Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:5995

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
29-07-2014
Datum publicatie
29-07-2014
Zaaknummer
21-008450-13
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZUT:2010:BM1466, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 6 Wegenverkeerswet 1994. Veroordeling wegens het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval waarbij één persoon is overleden en een ander persoon zwaar gewond is geraakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-008450-13

Uitspraak d.d.: 29 juli 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zutphen van 16 april 2010 met parketnummer 06-580113-08 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is -na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad op 15 oktober 2013- gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 15 juli 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr M.G. Vos, naar voren is gebracht.

Omvang van het hoger beroep

Blijkens de akte intrekking hoger beroep van 16 december 2010 heeft de advocaat-generaal het eerder ingestelde hoger beroep ten aanzien van feit 3 tijdig en op de juiste wijze ingetrokken. Het hoger beroep blijft daarom beperkt tot de beslissingen over het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep- tenlastegelegd dat:

1 primair
hij op of omstreeks 8 februari 2008 in Azewijn, gemeente Montferland, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd,

immers heeft verdachte met dat opzet:

als bestuurder van een personenauto (merk: Volvo), terwijl hij heeft gereden op de Terborgseweg en/of de N335, althans enige weg, alwaar een maximale wettelijke snelheid van 80 kilometer per uur gold,

- zijn snelheid aangepast aan de snelheid van een passerende en/of inhalende bedrijfsauto, althans een bedrijfsauto, die links van hem, verdachte, reed op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer, in dezelfde richting als hij, verdachte, en/of daarbij voornoemde inhalende bedrijfsauto niet, althans onvoldoende, de gelegenheid heeft gegeven om de door hem, verdachte, bestuurde auto in te halen en/of te passeren en/of om voor zijn, verdachtes, auto te gaan rijden op dezelfde rijstrook als waarop hij, verdachte, zich bevond,

en/of

(vervolgens) terwijl een personenauto bestuurd door de [slachtoffer 2] zich op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer bevond en naderde vanuit tegemoetkomende richting en/of de bestuurder van de bedrijfsauto naar rechts stuurde teneinde op de rijstrook te komen waarop verdachte zich bevond en/of

- voornoemde bedrijfsauto met de door hem, verdachte bestuurde auto (zijdelings) geraakt, en/of met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto (geblokkeerd) geremd,

en/of is hij, verdachte, (vervolgens) terecht gekomen op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer en/of is hij tegen de door voornoemde [slachtoffer 2] bestuurde personenauto aangereden en/of gebotst, waardoor de echtgenote en bijrijder van voornoemde [slachtoffer 2], namelijk voornoemde [slachtoffer 1] is gedood;

1 subsidiair

hij op of omstreeks 08 februari 2008 te Azewijn, gemeente Montferland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, zijnde een personenauto (merk: Volvo), daarmede heeft gereden over de weg de Terborgseweg en/of de N335, althans enige weg, alwaar een maximale wettelijke snelheid van 80 kilometer per uur gold, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

immers heeft hij, verdachte,

roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

- zijn snelheid verhoogd toen een hem passerende en/of inhalende bedrijfsauto links van hem, verdachte, reed op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer, in dezelfde richting als hij, verdachte, en/of daarbij voornoemde inhalende bedrijfsauto niet, althans onvoldoende, de gelegenheid heeft gegeven om de door hem, verdachte, bestuurde auto in te halen en/of te passeren en/of om voor zijn, verdachtes, auto te gaan rijden op dezelfde rijstrook als waarop hij, verdachte, zich bevond, en/of

heeft gereden en/of is blijven rijden met een te hoge snelheid (in de op dat moment geldende verkeerssituatie) en/of

(vervolgens) terwijl een personenauto bestuurd door de [slachtoffer 2] zich op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer bevond en naderde vanuit tegemoetkomende richting en/of de bestuurder van de bedrijfsauto naar rechts stuurde teneinde op de rijstrook te komen waarop verdachte zich bevond en/of

- voornoemde bedrijfsauto met de door hem, verdachte bestuurde auto (zijdelings) geraakt, en/of met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto (geblokkeerd) geremd,

en/of is hij, verdachte, (vervolgens) terecht gekomen op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer waarbij en/of waardoor een botsing en/of een aanrijding heeft plaats gevonden tussen de door hem, verdachte, bestuurde personenauto en de door voornoemde [slachtoffer 2] bestuurde personenauto, waardoor de echtgenote en bijrijder van voornoemde [slachtoffer 2], namelijk voornoemde [slachtoffer 1] is gedood;

