Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:6887

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
05-09-2014
Datum publicatie
05-09-2014
Zaaknummer
ks 21-003111-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewijs en strafmaat. Bewezenverklaring van betrokkenheid bij zes overvallen of afpersingen van met name supermarkten. Deelneming aan criminele organisatie. Ad informandum gevoegde feiten. Twaalf jaar gevangenisstraf met toewijzing vordering tenuitvoerlegging 8 maanden gevangenisstraf. Schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummers: 21-003111-13 en 19-830030-10 (tul)

Uitspraak d.d.: 5 september 2014

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Assen van 28 december 2012 met parketnummer 19-810133-12 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 19-830030-10, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1991],

thans ingeschreven staand en verblijvende in PI Noord, gevangenis De Marwei te 8936 AS Leeuwarden, Holstmeerweg 7.

1 Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

2 Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 23 oktober 2013 en 21 en 22 augustus 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van de verdachte ter zake van het onder 1 primair en het onder 2 tot en met 8 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren, tot toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging en tot een beslissing ten aanzien van de benadeelde partijen, met inachtneming van de kanttekeningen die de advocaat-generaal in zijn op schrift gestelde requisitoir daaromtrent heeft gemaakt. Deze eveneens op schrift gestelde vordering van de advocaat-generaal is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. D.C. Vlielander, naar voren is gebracht.

3 Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

4 De tenlastelegging

Aan verdachte is – na aanvulling van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – tenlastegelegd dat:

1 primair

hij op of omstreeks 24 april 2012 in de gemeente(n) [gemeente1] en/of [gemeente2],

althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen

misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld personeel van supermarkt

[supermarkt], gelegen aan de [adres] te [plaats1], te dwingen tot

de afgifte van goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan

genoemde [supermarkt], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn/haar mededader(s),

- afspraken heeft gemaakt over de uitvoering van het voorgenomen misdrijf

en/of de verdeling van de buit en/of

- vroeg in de ochtend, althans voor openingstijd, naar voornoemde [supermarkt] is gegaan voorzien van donkere kleding en/of bivakmutsen en/of een of meerdere mes(sen) en/of (duct)tape en/of

- zich heeft verstopt in het struikgewas met zicht op de personeelsingang,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

1 subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 23 tot en met 24 april 2012 in de

gemeente(n) [gemeente1] en/of [gemeente2], althans in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van

een misdrijf, te weten afpersing en/of diefstal met geweld van geld en/of

goederen, geheel of ten dele toebehorende aan de [supermarkt], gelegen aan de

[adres] te [plaats1], opzettelijk donkere kleding en/of bivakmutsen

en/of messen en/of (duct)tape, kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan

van die misdrijven, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad;



2:

hij op of omstreeks 11 januari 2012 in [plaats2], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde1] en/of [slachtoffer1], medewerkers van casino [benadeelde10], althans een ander of anderen, heeft gedwongen tot de afgifte van 4.827 euro, althans een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan casino [benadeelde10], althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededaders

- voorzien van (een) (bivak)muts(en) en/of capuchon(s), althans enige vorm van (hoofd)bedekking om herkenning te voorkomen, het casino is/zijn binnengegaan en/of

- die [benadeelde1] en/of [slachtoffer1] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een mes heeft/hebben getoond en/of

- het glas van de kassaruimte (met een moker) heeft/hebben ingeslagen en/of

- die [benadeelde1] heeft/hebben geslagen en/of

- heeft/hebben geroepen: `Overval, overval, meer geld’ en/of `Ik maak jullie dood, maak die kluis open, ik wil meer geld’, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen die [benadeelde1] heeft/hebben gezegd dat zij de politie niet mocht bellen, omdat zij anders zou worden neergestoken, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;


3:

hij op of omstreeks 20 januari 2012 in [plaats3], althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld

en/of bedreiging met geweld [benadeelde2] en/of [benadeelde3], medewerkers van

supermarkt [supermarkt2], althans een ander of anderen heeft gedwongen tot de afgifte

van ongeveer 12.500 euro, althans een hoeveelheid geld en/of sieraden, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [benadeelde2] en/of

supermarkt [supermarkt2], althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en of

zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond dat verdachte/of zijn mededaders

- voorzien van (een) (bivak)muts(en) en/of capuchon(s), althans enige vorm van (hoofd)bedekking om herkenning te voorkomen, die [supermarkt2] is/zijn binnengegaan en/of

- die [benadeelde2] en/of die [benadeelde3] en/of [benadeelde4] en/of [benadeelde5], medewerker(s) van voornoemd bedrijf, een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een mes en/of een moker/hamer heeft/hebben getoond en/of heeft/hebben vastgebonden met tie-rips;



4:

hij op of omstreeks 20 februari 2012 in [plaats4], althans in Nederland, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen ongeveer 9.400 euro,

althans een hoeveelheid geld, en/of een of meerdere mobiele telefoons, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt [supermarkt]

en/of toen en daar aanwezige medewerkers van [supermarkt], althans aan een

ander of anderen dan aan verdachte en of zijn mededader(s), welke diefstal

werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging

met geweld tegen [benadeelde6] en/of [benadeelde7] en/of overige toen en daar

aanwezige medewerkers van [supermarkt], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

EN/OF

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde6] en/of [benadeelde7] en/of

overige toen en daar aanwezige medewerkers van supermarkt [supermarkt], heeft

gedwongen tot de afgifte van ongeveer 9.400 euro, althans een hoeveelheid

geld, en/of een of meerdere mobiele telefoons, in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan supermarkt [supermarkt] en/of die medewerkers,

althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en of zijn mededaders,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of

zijn mededaders

- voorzien van (een) (bivak)muts(en) en/of capuchon(s), althans enige vorm van (hoofd)bedekking om herkenning te voorkomen, die [supermarkt] zijn

binnengegaan en/of

- voornoemde [benadeelde6] en/of [benadeelde7] en/of overige toen en daar aanwezige medewerkers van voornoemd bedrijf een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een mes hebben getoond en/of hebben vastgebonden met tape;



