Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:6274

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-08-2014
Datum publicatie
08-08-2014
Zaaknummer
21-008722-13
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2013:5594, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt. Het hof veroordeelt verdachte terzake mensenhandel en legt aan verdachte dezelfde straf op als de rechtbank, te weten een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-008722-13

Uitspraak d.d.: 8 augustus 2014

TEGENSPRAAK

Promis

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 12 november 2013 met parketnummer 16-711877-11 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans verblijvende in PI Utrecht - HvB locatie Nieuwegein te Nieuwegein.

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 18 april 2014, 25 juli 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. Y. Moszkowicz, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep- tenlastegelegd dat:

Primair


hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 1999 tot en met 30 september 2000 te Woerden en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) de minderjarige, genaamd[slachtoffer] (geboren [geboortedatum]), tot prostitutie heeft gebracht, in elk geval ten aanzien van die minderjarige enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat die minderjarige daardoor in de prostitutie belandde, bestaande deze handeling(en) hieruit, dat hij, verdachte, (en/of zijn mededader(s)) (telkens en/of meermalen)

- een liefdesrelatie is aangegaan met die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] beloofd heeft te trouwen en/of die [slachtoffer] de indruk heeft gegeven een gezamenlijke toekomst op te willen bouwen en/of

- die [slachtoffer] verteld heeft dat hij schulden had en dat zij hem door (tijdelijk) in de prostitutie te gaan werken kon helpen die schulden af te lossen en/of

- seks met die [slachtoffer] had en/of haar naar seksfilms liet kijken met als doel te oefenen en/of kennis op te doen voor haar latere werkzaamheden in de prostitutie en/of

- die [slachtoffer] meenam naar "de Wallen" (te Amsterdam) en/of de Geleenstraat (prostitutiegebied) te Den Haag om haar bekend te maken met prostitutie en prostitutiewerkzaamheden;


1.

Subsidiair


hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 1999 tot en met 30 september 2000 te Woerden en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) de minderjarige, genaamd[slachtoffer] (geboren [geboortedatum]), tot prostitutie te brengen, enige handeling ten aanzien van die minderjarige [slachtoffer] heeft ondernomen waarvan verdachte wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat die minderjarige daardoor in de prostitutie zou belanden, bestaande deze handeling(en) hieruit, dat hij, verdachte, (en/of zijn mededader(s)) (telkens en/of meermalen)

- een liefdesrelatie is aangegaan met die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] beloofd heeft te trouwen en/of die [slachtoffer] de indruk heeft gegeven een gezamenlijke toekomst op te willen bouwen en/of

- die [slachtoffer] verteld heeft dat hij schulden had en dat zij hem door (tijdelijk) in de prostitutie te gaan werken kon helpen die schulden af te lossen en/of

- seks met die [slachtoffer] had en/of haar naar seksfilms liet kijken met als doel te oefenen en/of kennis op te doen voor haar latere werkzaamheden in de prostitutie en/of

- die [slachtoffer] meenam naar "de Wallen" (te Amsterdam) en/of de Geleenstraat (prostitutiegebied) te Den Haag om haar bekend te maken met prostitutie en prostitutiewerkzaamheden,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

1.

Meer subsidiair


hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 1999 tot en met 30 september 2000 te Woerden en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een persoon, genaamd[slachtoffer], door geweld of een andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of bedreiging met een andere feitelijkheid of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding tot prostitutie heeft gebracht, of onder voornoemde omstandigheden enige handeling ondernomen waarvan verdachte wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat die persoon daardoor in de prostitutie belandde, bestaande deze handeling(en) hieruit, dat hij, verdachte, (en/of zijn mededader(s)) (telkens en/ of meermalen)

- een liefdesrelatie is aangegaan met die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] beloofd heeft te trouwen en/of die [slachtoffer] de indruk heeft gegeven een gezamenlijke toekomst op te willen bouwen en/of

- die [slachtoffer] verteld heeft dat hij schulden had en dat zij hem door (tijdelijk) in de prostitutie te gaan werken kon helpen die schulden afte lossen en/of

- seks met die [slachtoffer] had en/of haar naar seksfilms liet kijken met als doel te oefenen en/of kennis op te doen voor haar latere werkzaamheden in de prostitutie en/of die [slachtoffer] meenam naar “de Wallen” (te Amsterdam) en/of de Geleenstraat (prostitutiegebied) te Den Haag om haar bekend te maken met prostitutie en prostitutiewerkzaamheden;


1.

Meest subsidiair


hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 1999 tot en met 30 september 2000 te Woerden en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een persoon, genaamd[slachtoffer], door geweld of een andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of bedreiging met een andere feitelijkheid of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding tot prostitutie te brengen, of onder voornoemde omstandigheden enige handeling ondernomen waarvan verdachte wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat die persoon daardoor in de prostitutie belandde, bestaande deze handeling(en) hieruit, dat hij, verdachte, (en/of zijn mededader(s)) (telkens en/of meermalen)

- een liefdesrelatie is aangegaan met die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] beloofd heeft te trouwen en/of die [slachtoffer] de indruk heeft gegeven een gezamenlijke toekomst op te willen bouwen en/of

- die [slachtoffer] verteld heeft dat hij schulden had en dat zij hem door (tijdelijk) in de prostitutie te gaan werken kon helpen die schulden af te lossen en/of

- seks met die [slachtoffer] had en/of haar naar seksfilms liet kijken met als doel te oefenen en/of kennis op te doen voor haar latere werkzaamheden in de prostitutie en/of

- die [slachtoffer] meenam naar “de Wallen” (te Amsterdam) en/of de Geleenstraat (prostitutiegebied) te Den Haag om haar bekend te maken met prostitutie en prostitutiewerkzaamheden,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

2.


hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van ongeveer 2 oktober 2000 tot en met 31 december 2004 te Utrecht en/of Amsterdam en/of Den Haag, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een persoon, genaamd[slachtoffer],

(sub 1 en/of sub 6)

door geweld of één of meer andere feitelijkheden of door bedreiging met geweld of bedreiging met één of meer andere feitelijkheden heeft gedwongen of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met (of voor) een derde tegen betaling of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat die ander zich daardoor tot het verrichten van die (seksuele) handelingen beschikbaar stelde en/of

(sub 4)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van een ander, genaamd [slachtoffer], met (of voor) een derde tegen betaling en/of

(sub 6)

die [slachtoffer] heeft bewogen hem, (met de in sub 1 genoemde middelen, zie hierboven) verdachte en/of zijn mededader(s), uit de opbrengst van zijn of haar seksuele handelingen met (of voor) een derde te bevoordelen,

(sub 1 en/of sub 6) bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of bedreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bovenomschreven misbruik en/of misleiding hieruit dat verdachte (en/of zijn mededader(s)) (telkens en/of meermalen)

- een liefdesrelatie is aangegaan met die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] beloofd heeft met haar te trouwen en/of die [slachtoffer] de indruk heeft gegeven een gezamenlijke toekomst op te willen bouwen en/of

- die [slachtoffer] heeft verteld dat hij schulden had en/of dat zij hem door (tijdelijk) in de prostitutie te gaan werken kon helpen die schulden af te lossen en/of

- seks met die [slachtoffer] heeft gehad en/of haar heeft gedwongen naar seksfilms liet kijken (met als doel te oefenen en/of kennis op te doen voor haar werkzaamheden in de prostitutie) en/of - die [slachtoffer] heeft gefilmd toen zij onder de douche stond en/of terwijl hij, verdachte, seks met haar had, en/of