1 meer subsidiair

dat hij op of omstreeks 8 februari 2008 te Azewijn, gemeente Montferland, als bestuurder van een motorrijtuig, zijnde een personenauto (merk: Volvo), daarmee zodanig heeft gereden op de weg de Terborgseweg en/of de N335, althans enige weg, dat daardoor gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd,

immers heeft hij, verdachte,

zijn snelheid verhoogd toen een hem passerende en/of inhalende bedrijfsauto, links van hem, verdachte, reed op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer in dezelfde richting als hij, verdachte, en/of daarbij voornoemde inhalende bedrijfsauto niet, althans onvoldoende, de gelegenheid gegeven om de door hem, verdachte, bestuurde auto in te halen en/of te passeren en/of om voor zijn, verdachtes, auto te gaan rijden op dezelfde rijstrook als waarop hij, verdachte zich bevond, en/of gereden en/of is blijven rijden met een te hoge snelheid (in de op dat moment geldende verkeerssituatie en/of

(vervolgens) terwijl een personenauto bestuurd door de [slachtoffer 2] zich op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer bevond en naderde vanuit tegemoetkomende richting en/of de bestuurder van de bedrijfsauto naar rechts stuurde teneinde op de rijstrook te komen waarop verdachte zich bevond

voornoemde bedrijfsauto met de door hem, verdachte bestuurde auto (zijdelings) geraakt, en/of met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto (geblokkeerd) geremd, en/of is hij, verdachte, (vervolgens) terechtgekomen op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer

waarbij en/of waardoor een botsing en/of een aanrijding heeft plaatsgevonden tussen de door hem, verdachte, bestuurde personenauto en de door voornoemde [slachtoffer 2] bestuurde personenauto;

2 primair
hij op of omstreeks 8 februari 2008 in Azewijn, gemeente Montferland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk de [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet,

als bestuurder van een personenauto (merk: Volvo), terwijl hij heeft gereden op de Terborgseweg en/of de N335, althans enige weg, alwaar een maximale wettelijke snelheid van 80 kilometer per uur gold,

-zijn snelheid heeft aangepast aan de snelheid van een passerende en/of inhalende bedrijfsauto, althans een bedrijfsauto, die links van hem, verdachte, reed op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer, in dezelfde richting als hij, verdachte, en/of daarbij voornoemde inhalende bedrijfsauto niet, althans onvoldoende, de gelegenheid heeft gegeven om de door hem, verdachte, bestuurde auto in te halen en/of te passeren en/of om voor zijn, verdachtes, auto te gaan rijden op dezelfde rijstrook als waarop hij, verdachte, zich bevond,

en/of

(vervolgens) terwijl een personenauto bestuurd door de [slachtoffer 2] zich op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer bevond en naderde vanuit tegemoetkomende richting en/of de bestuurder van de bedrijfsauto naar rechts stuurde teneinde op de rijstrook te komen waarop verdachte zich bevond en/of

- voornoemde bedrijfsauto met de door hem, verdachte bestuurde auto (zijdelings) heeft geraakt, en/of met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto (geblokkeerd) heeft geremd,

en/of is hij, verdachte, (vervolgens) terecht gekomen op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer en/of is hij tegen de door voornoemde [slachtoffer 2] bestuurde personenauto aangereden en/of gebotst,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2 subsidiair
hij op of omstreeks 08 februari 2008 te Azewijn, gemeente Montferland, aan de [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten: een verbrijzelde linkerarm en/of een gebroken rechterarm en/of een gebroken voet en/of hoofdletsel), heeft toegebracht,

immers heeft hij, verdachte, opzettelijk

als bestuurder van een personenauto (merk: Volvo), terwijl hij heeft gereden op de Terborgseweg en/of de N335, althans enige weg, alwaar een maximale wettelijke snelheid van 80 kilometer per uur gold,

