Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:6746

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
29-08-2014
Datum publicatie
29-08-2014
Zaaknummer
21-001605-14
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2014:1915
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte wegens een overval op een handelaar in sieraden tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001605-14

Uitspraak d.d.: 29 augustus 2014

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 13 maart 2014 met parketnummer 16-702906-13 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans uit anderen hoofde verblijvende in P.I. Veenhuizen, gevangenis Norgerhaven te Veenhuizen.

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 15 augustus 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr G.TH. Offreins, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 6 december 2012 te [plaats], althans in het arrondissement Utrecht, op of aan de openbare weg, de Zuidersingel. tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen, een hoeveelheid sieraden en/of een aktetas (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de firma [slachtoffer] en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s),

- ( met gezichtsbedekking) de auto, waarin die [slachtoffer] zich bevond heeft/hebben geblokkeerd, althans tot stilstand heeft/hebben gebracht en/of

- ( vervolgens) (met gemaskerd gelaat) op die [slachtoffer] zijn afgelopen/gerend en/of

-(meermalen) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht, althans dreigend aan die [slachtoffer] heeft/hebben getoond en/of

- het linker en rechter voorportierraam, althans een raam van die auto heeft/hebben ingeslagen/geforceerd en/of de/een sleutel(s) uit (het contact van) de auto heeft/hebben gepakt en/of

- ( tegen die [slachtoffer]) heeft/hebben geroepen/gezegd "dat hij de kofferbak moest openen" en/of "ik denk dat ik hem in zijn been schiet", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- ( aldus) een dreigende en/of intimiderende situatie heeft/hebben gecreëerd;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder.

De raadsman heeft onder meer betoogd dat – kort gezegd – verdachte niet voldoet aan het opgegeven signalement, verdachte een alibi heeft en dat verdachte een verklaring heeft afgegeven over de inbeslaggenomen kledingstukken waarop zijn DNA werd aangetroffen.

Op 6 december 2012 vond een gewapende overval plaats op een vertegenwoordiger in sieraden, op de openbare weg in [plaats]. Het slachtoffer werd – kort samengevat – in zijn auto door mannen met bivakmutsen op overvallen, waarna zij met medeneming van sieraden en andere goederen in een Seat Leon wegreden. Deze auto werd kort daarop gevonden op de Heidelaan te [plaats]. De auto stond tegen een boom en was zwaar beschadigd. De daders werden niet aangetroffen.

Vast staat dat op een plastic Albert Heijn-tas die werd aangetroffen in de vluchtauto een dactyloscopisch spoor werd aangetroffen, dat afkomstig was van verdachte. Voorts werd op kledingstukken (een grijze joggingbroek en een zwart vest) die werden aangetroffen op de Heidelaan te [plaats], onder een viaduct DNA-materiaal veiliggesteld en bemonsterd dat matchte met het DNA-profiel van verdachte (matchkans kleiner dan 1 op 1 miljard). Verder werd in de nabijheid van de gecrashte vluchtauto een bivakmuts aangetroffen met daarop een DNA-spoor dat overeenkwam met het DNA profiel van een persoon die een bekende bleek van verdachte en die op 23 juli 2013 met verdachte op heterdaad werd betrapt bij een overval op een juwelier. Verder werden er in de gecrashte auto en op de Heidelaan voorwerpen aangetroffen met daarop sporen afkomstig van een persoon die gebruik maakte van het nummer [telefoonnummer]. Op 21 januari, 30 januari en 18 februari 2013 is getracht contact te leggen tussen het laatstgenoemde nummer en nummer [telefoonnummer] dat in gebruik was bij verdachte. Het initiatief ging van beide gebruikers uit (blz. 1418).

Door aangever en meerdere getuigen is verklaard dat de overvallers negroïde mannen waren, althans donker getint en donkere kleding droegen. In het dossier wordt opgemerkt dat verdachte (zoals het hof overigens ook heeft kunnen waarnemen) een negroïde uiterlijk heeft. Getuigen [getuige 1] (blz. 58) en [getuige 2] (blz. 68) hebben voorts verklaard dat één van de overvallers een grijze joggingbroek droeg.

Blijkens een proces-verbaal van bevindingen (blz. 88) werd de politie kort na de overval aangesproken door getuige [getuige 3] die verklaarde dat hij op de kruising van wegen Oude Eemnesserweg – Heidelaan een personenauto had zien staan waarbij drie mannen stonden die zich vreemd gedroegen. Toen de politie ter plaatse ging troffen zij geen voertuig of personen aan. Wel troffen zij onder het nabijgelegen viaduct joggingkleding aan. In een bocht in de Heidelaan nabij de Eemnesserweg zagen verbalisanten een personenauto Seat Leon, kleur zwart en voorzien het kenteken [nummer] tegen een boom staan. Het voertuig was zwaar beschadigd. Naast de auto lagen onder meer diverse sieraden, een tas en een wollen muts met twee ooggaten.

Een anoniem gebleven vrouwelijk getuige heeft verklaard (blz. 132) dat zij in haar auto over de Heidelaan reed in de richting van de Oude Eemnesserweg. Toen zij ter hoogte van de manege stilstond zag zij in haar achteruitkijkspiegel drie mannen aan komen rennen, twee donkere en een lichtere man. Toen zij verder reed en onder het viaduct doorreed naar de Oude Eemnesserweg zag zij aan de rechterzijde een personenauto staan met achter het stuur een donkere man.

