Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:6899

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
04-09-2014
Datum publicatie
10-09-2014
Zaaknummer
200.144.792-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen vervangende toestemming voor verhuizing.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 253a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2014/150

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.144.792/01

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland c/16/362990/FL RK 14-342)

beschikking van de familiekamer van 4 september 2014

inzake

[verzoekster],

domicilie kiezende te [plaats],

verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. J.A. Wesdorp, kantoorhoudend te Almere,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verweerder in hoger beroep,

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. B. Eskes, kantoorhoudend te Almere.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof heeft op 3 juni 2014 een tussenbeschikking gegeven en verwijst daarnaar.

1.2

Na deze beschikking zijn bij het hof binnengekomen:

- een brief van mr. Wesdorp van 12 juni 2014;

- een journaalbericht met bijlagen van mr. Eskes van 13 juni 2014.

2 De motivering van de beslissing

2.1

Op 20 augustus 2014 heeft een comparitie van partijen ten overstaan van een raadsheer-commissaris plaatsgevonden. Naast partijen en hun advocaten waren eveneens
de partners van partijen verschenen: [A] (partner van de moeder) en [B] (partner van de vader). Van deze comparitie is een proces-verbaal opgemaakt.

2.2

Uit hetgeen ter comparitie aan de orde is geweest heeft het hof het volgende opgemaakt:

a. Na de mondelinge behandeling van deze zaak door het hof op 21 mei 2014 zijn partijen niet meer tot overleg over deze kwestie gekomen.

b. De moeder verblijft met [kind] in de woning in [woonplaats], samen met haar partner en hun twee kinderen. De vader heeft hiervoor toestemming gegeven bij wege van voorlopige oplossing.

c. De moeder brengt en haalt [kind] naar en van school in [plaats] en rijdt daarvoor tweemaal per dag heen en weer tussen [woonplaats] en [plaats], deels met de leaseauto van haar partner. In de vakantie heeft [kind] conform de lopende contactregeling bij de vader verbleven. Het vele rijden vindt de moeder voor [kind] onwenselijk. Overigens moest er ook veel gereden worden in verband met [kind] toen de moeder nog in [plaats] woonde, in verband met school en andere activiteiten van [kind].

d. Sinds en in verband met het verblijf van de moeder in [woonplaats] is de verstandhouding tussen partijen minder goed geworden.

e. De vader blijft van mening dat de moeder met [kind] moet terugverhuizen naar [plaats]. Zij heeft het recht in eigen hand genomen en het gaat niet aan dat dat gesanctioneerd wordt. Daarnaast wil de vader meer dan voorheen tot invulling van het co-ouderschap over [kind] komen en wil hij dat [kind] zoveel mogelijk in één sociale omgeving verblijft.
Hij is bereid om, in afwachting van een terugverhuizing van de moeder naar [plaats], [kind] meer bij hem te laten verblijven, zo nodig met inschakeling van buitenschoolse opvang.

f. De moeder wil graag in [woonplaats] (blijven) wonen. Het bevalt haar en haar gezin daar veel beter dan in [plaats]. Het oudste zoontje van de moeder en haar partner gaat daar binnenkort naar de basisschool. Verkoop van het huis in [woonplaats] zal waarschijnlijk niet vlot verlopen en met verlies gepaard gaan; ter comparitie is een bedrag van € 20.000,- als mogelijk te lijden verlies genoemd. De moeder vindt goed contact met de vader belangrijk. Zij heeft gezocht naar tussenoplossingen, zoals extra omgang tussen [kind] en de vader, of het gebruik van een caravan voor door de weeks. Gescheiden wonen van haar partner ziet zij niet als onderdeel van een aanvaardbare oplossing.

g. De moeder werkt niet buitenshuis. Zij is in verwachting sinds februari 2014. Wanneer zij in verband met haar zwangerschap en de bevalling [kind] niet van en naar [plaats] kan brengen en halen kan haar partner dat opvangen, hij heeft flexibele werktijden.

h. De verkoop van het huis in [plaats] en de aankoop van het huis in [woonplaats] hebben de moeder en haar partner in goed overleg met elkaar gedaan.
Zij verkeerden in de veronderstelling dat zij met de vader tot overeenstemming zouden komen over de verhuizing, zodat zij niet het gevoel hadden met deze beslissingen een risico te nemen. Zij maken zich zorgen over hoe het verder moet wanneer het hof mocht beslissen dat de moeder niet met [kind] mocht verhuizen.

2.3

In de tussenbeschikking van 3 juni 2014 heeft het hof al geschetst dat er, gezien vanuit het belang van [kind], eigenlijk geen optimale oplossing voorhanden is. Elke beslissing die genomen kan worden kent nadelige kanten, ook voor haar. Nu echter partijen niet in staat blijken om in het belang van hun dochter gezamenlijk tot een oplossing te komen zal het hof een beslissing nemen.

