Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:67

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
09-01-2014
Datum publicatie
09-01-2014
Zaaknummer
TBS P13/0397
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2013:4439, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De toepasselijkheid van artikel 509t, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Naar het oordeel van het hof vormt een verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, waarbij niet aan de verlengingsgrond van genoemd artikel 38d is voldaan, een schending van het in artikel 5 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) besloten liggende verbod op willekeurige detentie. In die gevallen dat de verpleging van overheidswege voorwaardelijk is of wordt beëindigd, kán, afhankelijk van de aan die voorwaardelijke beëindiging verbonden vrijheidsbeperkende voorwaarden, verlenging van de maatregel waarbij niet aan de verlengingsgrond van artikel 38d is voldaan, schending opleveren van artikel 5 EVRM en/of van artikel 2, lid 1, Vierde Protocol bij het EVRM (het recht zich vrij te verplaatsen en vrij woonplaats te kiezen). Dit laatste artikel dient ingevolge artikel 6 van het Protocol als een aanvullend artikel van het EVRM te worden aangemerkt.

Wetsverwijzingen
Grondwet
Grondwet 94
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 509t
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2014/90
NBSTRAF 2014/37 met annotatie van prof. dr. J. Boksem
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P13/0397

Beslissing d.d. 9 januari 2014

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[naam terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, van 23 juli 2013, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 4 februari 2004, waarbij de terbeschikkingstelling met voorwaarden werd opgelegd;

- de beslissing van het hof Arnhem van 14 augustus 2006, houdende het bevel dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd;

- de beslissing van de rechtbank Maastricht van 4 december 2012, inhoudende de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege;

- het verlengingsadvies van de Reclassering Nederland Toezichtunit 5 Rotterdam van 14 mei 2013;

- het psychiatrisch rapport Pro Justitia van [psychiater] van 19 juni 2013;

- de vordering van de officier van justitie, ingekomen op 7 juni 2013;

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- een mailbericht van 18 november 2013 van [naam], reclasseringswerker bij de Reclassering Nederland, regio Rotterdam-Dordrecht, met als bijlage het 4e voortgangsverslag TBS met voorwaardelijke beëindiging, van de Reclassering Nederland Toezichtunit 5 Rotterdam van 4 november 2013.

Het hof heeft ter zitting van 5 december 2013 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. S.O. Roosjen, advocaat te Drachten, en de advocaat-generaal mr. E.J. Julsing-Nijenhuis.

Overwegingen:

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De terbeschikkingstelling duurt al negen jaar. De terbeschikkinggestelde functioneert goed op essentiële leefgebieden, zoals wonen, werk en relatie. Inmiddels woont hij samen met zijn vriendin en haar twee kinderen. Uit de rapportages blijkt dat het recidiverisico is teruggebracht tot een aanvaardbaar niveau. De terbeschikkinggestelde heeft de pech dat hij thans onder de recente wetswijziging met betrekking tot het tweede lid van artikel 509t van het Wetboek van Strafvordering valt. Op 17 december 2012 is de beslissing van de rechtbank Maastricht van 4 december 2012, inhoudende de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, aan de terbeschikkinggestelde betekend. Veertien dagen later, 31 december 2012, is deze beslissing onherroepelijk geworden. Dit zou betekenen dat pas na 31 december 2013, als de verpleging van overheidswege minimaal een jaar voorwaardelijk beëindigd is geweest, de terbeschikkingstelling beëindigd kan worden.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft verzocht de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling desalniettemin af te wijzen. De raadsman heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat het hof in dit geval artikel 509t, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering op grond van artikel 5 EVRM buiten beschouwing dient te laten. Er is immers geen deugdelijke wettelijke grondslag meer voor verlenging van de maatregel. Het gevaar voor recidive is teruggebracht naar een aanvaardbaar risico. De veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen vereist geen verlenging meer. Ook de proportionaliteit speelt hierbij een rol.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Uit de rapportages blijkt dat er sprake is van een laag recidiverisico. De situatie van de terbeschikkinggestelde is dusdanig veranderd, dat gelet ook op de proportionaliteit de terbeschikkingstelling beëindigd zou kunnen worden. Op grond van de recente wetswijziging van artikel 509t, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan de terbeschikkingstelling echter niet worden beëindigd indien deze, zoals in dit geval , nog geen jaar voorwaardelijk beëindigd is geweest. De uitspraak van het hof zou kunnen worden aangehouden tot een tijdstip na 31 december 2013.

