt niet dat verdachte of een medeverdachte heeft geprofiteerd van het geld dat door [slachtoffer 4] is verdiend, zodat verdachte van dit onderdeel wordt vrijgesproken.

Wel volgt uit het dossier dat verdachte het voor [medeverdachte 1] en anderen mogelijk maakte om van [slachtoffer 2] financieel te profiteren. Verdachte zorgde voor de huisvesting van [slachtoffer 2], liet toe dat er prostitutiewerkzaamheden in zijn woning werden verricht, ontving het geld van klanten en gaf dit aan [medeverdachte 1]. Verdachte heeft verder verklaard dat [slachtoffer 2] niets over het geld te zeggen had en wist dus van het overwicht dat anderen op haar hadden. Gelet op deze betrokkenheid is naar het oordeel van het hof sprake van medeplegen.

Ten aanzien van [slachtoffer 1] blijkt uit het dossier onvoldoende dat verdachte wist dat er misbruik van haar werd gemaakt, zodat het hof verdachte ook van dit onderdeel vrijspreekt.

Feit 2

Ten aanzien van feit 2 primair en subsidiair geldt dat uit het dossier voldoende blijkt dat er seksuele handelingen hebben plaatsgevonden tussen [slachtoffer 4] en verdachte. Uit het dossier blijkt onvoldoende dat die seksuele handelingen hebben plaatsgevonden tegen de wil van [slachtoffer 4]. Het enkele feit dat sprake is van een verstandelijke handicap, wil nog niet zeggen dat [slachtoffer 4] onvoldoende in staat was haar wil met betrekking tot die seksuele handelingen kenbaar te maken. In het dossier zit niet zodanige informatie over de handicap van [slachtoffer 4] dat het hof daaruit kan afleiden dat zij niet in staat moest worden geacht haar wil met betrekking tot seksuele handelingen kenbaar te maken. Het hof zal daarom de verdachte van het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde vrijspreken.

Feit 3

Ten aanzien van feit 3 blijkt niet van zodanige betrokkenheid van verdachte dat van plegen of medeplegen kan worden gesproken aan het vervaardigen, verspreiden, bezit etc. van kinderporno. Het hof zal daarom de verdachte ook van dit feit vrijspreken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2011 tot en met 30 juni 2012 in de gemeente(n) Twenterand en/of Hof van Twente en/althans (elders) in Nederland en/of in Roemenië,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, een of meer (Roemeense) vrouw(en), te weten:

- [slachtoffer 1], en/of

- [slachtoffer 2], en/of

- [slachtoffer 3], geboren op 14 februari 1996, en/of

- [slachtoffer 4]

* (sub 1)

(telkens) door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkheden en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting van die voornoemde vrouw(en), en/of

Ten aanzien van [slachtoffer 4]

* (sub. 3)

(telkens) (in Roemenië) heeft aangeworven, medegenomen en/of ontvoerd, met het oogmerk die [slachtoffer 4] (en) in een ander land (Nederland en/of Duitsland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling, en/of

Ten aanzien van [slachtoffer 3]

* (sub. 5)

(telkens) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handelingen, met of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die vrouw, [slachtoffer 3], enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen, terwijl die [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, en/of

* (sub. 8)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit één of meer seksuele handeling(en) van een vrouw, [slachtoffer 3]. met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 3], de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, en/of

Ten aanzien van [slachtoffer 2],

* (sub. 9)

(telkens) door een of meer andere feitelijkheden en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie [slachtoffer 2] heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handeling(en) van die vrouw(en) met of voor een derde,

hierin bestaande dat verdachte tezamen met zijn mededader(s) en/althans alleen (telkens):

- gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijke en/of lichamelijke overwicht dat verdachte en/of zijn mededader(s) over die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] had(den), en/of

- ten aanzien van die vrouw(en) die de Nederlandse taal niet (goed) machtig was/waren en/of onbekend was/waren in Nederland en/of onbekend was/waren met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende(n) en/of/aldus zich in een kwetsbare (financiële) positie bevond(en) voornoemde vrouw(en) heeft benaderd en/of heeft laten benaderen voor prostitutie-werkzaamheden, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 4] vanuit Roemenië naar Nederland en/of Duitsland heeft meegenomen/vervoerd en/of gebracht en/of het vervoer van die vrouw(en)vanuit Roemenië naar Nederland heeft geregeld/georganiseerd/betaald, en/of

- de/het paspoort(en)/identiteitsbewijs/zen van die vrouw(en) af heeft genomen en/of in bewaring heeft genomen en/of laten nemen, en/of

- ten aanzien van die minderjarige [slachtoffer 3] haar ouder(s) heeft misleid door tegenover die ouders aan te geven dat hun minderjarige dochter vanuit Roemenië naar Hongarije zou gaan om daar te werken, en/of