5:

hij op of omstreeks 6 maart 2012 in [plaats5], althans in Nederland, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen ongeveer 16.000 euro, althans

een hoeveelheid geld en/of bier en/of een portemonnee en/of sleutels, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt [supermarkt2] en/of

[benadeelde8] en/of [benadeelde9], althans aan een ander of anderen dan aan

verdachte en of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die

[benadeelde9], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren,

EN/OF

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde9], althans een ander of anderen,

heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 16.000 euro, althans een

hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

supermarkt [supermarkt2] en/of [benadeelde8], althans aan een ander of anderen dan aan

verdachte en of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en/of zijn mededaders

- voorzien van (een) (bivak)muts(en) en/of capuchon(s), althans enige vorm van (hoofd)bedekking om herkenning te voorkomen, op die [benadeelde9] is/zijn afgerend en/of

- tegen die [benadeelde9] heeft/hebben gezegd: 'naar binnen, schakel het alarm uit, geen geintjes anders maken we je hartstikke dood', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- hoorbaar voor die [benadeelde9] heeft/hebben geroepen: 'vastbinden of doodschieten?' en/of

- die [benadeelde9] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een mes en/of een hamer heeft/hebben getoond en/of

- die [benadeelde9] heeft/hebben vastgebonden met tape;


6:

hij op of omstreeks 9 april 2012 te [plaats6], althans in Nederland, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging

met geweld [slachtoffer2] te dwingen tot de afgifte van een (personen)auto

van het merk Mercedes, type C200 met kenteken [kenteken], in elk geval van enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer2], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

- (telefonisch) een afspraak heeft gemaakt met voornoemde [slachtoffer2] om de

Mercedes te bekijken en/of

- een proefrit heeft gemaakt, waarbij die [slachtoffer2] de Mercedes heeft bestuurd en/of

- (vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen de keel en/of de zij van [slachtoffer2] heeft gedrukt, althans aan die [slachtoffer2] heeft getoond, en/of die [slachtoffer2] bij de nek heeft vastgepakt en/of

- tegen die [slachtoffer2] heeft gezegd dat hij de auto moet verlaten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7:

hij op of omstreeks 11 april 2012 te [plaats7], althans in Nederland, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging

met geweld [slachtoffer3], medewerker van supermarkt [supermarkt2], en/of [slachtoffer4],

althans een ander, te dwingen tot de afgifte van goederen en/of geld, geheel

of ten dele toebehorende aan supermarkt [supermarkt2] en/of [slachtoffer5], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

- voorzien van (een) bivakmuts(en), althans enige vorm van (hoofd)bedekking om herkenning te voorkomen, in de vroege ochtend, althans voor openingstijd, naar voornoemde [supermarkt2] is gegaan en/of

- [slachtoffer4] onder bedreiging van een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, en/of een mes heeft gedwongen om de supermarkt in te gaan en/of

- [slachtoffer3], onder bedreiging van een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, en/of een mes heeft getracht te bewegen de kluis te openen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


8:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 24 april 2012 in

de gemeente [gemeente1] en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een

organisatie, te weten een samenwerkingsverband tussen verdachte en/of [medeverdachte2]

en/of [medeverdachte3] en/of [medeverdachte4] en/of [medeverdachte5] en/of [medeverdachte6] en/of

[medeverdachte7] en/of [medeverdachte8] en/of een of meer anderen, welke organisatie tot

oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het (tezamen en in

vereniging) plegen van afpersingen en/of diefstallen met geweld van/tegen

medewerkers van supermarkten en/of casino's, althans van/tegen andere

personen dan verdachte en/of zijn mededaders en/of het plegen van diefstallen

met braak/inklimming of verbreking van auto's en/of in horecagelegenheden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Algemene bewijsoverwegingen

De verdediging heeft enkele verweren gevoerd die feit overstijgend van aard zijn. Voorts hecht het hof eraan ambtshalve enkele opmerkingen te maken. Om die redenen worden op deze plaats enkele algemene bewijsoverwegingen weergegeven, waarbij voor zover mogelijk aansluiting is gezocht bij hetgeen de rechtbank hieromtrent reeds heeft overwogen.

5.1

Modus operandi

Uit het dossier komt naar voren dat ten behoeve van de opsporing veelvuldig wordt verwezen naar de beschrijvingen van de daders betreffende de gedragen kleding, hun lichaamsbouw en de wijze van voortbewegen. Ook is aandacht besteed aan de wijze waarop de daders hun wapens vasthouden. Zowel aangevers, getuigen als medeverdachten hebben hierover verklaringen afgelegd. Met de rechtbank wordt geconstateerd dat uit de op deze punten afgelegde verklaringen niet een eenduidig beeld van dader/daders naar voren komt in die zin dat deze onomstotelijk zijn te koppelen aan de verdachte in de onderhavige zaak. Het hof zal daarom de verklaringen dan wel hetgeen de politie ten aanzien van voornoemde punten heeft gerelateerd buiten de bewijsvoering laten.

De politie heeft voorts aandacht besteed aan de modus operandi van met name de overvallen op het casino in [plaats2] en de overvallen op de supermarkten. De politie duidt dan met name op het gebruik van een pistool, mes en hamer en het al dan niet vastbinden van supermarktmedewerkers. Het hof acht deze modus operandi onvoldoende specifiek om als zogenoemd schakelbewijs te gebruiken. Dat leidt er toe dat van de tenlastegelegde overvallen afzonderlijk moet worden vastgesteld of deze wettig kunnen worden bewezen en of het hof door die bewijsmiddelen de overtuiging heeft bekomen dat verdachte het betreffende ten laste gelegde feit heeft begaan.

5.2

OVC gesprekken

Niettegenstaande het vorengaande, laat het hof bij de weging van de hierna per overval besproken bewijsmiddelen meewegen dat uit een aantal bronnen, met name de OVC gesprekken, observaties en tapgesprekken, blijkt van betrokkenheid in het algemeen van verdachte bij (de voorbereiding van) overvallen.