2.4

Alles afwegend komt het hof tot de slotsom dat de beschikking die de rechtbank gegeven heeft bekrachtigd moet worden en dat de moeder vervangende toestemming tot verhuizing met [kind] naar [woonplaats] onthouden moet worden. Daartoe overweegt het hof, naast het overnemen van de motivering van de rechtbank, nog het volgende.

2.5

In het convenant dat de vader en de moeder destijds bij hun uiteengaan hebben gesloten is opgenomen dat partijen in beginsel in dezelfde woonplaats zouden blijven wonen.
Dit legde op de moeder een verzwaarde verantwoordelijkheid om zich ervan te vergewissen dat de vader geen bezwaar had tegen een verhuizing naar buiten [plaats]. De vader had en heeft een gerechtvaardigd belang om niet akkoord te gaan met een verhuizing naar buiten [plaats], omdat dit zijn betrokkenheid bij [kind] in aanzienlijke mate belemmert. Met name de meer dagelijkse betrokkenheid, die bij het handhaven van een gezamenlijke woonplaats mogelijk is, kan niet voortduren wanneer er een zodanig grote afstand tussen de woonplaatsen bestaat dat het sociale leven van het kind zich naar buiten [plaats] verplaatst, zoals bij een verhuizing naar [woonplaats] onvermijdelijk het geval is. Dit gemis kan - zeker gezien de afspraken die partijen bij hun uiteengaan hebben gemaakt - niet gecompenseerd worden met meer of langere omgang, nog daargelaten dat uitbreiding van omgang bij een schoolgaand kind niet of nauwelijks mogelijk is, uitgaande van de thans bestaande regeling.

De moeder en haar partner hebben samen de beslissing genomen om, ondanks het ontbreken van uitdrukkelijke instemming van de vader met de verhuizing, hun huis in [plaats] te verkopen en het huis in [woonplaats] te kopen. Dat zij verwachtten dat zij er met de vader wel uit zouden komen is een misrekening geweest waarvan de gevolgen voor hun rekening moeten blijven. Dat de uit deze beslissing voortgekomen problemen tot spanningen binnen de relatie tussen de moeder en haar partner hebben geleid kan het hof begrijpen, maar het hof heeft niet de indruk gekregen dat die spanningen tot dusdanige problemen tussen de moeder en haar partner zullen leiden dat [kind] en haar halfbroertjes daaronder in onaanvaardbare mate te lijden zullen hebben. Het hof acht de moeder en haar partner in staat om samen tot een oplossing te komen van de problemen die ongetwijfeld uit de beslissing van het hof voor hen zullen voortvloeien. In dat kader merkt het hof op dat een mogelijk verlies bij verkoop van de woning in [woonplaats] in de orde van grootte van € 20.000,- weliswaar niet gering is maar evenmin onoverkomelijk voorkomt, mede nu de voorzichtige schatting van de partner van de moeder is dat huizen in [plaats] iets goedkoper zijn dan in [woonplaats], en door een terugverhuizing een besparing plaatsvindt op vervoerskosten in verband met [kind].
Het hof gaat er van uit dat de moeder en haar partner ook in [plaats] een woning en woonomgeving moeten kunnen vinden die voor hen betaalbaar en qua sfeer aanvaardbaar is. Aldus moet in voldoende mate aan het welbevinden van de moeder tegemoet worden gekomen, zodat [kind] daarvan geen nadelige gevolgen behoeft te ondervinden.

2.6

Zoals - onder voorbehoud zijdens het hof ten aanzien van de te nemen beslissing -
ter comparitie ook aan de orde gesteld is, is het niet de bedoeling dat de vader de moeder thans dwingt om op zeer korte termijn terug te verhuizen naar [plaats]; de vader heeft ook laten blijken dat in te zien. Dat zou tot te grote spanningen en kosten leiden en dat acht het hof in strijd met de belangen van [kind]. De moeder en haar partner dienen wel voortvarend tot verkoop (of verhuur) van het huis in [woonplaats] over te gaan, dan wel op andere wijze er in te voorzien dat zij (althans [kind] en de moeder) binnen negen maanden na heden weer in [plaats] wonen. In de tussentijd dient naar het oordeel van het hof de thans bestaande praktische gang van zaken ten aanzien van de schoolgang van [kind] en haar contact met de vader te worden gecontinueerd. Dit alles laat overigens onverlet dat partijen in goed overleg nog steeds tot een andere oplossing van dit geschil kunnen komen. Wellicht ontstaat daarvoor ruimte nu voor de vader duidelijk wordt dat de moeder (en haar partner) in beginsel de zure vruchten van haar/hun onvoldoende doordachte beslissing hebben te plukken.

2.7

Het hof ziet geen aanleiding om de moeder te veroordelen in de proceskosten, zoals door de vader verzocht.

3 De slotsom

3.1

Gelet op het vorenoverwogene, zal het hof beslissen als na te melden.

4 De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, van 1 april 2014;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. G. Jonkman, mr. J.D.S.L. Bosch en
mr. A.W. Jongbloed, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van
4 september 2014 in bijzijn van de griffier.