Het verlengingsadvies van Reclassering Nederland van 14 mei 2013

De terbeschikkinggestelde is druk bezig om zijn leven op de rails te krijgen. De eerste stappen richting zelfstandigheid zijn gezet. Hij heeft in het kader van zijn resocialisatietraject vanuit de kliniek door kunnen stromen naar een zelfstandig RIBW-appartement van [kliniek]. De aanvraag van een zelfstandige woning ligt in het verschiet, maar is wel aan de voorwaarde gebonden dat er een dagbesteding van 26 uur (per week) dient te zijn. De terbeschikkinggestelde heeft nog veel te leren en dat beseft hij terdege. Hij moet geduld hebben omdat alles niet zo snel gaat als hij zou willen. In de relationele sfeer heeft hij plannen voor de toekomst, maar deze worden nu nog niet concreet ingevuld. Hij bespreekt deze plannen wel met de reclassering. Het reclasseringstoezicht in het kader van voorwaardelijke beëindiging zal bij een verlenging voortborduren op de verdere groei naar meer zelfstandigheid.

Het recidiverisico wordt ingeschat als laag gemiddeld. In de toekomst kunnen problemen ontstaan die de terbeschikkinggestelde op zijn eigen wijze wil oplossen, een manier die niet in overeenstemming is met de geldende maatschappelijke normen en waarden. Ingeschat wordt dat er een laag/gemiddeld risico is op het zich onttrekken aan de voorwaarden

De reclassering adviseert om de maatregel met één jaar te verlengen, omdat de terbeschikkinggestelde nog niet alles op orde heeft. De risicofactoren zijn nog niet voldoende afgenomen.

Uit de aanvullende informatie van de reclassering van 4 november 2013 komt naar voren dat de terbeschikkinggestelde op 20 september 2013 bij zijn vriendin en haar twee kinderen in [plaats] is gaan wonen. De reclassering blijft in de relatie raakvlakken zien met het indexdelict, al waren de omstandigheden destijds anders. De terbeschikkinggestelde dient zich buiten de echtscheidingsperikelen van zijn vriendin te houden. De terbeschikkinggestelde dient niet te verzanden in relationele problemen die niet bij hem horen te liggen omdat hij er geen deel van uitmaakt. Deze problemen zouden de relatie tussen hem en zijn vriendin op scherp kunnen zetten. Ook het feit dat hij er voor gekozen heeft niet eerst zelfstandig te gaan wonen en te oefenen, speelt bij de inschatting van mogelijke problemen een rol. Op 10 oktober 2013 heeft een voortgangsgesprek plaatsgevonden tussen de reclassering, de terbeschikkinggestelde, diens vriendin en de behandelaar van het DOK. De terbeschikkinggestelde heeft daar aangegeven af te willen van zijn behandeling. Hij geeft aan dat deze voor hem geen meerwaarde heeft en dat hij het niet ziet zitten om met de (nieuwe) behandelaar samen te werken. De reclassering heeft echter een andere mening. Op 17 juli 2013 heeft de toenmalige behandelaar aangegeven dat de behandeling nog minimaal een jaar in beslag zou gaan nemen. Ook het DOK is van mening dat zij nog door kunnen behandelen. De reclassering blijft bij haar advies van 14 mei 2013.

Het advies van de externe deskundige

Uit de psychiatrische rapportage van [psychiater] van 19 juni 2013 komt naar voren dat er bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline en narcistische trekken. De narcistische kenmerken die opvallen zijn de zelfoverschatting van de terbeschikkinggestelde en het gevoel dat hij bijzondere rechten heeft, reden waarom hij een andere behandeling in de TBS-kliniek zou moeten hebben gekregen, hetgeen niet gebeurde waardoor hij zich haast constant onheus bejegend lijkt te voelen. Verder verwacht hij dat anderen automatisch meegaan met zijn verwachtingen en vertoont hij gebrek aan empathie en een hooghartige houding. Het borderline aspect is merkbaar in de manier waarop hij zijn nieuwe relaties aangaat en in wat hij vertelde over eerdere relaties; hij kan in die relaties geheel op gaan en wil alles samen doen met deze persoon. De terbeschikkinggestelde is verbaal erg sterk en charmant waardoor de antisociale kenmerken in het gesprek niet op de voorgrond staan, terwijl de narcistische kenmerken dat wel doen. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van de stoornis van Asperger of ADHD.