Het hof acht hierbij van belang de inhoud van OVC gesprekken gevoerd in de periode van 16 april 2012 tot en met 23 april 2012, waaruit blijkt dat verdachte samen met medeverdachten [medeverdachte2] en/of [medeverdachte5] op zoek is naar supermarkten om te overvallen en waarin wordt gesproken over manieren waarop de overvallen kunnen worden gepleegd of eerder zijn gepleegd.

Het hof weegt voor het bewijs ten aanzien van verdachte in het bijzonder nog mee het OVC gesprek dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte5] hadden in de auto van [medeverdachte5] op 20 april 2012. Met name de weergave van het gesprek om 23:39:00 uur, dat kort en zakelijk, onder meer – zakelijk weergegeven - inhoudt: [verdachte] heeft liever een eigen bedrijf en wil niet doorgaan met overvallen. Hij zegt dat er een keer een moment komt dat hij voor de rechtbank komt voor acht overvallen. [verdachte] zegt dat hij er niet trots op is mensen te overvallen. [verdachte] zegt dat hij wel moet om aan geld te komen.

Het voorgaande neemt niet weg dat het hof in de mogelijk later op te maken aanvulling van de bewijsmiddelen per feit zal opsommen welke bewijsmiddelen aan een eventuele bewezenverklaring ten grondslag liggen.

5.3

Gebruik verklaringen medeverdachten in het algemeen

Een rode draad in de verweren van de verdediging in de onderhavige zaak en in de zaken van de medeverdachten is dat het hof de verklaringen van de medeverdachten niet voor het bewijs kan bezigen, nu deze – kort gezegd – een motief kunnen hebben om belastend te verklaren over de ander, zoals zichzelf ontlasten of het nemen van wraak.

Het hof is het eens met de verdediging dat dergelijke verklaringen met de nodige behoedzaamheid moeten worden benaderd en dat motieven voor onwaarheden grondig getoetst moeten worden, maar verbindt daaraan – anders dan de verdediging – niet de conclusie dat deze verklaringen op voorhand niet voor het bewijs kunnen worden gebezigd. Indien er voldoende steunbewijs voorhanden is, waardoor de afgelegde en betwiste verklaring van een medeverdachte verankering vindt in andere los van die verklaring(en) bestaande bewijsmiddelen, kunnen ook verklaringen van medeverdachten worden gebruikt voor het bewijs. Dit betekent dat het hof ook in de onderhavige zaak verklaringen van medeverdachten voor het bewijs zal bezigen, voor zover deze voldoende verankerd zijn in andere bewijsmiddelen.

5.4

Gebruik verklaring [medeverdachte3]

Door de verdediging is betoogd dat de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte3] dienen te worden uitgesloten van het bewijs, nu [medeverdachte3] aantoonbaar onjuist zou hebben verklaard, wisselende verklaringen heeft afgelegd en zich heeft beroepen op zijn verschoningsrecht. Het gebruik van de verklaringen van [medeverdachte3] is met name betwist bij feit 2 en 3.

Met inachtneming van hetgeen hierboven onder 5.3 is overwogen, reageert het hof als volgt op het verweer van de verdediging.

Verklaringen dienen te worden beoordeeld op consistentie, accuraatheid en volledigheid. Het enkele feit dat in verklaringen op punten tegenstrijdigheden voorkomen, maakt deze verklaringen op zichzelf nog niet onbetrouwbaar. Dat kan immers te wijten zijn aan de feilbaarheid van het menselijk geheugen, teweeggebracht onder invloed van emoties, ontstaan door het delict of tijdsverloop. Het gaat om de totale indruk die de verklaringen maken en de wijze waarop zij zijn afgelegd.

Met de verdediging constateert het hof dat [medeverdachte3] op onderdelen wisselende verklaringen heeft afgelegd. Anders dan de verdediging constateert het hof dat deze wisselende verklaringen met name zien op zijn eigen rol in het geheel. Desalniettemin dient de verklaring van [medeverdachte3] enkel te worden gebruikt wanneer deze steun vindt (verankerd is) in de verklaring van een ander. Zowel bij feit 2 als bij feit 3 is er een andere getuige die de kern van de verklaring van [medeverdachte3] bevestigt, te weten [medeverdachte8]. Om die reden acht het hof zich vrij om de verklaring van [medeverdachte3] ten aanzien van die feiten te gebruiken voor het bewijs. Het hof acht de verklaring van [medeverdachte3] in zoverre betrouwbaar.

5.5

Gebruik verklaring [medeverdachte8]

Door de verdediging is het gebruik van de verklaring van [medeverdachte8] als bewijsmiddel betwist, met name ten aanzien van feit 2 en 3, nu [medeverdachte8] ten tijde van zijn belastende verklaring 17 jaar oud was, zijn verklaring aantoonbaar onjuist is en [medeverdachte8] een motief had om verdachte te belasten, omdat verdachte [medeverdachte8] erbij had gelapt ter zake van een brandstichting. Ten slotte, zo heeft de raadsman betoogd, is [medeverdachte8] bij de raadsheer-commissaris op zijn verklaring teruggekomen.

Met inachtneming van hetgeen hierboven onder 5.3 is overwogen, reageert het hof als volgt op het verweer van de verdediging.

