Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:6498

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19-08-2014
Datum publicatie
29-08-2014
Zaaknummer
200.116.786-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appellant in de hoofdzaak vordert bij wijze van incident op grond van artikel 843a Rv overlegging door geïntimeerde van het volledige procesdossier in de vrijwaringsprocedure die geïntimeerde tegen een derde is begonnen. Kern van het verweer van geïntimeerde is dat er sprake is van een fishing expedition. Het hof verwerpt dit verweer. In verband met de hem in de hoofdzaak gegeven bewijsopdracht heeft appellant een rechtmatig belang bij het kunnen beschikken over de gevraagde stukken. Die stukken hebben tevens betrekking op de rechtsbetrekking tussen appellant en geïntimeerde. Daarnaast betreft het stukken die naar herkomst, aard en aantal voldoende zijn afgebakend en die in voldoende verband staan met het geschil in de hoofdzaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2015/112

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.116.786/01

(zaaknummer rechtbank Zwolle-Lelystad 172345 / HA ZA 10-788)

arrest van de tweede kamer van 19 augustus 2014

in de zaak van

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

in eerste aanleg: eiser,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. W.E.M. Klostermann, kantoorhoudend te Zwolle,

tegen

[geïntimeerde],

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudend te Leeuwarden.

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 10 december 2013 hier over.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Ter uitvoering van het arrest van 10 december 2013 heeft het hof op
24 februari 2014, 24 april 2014 en 22 juli 2014 getuigen gehoord. Van de getuigenverhoren is proces-verbaal opgemaakt.

1.2

[appellant] heeft bij conclusie van 2 april 2014 een incident opgeworpen strekkende tot afgifte van een rechterlijk bevel tot overlegging van stukken.

2 De verdere beoordeling

In het incident

2.1

[appellant] heeft in het incident gevorderd dat [geïntimeerde] op grond van artikel 843a Rv, onderscheidenlijk artikel 22 Rv het bevel wordt gegeven om het volledige procesdossier in de vrijwaringsprocedure tussen [geïntimeerde] en Bouwbedrijf [X] B.V., inclusief alle producties, onder rolnummer 178452 / HA ZA 10-1588, aan [appellant] ter hand te stellen en in het geding te brengen, binnen twee weken nadat het bevel hiertoe gegeven is, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag dat [geïntimeerde] in gebreke blijft te voldoen aan dit bevel.

2.2

[appellant] heeft ter onderbouwing van zijn vordering aangevoerd dat hij inzage heeft gehad in het bouwdossier van Bouwbedrijf [X] en dat hem daaruit is gebleken dat [geïntimeerde] wel degelijk intensief betrokken is geweest bij het ontwerp van de "klosjes‑oplossing". Volgens hem blijkt uit die stukken zelfs dat er een ontwerptekening is van [geïntimeerde] van april 2004. Ten behoeve van de hem in de hoofdzaak opgedragen bewijsvoering heeft hij dan ook een evident belang bij kennisneming van de processtukken met de bijbehorende producties in de procedure tussen Bouwbedrijf [X] en [geïntimeerde], zo heeft [appellant] gesteld.

2.3

[geïntimeerde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de incidentele vordering van [appellant]. Zij heeft betwist dat [appellant] een rechtmatig belang heeft bij inzage van het volledige procesdossier, dat de vordering van [appellant] voldoende bepaald is, dat de stukken zien op een rechtsbetrekking waarin [appellant] partij is en dat zij de stukken, meer in het bijzonder een door [appellant] genoemde ontwerptekening niet onder zich heeft.

2.4

Het hof stelt voorop dat aan de toewijsbaarheid van een vordering op grond van artikel 843a Rv een drietal cumulatieve voorwaarden is verbonden. De eiser dient een rechtmatig belang te hebben bij inzage of afgifte van de desbetreffende bescheiden, het moet gaan om bepaalde bescheiden en de bescheiden moeten betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarin eiser partij is. Mocht aan deze voorwaarden zijn voldaan dan kan degene die de bescheiden onder zich heeft niettemin op grond van gewichtige redenen of omdat inzage onnodig is voor een behoorlijke rechtspleging inzage in de betrokken bescheiden weigeren. Er bestaat derhalve geen ongeclausuleerd recht op inzage dan wel afgifte op grond van deze bepaling.

2.5

Het staat als onweersproken vast dat naar aanleiding van het geschil in de hoofdzaak tussen [appellant] en [geïntimeerde] een vrijwaringsprocedure is gevoerd tussen [geïntimeerde] en Bouwbedrijf [X].

2.6

In de hoofdzaak is [appellant] bij arrest van 10 december 2013 belast met het bewijs van feiten en/of omstandigheden waaruit blijkt dat [geïntimeerde] het architectenbureau [Y] en/of Bouwbedrijf [X] heeft geadviseerd over de gewijzigde uitvoering van de balkenconstructie onder de vloer van de eerste verdieping van de woning [adres] te [woonplaats] met behulp van klossen.