- die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, woon- en/of verblijfadres(sen) heeft ondergebracht, en/of

- die [slachtoffer] meermalen (met kracht) op/tegen haar, [slachtoffer], hoofd en/of lichaam heeft geslagen en/of gestompt, en/of

- die [slachtoffer] met een mes en/of een pistool heeft bedreigd en/of daarbij heeft gezegd "ik weet je te vinden als je weggaat" en/of "je blijft altijd van mij tot aan onze dood" (althans (telkens) woorden van gelijke aard en/of strekking), en/of

- ( terwijl hij, verdachte, zijn arm om haar nek had) tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "jouw nek is zo dun, die kan ik zo breken" (althans woorden van gelijke aard en/of strekking), en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) tegen haar wil, met zijn, verdachtes, penis en/of zijn, verdachtes, hand/vuist en/of een (grote) dildo anaal en/of vaginaal heeft gepenetreerd, en/of

- die [slachtoffer] heeft gedwongen (althans overgehaald) een tatoeage op haar lichaam te zetten met de tekst "[naam verdachte]" en een afbeelding van een cobra (zijnde de bijnaam van verdachte) en/of

- die [slachtoffer] heeft gedwongen dezelfde huisarts als hij, verdachte, had te nemen en/of heeft bepaald of en zo ja wanneer die [slachtoffer] haar familie mocht zien en/of ander/regulier werk, dat [slachtoffer] liever wilde doen, heeft afgekeurd en/of verboden en/of haar mobiel telefoon kapot heeft gemaakt, waardoor die [slachtoffer] sociaal geïsoleerd werd door verdachte en/of die [slachtoffer] in een door verdachte gecontroleerde situatie heeft/hebben gehouden, in elk geval een of meer (andere) handelingen heeft/hebben verricht, strekkende tot het brengen en/of houden van die [slachtoffer] in een van verdachte afhankelijke positie, en/of

(sub 1, 4 en 6) hebbende die handeling(en) hieruit bestaan dat verdachte (en/of zijn mededader(s)) (telkens) (meermalen)

- die [slachtoffer] voorafgaand en (vervolgens) tijdens haar prostitutiewerkzaamheden (werk)instructies heeft/hebben gegeven, en/of

- een (of meer) kamer(s)/ruimte(s) in Utrecht en/of den Haag en/of Amsterdam heeft/hebben geregeld, alwaar die [slachtoffer] haar prostitutiewerkzaamheden kon/moest verrichten, en/of

- die [slachtoffer] naar haar prostitutiewerkplek heeft/hebben gebracht en/of die [slachtoffer] van haar prostitutiewerkplek heeft/hebben opgehaald, en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben gecontroleerd en/of heeft/hebben laten controleren op het moment dat zij, die [slachtoffer], als prostituee aan het werk was, en/of op andere tijdstippen telkens haar kleding en/of mobiele telefoon en/of schaamstreek heeft/hebben gecontroleerd, en/of

- die [slachtoffer] opdracht heeft/hebben gegeven en/of onder druk heeft/hebben gezet en/of ertoe heeft/hebben aangezet en/of gebracht een (zeer) groot aantal dagen (per week), en/of een (zeer) groot aantal uren per dag als prostituee te werken (óók gedurende ziekte en/of zwangerschap en/of ongesteldheid) en/of

- die [slachtoffer] alle, althans een zeer groot deel van haar, (prostitutie)verdiensten, althans een aanzienlijk deel daarvan, heeft/hebben afgepakt, althans heeft/hebben laten afgeven aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), althans die [slachtoffer] slechts een (zeer) klein deel van die verdiensten heeft/hebben laten behouden;


3.


hij op één (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van ongeveer 1 januari 2005 tot met 31 december 2006 te Den Haag en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een persoon, genaamd[slachtoffer]

(sub 1 en/of sub 6 en/of sub 9)

door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door fraude en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie

(sub 1) heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer], en/of

(sub 4)

die [slachtoffer] heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of dienst en/of enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, en/of

(sub 6)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer], en/of

(sub 9) die [slachtoffer] heeft gedwongen dan wel bewogen hem (en/of zijn mededader(s)) te bevoordelen uit de opbrengst van dier seksuele handelingen met of voor een derde, en/of bestaande die dwang en/of dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die dreiging met geweld en/of die dreiging van die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die afpersing en/of die fraude en/of die misleiding en/of dat misbruik (telkens) hieruit dat verdachte (en/of zijn mededader(s)) (telkens) (meermalen)

- een liefdesrelatie is aangegaan met die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] beloofd heeft met haar te trouwen en/of die [slachtoffer] de indruk heeft gegeven een gezamenlijke toekomst op te willen bouwen en/of

- die [slachtoffer] heeft verteld dat hij schulden had en/of dat zij hem door (tijdelijk) in de prostitutie te gaan werken kon helpen die schulden af te lossen en/of

- seks met die [slachtoffer] heeft gehad en/of haar heeft gedwongen naar seksfilms liet kijken (met als doel te oefenen en/of kennis op te doen voor haar werkzaamheden in de prostitutie) en/of - die [slachtoffer] heeft gefilmd toen zij onder de douche stond en/of terwijl hij, verdachte, seks met haar had, en/of

- die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, woon- en/of verblijfadres(sen) heeft ondergebracht, en/of

- die [slachtoffer] meermalen (met kracht) op/tegen haar, [slachtoffer], hoofd en/of lichaam heeft geslagen en/of gestompt, en/of

- die [slachtoffer] met een mes en/of een pistool heeft bedreigd en/of daarbij heeft gezegd "ik weet je te vinden als je weggaat" en/of "je blijft altijd van mij tot aan onze dood" (althans (telkens) woorden van gelijke aard en/of strekking), en/of

- ( terwijl hij, verdachte, zijn arm om haar nek had) tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "jouw nek is zo dun, die kan ik zo breken (althans woorden van gelijke aard en/of strekking), en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) tegen haar wil, met zijn, verdachtes, penis en/of zijn, verdachtes, hand/vuist en/of een (grote) dildo anaal en/of vaginaal heeft gepenetreerd, en/of

- die [slachtoffer] heeft gedwongen (althans overgehaald) een tatoeage op haar lichaam te zetten met de tekst "[naam verdachte]" en een afbeelding van een cobra (zijnde de bijnaam van verdachte) en/of

- die [slachtoffer] heeft gedwongen dezelfde huisarts als hij, verdachte, had te nemen en/of heeft bepaald of en zo ja wanneer die [slachtoffer] haar familie mocht zien en/of ander/regulier werk, dat [slachtoffer] liever wilde doen, heeft afgekeurd en/of verboden en/of haar mobiel telefoon kapot heeft gemaakt, waardoor die [slachtoffer] sociaal geïsoleerd werd door verdachte en/of die [slachtoffer] in een door verdachte gecontroleerde situatie heeft/hebben gehouden, in elk geval een of meer (andere) handelingen heeft/hebben verricht, strekkende tot het brengen en/of houden van die [slachtoffer] in een van verdachte afhankelijke positie, en/of

(sub 1, 4, 6 en 9) hebbende die handeling(en) hieruit bestaan dat verdachte (en/of zijn mededader(s)) (telkens) (meermalen)

- die [slachtoffer] voorafgaand en (vervolgens) tijdens haar prostitutiewerkzaamheden (werk)instructies heeft/hebben gegeven, en/of