Het hof vermag niet in te zien op welke wijze de jeugdige leeftijd van [medeverdachte8] de conclusie zou rechtvaardigen dat diens verklaring onbetrouwbaar zou zijn. [medeverdachte8] is door politie meerdere malen, in eerste aanleg ten overstaan van de rechter-commissaris en tijdens de procedure in hoger beroep door de raadsheer-commissaris gehoord. Uit het dossier volgt dat [medeverdachte8] in zijn eerste verklaring spontaan belastend verklaart over verdachte en hij er pas op een later moment mee wordt geconfronteerd dat verdachte hem “erbij had gelapt”. Het door de raadsman aangedragen motief kan dus niet kloppen. [medeverdachte8] heeft bij de politie verklaard dat hij van verdachte zelf heeft gehoord dat hij bij bepaalde overvallen betrokken is geweest. Eerst ten overstaan van de raadsheer-commissaris komt hij daarop terug, in die zin dat hij daar verklaart dat hij dit niet van verdachte zelf heeft gehoord, maar via via. Zo zou [medeverdachte7] hem hebben verteld dat verdachte (samen met zijn broer) de overval op de [supermarkt2] in [plaats3] (feit 3) zou hebben gepleegd. [medeverdachte7], die eveneens bij de raadsheer-commissaris is gehoord, ontkent dit echter stellig. Het hof is onder de gegeven omstandigheden van oordeel dat de oorspronkelijke belastende verklaring van [medeverdachte8] betrouwbaar is en ook zonder horen van [medeverdachte8] ter terechtzitting voor het bewijs kan worden gebruikt, nu deze verklaring wordt ondersteund (verankerd) door een tweede los van de verklaring van [medeverdachte8] tot stand gekomen bewijsmiddel, te weten – zowel ten aanzien van feit 2 als 3 – de verklaring van [medeverdachte3]. Derhalve wordt het betrouwbaarheidsverweer van de verdediging verworpen en acht het hof zich vrij om de oorspronkelijke voor verdachte belastende verklaring van [medeverdachte8] te gebruiken voor het bewijs.

6 Vrijspraak ter zake van feit 1 primair

Aan verdachte is onder 1 primair een poging tot afpersing van het aanwezige personeel van een AH supermarkt te [plaats1] ten laste gelegd. Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of de handelingen van verdachte en zijn mededaders van dien aard zijn, dat kan worden gesproken van een begin van uitvoering van voornoemd delict. In het onderhavige geval kan naar het oordeel van het hof – nu verdachte en zijn mededaders, weliswaar voorzien van tape, messen en bivakmutsen, enkel in de bosjes buiten de supermarkt hebben gewacht – nog niet worden gesproken van een begin van uitvoering van afpersing (in vereniging). Gelet daarop is er van een poging geen sprake en zal verdachte worden vrijgesproken van het onder 1 primair ten laste gelegde.

Onder 1 subsidiair wordt verdachte verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen van voornoemde overval te [plaats1]. Het hof komt tot een bewezenverklaring van dit feit. Verdachte heeft dit feit ook bekend.

7 Vrijspraak ter zake van feit 4

Onder 4 wordt verdachte verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan afpersing dan wel beroving van het aanwezige winkelpersoneel van de supermarkt [supermarkt] te [plaats4]. Vooropgesteld dient te worden dat vaststaat dat dit delict daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en dat dit zonder meer een diep ingrijpende ervaring is geweest voor het aanwezige winkelpersoneel. Vraag is of verdachte voor deze overval verantwoordelijk kan worden gesteld. Het hof is van oordeel dat er aanwijzingen zijn dat verdachte bij de overval betrokken is geweest. Het benodigde wettig en overtuigend bewijs daarvoor ontbreekt evenwel. Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat de uitlatingen die verdachte bijna twee maanden na deze overval heeft gedaan in een opgenomen gesprek over “een overval waarbij ’30 man’ werd gegijzeld”, te weinig specifiek en niet voldoende congruent met de aangifte is om mede als bewijs van deze overval tegen verdachte te kunnen worden gebruikt. Het alsdan in het dossier resterende bewijs is onvoldoende om tot een wettig en overtuigende bewezenverklaring te komen

8 Bewijsoverwegingen

8.1

Feit 2 – Casino [plaats2]

De verdediging heeft ten aanzien van feit 2 het gebruik van de verklaringen van [medeverdachte3] en [medeverdachte8] betwist. Onder verwijzing naar hetgeen is overwogen onder 5.4 en 5.5. worden deze verweren verworpen en bezigt het hof deze verklaringen voor het bewijs ten aanzien van feit 2. Voorts wordt ook de verklaring van verdachte zelf als bewijsmiddel gebruikt. Verdachte heeft zich in een verhoor bij de politie d.d. 31 mei 2012 als volgt uitgelaten over het onder 2 ten laste gelegde delict:

(V = Vraag verbalisanten, A = Antwoord verdachte)

V: Wat gaan we doen? Gaan we alle zaken bij langs?

A: Ja, alleen dat ene met [medeverdachte3] (= medeverdachte [medeverdachte3], hof). Hij heeft mij erbij gelapt bij de [benadeelde10], maar hij was er zelf ook bij.

De verdediging heeft de stelling betrokken dat uit verdachtes gebruik van het woordje ‘ook’ niet kan worden afgeleid dat verdachte heeft gezegd of heeft bedoeld te zeggen dat hij er zelf ook bij betrokken was.

Het hof volgt de verdediging niet in haar verweer. Het hof is gelet op de context waarin de verklaring moet worden gelezen en geïnterpreteerd, van oordeel dat verdachte in zijn verhoor blijk heeft gegeven van zijn betrokkenheid bij voornoemde overval. Op het moment dat de verbalisanten – direct na de hierboven weergegeven passage – verdachte concreet gaan bevragen naar zijn betrokkenheid bij de overval in [plaats2], antwoordt verdachte dat hij eerst met zijn advocaat wil overleggen en wordt het verhoor beëindigd. Verdachte heeft op dat moment geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om terug te komen op zijn uitlating of om ‘dit misverstand’ recht te zetten. Gelet op de context van het verhoor, zal het hof de verklaring van verdachte zelf, zoals hierboven weergegeven, gebruiken als steunbewijs en komt het hof tot een bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde delict.

8.2

Feit 3 – [supermarkt2] te [plaats3]

Met de verdediging – die het gebruik door de rechtbank van de bewijsmiddelen voor de betrokkenheid van verdachte die zien op kasstortingen (enkele) dagen na het ten laste gelegde feit heeft betwist – is het hof van oordeel dat het gegeven dat er stortingen zijn gedaan geen direct bewijs oplevert voor de betrokkenheid van verdachte bij het onder 3 ten laste gelegde, enkele dagen daarvoor. Derhalve zal het hof deze kasstortingen niet voor het bewijs bezigen.

