Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:6547

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
21-08-2014
Datum publicatie
22-08-2014
Zaaknummer
ks 21-001637-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Meermalen verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid van vrouwen tijdens muziekevenementen. Gevangenisstraf met voorwaardelijk deel. Bijzondere voorwaarden, reclasseringstoezicht: waaronder elektronisch toezicht en behandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001637-14

Uitspraak d.d.: 21 augustus 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 13 maart 2014 met parketnummer 18-730731-13 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te[geboorteplaats] op [geboortedatum]1986,

thans verblijvende in PI Noord, gevangenis De Marwei te Leeuwarden.

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 7 augustus 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het onder 1 primair ten laste gelegde, met betrekking tot de slachtoffers[benadeelde partij3], [benadeelde partij2],[slachtoffer3], [slachtoffer4], [benadeelde partij4], [slachtoffer6],[slachtoffer7] en [slachtoffer8] en veroordeling ter zake het onder 1 subsidiair ten laste gelegde ten aanzien van [slachtoffer9] en het onder 2 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van vijf jaren, met de voorwaarden zoals de rechtbank die heeft gesteld. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. G. Sannes, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.
hij in of omstreeks de periode van 4 september 2011 tot en met 1 september 2013 te [plaats], in de gemeente [gemeente], en/of te [plaats], in de gemeente [gemeente], en/of te [plaats], in de gemeente [plaats], en/of te [plaats], in de gemeente[gemeente], in elk geval op verschillende tijdstippen en in verschillende plaatsen in Nederland, meermalen, althans eenmaal, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) diverse vrouwen, waaronder[benadeelde partij3] en/of [benadeelde partij2] en/of[slachtoffer3] en/of [slachtoffer4] en/of [benadeelde partij4] en/of [slachtoffer9] en/of [slachtoffer6] en/of[slachtoffer7] en/of [slachtoffer8] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van (onder andere) die [benadeelde partij3] en/of die[benadeelde partij2] en/of die [slachtoffer3] en/of die [slachtoffer4] en/of die [benadeelde partij4] en/of die[slachtoffer9] en/of die [slachtoffer6] en/of die [slachtoffer7] en/of die [slachtoffer8],

hebbende verdachte zijn vinger(s) in de vagina en/of in de anus en/of tussen de schaamlippen van (onder andere) die [benadeelde partij3] en/of die[benadeelde partij2] en/of die [slachtoffer3] en/of die [slachtoffer4] en/of die [benadeelde partij4] en/of die[slachtoffer9] en/of die [slachtoffer6] en/of die [slachtoffer7] en/of die [slachtoffer8] geduwd/gestoken en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte op (onder andere) die [benadeelde partij3] en/of die[benadeelde partij2] en/of die [slachtoffer3] en/of die [slachtoffer4] en/of die [benadeelde partij4] en/of die[slachtoffer9] en/of die [slachtoffer6] en/of die [slachtoffer7] en/of die [slachtoffer8] (die toen en daar zaten te plassen, in ieder geval de broek naar beneden had(den) gedaan) is afgerend en/of dat verdachte die [benadeelde partij3] en/of die[benadeelde partij2] en/of die [slachtoffer3] en/of die [slachtoffer4] en/of die [benadeelde partij4] en/of die[slachtoffer9] en/of die [slachtoffer6] en/of die [slachtoffer7] en/of die [slachtoffer8] heeft omgeduwd en/of/vervolgens onverhoeds en/of met kracht zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of de anus en/of tussen de schaamlippen van (onder andere) die [benadeelde partij3] en/of die[benadeelde partij2] en/of die [slachtoffer3] en/of die [slachtoffer4] en/of die [benadeelde partij4] en/of die[slachtoffer9] en/of die [slachtoffer6] en/of die [slachtoffer7] en/of die [slachtoffer8] heeft geduwd/gebracht en/of/vervolgens/daarbij (een) heen en weer gaande beweging(en) heeft gemaakt en/of (aldus) dat verdachte voornoemde handeling(en) zodanig snel, plotseling en/of onverhoeds heeft gepleegd, dat die vrouwen, waaronder die [benadeelde partij3] en/of die[benadeelde partij2] en/of die [slachtoffer3] en/of die [slachtoffer4] en/of die [benadeelde partij4] en/of die[slachtoffer9] en/of die [slachtoffer6] en/of die [slachtoffer7] en/of die [slachtoffer8] niet in staat was/waren die handeling(en) (voldoende en/of tijdig) af te weren of daartegen weerstand te bieden;