Het recidiverisico werd in 2012 als gemiddeld tot hoog ingeschat als de maatregel van de TBS zou wegvallen. De terbeschikkinggestelde lijkt tijdens de TBS-behandeling een en ander geleerd te hebben, met name over hoe hij over kan komen op de ander. Hij weet beter wat hij kan doen om de communicatie met de ander te verbeteren en wat hij kan doen als hij zich gespannen voelt. Waarschijnlijk is dit het maximaal haalbare. Hij is een (bovengemiddeld) intelligente man, verbaal sterk, die zichzelf lijkt te overschatten en die geen behoefte voelt aan het verkrijgen van meer zelfinzicht. Daarin is hij standvastig. Hij gaat naar de behandeling bij het DOK, maar lijkt de zin ervan niet echt in te zien.

De psychiater adviseert de TBS-maatregel met een jaar te verlengen. De terbeschikkinggestelde dient verder geresocialiseerd te worden met specifieke aandacht voor de relatie met zijn partner en haar twee kinderen, het gaan samenwonen met hen en het aangaan van een betaalde baan. Er wordt weinig tot niets verwacht van aanvullende behandelingen, echter het is wel zinvol om aan de terbeschikkinggestelde een behandelcontact bij het DOK te blijven bieden, zodat hij, ook als de TBS uiteindelijk onvoorwaardelijk beëindigd wordt en hij weer ernstige spanningen zou ervaren, de weg naar de hulpverlening aan wil gaan en weet te vinden.

Het oordeel van het hof

Vernietiging

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen, omdat het hof zich niet kan verenigen met de door de rechtbank aan haar beslissing gegeven motivering.

De toepasselijkheid van artikel 509t, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering

Per 1 juli 2013 is in werking getreden de Wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, de Penitentiaire beginselenwet en de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen in verband met de verruiming van de mogelijkheid onvrijwillige geneeskundige behandeling te verrichten (Stb. 2012, 410), waardoor onder meer artikel 509t, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is gewijzigd.

De wijziging van artikel 509t, tweede lid, Sv houdt onder meer in dat daaraan een volzin is toegevoegd waarin wordt bepaald dat beëindiging van de terbeschikkingstelling niet eerder kan plaatsvinden dan nadat de verpleging van overheidswege gedurende minimaal een jaar voorwaardelijk beëindigd is geweest.

Het hof kan zich niet vinden in de beslissing van de rechtbank voor zover zij daarin heeft overwogen:

“In dit geval is de verpleging van overheidswege zeven maanden geleden voorwaardelijk beëindigd, zodat een beslissing om de TBS heden te beëindigen in strijd is met de wet. Hoewel gezien de inhoud van voormelde adviezen en gehoord de verklaring van de deskundige ter zitting naar het oordeel van de rechtbank niet is komen vast te staan dat de veiligheid (het hof leest:) van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen een verlenging van de terbeschikkingstelling van [naam terbeschikkinggestelde] eist, blijft de rechtbank ingevolge de wijziging door de genoemde wet thans geen andere keuze dan de TBS verlengen.”

Het hof komt tot een ander oordeel wat betreft de toepasselijkheid van artikel 509t, tweede lid, laatste volzin, Sv. Deze volzin is aan het wetsvoorstel dat heeft geleid tot voormelde Wet van 13 september 2012, toegevoegd bij Nota van wijziging van 2 februari 2011 (Kamerstukken II 2010-2011, 32 337, nr. 7). Deze wijziging is ingegeven door de wens een einde te maken aan de mogelijkheid van een zogenaamde contraire beëindiging, dat wil zeggen een onmiddellijke beëindiging van de maatregel van terbeschikkingstelling in afwijking van de adviezen van de deskundigen in het geval er sprake is van een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, maar heeft een wijdere strekking gekregen. Met het oog op een goede voorbereiding van de terugkeer in de maatschappij teneinde het recidiverisico zoveel mogelijk te beperken kan in alle gevallen, waarin sprake is van een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege -en de officier van justitie een verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling heeft gevorderd-, de beëindiging van de maatregel niet plaatsvinden dan nadat de verpleging van overheidswege tenminste een jaar voorwaardelijk is beëindigd. In deze periode kan de terbeschikkinggestelde zich onder toezicht van de reclassering weer in het maatschappelijk verkeer begeven, aldus de Toelichting op de Nota van wijziging (Kamerstukken II 2010-2011, 32 337, nr. 7, p. 3).