De verdediging heeft ten aanzien van feit 3 voorts het gebruik van de verklaringen van [medeverdachte3] en [medeverdachte8] betwist. Onder verwijzing naar hetgeen is overwogen onder 5.4 en 5.5. worden deze verweren verworpen en bezigt het hof deze verklaringen voor het bewijs ten aanzien van feit 3. Er wordt tot een bewezenverklaring gekomen van het onder 3 ten laste gelegde.

8.3

Feit 5 – [supermarkt2] te [plaats5]

De verdediging heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 5 ten laste gelegde. Het hof volgt de verdediging niet in haar verweer en komt met de advocaat-generaal tot een bewezenverklaring van dit delict. Anders dan de verdediging acht het hof de OVC gesprekken d.d. 19 april 2012 wel bruikbaar voor het bewijs. In deze gesprekken spreekt verdachte met zijn broer – [medeverdachte2] – over de voorbereiding van een overval. Verdachte refereert op dat moment aan de eerdere overval in [plaats5], waarbij ook iemand de achterkant van de winkel zou hebben benaderd. Dit past zowel qua pleegplaats als qua werkwijze bij het delict dat aan verdachte onder 5 ten laste is gelegd.

De raadsman heeft gelijk waar hij stelt dat niet alles wat gezegd is verstaanbaar is geweest. Het hof constateert dat de verbalisanten telkens hebben opgetekend wanneer een woord onverstaanbaar was. Daarmee hebben verbalisanten niet gegokt of ingevuld. Niet valt in te zien waarom de weergave van hetgeen zij wel hebben verstaan onbetrouwbaar zou zijn. Het hof kent betekenis toe aan het feit dat hetgeen is opgetekend als begrijpelijke en consistente onderdelen van verschillende gesprekken kan worden beschouwd. Ten slotte stelt het hof vast dat de auto waarin verdachte, zijn broer en [medeverdachte5] zaten ten tijde van de gesprekken waarvan verslag is gedaan, werd geobserveerd, hetgeen betekent dat kan worden vastgesteld dat verdachte en zijn medeverdachten deelnemers zijn geweest van de in die auto op dat moment gevoerde gesprekken. Aldus zijn de uithoorders van het gesprek op de hoogte geweest van de personen die het gesprek voerden.

Concluderend: de verweren van de verdediging worden verworpen, het betwiste OVC gesprek wordt voor het bewijs gebezigd en er wordt tot een bewezenverklaring gekomen van het onder 5 ten laste gelegde.

8.4

Feit 6 – Poging afpersing te [plaats6]

Onder 6 wordt verdachte verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot afpersing met betrekking tot een personenauto te [plaats6]. Het hof komt tot een bewezenverklaring van dit feit. Verdachte heeft dit feit ook bekend.

8.5

Feit 7 – Poging overval [supermarkt2] [plaats7]

Anders dan de raadsman, komt het hof tot een bewezenverklaring van feit 7, op basis van – naast de aangiften – onder meer de belastende verklaring van [medeverdachte3], zoals deze in een later stadium bij een eventuele aanvulling van de bewijsmiddelen zal worden opgenomen.

8.6

Feit 8 – Criminele organisatie

Ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde verwijt dat verdachte zou hebben deelgenomen aan een criminele organisatie heeft de raadsman van verdachte betoogd dat er geen sprake was van een duurzame en gestructureerde samenwerking en dat er in wisselende samenstellingen werd geopereerd, zodat van een criminele organisatie niet gesproken kan worden.

Hieromtrent wordt als volgt overwogen.

Om te kunnen spreken van een criminele organisatie is vereist dat er een samenwerkingsverband bestond met een zekere duurzaamheid en structuur tussen verdachte en ten minste één andere persoon. Een zekere bestendigheid van de organisatie is vereist, maar niet is vereist – zoals de raadsman heeft betoogd – dat de samenstelling van de criminele organisatie steeds dezelfde is. Naar het oordeel van het hof blijkt – zoals ook reeds verwoord onder 5.2 – met name uit de OVC gesprekken dat verdachte met zijn medeverdachten sprak over te verrichten overvallen, eerder verrichte overvallen, de beste manier waarop een overval zou kunnen worden verricht, aanrijtijden van de politie, etcetera. Daarbij zijn meerdere overvallen en pogingen daartoe daadwerkelijk door verdachte en medeverdachten verricht. Uit deze OVC gesprekken, die in een later stadium bij een eventuele aanvulling van de bewijsmiddelen zullen worden opgenomen, leidt het hof af dat er wel degelijk sprake was van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur. Derhalve wordt het verweer van de raadsman verworpen en komt het hof tot een bewezenverklaring van het onder 8 ten laste gelegde.

9 Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel – ook in onderdelen – slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig bewezen en heeft het hof de overtuiging verkregen, dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2, 3, 5, 6, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1 subsidiair:

hij in de periode van 23 tot en met 24 april 2012 in Nederland, tezamen en in

vereniging met anderen, ter voorbereiding van een misdrijf, te weten afpersing en/of diefstal met geweld van geld en/of goederen, toebehorende aan de [supermarkt], gelegen aan de [adres] te [plaats1], opzettelijk donkere kleding en bivakmutsen en messen en ducttape, kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan

van die misdrijven, heeft verworven en voorhanden heeft gehad;

2:

hij op 11 januari 2012 in [plaats2], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [benadeelde1] en [slachtoffer1], medewerkers van casino [benadeelde10], heeft gedwongen tot de afgifte van 4.827 euro, toebehorende aan casino [benadeelde10], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededaders

- voorzien van enige vorm van hoofdbedekking om herkenning te voorkomen, het casino zijn binnengegaan en