- een (of meer) kamer(s)/ruimte(s) in Den Haag en/of Amsterdam heeft/hebben geregeld, alwaar die [slachtoffer] haar prostitutiewerkzaamheden kon/moest verrichten, en/of

- die [slachtoffer] naar haar prostitutiewerkplek heeft/hebben gebracht en/of die [slachtoffer] van haar prostitutiewerkplek heeft/hebben opgehaald, en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben gecontroleerd en/of heeft/hebben laten controleren op het moment dat zij, die [slachtoffer], als prostituee aan het werk was, en/of op andere tijdstippen telkens haar kleding en/of mobiele telefoon en/of schaamstreek heeft/ hebben gecontroleerd, en/of

- die [slachtoffer] opdracht heeft/hebben gegeven en/of onder druk heeft/hebben gezet en/of ertoe heeft/hebben aangezet en/of gebracht een (zeer) groot aantal dagen (per week), en/of een (zeer) groot aantal uren per dag als prostituee te werken (óók gedurende ziekte en/of zwangerschap en/of ongesteldheid) en/of

- die [slachtoffer] alle, althans een zeer groot deel van haar, (prostitutie)verdiensten, althans een aanzienlijk deel daarvan, heeft/hebben afgepakt, althans heeft/hebben laten afgeven aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), althans die [slachtoffer] slechts een (zeer) klein deel van die verdiensten heeft/hebben laten behouden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair en 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan - conform de vordering van de advocaat-generaal - behoort te worden vrijgesproken.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de na te melden bewijsmiddelen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van deze bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt ten aanzien van het onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde in het bijzonder het volgende. Uit de bewoordingen van de tenlastelegging volgt niet dat aangeefster in de tenlastegelegde periode feitelijk in de prostitutie moet zijn beland. Verdachte heeft aangeefster in die periode door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht voorbereid op de prostitutie. Eén dag na haar achttiende verjaardag, op [datum], is aangeefster daadwerkelijk in de prostitutie gaan werken.

Stukken uit het dossier1

De verklaring van aangeefster (geboren op [geboortedatum])

Aangeefster komt uit een streng gelovig gezin en heeft een moeilijke jeugd gehad. Zij is destijds door haar opa misbruikt. Aangeefster heeft verdachte in juni 1999 leren kennen tijdens een vakantiebaantje in de [fabriek] in [plaats], alwaar verdachte als voorman werkte.2 De eerste keer dat verdachte haar aansprak, heeft hij haar gevraagd of ze wel eens een vriendje had gehad, hetgeen aangeefster ontkennend heeft beantwoord. Ook vroeg verdachte haar of zij wel eens seks had gehad.3 Verdachte heeft aangeefster meermaals bij hem thuis uitgenodigd. Op een gegeven moment wilde verdachte aangeefster zoenen hetgeen ze aanvankelijk niet wilde maar heeft na aandringen van verdachte toch met hem gezoend.4 Aangeefster heeft verdachte verteld over haar streng gereformeerde achtergrond en dat zij geen seks voor het huwelijk mocht hebben.5 Ook heeft zij verdachte verteld over het misbruik van haar opa, die nog immer bij aangeefster thuis over de vloer kwam6 en over haar moeilijke jeugd.7

In augustus 1999 heeft aangeefster een vaste relatie met verdachte gekregen. In oktober 1999 is aangeefster, vanwege de instabiele thuissituatie en op aandringen van verdachte8, bij verdachte gaan wonen op de [adres].9 Verdachte wilde seks met aangeefster en zei tegen aangeefster dat ze wel seks konden hebben omdat ze uiteindelijk toch wel gingen trouwen. Na twee weken heeft aangeefster seks gehad met verdachte. In november 1999 stelde verdachte aangeefster voor model te worden. Een paar weken later stelde hij haar voor om in een massagesalon te gaan werken. Verdachte vertelde aangeefster over een persoon die een vriendin had die seks met anderen had om zodoende geld te verdienen om zijn gokschulden af te lossen.10 In april 2000 heeft verdachte aangeefster over zijn schulden verteld en dat het gemakkelijk zou zijn als aangeefster daarom in de prostitutie ging werken. Verdachte vertelde dat hij schulden had bij een bedrijf dat leningen verstrekt. Verdachte vertelde voorts dat zijn ex, die aangeefster kende als [getuige 1], ook in de prostitutie had gewerkt.11 Verdachte heeft aangeefster eind 1999/begin 2000 meegenomen naar de Wallen in Amsterdam.12 Aangeefster wilde daar niet naar toe, maar is uiteindelijk toch met verdachte meegegaan omdat hij bleef aandringen. Aangeefster dacht dat zodra de schulden van verdachte waren afbetaald zij zou kunnen stoppen met werken, hetgeen verdachte ook aan haar vertelde. Aangeefster dacht dat zij verder kon met verdachte als zijn schulden zouden zijn afbetaald.13 Aangeefster is ook, op initiatief van verdachte, met [getuige 2] naar de Geleenstraat in Den Haag geweest.14

Verdachte wilde dat aangeefster, voordat ze begon te werken in de prostitutie, naar seksfilms keek zodat ze daarvan kon leren ten behoeve van haar latere prostitutiewerk. Ze deed de seks volgens verdachte niet goed.15

Op [datum], een dag na haar achttiende verjaardag, is aangeefster begonnen met werken in de prostitutie op de Geleenstraat 110 in Den Haag. Doordeweeks bracht en haalde [getuige 3] (het hof begrijpt: [getuige 3], een neef van verdachte) haar naar de Geleenstraat. In het weekeinde deed verdachte dat. Verdachte vertelde haar hoeveel geld ze voor welke seksuele handelingen moest vragen aan haar klanten. Verdachte oefende ook thuis met aangeefster.16 Verdachte wilde dat aangeefster, toen zij achttien was en een paar maanden werkte, een tatoeage zou zetten met zijn naam en een afbeelding van een cobra. Aangeefster heeft deze tatoeage in Utrecht laten zetten. Toen de tatoeage op haar linkerschouder stond, zei verdachte: “Zo, nu kan iedereen zien dat je van mij bent”.17

Aangeefster werd voortdurend in de gaten gehouden door verdachte. Verdachte stond vaak tegen de muur voor de kamer van aangeefster op haar te letten. Als aangeefster nee schudde tegen een klant, kwam hij naar binnen om te vragen waarom aangeefster nee schudde. Verdachte zei dan tegen aangeefster dat ze eerst moest praten voordat ze nee zei. Als de gordijnen van de kamer van aangeefster naar het idee van verdachte te lang dicht bleven, belde hij haar om te vragen wat er binnen gebeurde.18 Verdachte controleerde ook de kleding en de mobiele telefoon van aangeefster.19 Ook hield hij haar, toen aangeefster in Amsterdam werkte, in de gaten vanuit de gokhal als hij aan het gokken was.20

In de beginperiode in 2000 en 2001 werkte aangeefster zes dagen per week en werkte zij van 11:30 tot 01:00. In 2002 begon aangeefster om 13:00 uur en werkte zij tot 01:00 uur. Hoofdzakelijk de eerste drie jaren (het hof begrijpt: vanaf [datum] 2000, 2001 en 2002) heeft aangeefster heel veel gewerkt.21 Aangeefster moest ook van verdachte werken als ze ongesteld was.22 Aangeefster heeft verdachte meermaals gezegd dat ze niet meer wilde werken. Zij vond het werk niet fijn. Aangeefster had pijn aan haar schouders, rug en benen. Zij heeft tegen verdachte gezegd dat ze niet meer kon werken en haar lichaam pijn deed. Zij vond het werk ook vies. Aangeefster zei tegen verdachte dat sommige mannen heel erg stonken. Verdachte zei dan tegen haar dat ze dat had kunnen weten.23