2.7

[appellant] wil het hem opgedragen bewijs leveren met behulp van stukken die zich bevinden in het procesdossier in de vrijwaringsprocedure. Voor het bestaan van die stukken stelt hij aanwijzingen te hebben gevonden in het bouwdossier van Bouwbedrijf [X] dat hem door de curator in het faillissement van Bouwbedrijf [X] ter inzage is gegeven.

2.8

Naar het oordeel van het hof heeft [appellant] daarmee een voldoende belang bij inzage in het procesdossier in de vrijwaringsprocedure tussen [geïntimeerde] en Bouwbedrijf [X]. Weliswaar heeft [appellant] inzage gehad in het bouwdossier van Bouwbedrijf [X], maar dat neemt niet weg dat het voor [appellant] van belang kan zijn kennis te nemen van het procesdossier om de status en het belang van de stukken die hij heeft aangetroffen in het bouwdossier nader te kunnen duiden.

2.9

Voorts hebben de stukken waarvan [appellant] inzage verlangt mede betrekking op de rechtsbetrekking tussen hem en [geïntimeerde], want ook in de procedure tussen [geïntimeerde] en Bouwbedrijf [X] draait het om de vraag of [geïntimeerde] al dan niet betrokken is geweest bij de oplossing met de klossen. In het kader van dit verzoek is, anders dan [geïntimeerde] heeft betoogd, niet van belang of [geïntimeerde] en Bouwbedrijf [X] al dan niet hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die [appellant] stelt te hebben ondervonden en of [geïntimeerde] en Bouwbedrijf [X] al dan niet in een bouwcombinatie hebben samengewerkt.

2.10

Het hof acht de vordering tot inzage in het procesdossier, inclusief alle producties, voldoende bepaald. Het betreft stukken, die naar herkomst, aard en aantal voldoende zijn afgebakend en die in voldoende verband staan met het geschil in de hoofdzaak. Of de ontwerptekening waarop [appellant] doelt ook werkelijk in het procesdossier is opgenomen zal blijken na het verstrekken van inzage in dat dossier, terwijl in het geval zich in het procesdossier een ontwerptekening bevindt in de hoofdzaak zal moeten worden beantwoord of die ontwerptekening ook werkelijk door [geïntimeerde] is gemaakt.

2.11

Aangezien gewichtige redenen die aan inzage in het procesdossier in de weg staan zijn gesteld noch anderszins zijn gebleken, zal het hof de vordering [appellant] toewijzen in de hierna te vermelden vorm.

2.12

Het hof zal bevelen dat [geïntimeerde] het procesdossier, inclusief alle producties, in de vrijwaringsprocedure tussen [geïntimeerde] en Bouwbedrijf [X] aan [appellant] in afschrift ter beschikking dient te stellen. Het hof zal hieraan, mede in aanmerking genomen de vakantieperiode, een termijn verbinden van 4 weken na dagtekening van dit arrest.

Aan het bevel zal een dwangsom worden gekoppeld van € 1.000,- per dag dat [geïntimeerde] na ommekomst van de termijn van vier weken in gebreke blijft aan het bevel te voldoen, tot een maximum van € 20.000,-.

Het hof wijst er op dat de kosten voor het verstrekken van een afschrift op grond van artikel 843a lid 1 Rv voor [appellant] zijn.

Slotsom

2.13

De incidentele vordering van [appellant] zal worden toegewezen op de wijze als hiervoor omschreven. De kosten van de procedure in het incident zullen bij de afwikkeling van de hoofdzaak worden meegenomen.

In de hoofdzaak

2.14

De zaak zal in de hoofdzaak op de rol van 28 oktober 2014 worden geplaatst voor het nemen van een conclusie na getuigenverhoor aan de zijde van [appellant], waarbij door [appellant] ook eventueel stukken uit de vrijwaringsprocedure tussen [geïntimeerde] en Bouwbedrijf [X] in het geding kunnen worden gebracht en bij de beschouwingen kunnen worden betrokken.

2.15

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

in het incident

beveelt dat [geïntimeerde] binnen een termijn van vier weken na dagtekening van dit arrest aan [appellant] een afschrift dient te verstrekken van het procesdossier, inclusief alle producties, in het vrijwaringsgeschil tussen [geïntimeerde] en Bouwbedrijf [X], op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat [geïntimeerde] na ommekomst van de termijn van vier weken niet aan dit bevel voldoet, tot een maximum van € 20.000,-;

wijst het meer of anders gevorderde af;

in de hoofzaak

bepaalt dat de zaak wordt geplaatst op de rol van dinsdag 28 oktober 2014 voor het nemen van een conclusie na getuigenverhoor aan de zijde van [appellant]

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. B.J.H. Hofstee, mr. G. van Rijssen en mr. I. Tubben en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffer in het openbaar uitgesproken op dinsdag 19 augustus 2014.