- ten aanzien van die minderjarige [slachtoffer 3] ten behoeve van haar uitreis uit Roemenië een notariële akte heeft geregeld en/of laten regelen, en/of

- zijn, verdachtes en/of verdachtes mededaders woning/caravan en/of een door verdachte en/of zijn mededader(s) gehuurde (vakantie)woning/ruimte voor het verrichten van prostitutie-werkzaamheden door die vrouw(en) ter beschikking heeft gesteld, en/of

- die woning/ruimte(n) waar die vrouw(en) verbleef/verbleven heeft afgesloten, en/of

- erotisch getinte foto(’s) van die vrouw(en) heeft gemaakt en/of heeft laten maken en/of (vervolgens) die foto(’s) en/of contactadvertentie(s) van die vrouw(en) op internet heeft gezet en/of laten zetten, en/of

- die vrouw(en) (mede via verdachtes en/of verdachtes mededaders escortservice) in contact heeft gebracht en/of laten brengen met klant(en)/derde(n) en/of naar die klant(en)/derde(n) heeft vervoerd of laten vervoeren, en/of

- controle heeft uitgeoefend en/of laten uitoefenen op de prostitutie werkzaamheden van die vrouw(en), en/of

- de verdiensten van die [slachtoffer 2] voor die prostitutie-werkzaamheden (gedeeltelijk) heeft afgenomen en/of laten afgeven en/of bewaard en/of een schuldrelatie met die vrouw(en) heeft laten ontstaan, en/of

- een of meer van die vrouw(en) heeft gestompt en/of geslagen en/of gedreigd te slaan/stompen en/of die vrouw(en) met de dood heeft bedreigd/heeft gedreigd dood te schieten, en/of

die [slachtoffer 1] de haren (gedeeltelijk) heeft afgeknipt, en/of

- (betaalde) seks met een of meer van die vrouw(en) heeft gehad;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte volledig afhankelijk was van medeverdachte [medeverdachte 1]. Gelet op de zeer beperkte intellectuele capaciteiten van verdachte kon hij niet anders doen dan wat [medeverdachte 1] van hem vroeg. [medeverdachte 1] had hem sociaal geïsoleerd en financieel in de tang. Verdachte is mishandeld door [medeverdachte 1]. Er zijn aanwijzingen dat verdachte bijna is gewurgd in opdracht van [medeverdachte 1]. Daarna durfde verdachte niets meer in te brengen tegen de verdachten. Namens verdachte heeft de raadsvrouw een beroep gedaan op psychische overmacht.

Het hof acht het aannemelijk dat verdachte vanwege zijn beperkte intellectuele capaciteiten onder invloed van de medeverdachten betrokken is geraakt bij het tenlastegelegde. Het is evenwel niet gebleken dat er zoveel druk op verdachte is uitgeoefend dat zijn wilsvrijheid hierdoor is aangetast dan wel redelijkerwijs niet van hem mocht worden gevergd dat hij weerstand bood aan die druk.

Uit de pro justitia rapportage van forensisch psycholoog D. Breuker d.d. 28 mei 2014 komt naar voren dat de verstandelijke beperking van verdachte zijn betrokkenheid bij het tenlastegelegde slechts ten dele kan verklaren. Breuker concludeert dat verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar is. Naast de verstandelijke beperking beschikt verdachte over voldoende gezonde eigenschappen, die het mogelijk maakten zijn gedragskeuzes bij te sturen dan wel anders te kiezen.

Het beroep op psychische overmacht wordt verworpen.

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en bijzondere voorwaarden.

Door de advocaat-generaal is gevorderd dat verdachte hoger beroep wordt veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van dezelfde duur, met een proeftijd van twee jaren en bijzondere voorwaarden.

De raadsvrouw heeft primair gepleit voor toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Subsidiair heeft zij gepleit voor oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het voorarrest en een voorwaardelijk deel van één week, met een proeftijd van drie jaar en bijzondere voorwaarden.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van twee Roemeense vrouwen.

De slachtoffers zijn gehuisvest in verschillende (vakantie)woningen. Na politiecontroles is telkens een andere woning gehuurd op naam van verdachte. Verdachte heeft zelf ook een wezenlijke bijdrage geleverd aan de mensenhandel door een van de slachtoffers op te halen in Roemenië, de slachtoffers te huisvesten en het door heb verdiende geld in bewaring te nemen. Dit valt hem aan te rekenen.