Van het met de prostitutie verdiende geld heeft aangeefster niets overgehouden. Verdachte had de beschikking over het geld van aangeefster. Hij bepaalde wat er met het geld gebeurde.24 Aangeefster stond het door haar verdiende geld aan verdachte af.25 Op haar werkkamer in Den Haag had aangeefster een kluisje waar zij haar verdiende geld instopte. Na haar werk moest aangeefster de sleutel van het kluisje afstaan aan verdachte. Verdachte haalde het verdiende geld van aangeefster uit de kluis en stopte dat in eigen zak.26 Toen aangeefster in 2003 tijdelijk iets minder verdiende, doorzocht verdachte haar kamer omdat hij dacht dat aangeefster geld verstopte.27 Verdachte gaf zijn vader steeds bedragen mee als zijn vader naar Marokko ging. Zijn vader zette dat geld op de bank.28 Van het door haar verdiende geld heeft verdachte onder meer een Honda Prelude, een Opel Astra en een BMW Coupé gekocht.29 Verdachte gokte veel.30

In 2000 tot eind 2002 heeft [slachtoffer] in Den Haag op de Geleenstraat 110 gewerkt. Eind 2002 is [slachtoffer] in Amsterdam gaan werken. In mei 2003 is [slachtoffer] gestopt in Amsterdam en is ze op het Zandpad in Utrecht gaan werken tot september 2003. In september 2003 is [slachtoffer] weer in Den Haag gaan werken en in maart 2004 weer in Amsterdam. In september 2004 is ze weer op de Geleenstraat in Den Haag gaan werken en in april 2005 is ze weer teruggegaan naar Amsterdam. Daar heeft ze onder meer in de Molensteeg gewerkt.31 In december 2006 is aangeefster gestopt met werken in de prostitutie.32

De roepnaam van aangeefster is [naam] of [naam] en haar werknaam in de prostitutie is [naam].33

Aangeefster is op 3 oktober 2013 bij de rechter-commissaris gehoord. Zij heeft daar verklaard dat ze wel eens met verdachte naar Marokko is geweest, maar dat niet zag als een uitstapje, omdat ze als seksslaaf werd gebruikt en niet de deur uit mocht. Zij heeft in Den Haag lange dagen gewerkt. Als ze moe was zei verdachte dat er nog mannen waren en dat aangeefster nog geld kon verdienen.34

Steunbewijs

De verklaring van aangeefster wordt, anders dan de raadsman heeft betoogd, in voldoende mate ondersteund door overige bewijsmiddelen zoals hierna zijn opgenomen.

De verklaringen van verdachte

Verdachte wist toen hij aangeefster leerde kennen dat de ouders van aangeefster in scheiding lagen, dat er bij haar thuis veel problemen waren en dat haar opa dingen met haar had gedaan. In oktober 1999 zijn verdachte en aangeefster gaan samenwonen. Aangeefster was toen zeventien jaren oud, emotioneel en had veel problemen. Verdachte keek met aangeefster naar pornofilms. Verdachte bracht aangeefster naar haar werk op de Geleenstraat en haalde haar ook weer op. Op 27 maart 2000 heeft verdachte een doorlopend krediet afgesloten. Verdachte is in 2001 gestopt met werken zodat hij bij aangeefster kon zijn. In 2004 heeft verdachte nog een tijdje gewerkt en in 2006 is verdachte weer gaan werken.35

Verdachte heeft op 13 maart 2013 bij de politie verklaard dat hij heeft gegokt. In de eurotijd was het zo dat als hij € 100 in zijn zak had het op ging aan gokken en drinken. Hetzelfde was het geval als hij € 1.000 in zijn zak had.36

Verdachte heeft op 14 maart 2013 verklaard bij de politie dat hij tussen de 4 en 6 keer met aangeefster naar Marokko is geweest. Ze waren daar tussen de 6 weken en 2 maanden. Ze verbleven dan bij de vader van verdachte.

De verklaring van [getuige 4]

Aangeefster heeft voordat ze achttien was bij verdachte gewoond. [getuige 4] heeft van[getuige 3] gehoord dat verdachte aangeefster heeft klaargestoomd om direct op haar achttiende in de prostitutie te gaan werken. Aangeefster heeft ook in de Geleenstraat gewerkt. Als [getuige 4] op de Geleenstraat aan het werk was, was verdachte daar ook altijd.37

Aangeefster werkte langer dan [getuige 4]. Als [getuige 4] ’s avonds kwam, stond aangeefster er al. Verdachte liep dagelijks langs het raam van aangeefster. Hij hield het in de gaten. In de ochtend liep verdachte mee met aangeefster en leverde haar af, hetgeen [getuige 4] kon zien omdat zij boven het werkadres van aangeefster woonde.38

De verklaring van [getuige 1]

[getuige 1] was zeventien jaren oud toen zij met verdachte ging samenwonen in zijn woning op [adres](het hof begrijpt: in 1994/1995). Haar ouders waren gescheiden, zij had destijds geen onderdak en was verliefd geworden op verdachte. [getuige 1] was afhankelijk van verdachte. Op haar achttiende vertelde verdachte haar dat zij voor hem kon gaan werken in de prostitutie. Vrienden van verdachte hadden ook meisjes en die vrienden konden van alles doen; ze hadden mooie auto’s en gingen op vakantie. Dat wilde verdachte ook wel. Verdachte was ‘geldgeil’. Op haar negentiende is [getuige 1] uiteindelijk in de prostitutie beland. Verdachte bleef een bepaalde druk op haar uitoefenen.39

Op 23 juni 2014 is [getuige 1] bij de raadsheer-commissaris gehoord. Zij heeft verklaard dat in de tijd dat ze een relatie met verdachte had, sprake was van een typisch loverboy-verhaal. Zij was jong en kon niet bij haar ouders blijven. Verdachte had haar geholpen en daarna moest ze hem helpen. Toen ze 18 was, begon het gezeur. Het idee van de prostitutie was afkomstig van verdachte. Hij had vrienden die vriendinnen in de prostitutie hadden. Zij heeft 1,5 jaar in de prostitutie gewerkt. Verdachte zei dat er dingen zouden gebeuren als ze weg zou gaan. Toen ze bij hem wegging was ze bang en is ze ondergedoken. Verdachte zag haar als zijn bezit.40

De verklaring van [zus van aangeefster]

Aangeefster was een kwetsbaar meisje dat gemakkelijk te beïnvloeden was. Verdachte en aangeefster hebben ongeveer een tien jaar durende relatie gehad. Verdachte is ongeveer tien jaar ouder dan aangeefster. Aangeefster deed alles wat verdachte haar zei. Aangeefster heeft een tatoeage van een cobra op haar schouderblad met de naam van verdachte. Zij schaamde zich daarvoor. Verdachte heeft tegen Mirjam gezegd dat zij in een massagesalon kon gaan werken. Ook heeft hij haar gezegd dat hij haar zou ontmaagden.41 Aangeefster heeft verteld dat het geld dat zij met de prostitutie heeft verdiend naar de familie van verdachte in Marokko werd gestuurd. Ook gokte verdachte veel.42