althans, indien ter zake het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 4 september 2011 tot en met 1 september 2013 te [plaats], in de gemeente [gemeente], en/of te [plaats], in de gemeente [gemeente], en/of te [plaats], in de gemeente [plaats], en/of te [plaats], in de gemeente[gemeente], in elk geval op verschillende tijdstippen en in verschillende plaatsen in Nederland, meermalen, althans eenmaal, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) diverse vrouwen, waaronder[benadeelde partij3] en/of [benadeelde partij2] en/of[slachtoffer3] en/of [slachtoffer4] en/of [benadeelde partij4] en/of [slachtoffer9] en/of [slachtoffer6] en/of[slachtoffer7] en/of [slachtoffer8] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),

bestaande uit het aanraken/betasten/vastpakken van de vagina en/of anus en/of schaamlippen en/of althans het kruis van die vrouwen en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte op (onder andere) die [benadeelde partij3] en/of die[benadeelde partij2] en/of die [slachtoffer3] en/of die [slachtoffer4] en/of die [benadeelde partij4] en/of die[slachtoffer9] en/of die [slachtoffer6] en/of die [slachtoffer7] en/of die [slachtoffer8] (die toen en daar zaten te plassen, in ieder geval de broek naar beneden had(den) gedaan) is afgerend en/of dat verdachte die [benadeelde partij3] en/of die[benadeelde partij2] en/of die [slachtoffer3] en/of die [slachtoffer4] en/of die [benadeelde partij4] en/of die[slachtoffer9] en/of die [slachtoffer6] en/of die [slachtoffer7] en/of die [slachtoffer8] heeft omgeduwd en/of vervolgens onverhoeds en/of met kracht met zijn, verdachtes, vinger(s) en/of hand de vagina en/of de anus en/of de schaamlippen en/of/althans het kruis van (onder andere) die [benadeelde partij3] en/of die[benadeelde partij2] en/of die [slachtoffer3] en/of die [slachtoffer4] en/of die [benadeelde partij4] en/of die[slachtoffer9] en/of die [slachtoffer6] en/of die [slachtoffer7] en/of die [slachtoffer8] heeft aangeraakt/betast/vastgepakt en/of/vervolgens/daarbij (een) heen en weer gaanden beweging(en) heeft gemaakt en/of (aldus) dat verdachte voornoemde handeling(en) zodanig snel, plotseling en/of onverhoeds heeft gepleegd, dat die vrouwen, waaronder die [benadeelde partij3] en/of die[benadeelde partij2] en/of die [slachtoffer3] en/of die [slachtoffer4] en/of die [benadeelde partij4] en/of die[slachtoffer9] en/of die [slachtoffer6] en/of die [slachtoffer7] en/of die [slachtoffer8] niet in staat was/waren die handeling(en) (voldoende en/of tijdig) af te weren of daartegen weerstand te bieden;