- die [benadeelde1] en [slachtoffer1] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een mes hebben getoond en

- het glas van de kassaruimte met een moker hebben ingeslagen en

- die [benadeelde1] hebben geslagen en

- hebben geroepen: `Overval, overval, meer geld’ en `Ik maak jullie dood, maak die kluis open, ik wil meer geld’ en

- tegen die [benadeelde1] hebben gezegd dat zij de politie niet mocht bellen, omdat zij anders zou worden neergestoken;


3:

hij op 20 januari 2012 in [plaats3], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [benadeelde2] en [benadeelde3], medewerkers van

supermarkt [supermarkt2], heeft gedwongen tot de afgifte van 12.500 euro en sieraden, toebehorende aan voornoemde [benadeelde2] of supermarkt [supermarkt2], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte/of zijn mededaders

- voorzien van enige vorm van hoofdbedekking om herkenning te voorkomen, die [supermarkt2] zijn binnengegaan en

- die [benadeelde2] en die [benadeelde3] en [benadeelde4] en [benadeelde5],

medewerkers van voornoemd bedrijf, een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een mes en een hamer hebben getoond en hebben vastgebonden met tie-rips;


5:

hij op 6 maart 2012 in [plaats5], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld en bier en een portemonnee en sleutels, toebehorende aan supermarkt [supermarkt2] of [benadeelde9], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [benadeelde9], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en zijn mededaders

- voorzien van enige vorm van hoofdbedekking om herkenning te voorkomen, op die [benadeelde9] zijn afgerend en

- tegen die [benadeelde9] hebben gezegd: 'naar binnen, schakel het alarm uit,

geen geintjes anders maken we je hartstikke dood' en

- hoorbaar voor die [benadeelde9] hebben geroepen: 'vastbinden of doodschieten?' en

- die [benadeelde9] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een mes en een hamer hebben getoond en

- die [benadeelde9] hebben vastgebonden met tape;


6:

hij op 9 april 2012 te [plaats6], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich

en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging

met geweld [slachtoffer2] te dwingen tot de afgifte van een personenauto

van het merk Mercedes, type C200 met kenteken [kenteken], toebehorende aan [slachtoffer2],

- telefonisch een afspraak heeft gemaakt met voornoemde [slachtoffer2] om de

Mercedes te bekijken en

- een proefrit heeft gemaakt, waarbij die [slachtoffer2] de Mercedes heeft bestuurd en

- vervolgens een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen de keel of de zij van [slachtoffer2] heeft gedrukt en

- tegen die [slachtoffer2] heeft gezegd dat hij de auto moet verlaten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7:

hij op 11 april 2012 te [plaats7], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging

met geweld [slachtoffer3], medewerker van supermarkt [supermarkt2] en/of [slachtoffer4],

te dwingen tot de afgifte van goederen en/of geld, toebehorende aan supermarkt [supermarkt2] of [slachtoffer5],

voorzien van enige vorm van hoofdbedekking om herkenning te voorkomen, in de vroege ochtend,

- naar voornoemde [supermarkt2] is gegaan en

- [slachtoffer4] onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en een mes heeft gedwongen om de supermarkt in te gaan en

- [slachtoffer3], onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en een mes heeft getracht te bewegen de kluis te openen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


8:

hij in de periode van 1 januari 2012 tot en met 24 april 2012 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband tussen verdachte en [medeverdachte2] en [medeverdachte3] en [medeverdachte4] en anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het tezamen en in

vereniging plegen van afpersingen en/of diefstallen met geweld van

medewerkers van supermarkten of casino's en het plegen van diefstallen

met braak/inklimming of verbreking van auto's en in horecagelegenheden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

10 Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

voorbereiding van afpersing en/of diefstal voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd door geweld en/of bedreiging met geweld, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 2 en 3 bewezen verklaarde levert op:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 6 en 7 bewezen verklaarde levert op:

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 8 bewezen verklaarde levert op:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

11 Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

12 Strafoverwegingen

12.1

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere overvallen, pogingen daartoe, voorbereiding daartoe en aan deelname aan een criminele organisatie met als oogmerk het plegen van overvallen. Het is evident dat verdachte hiermee een inbreuk heeft gemaakt op zowel de lichamelijke integriteit als op de eigendomsrechten van de betrokkenen. Blijkens de diverse zich in het dossier bevindende slachtofferverklaringen hebben dergelijke traumatische ervaringen langdurige gevolgen, waarbij het herbeleven van het incident en het dagelijks leven met angsten veelgehoorde terugkomende beschrijvingen zijn van het leed dat de slachtoffers is aangedaan.

Ook in breder verband hebben de handelingen van verdachte beroering veroorzaakt in de regio waar de overvallen plaatsvonden, onder meer door de georganiseerdheid van de overvallen, het toegepaste geweld en het wapengebruik. Het hof rekent het verdachte aan dat hij één van de hoofdverantwoordelijken voor deze beroering was en dat hij zijn handelingen kennelijk en alleen heeft verricht vanuit het oogpunt van eigen geldelijk gewin. Alle emoties die zijn veroorzaakt bij alle slachtoffers in deze zaak, zijn door verdachte ondergeschikt gemaakt aan zijn eigen persoonlijke belang.

Gelet op verdachtes justitiële verleden, zoals blijkt uit het de verdachte betreffende justitiële documentatie d.d. 11 augustus 2014, heeft verdachte eerder een forse gevangenisstraf uitgezeten vanwege betrokkenheid bij een overval. Deze eerdere bestraffing heeft verdachte er niet van weerhouden opnieuw in de fout te gaan. Sterker nog: verdachte is verder gegaan met zijn eerdere criminele activiteiten relatief kort vanaf het moment dat hij voornoemde straf had uitgezeten.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte dient te worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren. Anders dan de advocaat-generaal komt het hof niet tot een bewezenverklaring van het onder 1 primair en 4 ten laste gelegde. Hierin wordt reden gezien om ten voordele van verdachte af te wijken van de vordering van de advocaat-generaal.