[moeder van aangeefster]

Aangeefster wordt door haar moeder omschreven als een stil en rustig meisje. Zij is lief en heel meegaand. Aangeefster kon niet overweg met de tweede man van [moeder van aangeefster] en heeft het ouderlijk huis in 1999 verlaten. Aangeefster heeft tijdens haar relatie met verdachte, die ongeveer tien jaren duurde, bij verdachte gewoond op de [adres].43 Verdachte gaf bevelen aan aangeefster. Aangeefster heeft gezegd dat zij op haar achttiende jaar is begonnen in de prostitutie en dat zij door verdachte was klaargestoomd.44

De verklaring van[getuige 2]

Verdachte heeft haar gevraagd om voor hem in de prostitutie te werken, hetgeen zij heeft geweigerd. Omstreeks 1999/2000 is [getuige 2] samen met aangeefster naar de Geleenstraat in Den Haag geweest. Zij hebben daar gekeken naar prijslijsten van de huur van kamers. [getuige 2] dacht dat een en ander was om aangeefster voor te bereiden op de prostitutie.45

De verklaring van [getuige 5]

[getuige 5] heeft verklaard dat aangeefster voor verdachte in de prostitutie ging werken doordat verdachte op aangeefster had ingepraat. Aangeefster zat bij verdachte onder de plak. Verdachte was ouder en had aangeefster onder controle.46

Klantenrecensies

In het dossier bevinden zich zogenaamde recensies van klanten. Een klant meldt in 2003 dat hij [naam] 2 keer heeft bezocht in de Geleenstraat 110. ‘Aardige jonge meid, maar duidelijk onder invloed van een Marokkaanse loverboy helaas’. Een ander klant zegt in 2003 dat hij haar 1 keer heeft bezocht in de Geleenstraat 110. Volgens hem: ‘Echt een onzeker meisje dat de sex niet voor haar plezier doet.’ In 2005 meldt een klant dat het voor iedereen (behalve voor haar loverboy) beter is als ze een andere baan gaat zoeken.47

De verklaring van [zus van verdachte]

[zus van verdachte] heeft verklaard dat aangeefster een zorgzaam type was die altijd in huis meehielp. Aangeefster wilde heel graag bij verdachte wonen. Aangeefster had thuis veel problemen. Aangeefster heeft een rot jeugd gehad. Aangeefster was ontzettend gek op verdachte. Zij wilde niets liever dan een toekomst met verdachte. Ze wilde een gezin met hem.48

Financiën

In 1999 verdiende verdachte circa 2.200 gulden per maand bij een metaalverwerkingsbedrijf. In 2000 verdiende verdachte circa 470 gulden per maand bij een schoonmaakbedrijf. Vanaf 2001 tot 2004 is niet gebleken van legale inkomsten van verdachte. In 2004 heeft verdachte (netto) € 9.360 verdiend bij een agrarisch loonbedrijf. In 2005 zijn er geen bij de belastingdienst bekende werkzaamheden door verdachte verricht. In de periode april tot en met december 2006 heeft verdachte (netto) € 12.259 verdiend bij een aannemingsbedrijf.49

Door de Marokkaanse autoriteiten zijn bankafschriften uitgeleverd waaruit blijkt dat verdachte de beschikking had over een bankrekening in Marokko. In 2001 is er op die rekening een bedrag gestort van € 8.776. In 2002 werd een bedrag gestort van € 11.702, in 2003 € 36.089 en in 2005: € 3.600.50

Uit de Rabobankrekening [nummer] op naam van verdachte blijkt dat er in de periode 2004 tot en met 2006 in totaal € 40.712 aan contante bedragen zijn gestort.51

Van bovengenoemde Rabobankrekening zijn afschrijvingen gedaan ten behoeve van AC Molensteeg Amsterdam (Amusementscenter Redlight Casino, Molensteeg 1 te Amsterdam). Op zondag 25 september 2005 werd 3 keer € 100 en 1 keer € 50 opgenomen. Op maandag 17 oktober 2005 werd 5 keer € 100 opgenomen en 2 keer € 50. Op zondag 23 oktober 2005 werd 3 keer € 100 opgenomen en op maandag 24 oktober en woensdag 26 oktober 2005 ook. Op donderdag 27 oktober 2005 werd 4 keer € 100 opgenomen en op dinsdag 1 november 2005 werd 3 keer € 100 opgenomen en 1 keer € 50. Op zondag 13 november en op zondag 20 november 2005 werd 4 keer € 100 opgenomen. Op woensdag 30 november werd 2 keer € 100 opgenomen en op zondag 4 december 2005 werd 6 keer € 100 opgenomen. Op maandag 12 december 2005 en op donderdag 22 december 2005 werd 2 keer € 100 opgenomen en op vrijdag 23 december 2005 4 keer € 100. Op dinsdag 27 december 2005 werd 1 keer € 100 opgenomen. In totaal werd tussen september en december 2005 een bedrag opgenomen van € 5.200. Ook in 2006 werd op verschillende dagen meermalen een bedrag van € 100 opgenomen. In totaal ging het in dat jaar om € 2.900.52

Uit de opgevraagde gegevens van de RDW blijkt dat verdachte tussen 2001 en 2006 vijf verschillende auto’s op zijn naam heeft gehad, namelijk een Honda Prelude, een Renault Laguna, een BMW 316 TI, een Opel Astra en een Toyota Corolla.53

In het dossier bevinden zich geen stukken waaruit blijkt dat het geld dat door aangeefster werd verdiend op een bankrekening van haar terecht kwam of waaruit blijkt dat zij er onroerend goed, auto’s of andere dure gebruiksvoorwerpen van kocht.

Op de bankrekening die aangeefster tot en met 19 juli 2005 had, met nummer [nummer] hebben in 2004 en 2005 vrijwel geen transacties plaatsgevonden. Op 19 juli 2005 is het restant saldo overgeboekt naar een Rabobankrekening op naam van verdachte met als omschrijving: ‘restant saldo tbv opheffing rek[slachtoffer]’. 54

Overweging hof

1.

Financieel profijt

Uit bovengenoemde bewijsmiddelen blijkt duidelijk dat verdachte profiteerde van het geld dat aangeefster verdiende. Verdachte heeft een tijd lang niet gewerkt en werd onderhouden door aangeefster. Van haar geld kocht verdachte auto’s en werden vakanties in Marokko gefinancierd. Een deel van het geld kwam op bankrekeningen van verdachte terecht. Eén van die bankrekeningen hield hij aan bij een bank in Marokko. Het hof leidt verder uit de bewijsmiddelen af dat verdachte een deel van de verdiensten van aangeefster heeft vergokt. De verklaringen van aangeefster waaruit blijkt dat verdachte profiteerde van haar geld worden door andere bewijsmiddelen bevestigd. Uit die bewijsmiddelen leidt het hof bovendien af dat verdachte niet alleen profiteerde van het geld, maar ook bepaalde wat er met het geld gebeurde.

2.

Aangeefster is door verdachte bewogen door misbruik van overwicht

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat aangeefster het werk in prostitutie niet fijn vond. Dat onderdeel van deze verklaring van aangeefster vindt bevestiging in de recensies van klanten.