2:
hij in of omstreeks de periode van 6 augustus 2011 tot en met 16 augustus 2013 te [plaats], in de gemeente [gemeente], en/of te [plaats], in de gemeente[gemeente], in elk geval op verschillende tijdstippen en in verschillende plaatsen in Nederland, meermalen, althans eenmaal, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) diverse vrouwen, waaronder[slachtoffer10] en/of[benadeelde partij1] en/of [slachtoffer12], heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het aanraken/betasten/vastpakken van de vagina en/of de anus en/of de schaamlippen en/of/althans het kruis van die vrouwen en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte op (onder andere) die [slachtoffer10] en/of die [benadeelde partij1] en/of die [slachtoffer12] (die toen en daar zaten te plassen, in ieder geval de broek naar beneden had(den) gedaan) is afgerend en/of dat verdachte die [slachtoffer10] en/of die [benadeelde partij1] en/of die [slachtoffer12] heeft omgeduwd en/of/vervolgens onverhoeds en/of met kracht met zijn, verdachtes, vinger(s) en/of hand de vagina en/of de anus en/of de schaamlippen en/of/althans het kruis van (onder andere) die [slachtoffer10] en/of die [benadeelde partij1] en/of die [slachtoffer12] heeft aangeraakt/betast/vastgepakt en/of/vervolgens/daarbij (een) heen en weer gaande beweging(en) heeft gemaakt en/of (aldus) dat verdachte voornoemde handeling(en) zodanig snel, plotseling en/of onverhoeds heeft gepleegd, dat die vrouwen, waaronder die [slachtoffer10] en/of die [benadeelde partij1] en/of die [slachtoffer12] niet in staat was/waren die handeling(en) (voldoende en/of tijdig) af te weren of daartegen weerstand te bieden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Beoordeling van het bewijs

Het hof is van oordeel dat uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting niet blijkt dat verdachte seksueel is binnengedrongen in het lichaam van [slachtoffer9]. Het onder 1 primair ten laste gelegde ten aanzien van [slachtoffer9] kan derhalve niet wettig en overtuigend worden bewezen en verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Het hof acht echter wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer9] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen. Het onder 1 subsidiair ten laste gelegde ten aanzien van [slachtoffer9] zal derhalve bewezen worden verklaard.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig bewezen en heeft het hof de overtuiging verkregen, dat verdachte het onder 1 primair en subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1

primair.
hij in de periode van 4 september 2011 tot en met 1 september 2013, te [plaats], in de gemeente [gemeente], en te [plaats], in de gemeente [gemeente] en te [plaats], in de gemeente [plaats] en te [plaats], in de gemeente[gemeente], meermalen, door geweld en/of andere feitelijkheden[benadeelde partij3] en [benadeelde partij2] en[slachtoffer3] en [slachtoffer4] en [benadeelde partij4] en [slachtoffer6] en[slachtoffer7] en [slachtoffer8] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij3] en die[benadeelde partij2] en die [slachtoffer3] en die [slachtoffer4] en die [benadeelde partij4] en die [slachtoffer6] en die [slachtoffer7] en die [slachtoffer8], hebbende verdachte zijn vinger(s) in de vagina en/of in de anus en/of tussen de schaamlippen van die [benadeelde partij3] en die[benadeelde partij2] en die [slachtoffer3] en die [slachtoffer4] en die [benadeelde partij4] en die [slachtoffer6] en die [slachtoffer7] en die [slachtoffer8] geduwd en bestaande dat geweld en die andere feitelijkheden hierin dat verdachte op die [benadeelde partij3] en die[benadeelde partij2] en die [slachtoffer3] en die [slachtoffer4] en die [benadeelde partij4] en die [slachtoffer6] en die [slachtoffer7] en die [slachtoffer8], die toen daar zaten en de broek naar beneden hadden gedaan, is afgerend en/of dat verdachte die [benadeelde partij3] en die[benadeelde partij2] en die [slachtoffer3] en die [slachtoffer4] en die [benadeelde partij4] en die [slachtoffer6] en die [slachtoffer7] en die [slachtoffer8] heeft omgeduwd en vervolgens onverhoeds en met kracht zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of de anus en/of tussen de schaamlippen van die [benadeelde partij3] en die[benadeelde partij2] en die [slachtoffer3] en die [slachtoffer4] en die [benadeelde partij4] en die [slachtoffer6] en die [slachtoffer7] en die [slachtoffer8] heeft geduwd/gebracht en/of (vervolgens) (een) heen en weer gaande beweging(en) heeft gemaakt en aldus dat verdachte voornoemde handelingen zodanig snel, plotseling en onverhoeds heeft gepleegd, dat die [benadeelde partij3] en die[benadeelde partij2] en die [slachtoffer3] en die [slachtoffer4] en die [benadeelde partij4] en die [slachtoffer6] en die [slachtoffer7] en die [slachtoffer8] niet in staat waren die handelingen af te weren of daartegen weerstand te bieden;