Het hof gaat er op grond van het vorenstaande vanuit dat – mede gelet op de diverse locaties op de Heidelaan waar voorwerpen werden aangetroffen die gelinkt kunnen worden aan de overval (blz. 110) – de daders van de overval nadat zij met de vluchtauto tegen een boom waren gereden, te voet over de Heidelaan naar (het viaduct nabij) de kruising met de Oude Eemnesserweg zijn gevlucht, zich onderweg van goederen en kleding hebben ontdaan en vervolgens in de daar gereedstaande auto zijn ontvlucht.

Op grond van de inhoud van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen (de waarneming van de getuigen met betrekking tot het uiterlijk en de kleding van de overvallers, de Albert Heijn-tas in de vluchtauto met een dactyloscopisch spoor van verdachte, de op de vluchtroute (onder het viaduct) aangetroffen grijze joggingbroek en zwart vest met daarop het DNA van verdachte en de voorwerpen die in of bij de vluchtauto zijn aangetroffen met daarop DNA-materiaal van bekenden van verdachte), welke bewijsmiddelen het hof in onderling verband en samenhang beziet is naar het oordeel van het hof buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat verdachte een van de daders is geweest die op 6 december 2012 te [plaats] aangever [slachtoffer] in zijn auto heeft overvallen.

In het licht van het vorenstaande acht het hof de door verdachte gegeven verklaring over de diefstal van de kleding en het door getuigen Beck en Offei verschafte alibi niet aannemelijk.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 6 december 2012 te [plaats], althans in het arrondissement Utrecht, op of aan de openbare weg, de Zuidersingel. tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen, een hoeveelheid sieraden en/of een aktetas (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de firma [slachtoffer] en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), welke

diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s),

- ( met gezichtsbedekking) de auto, waarin die [slachtoffer] zich bevond heeft/hebben geblokkeerd, althans tot stilstand heeft/hebben gebracht en/of

- (vervolgens) (met gemaskerd gelaat) op die [slachtoffer] zijn afgelopen/gerend en/of

-(meermalen) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht, althans dreigend aan die [slachtoffer] heeft/hebben getoond en/of

- het linker en rechter voorportierraam, althans een raam van die auto heeft/hebben ingeslagen/geforceerd en/of de/een sleutel(s) uit (het contact van) de auto heeft/hebben gepakt en/of

- (tegen die [slachtoffer]) heeft/hebben geroepen/gezegd "dat hij de kofferbak moest openen" en/of "ik denk dat ik hem in zijn been schiet", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- (aldus) een dreigende en/of intimiderende situatie heeft/hebben gecreëerd;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- de volgende omstandigheden.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een brutale en gewelddadige overval op een handelaar in sieraden. Deze overval vond plaats op klaarlichte dag, waarbij het niets-vermoedende slachtoffer in zijn auto tot stoppen werd gedwongen. Vervolgens zijn verdachte en een mededader met een bivakmuts (of andere gezichtsbedekking) over het hoofd naar de auto van het slachtoffer gerend, werden de ruiten van zijn auto ingeslagen en werd het slachtoffer onder dreiging van een vuurwapen of daarop gelijkend voorwerp gedwongen de deur te openen, uit te stappen en de achterklep open te doen. Ook werd gedreigd hem in zijn been te schieten. Vervolgens werden sieraden en een tas weggenomen.

Deze overval heeft grote impact gehad op het slachtoffer maar ook op andere weggebruikers, die ervan getuigen waren. Het hof rekent het verdachte zwaar aan dat hij, enkel om het geldelijk gewin, een dergelijk ernstig misdrijf heeft gepleegd waarbij hij zich bewust moet zijn geweest van de impact die een dergelijk misdrijf op het slachtoffer zou hebben. Het misdrijf was minutieus voorbereid. Uit het dossier kan worden afgeleid dat de daders op de hoogte waren van het feit dat het slachtoffer sieraden in zijn auto vervoerde en welke route hij reed. De daders hebben zich onherkenbaar gemaakt door hun gezichten te bedekken en extra kleding te dragen. Er werd ten tijde van de overval gebruik gemaakt van een gestolen auto en toen deze auto tegen een boom terecht kwam, konden de daders hun weg vervolgens omdat verderop een andere auto wachtte. Naar het oordeel van het hof werkt een dergelijke voorbereiding strafverhogend. In de eerste plaats omdat het gevoel van onbehagen bij het slachtoffer – nu hij weet dat zijn gangen zijn nagegaan – daardoor is versterkt en in de tweede plaats omdat gedurende de voorbereiding gelegenheid was tot bezinning, maar de daders ondanks die gelegenheid zijn doorgegaan met de voorbereiding en het misdrijf uiteindelijk hebben gepleegd.

Het hof is van oordeel dat vanwege die voorbereiding, maar vooral ook vanwege de wijze waarop – zoals hier boven is omschreven – de overval is uitgevoerd een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is, die hoger dient te zijn dan de straf die door de rechtbank werd opgelegd nu deze onvoldoende recht doet aan de ernst van het bewezenverklaarde misdrijf.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.775,20. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.775,20 (duizend zevenhonderd vijfenzeventig euro en twintig cent) bestaande uit € 25,20 (vijfentwintig euro en twintig cent) materiële schade en € 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 6 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 6 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 1.775,20 (duizend zevenhonderdvijfenzeventig euro en twintig cent) bestaande uit € 25,20 (vijfentwintig euro en twintig cent) materiële schade en € 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 (zevenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 6 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 6 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr J.D. den Hartog, voorzitter,

mr M.J. Stolwerk en mr H.H.M. van Dijk, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr A.C. Wormgoor, griffier,

en op 29 augustus 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.