Ondanks het feit dat aangeefster het werk in de prostitutie niet fijn vond en zij niet de beschikking had over het verdiende geld, heeft zij jarenlang in de prostitutie gewerkt. Naar het oordeel van het hof is dat een gevolg geweest van misbruik dat de verdachte maakte van zijn overwicht op aangeefster. Dat verdachte overwicht op aangeefster had, was een gevolg van het feit dat aangeefster een relatie had met verdachte, zij met hem in hetzelfde huis woonde, van het leeftijdsverschil, de karaktereigenschappen van aangeefster (‘heel meegaand’) en het feit dat ze problemen had in het gezin van herkomst.

Dat verdachte overwicht had blijk niet alleen uit de verklaring van aangeefster, maar ook uit andere bewijsmiddelen waaruit volgt dat verdachte aangeefster bevelen gaf, aangeefster zo ver kreeg dat ze een tatoeage liet zetten met de naam van verdachte er op en waaruit volgt dat de vakanties in Marokko werden gehouden (zodat verdachte zijn familie kon bezoeken) en dat verdachte kon bepalen wat er met het door haar verdiende geld gebeurde.

Voor het hof staat verder voldoende vast dat aangeefster in de prostitutie is gaan werken door toedoen van verdachte. De handelwijze van verdachte (namelijk het inpraten op aangeefster) wordt onder meer bevestigd door de verklaring van [getuige 1], waarmee verdachte eerder een relatie had en die een vergelijkbare handelwijze beschrijft. Verdachte heeft aangeefster door misbruik van zijn overwicht op haar bewogen om in de prostitutie te gaan werken. Daarna is aangeefster jarenlang in de prostitutie blijven werken. Naar het oordeel van het hof is dat een gevolg geweest van de omstandigheid dat verdachte al die jaren (door die hierboven genoemde factoren) overwicht op aangeefster is blijven houden en het aangeefster duidelijk zal zijn geweest hoezeer verdachte hechtte aan haar verdiensten uit de prostitutie.

3.

Deelvrijspraken

Anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal acht het hof niet bewezen dat aangeefster door verdachte is gedwongen zich te prostitueren en het geld af te dragen door de toepassing van (seksueel) geweld en/of bedreiging met geweld. Weliswaar heeft aangeefster verklaard over (seksueel) geweld en bedreigingen, maar haar verklaring vindt op deze onderdelen geen bevestiging in ander bewijsmateriaal. Uitgangspunt van het hof is dat onderdelen van de verklaring die een aanmerkelijke invloed kunnen hebben op de hoogte van de straf bevestiging dienen te vinden in ander bewijsmateriaal.

Voorts spreekt het hof vrij van het zetten van de tatoeage als middel om aangeefster te bewegen als prostituee te gaan werken of haar geld af te staan. Hoewel vaststaat dat die tatoeage is geplaatst en het hof dit een relevante omstandigheid acht in verband met het bewijs van de volgzaamheid van aangeefster in relatie met het overwicht dat verdachte op aangeefster had, staat het voor hof het niet vast dat die tatoeage is gebruikt als middel om aangeefster te laten werken en haar geld te laten afstaan.


Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 meer subsidiair, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

Meer subsidiair


hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 1999 tot en met 30 september 2000 te Woerden en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een persoon, genaamd[slachtoffer], door geweld of een andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of bedreiging met een andere feitelijkheid of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding tot prostitutie heeft gebracht, of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat die persoon daardoor in de prostitutie belandde, bestaande deze handeling(en) hieruit, dat hij, verdachte, (en/of zijn mededader(s)) (telkens en/ of meermalen)

- een liefdesrelatie is aangegaan met die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] beloofd heeft te trouwen en/of die [slachtoffer] de indruk heeft gegeven een gezamenlijke toekomst op te willen bouwen en/of

- die [slachtoffer] verteld heeft dat hij schulden had en dat zij hem door (tijdelijk) in de prostitutie te gaan werken kon helpen die schulden af te lossen en/of

- seks met die [slachtoffer] had en/of haar naar seksfilms liet kijken met als doel te oefenen en/of kennis op te doen voor haar latere werkzaamheden in de prostitutie en/of die [slachtoffer] meenam naar “de Wallen” (te Amsterdam) en/of de Geleenstraat (prostitutiegebied) te Den Haag om haar bekend te maken met prostitutie en prostitutiewerkzaamheden;


2.


hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van ongeveer 2 oktober 2000 tot en met 31 december 2004 te Utrecht en/of Amsterdam en/of Den Haag, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een persoon, genaamd[slachtoffer],

(sub 1 en/of sub 6)

door geweld of één of meer andere feitelijkheden of door bedreiging met geweld of bedreiging met één of meer andere feitelijkheden heeft gedwongen of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met (of voor) een derde tegen betaling of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat die ander zich daardoor tot het verrichten van die (seksuele) handelingen beschikbaar stelde en/of

(sub 4)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van een ander, genaamd [slachtoffer], met (of voor) een derde tegen betaling en/of

(sub 6)

die [slachtoffer] heeft bewogen hem, (met de in sub 1 genoemde middelen, zie hierboven) verdachte en/of zijn mededader(s), uit de opbrengst van zijn of haar seksuele handelingen met (of voor) een derde te bevoordelen,

(sub 1 en/of sub 6)

bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of bedreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bovenomschreven misbruik en/of misleiding hieruit dat verdachte (en/of zijn mededader(s)) (telkens en/of meermalen)

- een liefdesrelatie is aangegaan met die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] beloofd heeft met haar te trouwen en/of die [slachtoffer] de indruk heeft gegeven een gezamenlijke toekomst op te willen bouwen en/of

- die [slachtoffer] heeft verteld dat hij schulden had en/of dat zij hem door (tijdelijk) in de prostitutie te gaan werken kon helpen die schulden af te lossen en/of

- seks met die [slachtoffer] heeft gehad en/of haar heeft gedwongen naar seksfilms liet kijken (met als doel te oefenen en/of kennis op te doen voor haar werkzaamheden in de prostitutie) en/of - die [slachtoffer] heeft gefilmd toen zij onder de douche stond en/of terwijl hij, verdachte, seks met haar had, en/of

- die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, woon- en/of verblijfadres(sen) heeft ondergebracht, en/of

- die [slachtoffer] meermalen (met kracht) op/tegen haar, [slachtoffer], hoofd en/of lichaam heeft geslagen en/of gestompt, en/of

- die [slachtoffer] met een mes en/of een pistool heeft bedreigd en/of daarbij heeft gezegd "ik weet je te vinden als je weggaat" en/of "je blijft altijd van mij tot aan onze dood" (althans (telkens) woorden van gelijke aard en/of strekking), en/of

- (terwijl hij, verdachte, zijn arm om haar nek had) tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "jouw nek is zo dun, die kan ik zo breken" (althans woorden van gelijke aard en/of strekking), en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) tegen haar wil, met zijn, verdachtes, penis en/of zijn, verdachtes, hand/vuist en/of een (grote) dildo anaal en/of vaginaal heeft gepenetreerd, en/of

- die [slachtoffer] heeft gedwongen (althans overgehaald) een tatoeage op haar lichaam te zetten met de tekst "[naam verdachte]" en een afbeelding van een cobra (zijnde de bijnaam van verdachte) en/of