1. subsidiair

hij in de periode van 15 augustus 2011 tot en met 16 augustus 2013 te [plaats] in de gemeente[gemeente], door geweld en andere feitelijkheden [slachtoffer9] heeft gedwongen tot dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het aanraken/betasten van het kruis van die vrouw en bestaande dat geweld en die andere feitelijkheden hierin dat verdachte op die[slachtoffer9], die toen en daar zaten te plassen is afgerend en dat verdachte die[slachtoffer9] heeft omgeduwd en vervolgens onverhoeds met zijn, verdachtes, hand het kruis van die[slachtoffer9] heeft aangeraakt/betast en vervolgens daarbij heen en weer gaanden bewegingen heeft gemaakt en dat verdachte voornoemde handelingen zodanig snel, plotseling en onverhoeds heeft gepleegd, dat die[slachtoffer9] niet in staat was die handelingen af te weren of daartegen weerstand te bieden;

2:
hij in de periode van 6 augustus 2011 tot en met 16 augustus 2013, te [plaats] in de gemeente [gemeente], en te [plaats], in de gemeente[gemeente], meermalen door feitelijkheden[slachtoffer10] en [benadeelde partij1] en [slachtoffer12], heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, bestaande uit het aanraken/betasten van het kruis van die vrouwen en bestaande die andere feitelijkheden hierin dat verdachte op die [slachtoffer10] en die [benadeelde partij1] en die [slachtoffer12], die toen daar de broek naar beneden hadden gedaan, is afgerend en vervolgens onverhoeds en met kracht met zijn, verdachtes, vinger(s) of hand het kruis van die [slachtoffer10] en die [benadeelde partij1] en die [slachtoffer12] heeft aangeraakt/betast en aldus dat verdachte voornoemde handelingen zodanig snel, plotseling en onverhoeds heeft gepleegd, dat die [slachtoffer10] en die [benadeelde partij1] en die [slachtoffer12] niet in staat waren die handelingen af te weren of daartegen weerstand te bieden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

verkrachting, meermalen gepleegd.

Het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Het hof houdt verdachte, gelet op de psychologische rapportage d.d.3 februari 2014 van deskundige Ter Borglicht, verminderd toerekeningsvatbaar. Verdachte is derhalve strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte volledig niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van twee jaren schuldig gemaakt aan het verkrachten van acht vrouwen en het aanranden van vier vrouwen. Deze feiten pleegde hij tijdens druk bezochte buiten-festiviteiten, zoals Lowlands in Biddinghuizen, de Sneekweek en de Visserijdagen in Harlingen. Verdachte werd 'getriggerd' wanneer hij zag dat vrouwen voornemens waren om te gaan 'wildplassen'. Dan volgde hij deze vrouwen en wanneer zij in gehurkte houding zaten, rende verdachte op ze af om vervolgens met zijn hand te wrijven over en tussen de schaamlippen van deze vrouwen. Bij sommige van deze slachtoffers duwde hij zijn vinger(s) in de vagina en/of anus en maakte hij heen en weer gaande bewegingen. Deze handelingen duurden vaak enkele seconden, waarna verdachte wegrende. Door de snelle en onverhoedse benadering door verdachte waren zijn slachtoffers, ook doordat zij door hem ten val werden gebracht dan wel ten val kwamen, niet in staat diens handelingen af te weren of daartegen weerstand te bieden.