Gelet op het voorgaande – in onderling verband in samenhang bezien – acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren passend en geboden. Gelet op de ernst en de veelheid van de feiten, waarbij de hieronder onder 13 opgesomde ad-informandum feiten eveneens worden meegewogen, alsmede verdachtes in het oog springende recidive, is een gevangenisstraf van deze lange duur passend en geboden.

12.2

Undue delay

Het hof constateert dat er een periode langer dan 16 maanden is verstreken tussen het instellen van het hoger beroep door of namens de gedetineerde verdachte en de datum waarop het onderhavige arrest wordt uitgesproken. Volstaan wordt echter met een constatering van deze relatief beperkte overschrijding van om en nabij de 4 maanden, nu deze overschrijding mede het gevolg is geweest van de omvangrijkheid van de zaak en de uitgevoerde onderzoekswensen van de zijde van de verdediging. Er zullen derhalve geen rechtsgevolgen worden verbonden aan de overschrijding.

13 Ad informandum gevoegde feiten

Zoals hierboven onder 12.1 vermeld zijn bij de strafoplegging de 11 op de aanvulling van de dagvaarding vermelde ad informandum gevoegde feiten meegewogen. Deze kunnen derhalve als afgedaan worden beschouwd. Het gaat om de volgende feiten:

  1. Diefstal in vereniging met braak en een valse sleutel van een Fiat Cinquecento met kenteken [kenteken] vanaf de [straat] te [gemeente1] op of omstreeks 6 april 2012.

  2. Diefstal in vereniging met braak en een valse sleutel van een Fiat Cinquecento met kenteken [kenteken] vanaf het [straat] te [plaats8] op of omstreeks 6 april 2012.

  3. Diefstal in vereniging met braak in Poolcentrum [gemeente1] gelegen aan [adres] te [gemeente1] op of omstreeks 7 april 2012.

  4. Diefstal in vereniging met braak en een valse sleutel van een Fiat Cinquecento met kenteken [kenteken] vanaf de [adres] te [plaats9] op of omstreeks 9 april 2012.

  5. Diefstal in vereniging met braak in Café [café1] gelegen aan [adres] te [gemeente1] op of omstreeks 14 april 2012.

  6. Diefstal in vereniging met braak in het café van [benadeelde30], gelegen aan [adres] te [gemeente1] op of omstreeks 15 april 2012.

  7. Poging diefstal in vereniging met braak in Café/Restaurant [benadeelde31] gelegen aan [adres] te [gemeente1] op of omstreeks 16 april 2012.

  8. Diefstal in vereniging met braak in Grillroom [grillroom], gelegen aan [adres] te [gemeente1] op of omstreeks 15 april 2012.

  9. Poging tot diefstal in vereniging met braak in [bedrijf], gelegen aan [adres] op of omstreeks 22 april 2012.

  10. Diefstal in vereniging van kentekenplaten met nummer [kenteken] vanaf [adres] te [plaats10] op of omstreeks 23 april 2012.

  11. Poging diefstal in vereniging met braak en valse sleutel van een Fiat Cinquecento met kenteken [kenteken] vanuit [plaats10] op of omstreeks 23 april 2012.

14 Benadeelde partijen

Bij de onderhavige overwegingen ten aanzien van de benadeelde partijen is ervoor gekozen om deze te categoriseren aan de hand van de feiten waarop de vorderingen betrekking hebben.

Ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel overstijgt het totaal aantal vervangende dagen hechtenis van alle toegewezen benadeelde partijen, inclusief de benadeelde partijen die gekoppeld zijn aan ad informandum gevoegde feiten, niet het maximum van 360 dagen.

14.1

Feit 2

14.1.1

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 6.075,88. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en de benadeelde partij heeft haar vordering gehandhaafd.

De verdediging heeft de hoogte van de vordering niet inhoudelijk gemotiveerd betwist en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 6.075,88. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen. De verdachte wordt verwezen in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

14.1.2

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde10]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 13.126,01. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en de benadeelde partij heeft haar vordering gehandhaafd.

De verdediging heeft de hoogte van de vordering niet inhoudelijke gemotiveerd betwist en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 13.126,01 Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen. De verdachte wordt verwezen in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

14.2

Feit 3

14.2.1

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde11]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 750,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 250,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd, gelet waarop voor het hof enkel het door de rechtbank toegewezen bedrag ter beoordeling staat.

De verdediging heeft de hoogte van de vordering niet inhoudelijk gemotiveerd betwist en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 250,00. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen, met vergoeding van de wettelijke rente. De verdachte wordt verwezen in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten

Voor het overige kan de benadeelde partij om voornoemde reden in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

14.2.2

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.810,60. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en de benadeelde partij heeft zich opnieuw gevoegd.

De verdediging heeft de hoogte van de vordering niet inhoudelijk gemotiveerd betwist en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 1.810,60. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, met vergoeding van de wettelijke rente. De verdachte wordt verwezen in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

14.2.3

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.774,86. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 774,86. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd, gelet waarop voor het hof enkel het door de rechtbank toegewezen bedrag ter beoordeling staat.

De verdediging heeft de hoogte van de vordering niet inhoudelijk gemotiveerd betwist en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 774,86. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen, met vergoeding van de wettelijke rente. De verdachte wordt verwezen in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten

Voor het overige kan de benadeelde partij om voornoemde reden in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

14.2.4

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.750,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 750,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De verdediging heeft de hoogte van de vordering niet inhoudelijk gemotiveerd betwist en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 1.750,00. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, met vergoeding van de wettelijke rente. De verdachte wordt verwezen in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

14.2.5

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde5]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.750,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 750,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De verdediging heeft de hoogte van de vordering niet inhoudelijk gemotiveerd betwist en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 1.750,00. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, met vergoeding van de wettelijke rente. De verdachte wordt verwezen in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

14.2.6

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde12]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.750,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 250,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De verdediging heeft de hoogte van de vordering niet inhoudelijk gemotiveerd betwist en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 1.750,00. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, met vergoeding van de wettelijke rente. De verdachte wordt verwezen in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

14.3

Feit 4 (alle benadeelde partijen)

De benadeelde partijen [benadeelde13], [benadeelde14], [benadeelde15], [benadeelde16], [benadeelde7], [benadeelde17], [benadeelde18], [benadeelde19], [benadeelde20], [benadeelde21], [benadeelde6], [benadeelde22], [benadeelde23], [benadeelde24], [benadeelde25], [benadeelde26], [benadeelde27], [benadeelde28] en [supermarkt] hebben zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Zij hebben hun vordering al dan niet gehandhaafd in hoger beroep. De verdachte zal evenwel worden vrijgesproken ter zake van het onder 4 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partijen kunnen daarom in hun vordering niet worden ontvangen.