In strafmatigende zin wordt het volgende in aanmerking genomen. Het is niet gebleken dat verdachte geweld heeft gebruikt tegen de slachtoffers of dat hij ze daarmee heeft bedreigd. Het staat evenmin vast dat hij geld heeft verdiend ten koste van de slachtoffers. Hij is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten. Ten opzichte van de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] heeft verdachte een ondergeschikte rol gespeeld. Op grond van de pro justitia rapportage van forensisch psycholoog D. Breuker concludeert het hof dat het bewezenverklaarde enigszins verminderd kan worden toegerekend aan verdachte.

Uit de reclasseringsrapportage van 20 juni 2014 komt naar voren dat verdachte tot ongeveer 10 jaar geleden redelijk heeft gefunctioneerd. Na zijn arbeidsongeschiktheid, die gepaard ging met een teruggang in inkomen, kreeg hij een huurschuld en raakte hij dakloos. Het gebrek aan structuur heeft mogelijk mede geleid tot de delictssituatie. Ambulante begeleiding wordt noodzakelijk geacht om recidive te voorkomen. De reclassering adviseert een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen.

Naar het oordeel van het hof doet de door de raadsvrouw bepleite toepassing van artikel 9a Sronvoldoende recht aan het de ernst van het bewezenverklaarde en de verwijtbaarheid van het gedrag van verdachte. Mede gelet op de deelvrijspraken van het onder 1 tenlastegelegde en de vrijspraak van de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten zal het hof een straf van een kortere duur opleggen dan de straf die is opgelegd door de rechtbank en is gevorderd door de advocaat-generaal.

Het hof is van oordeel dat oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, passend en geboden is. Aan het voorwaardelijke strafdeel worden de hierna te melden bijzondere voorwaarden verbonden.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.500,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 7.500,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 1 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 7.500. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.500. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.500,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 38.840,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 1 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Verzoek tot opheffing dan wel opheffing van de voorlopige hechtenis

De raadsvrouw heeft verzocht de voorlopige hechtenis van verdachte onmiddellijk op te heffen dan wel te schorsen.

Het hof heeft de voorlopige hechtenis niet onmiddellijk opgeheven of geschorst. Het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis is bij beschikking van 17 juli 2014 opgeheven met ingang van 28 juli 2014.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat:

- de veroordeelde verplicht is zich binnen 30 dagen na het onherroepelijk worden van dit arrest te melden bij reclassering Leger des Heils op het adres [adres] en dat hij zich gedurende de volledige proeftijd blijft melden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

- dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd stelt onder het toezicht van reclassering Leger des Heils en zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, door of namens deze instelling te geven.

Geeft reclassering Leger des Heils opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 4] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4], een bedrag te betalen van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr J.D. den Hartog, voorzitter,

mr A.B.A.P.M. Ficq en mr A.J. Smit, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr R. Hermans, griffier,

en op 9 september 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 9 september 2014.

Tegenwoordig:

mr J.D. den Hartog, voorzitter,

mr A.J. Smit en mr. J.W. Rijkers, raadsheren,

mr drs. I.E.W. Gonzales, advocaat-generaal,

mr R. Hermans, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

1 Proces-verbaal van bevindingen, inhoudende het relaas van [naam] en [naam], p. 2057.

2 Proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [verdachte], afgelegd op 18 september 2012, p. 2099.

3 Idem, p. 2101.

4 Idem, p. 2104.

5 Idem, p. 2108.

6 Idem, p. 2109.

7 Idem, p. 2110.

8 Proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [verdachte], afgelegd op 19 september 2012, p. 7403.

9 Proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [verdachte] d.d., afgelegd op 17 oktober 2012, p. 2134.

10 Idem, p. 2140.

11 Idem, p. 2141.

12 Idem, p. 2142.

13 Idem, p. 2145.

14 Idem, p. 2146.

15 Idem, p. 2147.

16 Idem, p. 2149.

17 Zaaksproces-verbaal [slachtoffer 2], p. 10010.

18 Idem, p. 10011.

19 Nederlandse vertaling verklaring van [slachtoffer 2], afgelegd op 10 oktober 2012 in het kader van het rechtshulpverzoek in het bijzijn van de Roemeense en Nederlandse politieautoriteiten, p. 10252.

20 Proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2], afgelegd op 13 april 2012, p. 10195 en 10196.

21 Nederlandse vertaling verklaring van [betrokkene 1], afgelegd op 9 oktober 2012 in het kader van het rechtshulpverzoek in het bijzijn van de Roemeense en Nederlandse politieautoriteiten, p. 9392 en 9393.

22 Nederlandse vertaling verklaring van [slachtoffer 4], afgelegd op 11 oktober 2012 in het kader van het rechtshulpverzoek in het bijzijn van de Roemeense en Nederlandse politieautoriteiten, p. 9158, 9159 en 9160.