Verdachte heeft met deze seksuele handelingen een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van deze vrouwen en hun algemene gevoel van veiligheid. Uit het dossier wordt duidelijk dat verdachte de vrouwen schrik en angst heeft aangejaagd. Verdachte was hierbij uitsluitend gericht op zichzelf en de bevrediging van zijn eigen (seksuele) gevoelens.

Het hof neemt in aanmerking dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 29 januari 2014, niet eerder is veroordeeld.

Uit het psychologisch onderzoek blijkt onder meer het volgende. Verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis in de vorm van agressief seksueel gedrag en een onrijpe gewetensontwikkeling passend bij parafilie. De delicten kunnen mede hierdoor worden verklaard. De parafiele dwangmatigheid blijkt uit het feit dat verdachte tijdens de delicten slechts gericht is geweest op zijn eigen belang, terwijl hij zich niet heeft gestoord aan geldende regels noch gehinderd werd door adequate normen en waarden. Hij heeft onvoldoende besef, en zo hij het besef wel heeft houdt hij onvoldoende rekening met andermans grenzen. Mede gelet op het grote aantal delicten, gebeurde dit in aanzienlijke mate. Achteraf is er berouw, maar ontstaat onvoldoende schuld of schaamtegevoel en overheerst zijn zelfverklaarde logica. In zijn keuzevrijheid werd verdachte beperkt door sterke dwangmatige seksuele prikkels, terwijl deze versterkt werden door frustraties over zijn partnerrelatie. Hij had echter op basis van zijn goede cognitieve eigenschappen en eerdere ervaringen kunnen besluiten niet situaties op te zoeken met een verhoogde kans op zedendelinquentie en had therapeutische hulp kunnen vragen. Het advies is verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar te achten. Zolang verdachte niet voor zijn aandoening wordt behandeld zal zijn extern en situatief beleefde spanning aanwezig blijven en is de kans op herhaling van zedendelicten aanwezig, aldus de psycholoog. Het hof neemt deze conclusies over.

De reclassering adviseert een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf met daarbij bijzondere voorwaarden, zoals een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandelingsverplichting bij de Polikliniek Forensische Psychiatrie of een soortgelijke zorginstelling, een gedragsinterventie te weten een GGZ Korte Leefstijltraining en een locatieverbod op of rond plaatsen waar

buiten-festiviteiten met muziek worden gehouden. Deze laatste voorwaarde dient te worden gecontroleerd middels elektronisch toezicht.

Het hof neemt het advies van de reclassering met betrekking tot het opleggen van voornoemde bijzondere voorwaarden over. Het hof zal daarbij - evenals de rechtbank - een proeftijd voor de duur van vijf jaren opleggen. Het elektronisch toezicht ten behoeve van de controle op de naleving van het locatieverbod zal evenwel voor het eerste jaar van de proeftijd worden opgelegd opdat verdachte nadat hij in vrijheid is gesteld aanvankelijk onder strengere controle komt te staan. Binnen dat jaar kunnen het toezicht van de reclassering en de behandeling van verdachte concrete vorm krijgen..

Het hof is van oordeel dat niet kan worden volstaan met de deels voorwaardelijke gevangenisstraf zoals opgelegd door de rechtbank en ter zitting in hoger beroep bepleit door de raadsman. Het hof overweegt dat de bewezenverklaarde handelingen hiervoor te ernstig zijn, gezien de aard en het aantal daarvan. Verdachte is meerdere malen hardhandig en in die zin gewelddadig te werk gegaan.

Anderzijds heeft het hof gelet op de persoon van verdachte, zijn licht verminderde toerekeningsvatbaarheid en het belang van een intensieve behandeling. In dit kader zal het hof bijzondere voorwaarden stellen die aan een langdurige proeftijd van vijf jaren zullen worden gekoppeld. Daarbij zal het hof verdachte onder elektronisch toezicht stellen gedurende een jaar zoals de reclassering ook heeft geadviseerd. Het hof zal tevens bepalen dat verdachte gedurende de gehele proeftijd zich niet mag ophouden op locaties zoals hieronder beschreven. Het hof neemt in aanmerking dat deze maatregelen door verdachte zullen worden ervaren als een langdurige en intensieve inbreuk op de bewegingsvrijheid van verdachte.