14.4

Feit 5

14.4.1

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde9]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.985,41. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen. Voorts heeft de benadeelde partij zich opnieuw gevoegd in het geding in hoger beroep.

De verdediging heeft de hoogte van de vordering niet inhoudelijk gemotiveerd betwist en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 5 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 1.985,41. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, met vergoeding van de wettelijke rente. De verdachte wordt verwezen in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

14.5

Ad informandum gevoegde feiten

14.5.1

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde29]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 550,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en de benadeelde partij heeft zich opnieuw gevoegd in het geding in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 als ad informandum meegewogen feit: ‘diefstal in vereniging met braak en valse sleutel van een Fiat Cinquecento met kenteken [kenteken] vanaf het [straat] te [plaats8] op of omstreeks 6 april 2012 rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering hoofdelijk zal worden toegewezen. De verdachte wordt verwezen in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

14.5.2

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde30]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.152,62. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en de benadeelde partij heeft zich opnieuw gevoegd in het geding in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 6 als ad informandum meegewogen feit: ‘diefstal in vereniging met braak in het café van [benadeelde30], gelegen aan [adres] te [gemeente1] op of omstreeks 15 april 2012 rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering hoofdelijk zal worden toegewezen. De verdachte wordt verwezen in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

14.5.3.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde31]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard en de benadeelde partij heeft zich niet opnieuw gevoegd. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

14.5.4.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde32]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard en de benadeelde partij heeft zich niet opnieuw gevoegd. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

15 Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een bij vonnis d.d. 12 oktober 2010 van de rechtbank te Assen opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met parketnummer 19-830030-10. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

16 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 36f, 45, 46, 57, 140, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2, 3, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair, 2, 3, 5, 6, 7 en 8 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde1] ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 6.075,88 (zesduizend vijfenzeventig euro en achtentachtig cent) bestaande uit € 1.075,88 (duizend vijfenzeventig euro en achtentachtig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde1], een bedrag te betalen van € 6.075,88 (zesduizend vijfenzeventig euro en achtentachtig cent) bestaande uit € 1.075,88 (duizend vijfenzeventig euro en achtentachtig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 65 (vijfenzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde10]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde10] ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 13.126,01 (dertienduizend honderdzesentwintig euro en één cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde10], een bedrag te betalen van € 13.126,01 (dertienduizend honderdzesentwintig euro en één cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 100 (honderd) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde11]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde11] ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde11], een bedrag te betalen van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde2] ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.810,60 (duizend achthonderdtien euro en zestig cent) bestaande uit € 60,60 (zestig euro en zestig cent) materiële schade en € 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde2], een bedrag te betalen van € 1.810,60 (duizend achthonderdtien euro en zestig cent) bestaande uit € 60,60 (zestig euro en zestig cent) materiële schade en € 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 28 (achtentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde4] ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 774,86 (zevenhonderdvierenzeventig euro en zesentachtig cent) bestaande uit € 24,86 (vierentwintig euro en zesentachtig cent) materiële schade en € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde4], een bedrag te betalen van € 774,86 (zevenhonderdvierenzeventig euro en zesentachtig cent) bestaande uit € 24,86 (vierentwintig euro en zesentachtig cent) materiële schade en € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde3] ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde3], een bedrag te betalen van € 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 (zevenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde5] ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde5], een bedrag te betalen van € 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 (zevenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde12]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde12] ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde12], een bedrag te betalen van € 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 (zevenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde13]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde13] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde14]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde14] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde15]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde15] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde16]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde16] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde7]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde7] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij D.L. Idema

Verklaart de benadeelde partij D.L. Idema in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde18]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde18] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde19]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde19] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde20]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde20] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde21]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde21] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde6]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde6] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde22]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde22] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde23]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde23] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde24]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde24] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde25]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde25] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde26]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde26] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde27]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde27] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde28]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde28] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [supermarkt]

Verklaart de benadeelde partij [supermarkt] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde9]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde9] ter zake van het onder 5 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.985,41 (duizend negenhonderdvijfentachtig euro en eenenveertig cent) bestaande uit € 235,41 tweehonderdvijfendertig euro en eenenveertig cent) materiële schade en € 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 23 mei 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde9], een bedrag te betalen van € 1.985,41 (duizend negenhonderdvijfentachtig euro en eenenveertig cent) bestaande uit € 235,41 tweehonderdvijfendertig euro en eenenveertig cent) materiële schade en € 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 29 (negenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 23 mei 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde29]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde29] ter zake van het onder 10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde29], een bedrag te betalen van € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 11 (elf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde30]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde30] ter zake van het onder 15 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.152,62 (duizend honderdtweeënvijftig euro en tweeënzestig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde30], een bedrag te betalen van € 1.152,62 (duizend honderdtweeënvijftig euro en tweeënzestig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 21 (eenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde31]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde31] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde32]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde32] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Assen d.d. 12 oktober 2010 met parketnummer 19-830030-10, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Aldus gewezen door

mr. J. Dolfing, voorzitter,

mr. O. Anjewierden en mr. J.A.A.M. van Veen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.G.H. van Krugten, griffier,

en op 5 september 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. O. Anjewierden en mr. S.G.H. van Krugten zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.