Het hof verstaat de laatste volzin van het tweede lid van artikel 509t Sv aldus dat deze toepassing vindt als de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling heeft gevorderd, met andere woorden beëindiging van de terbeschikkingstelling moet in het kader van deze bepaling worden opgevat als afwijzing van de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling.

De voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege kan slechts worden bevolen als de maatregel van terbeschikkingstelling wordt verlengd of, met toepassing van artikel 509t, vijfde lid, Sv, is verlengd. Ingevolge artikel 38d van het Wetboek van Strafrecht kan de maatregel alleen worden verlengd als de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging eist.

Naar het oordeel van het hof vormt een verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, waarbij niet aan de verlengingsgrond van genoemd artikel 38d is voldaan, een schending van het in artikel 5 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) besloten liggende verbod op willekeurige detentie. In die gevallen dat de verpleging van overheidswege voorwaardelijk is of wordt beëindigd, kán, afhankelijk van de aan die voorwaardelijke beëindiging verbonden vrijheidsbeperkende voorwaarden, verlenging van de maatregel waarbij niet aan de verlengingsgrond van artikel 38d is voldaan, schending opleveren van artikel 5 EVRM en/of van artikel 2, lid 1, Vierde Protocol bij het EVRM (het recht zich vrij te verplaatsen en vrij woonplaats te kiezen). Dit laatste artikel dient ingevolge artikel 6 van het Protocol als een aanvullend artikel van het EVRM te worden aangemerkt.

Onverkort toepassing geven aan de laatste volzin van het tweede lid van artikel 509t Sv kan dus strijdig zijn met artikel 5 EVRM dan wel artikel 2 Vierde Protocol bij het EVRM. In die gevallen dient naar het oordeel van het hof de bepaling in die volzin dan ook buiten toepassing te worden gelaten, nu ingevolge artikel 94 van de Grondwet binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften geen toepassing vinden, indien deze toepassing niet verenigbaar is met een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties. Het EVRM is zo’n verdrag.

In het onderhavige geval, waarin de verpleging van overheidswege reeds voorwaardelijk maar nog niet gedurende ten minste een jaar was beëindigd en volgens de rechtbank niet was komen vast te staan dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen een verlenging van de terbeschikkingstelling eiste, had de rechtbank niet zonder meer de maatregel van terbeschikkingstelling en tegelijkertijd de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege kunnen verlengen zonder te onderzoeken of die verlenging, gelet op de aan die voorwaardelijke beëindiging verbonden voorwaarden, wellicht strijd zou opleveren met artikel 5 EVRM en/of artikel 2 Vierde Protocol bij het EVRM.

Een dergelijk onderzoek kan in deze beroepsprocedure achterwege blijven, nu het hof anders dan de rechtbank om de hierna aan te geven redenen van oordeel is dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verdere verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

Stoornis en recidiverisico

Uit de stukken blijkt dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline en narcistische trekken. Het recidiverisico werd in 2012 door de kliniek als gemiddeld tot hoog ingeschat als de terbeschikkingstellingsmaatregel zou wegvallen. Weliswaar is in de afgelopen periode sprake van een vermindering van het recidiverisico maar volgens de reclassering zijn de risicofactoren nog niet voldoende afgenomen. Ook de psychiater acht verdere resocialisatie nodig met specifieke aandacht voor de relatie van de terbeschikkinggestelde met zijn partner en haar kinderen, met wie hij nog niet zolang samenwoont.

Verlenging

Op grond van de stukken, waaronder eerdergenoemde rapportages, en het ter zitting besprokene, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling eist. Het hof acht het, gelet op de zeer recent gewijzigde situatie van de terbeschikkinggestelde (zelfstandig wonen met partner en kinderen), noodzakelijk dat hij nog langer door de reclassering zal worden gevolgd en begeleid. Het hof zal de maatregel verlengen met een termijn van een jaar.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Limburg van 23 juli 2013 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam terbeschikkinggestelde].

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Aldus gedaan door

mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,

mr E.A.K.G. Ruys en mr. J.W. Rijkers als raadsheren,

en drs. E. Harmsen en dr. W.J. Canton als raden,

in tegenwoordigheid van mr J.P. Fuchs-van Dis als griffier,

en op 9 januari 2013 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.