- die [slachtoffer] heeft gedwongen dezelfde huisarts als hij, verdachte, had te nemen en/of heeft bepaald of en zo ja wanneer die [slachtoffer] haar familie mocht zien en/of ander/regulier werk, dat [slachtoffer] liever wilde doen, heeft afgekeurd en/of verboden en/of haar mobiel telefoon kapot heeft gemaakt, waardoor die [slachtoffer] sociaal geïsoleerd werd door verdachte en/of die [slachtoffer] in een door verdachte gecontroleerde situatie heeft/hebben gehouden, in elk geval een of meer (andere) handelingen heeft/hebben verricht, strekkende tot het brengen en/of houden van die [slachtoffer] in een van verdachte afhankelijke positie, en/of

(sub 1, 4 en 6) hebbende die handeling(en) hieruit bestaan dat verdachte (en/of zijn mededader(s)) (telkens) (meermalen)

- die [slachtoffer] voorafgaand en (vervolgens) tijdens haar prostitutiewerkzaamheden (werk)instructies heeft/hebben gegeven, en/of

- een (of meer) kamer(s)/ruimte(s) in Utrecht en/of den Haag en/of Amsterdam heeft/hebben geregeld, alwaar die [slachtoffer] haar prostitutiewerkzaamheden kon/moest verrichten, en/of

- die [slachtoffer] naar haar prostitutiewerkplek heeft/hebben gebracht en/of die [slachtoffer] van haar prostitutiewerkplek heeft/hebben opgehaald, en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben gecontroleerd en/of heeft/hebben laten controleren op het moment dat zij, die [slachtoffer], als prostituee aan het werk was, en/of op andere tijdstippen telkens haar kleding en/of mobiele telefoon en/of schaamstreek heeft/hebben gecontroleerd, en/of

- die [slachtoffer] opdracht heeft/hebben gegeven en/of onder druk heeft/hebben gezet en/of ertoe heeft/hebben aangezet en/of gebracht een (zeer) groot aantal dagen (per week), en/of een (zeer) groot aantal uren per dag als prostituee te werken (óók gedurende ziekte en/of zwangerschap en/of ongesteldheid) en/of

- die [slachtoffer] alle, althans een zeer groot deel van haar, (prostitutie)verdiensten, althans een aanzienlijk deel daarvan, heeft/hebben afgepakt, althans heeft/hebben laten afgeven aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), althans die [slachtoffer] slechts een (zeer) klein deel van die verdiensten heeft/hebben laten behouden;


3.


hij op één (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van ongeveer 1 januari 2005 tot met 31 december 2006 te Den Haag en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een persoon, genaamd[slachtoffer]

(sub 1 en/of sub 6 en/of sub 9)

door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door fraude en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie

(sub 1) heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer], en/of

(sub 4)

die [slachtoffer] heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of dienst en/of enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, en/of

(sub 6)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer], en/of

(sub 9) die [slachtoffer] heeft gedwongen dan wel bewogen hem (en/of zijn mededader(s)) te bevoordelen uit de opbrengst van dier seksuele handelingen met of voor een derde, en/of bestaande die dwang en/of dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die dreiging met geweld en/of die dreiging van die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die afpersing en/of die fraude en/of die misleiding en/of dat misbruik (telkens) hieruit dat verdachte (en/of zijn mededader(s)) (telkens) (meermalen)

- een liefdesrelatie is aangegaan met die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] beloofd heeft met haar te trouwen en/of die [slachtoffer] de indruk heeft gegeven een gezamenlijke toekomst op te willen bouwen en/of

- die [slachtoffer] heeft verteld dat hij schulden had en/of dat zij hem door (tijdelijk) in de prostitutie te gaan werken kon helpen die schulden af te lossen en/of

- seks met die [slachtoffer] heeft gehad en/of haar heeft gedwongen naar seksfilms liet kijken (met als doel te oefenen en/of kennis op te doen voor haar werkzaamheden in de prostitutie) en/of - die [slachtoffer] heeft gefilmd toen zij onder de douche stond en/of terwijl hij, verdachte, seks met haar had, en/of

- die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, woon- en/of verblijfadres(sen) heeft ondergebracht, en/of

- die [slachtoffer] meermalen (met kracht) op/tegen haar, [slachtoffer], hoofd en/of lichaam heeft geslagen en/of gestompt, en/of

- die [slachtoffer] met een mes en/of een pistool heeft bedreigd en/of daarbij heeft gezegd "ik weet je te vinden als je weggaat" en/of "je blijft altijd van mij tot aan onze dood" (althans (telkens) woorden van gelijke aard en/of strekking), en/of

- (terwijl hij, verdachte, zijn arm om haar nek had) tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "jouw nek is zo dun, die kan ik zo breken (althans woorden van gelijke aard en/of strekking), en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) tegen haar wil, met zijn, verdachtes, penis en/of zijn, verdachtes, hand/vuist en/of een (grote) dildo anaal en/of vaginaal heeft gepenetreerd, en/of

- die [slachtoffer] heeft gedwongen (althans overgehaald) een tatoeage op haar lichaam te zetten met de tekst "[naam verdachte]" en een afbeelding van een cobra (zijnde de bijnaam van verdachte) en/of

- die [slachtoffer] heeft gedwongen dezelfde huisarts als hij, verdachte, had te nemen en/of heeft bepaald of en zo ja wanneer die [slachtoffer] haar familie mocht zien en/of ander/regulier werk, dat [slachtoffer] liever wilde doen, heeft afgekeurd en/of verboden en/of haar mobiel telefoon kapot heeft gemaakt, waardoor die [slachtoffer] sociaal geïsoleerd werd door verdachte en/of die [slachtoffer] in een door verdachte gecontroleerde situatie heeft/hebben gehouden, in elk geval een of meer (andere) handelingen heeft/hebben verricht, strekkende tot het brengen en/of houden van die [slachtoffer] in een van verdachte afhankelijke positie, en/of

(sub 1, 4, 6 en 9) hebbende die handeling(en) hieruit bestaan dat verdachte (en/of zijn mededader(s)) (telkens) (meermalen)

- die [slachtoffer] voorafgaand en (vervolgens) tijdens haar prostitutiewerkzaamheden (werk)instructies heeft/hebben gegeven, en/of

- een (of meer) kamer(s)/ruimte(s) in Den Haag en/of Amsterdam heeft/hebben geregeld, alwaar die [slachtoffer] haar prostitutiewerkzaamheden kon/moest verrichten, en/of

- die [slachtoffer] naar haar prostitutiewerkplek heeft/hebben gebracht en/of die [slachtoffer] van haar prostitutiewerkplek heeft/hebben opgehaald, en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben gecontroleerd en/of heeft/hebben laten controleren op het moment dat zij, die [slachtoffer], als prostituee aan het werk was, en/of op andere tijdstippen telkens haar kleding en/of mobiele telefoon en/of schaamstreek heeft/ hebben gecontroleerd, en/of

- die [slachtoffer] opdracht heeft/hebben gegeven en/of onder druk heeft/hebben gezet en/of ertoe heeft/hebben aangezet en/of gebracht een (zeer) groot aantal dagen (per week), en/of een (zeer) groot aantal uren per dag als prostituee te werken (óók gedurende ziekte en/of zwangerschap en/of ongesteldheid) en/of

- die [slachtoffer] alle, althans een zeer groot deel van haar, (prostitutie)verdiensten, althans een aanzienlijk deel daarvan, heeft/hebben afgepakt, althans heeft/hebben laten afgeven aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), althans die [slachtoffer] slechts een (zeer) klein deel van die verdiensten heeft/hebben laten behouden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het hof overweegt ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde het volgende.

