Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:6883

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
05-09-2014
Datum publicatie
05-09-2014
Zaaknummer
16-659740-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De raadkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in de zaak van een 49-jarige man uit Oosterbeek die verdacht wordt van betrokkenheid bij de aanvaring met dodelijke afloop op de Vinkeveense Plassen, beslist op het hoger beroep van de officier van justitie tegen de afwijzing van de vordering gevangenhouding door de raadkamer de rechtbank Midden-Nederland, en de beslissing van de raadkamer van de rechtbank bevestigd. De verdachte blijft op vrije voeten.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 307
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 65
Wetboek van Strafvordering 66
Wetboek van Strafvordering 67
Wetboek van Strafvordering 67a
Wetboek van Strafvordering 71
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2014/210

Uitspraak

beschikking

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Arnhem

pkn: 16-659740-14

avnr: 001429-03

Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door de officier van justitie in het arrondissement Utrecht in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende [adres] te [woonplaats ].

Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 21 augustus 2014, houdende de afwijzing van de vordering tot gevangenhouding van verdachte.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door

mr B.Th. Nooitgedagt, advocaat te Amsterdam, in raadkamer van 3 september 2014.

Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 22 augustus 2014.

OVERWEGINGEN:

In de vordering gevangenhouding wordt verdachte verdacht van – kort gezegd – doodslag meermalen gepleegd. In de aanvullende vordering wordt verdachte – subsidiair – verweten dat hij op of omstreeks 2 augustus 2014 op de Vinkeveense plassen te Vinkeveen roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend, heeft gevaren, waardoor het aan zijn schuld is te wijten dat [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zijn overleden (artikel 307 Sr., dood door schuld).

Terzake van het primair tenlastegelegde, doodslag, is het hof van oordeel dat er thans, bij de huidige stand van het onderzoek, onvoldoende ernstige bezwaren zijn wegens het ontbreken van (voorwaardelijk) opzet.

Terzake van het in de aanvullende vordering voorlopige hechtenis subsidiair tenlastegelegde is het hof van oordeel dat er, gelet op de huidige eisen die door de Hoge Raad worden gesteld aan het begrip roekeloosheid, in de juridische betekenis van het woord, vooralsnog onvoldoende ernstige bezwaren bestaan voor het in lid 2 genoemde strafverzwarende aspect van de roekeloosheid.

Het hof acht wel ernstige bezwaren aanwezig voor het in artikel 307 lid 1 Sr. omschreven ‘dood door schuld’ zonder de roekeloosheid. Nu echter voor dit feit op grond van de wet geen voorlopige hechtenis mogelijk is komt het hof niet toe aan een bespreking van de aangevoerde gronden.

Gelet op het voorgaande is het hof dan ook van oordeel dat de vordering gevangenhouding en de aanvullende vordering tot gevangenhouding dienen te worden afgewezen en daarmee de beschikking van de rechtbank dient te worden bevestigd.

Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 65, 66, 67, 67a, en 71 van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING:

Het hof bevestigt de beschikking waarvan beroep.

Aldus gegeven op 5 september 2014 door mr. F.A.M. Bakker, voorzitter, mr. M. Barels en

mr. M.J. Stolwerk, raadsheren, in tegenwoordigheid van B.F. Peters, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.