Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:6748

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
29-08-2014
Datum publicatie
29-08-2014
Zaaknummer
21-001775-14
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2014:1919
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussenarrest. Nader onderzoek naar de sporen op de bivakmuts.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001775-14

Uitspraak d.d.: 29 augustus 2014

TEGENSPRAAK

Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 13 maart 2014 met parketnummer 16-702907-13 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres],

thans uit anderen hoofde verblijvende in P.I. Flevoland, HvB Lelystad te Lelystad.

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 15 augustus 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr T.H.L. Kneepkens, naar voren is gebracht.

Tijdens de beraadslaging in raadkamer is gebleken, dat het onderzoek niet volledig is geweest. Het hof overweegt daartoe het volgende. Verdachte wordt verdacht een van de daders te zijn van een gewapende overval, gepleegd op 6 december 2012 op een vertegenwoordiger in sieraden, op de openbare weg in [plaats]. Het slachtoffer werd – kort samengevat – in zijn auto door mannen met bivakmutsen op overvallen, waarna zij met medeneming van sieraden en andere goederen in een Seat Leon wegreden. Deze auto werd kort daarop gevonden op de Heidelaan te [plaats]. De auto stond tegen een boom en was zwaar beschadigd. De daders werden niet aangetroffen. Op korte afstand van de gecrashte vluchtauto werd een zwarte bivakmuts veiliggesteld met een DNA profiel dat matchte met het DNA profiel van verdachte (matchkans kleiner dan 1 op 1 miljard). Anders dan bij de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] werden geen andere sporen van verdachte aangetroffen, niet in de vluchtauto en niet op de vluchtroute. Verdachte heeft ontkend zich aan het tenlastegelegde feit te hebben schuldig gemaakt

De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld voor het medeplegen van de overval. De rechtbank overwoog ten aanzien van het DNA:

‘Verdachte heeft eerst ter zitting een alternatieve verklaring gegeven voor de aanwezigheid van zijn DNA op de aangetroffen bivakmuts. De rechtbank overweegt dat nu op de kleding enkelvoudig DNA is aangetroffen, er geen enkele aanwijzing is voor de aanwezigheid van celmateriaal van een andere persoon. Gelet op het late stadium van deze verklaring en het feit dat deze verklaring van verdachte op geen enkele wijze wordt ondersteund, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat een ander dan verdachte de kleding ten tijde van de overval heeft gedragen.

Daarnaast overweegt de rechtbank dat het signalement van de verdachten [verdachte] en [medeverdachte 1] past in de verklaring van de getuigen dat twee van de daders donker getint, dan wel negroïde waren. Bovendien kennen de verdachten [verdachte] en [medeverdachte 1] van wie beiden DNA is aangetroffen elkaar. Zij zijn samen op 23 juli 2013 op heterdaad aangehouden in verband met de verdenking van een gewapende overval op een juwelier in Delft. Voor deze overval zijn zij onlangs ook door de rechtbank in Den Haag veroordeeld. Tevens blijkt uit ander onderzoek dat zij elkaar niet alleen kennen van die overval, maar ook bevriend zijn.

Ten aanzien van het door verdachte aangevoerde alibi overwoog de rechtbank:

Uit de stukken blijkt dat verdachte op 6 december 2012 niet op school en/of zijn stageadres is verschenen. Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat hij op de betreffende datum ziek thuis was. Deze verklaring, wordt echter noch door de stukken, noch door de verklaring van de moeder van verdachte, ter terechtzitting als getuige gehoord, ondersteund. De rechtbank acht het alibi van de verdachte dan ook niet aannemelijk geworden.’

Ter zitting van de rechtbank heeft de verdachte verklaard:

‘Ik heb de overval niet gepleegd. U houdt mij voor dat mijn DNA op een bivakmuts is aangetroffen. Ik herinner me dat ik een keer een bivakmuts ben verloren. Deze is mogelijk door iemand anders gevonden. Ik weet niet meer precies wanneer ik de bivakmuts ben verloren. Ik ben – denk ik – twee keer een bivakmuts kwijtgeraakt: één op school en één heb ik bij iemand thuis laten liggen. Ik droeg de bivakmutsen onder mijn brommerhelm als het koud was. Ik denk dat ik deze in de periode november-december ben verloren.’

Ter zitting van het hof heeft de verdachte onder meer verklaard dat hij niets te maken heeft met de zaak. Hij weet niet hoeveel bivakmutsen hij heeft gehad en hoeveel hij er kwijt is geraakt. Hij heeft geen idee hoe de bivakmuts bij de vluchtauto terecht is gekomen. Hij heeft geen mutsen bij personen laten liggen.

Uit het rapport van het NFI van 5 februari 2013 blijkt dat de aangetroffen bivakmuts aan de binnenzijde rondom het mondgat werd bemonsterd (blz. 211) terwijl op die bivakmuts (AAEN8063NL, zijnde de bivakmuts met de match met het DNA-profiel van verdachte), op haren gelijkende sporen zijn aangetroffen. Deze werden niet veiliggesteld maar zouden nog op de bivakmuts aanwezig (kunnen) zijn (blz. 210).

Teneinde de stelling van verdachte - dat niet hij maar een ander gebruik heeft gemaakt van de bivakmuts (AAEN8063NL) op 6 december 2012 in [plaats] – beter te kunnen toetsen, acht het hof het noodzakelijk dat nader onderzoek wordt verricht naar de sporen op die bivakmuts. Het hof wil daarbij antwoord op de volgende vragen:

1.

Bevinden zich op de bivakmuts haren, zo ja op welke plekken van de bivakmutsen zijn haren aangetroffen?

2.

Kunnen die haren afkomstig zijn van de verdachte?

3.

Is de bivakmuts destijds op meer dan één plek bemonsterd, zo ja, op welke plekken en zijn die andere bemonsteringen onderzocht en zo ja wat was de uitkomst?

4.

Is het mogelijk de muts te bemonsteren op andere plekken dan waar reeds is bemonsterd en zo ja, wat levert het DNA-onderzoek op? Blijkt daar opnieuw uit dat sprake is van een profiel dat overeenkomt met dat van de verdachte?

Het hof merkt nog op dat getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij op 6 december 2012 (kort na de overval) de gecrashte auto heeft zien staan op de Heidelaan te [plaats]. Zij ging bij de auto kijken. Op de doorgaande rijbaan zag zij een zwarte muts liggen. Toen zij de muts beetpakte, zag zij dat het een bivakmuts betrof. Zij schrok daar erg van een heeft de muts toen zo snel mogelijk aan de kant, naast de auto, neergelegd (blz. 127).

Het hof zal het onderzoek heropenen en de zaak verwijzen naar de raadsheer-commissaris te Arnhem, met voormeld doel.

BESLISSING

Het hof:

Heropent het onderzoek.

Stelt de stukken in handen van de raadsheer-commissaris te Arnhem, met voormeld doel.

Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.

Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van verdachte en aan de benadeelde partij.

Beveelt de oproeping van de benadeelde partij/het slachtoffer tegen het nog nader te bepalen tijdstip.

Aldus gewezen door

mr J.D. den Hartog, voorzitter,

mr M.J. Stolwerk en mr H.H.M. van Dijk, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr A.C. Wormgoor, griffier,

en op 29 augustus 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.