Gezien het vorenstaande acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 15 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren en bijzondere voorwaarden passend en geboden. Het volgt daarmee niet de eis van de advocaat-generaal omdat het hof, anders dan de advocaat-generaal, het belang bij een spoedige aanvang van de behandeling laat prevaleren boven een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Dadelijke uitvoerbaarheid.

Het hof bepaalt dat de voorwaarden en het reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar zijn, omdat het hof er ernstig rekening mee houdt dat verdachte, zonder begeleiding en behandeling, wederom een misdrijf zal begaan dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 80,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte heeft de schade erkend. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.074,31. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte heeft de schade erkend. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen. Het hof zal bepalen dat de vordering wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 september 2013.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij[benadeelde partij3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte heeft de schade erkend. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen. Het hof zal bepalen dat de vordering wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2013.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 782,04. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen. Het hof zal bepalen dat de vordering wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 2013.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte heeft de schade erkend. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14e, 36f, 57, 242 en 246 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 15 (vijftien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 5 (vijf) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

1.

zich binnen vijf dagen volgend op zijn ontslagdatum uit detentie bij Reclassering Nederland op het adres Zoutbranderij 1 te Leeuwarden en zich vervolgens gedurende de proeftijd aan de aanwijzingen hem te geven door de reclassering zal houden;

2.

zich gedurende de gehele proeftijd niet zal bevinden op of rond plaatsen waar buiten-festiviteiten met muziek worden gehouden, waarbij veroordeelde zich het eerste jaar van de proeftijd onder elektronisch toezicht zal stellen ter nakoming van de hiervoor genoemde bijzondere voorwaarde;

3.

zich gedurende de proeftijd van vijf jaren onder behandeling zal stellen van de Polikliniek Forensische Psychiatrie of een soortgelijke ambulante forensische gezondheidszorginstelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, en zich dient te houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, voor zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

4.

gedurende de proeftijd zal deelnemen aan een gedragsinterventie, bestaande uit een Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) Korte leefstijltraining, waarbij veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende deze gedragsinterventie door of namens zijn trainers aan veroordeelde zullen worden gegeven.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat op grond van artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d van het wetboek van Strafrecht uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij1] ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 80,00 (tachtig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij1], een bedrag te betalen van € 80,00 (tachtig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij2] ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.074,31 (duizend vierenzeventig euro en eenendertig cent) bestaande uit € 74,31 (vierenzeventig euro en eenendertig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 4 september 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 4 september 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij2], een bedrag te betalen van € 1.074,31 (duizend vierenzeventig euro en eenendertig cent) bestaande uit € 74,31 (vierenzeventig euro en eenendertig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 21(eenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 4 september 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 4 september 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij[benadeelde partij3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij[benadeelde partij3] ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.000,00 (duizend euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd[benadeelde partij3], een bedrag te betalen van € 1.000,00 (duizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij4] ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 782,04 (zevenhonderdtweeëntachtig euro en vier cent) bestaande uit € 82,04 (tweeëntachtig euro en vier cent) materiële schade en € 700,00 (zevenhonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij4], een bedrag te betalen van € 782,04 (zevenhonderdtweeëntachtig euro en vier cent) bestaande uit € 82,04 (tweeëntachtig euro en vier cent) materiële schade en € 700,00 (zevenhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, voorzitter,

mr. K. Lahuis en mr. J. DolfingD.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, raadsheren,

in tegenwoordigheid van H. Pool, griffier,

en op 21 augustus 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. K. Lahuis is buiten staat dit arrest te ondertekenen.