De delictsomschrijving van artikel 250a, eerste lid, onder 4, luidt als volgt.

‘degene die opzettelijk voordeel trekt uit seksuele handelingen van een ander met of voor een derde tegen betaling, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich onder de onder 1 genoemde omstandigheden beschikbaar stelt tot het plegen van die handelingen’.

Het hof heeft ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde onder meer bewezen verklaard:

‘(sub 4)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van een ander, genaamd [slachtoffer], met (of voor) een derde tegen betaling’.

Nu een wezenlijk bestanddeel van de wettelijke delictsomschrijving in voormeld deel van de bewezenverklaring ontbreekt, kan het hof dat deel niet kwalificeren zodat verdachte in zoverre zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

het onder 1 meer subsidiair bewezen verklaarde levert op:

mensenhandel.

het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

een ander door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht bewegen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handeling ondernemen waarvan hij weet dat die ander zich daardoor tot het verrichten van die handelingen beschikbaar stelt;

en

een ander door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht bewegen hem uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met een derde te bevoordelen.

het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

mensenhandel.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Bij het bepalen van de straf gaat het hof uit van de strafdoeleinden, namelijk de vergelding generale en speciale preventie.

Ten aanzien van de generale preventie geldt dat vanwege het lucratieve aspect van mensenhandel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is geboden in geval - zoals in ook in deze zaak - gedurende een lange periode sprake is geweest van veel financieel voordeel.

Ten aanzien van de speciale preventie overweegt het hof dat verdachte weliswaar geen blijk heeft gegeven van inzicht in het strafwaardige van zijn handelen, maar dat het hof het recidivegevaar niet hoog inschat, onder meer omdat verdachte een andere invulling aan zijn leven heeft gegeven en door een oogkwaal steeds meer het zicht van beide ogen kwijt raakt.

Bij de vergelding gaat het om de ernst van het bewezenverklaarde. In dit geval wordt de ernst met name bepaald door de periode van uitbuiting. Aangeefster heeft als gevolg van het misbruik dat verdachte heeft gemaakt van zijn overwicht op haar, zes jaar in de prostitutie gewerkt voor de financiële behoeften van verdachte. Reeds op haar zeventiende is verdachte begonnen met het inpraten op aangeefster met als gevolg dat ze kort na haar achttiende verjaardag in de prostitutie is gaan werken. Verdachte heeft aangeefster beschouwd als zijn bezit en haar gedurende zes jaar geëxploiteerd. Gelet op die uitbuitingsperiode, acht het hof een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden.

Ofschoon het hof anders dan de rechtbank niet de (seksuele) geweldshandelingen en bedreigingen met geweld bewezen heeft verklaard, ziet het geen aanleiding om een lagere straf op te leggen dan de rechtbank. Gelet op de lange duur van de uitbuitingsperiode en de nog jonge leeftijd van aangeefster waarop de uitbuiting begon, acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar passend en geboden. De straf die door de advocaat-generaal is geëist – namelijk een gevangenisstraf van vijf jaar – acht het hof vanwege de genoemde deelvrijspraken te hoog. Ook is het hof – anders dan de advocaat-generaal - niet van oordeel dat het onder 1 meer subsidiair bewezen verklaarde een verhoging van de straf rechtvaardigt, nu dit niet meer behelst dan de voorbereiding van de uitbuiting zoals bewezen is verklaard onder 2.

Vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 110.000,00. Niet is verzocht om het toekennen van een voorschot. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Eerst ter terechtzitting in hoger beroep heeft de benadeelde partij haar oorspronkelijke vordering verhoogd tot een bedrag bestaande uit € 537.000,- aan materiële schade,

€ 20.000,- aan immateriële schade en € 143,- betreffende kosten rechtsbijstand. De raadsman heeft, zo begrijpt het hof, naar aanleiding van deze verhoging verzocht om een schriftelijke ronde ten einde zijn standpunt hieromtrent nader te onderbouwen.

Op de voet van artikel 421, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering is een verhoging van de vordering niet mogelijk. Het hof zal de benadeelde partij derhalve niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering voor zover deze de grenzen van haar eerste vordering te buiten gaat. Het verzoek van de raadsman om een schriftelijke ronde wordt bijgevolg afgewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de oorspronkelijke vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 62, 63, 250a (oud), 250ter, 273a(oud) en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 meer subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging ter zake het 2 bewezenverklaarde voor zover dat het onder sub 4 bewezenverklaarde betreft.

Verklaart het onder 1 meer subsidiair, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij

Verklaart de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering voor zover deze de grenzen van haar eerste vordering te buiten gaat.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij[slachtoffer] ter zake van het onder 1 meer subsidiair, 2, 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 110.000,00 (honderdtienduizend euro) bestaande uit € 100.000 (honderdduizend euro) materiële schade en € 10.000 (tienduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 31 december 2006 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 31 december 2006 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd[slachtoffer], een bedrag te betalen van € 110.000 (honderdtienduizend euro) bestaande uit € 100.000,00 (honderdduizend euro) materiële schade en € 10.000 (tienduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 31 december 2006 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 31 december 2006 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr J.D. den Hartog, voorzitter,

mr H. Abbink en mr R. de Groot, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr G.J.B. van Weegen, griffier,

en op 8 augustus 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 Voor zover niet anders is vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwijzen naar bewijsmiddelen uit het dossier SIMPLEX, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 699 en het dossier SFO SIMPLEX (SFO), doorgenummerd van pagina 1 tot en met 948. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 P. 131 SFO

3 P. 154 SFO

4 P. 132 SFO

5 P. 155 SFO

6 P.157 en 159 SFO

7 164 SFO

8 P.161 SFO

9 P. 132 SFO

10 P.133 SFO

11 P.134 SFO

12 P.134 en 174 SFO

13 P.134-135 SFO

14 P.256 SFO

15 P. 139-140 SFO

16 P.136-137 SFO

17 P. 150, 213 en 241 SFO

18 P.144 en 145 SFO

19 P.181 en 182 SFO

20 P. 144 en 204 SFO

21 P.141 en 144 SFO

22 P.183 SFO

23 P. 144-145 SFO

24 P. 144 SFO

25 P.137 SFO

26 P.142 en 256 SFO

27 P. 145 SFO

28 P. 196 SFO.

29 P. 202 SFO

30 P. 204 SFO

31 P.242 SFO

32 P.147 en 187 SFO

33 P.242 SFO

34 Verklaring van[slachtoffer] bij de rechter-commissaris op 3 oktober 2013.

35 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank op 29 oktober 2013.

36 De verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie op 13 maart 2013, p. 105 SIMPLEX

37 P. 539 SIMPLEX

38 De verklaring van [getuige 4] afgelegd bij de rechter-commissaris in strafzaken in de rechtbank Midden-Nederland op 2 oktober 2013.

39 P. 596 SIMPLEX

40 De verklaring van [getuige 1], afgelegd op 23 juni 2014 bij de raadsheer-commissaris.

41 P. 501-502 SIMPLEX

42 P.503 SIMPLEX

43 P.519 SIMPLEX

44 P.520 SIMPLEX

45 P.593 SIMPLEX

46 P. 578, 582 en 583 SIMPLEX

47 P. 188 SFO

48 P. 648 SIMPLEX

49 P.759 en 760 SFO

50 P. 765 SFO

51 763 SFO

52 P. 786 en 787 SFO

53 P. 499 SFO

54 P. 770 SFO