- zijn snelheid aangepast aan de snelheid van een passerende en/of inhalende bedrijfsauto, althans een bedrijfsauto, die links van hem, verdachte, reed op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer, in dezelfde richting als hij, verdachte, en/of daarbij voornoemde inhalende bedrijfsauto niet, althans onvoldoende, de gelegenheid heeft gegeven om de door hem, verdachte, bestuurde auto in te halen en/of te passeren en/of om voor zijn, verdachtes, auto te gaan rijden op dezelfde rijstrook als waarop hij, verdachte, zich bevond,

en/of

(vervolgens) terwijl een personenauto bestuurd door de [slachtoffer 2] zich op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer bevond en naderde vanuit tegemoetkomende richting en/of de bestuurder van de bedrijfsauto naar rechts stuurde teneinde op de rijstrook te komen waarop verdachte zich bevond en/of

- voornoemde bedrijfsauto met de door hem, verdachte bestuurde auto (zijdelings) geraakt, en/of met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto (geblokkeerd) geremd,

en/of is hij, verdachte, (vervolgens) terecht gekomen op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer en/of is hij tegen de door voornoemde [slachtoffer 2] bestuurde personenauto aangereden en/of gebotst;

2 meer subsidiair

hij op of omstreeks 08 februari 2008 te Azewijn, gemeente Montferland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, zijnde een personenauto (merk: Volvo), daarmede heeft gereden over de weg de Terborgseweg en/of de N335, althans enige weg, alwaar een maximale wettelijke snelheid van 80 kilometerperuurgold,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

immers heeft hij, verdachte,

roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

- zijn snelheid verhoogd toen een hem passerende en/of inhalende bedrijfsauto, links van hem, verdachte, reed op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer, in dezelfde richting als hij, verdachte, en/of daarbij voornoemde inhalende bedrijfsauto niet, althans onvoldoende, de gelegenheid gegeven om de door hem, verdachte, bestuurde auto in te halen en/of te passeren en/of om voor zijn, verdachtes, auto te gaan rijden op dezelfde rijstrook als waarop hij, verdachte, zich bevond,

en/of

heeft gereden en/of is blijven rijden met een te hoge snelheid (in de op dat moment geldende verkeerssituatie) en/of

(vervolgens) terwijl een personenauto bestuurd door de [slachtoffer 2] zich op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer bevond en naderde vanuit tegemoetkomende richting en/of de bestuurder van de bedrijfsauto naar rechts stuurde teneinde op de rijstrook te komen waarop verdachte zich bevond en/of

- voornoemde bedrijfsauto met de door hem, verdachte bestuurde auto (zijdelings) geraakt, en/of met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto (geblokkeerd) geremd,

en/of is hij, verdachte, (vervolgens) terecht gekomen op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer

waarbij en/of waardoor een botsing en/of een aanrijding heeft plaats gevonden tussen de door hem, verdachte, bestuurde personenauto en de door voornoemde [slachtoffer 2] bestuurde personenauto,

waardoor voornoemde [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel, te weten een verbrijzelde linkerarm en/of een gebroken rechterarm en/of een gebroken voet en/of hoofdletsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

2 uiterst subsidiair

dat hij op of omstreeks 8 februari 2008 te Azewijn, gemeente Montferland, als bestuurder van een motorrijtuig, zijnde een personenauto (merk: Volvo), daarmee zodanig heeft gereden op de weg de Terborgseweg en/of de N335, althans enige weg, dat daardoor gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd,

immers heeft hij, verdachte,

zijn snelheid verhoogd toen een hem passerende en/of inhalende bedrijfsauto, links van hem, verdachte, reed op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer in dezelfde richting als hij, verdachte, en/of daarbij voornoemde inhalende bedrijfsauto niet, althans onvoldoende, de gelegenheid gegeven om de door hem, verdachte, bestuurde auto in te halen en/of te passeren en/of om voor zijn, verdachtes, auto te gaan rijden op dezelfde rijstrook als waarop hij, verdachte zich bevond, en/of gereden en/of is blijven rijden met een te hoge snelheid (in de op dat moment geldende verkeerssituatie en/of

(vervolgens) terwijl een personenauto bestuurd door de [slachtoffer 2] zich op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer bevond en naderde vanuit tegemoetkomende richting en/of de bestuurder van de bedrijfsauto naar rechts stuurde teneinde op de rijstrook te komen waarop verdachte zich bevond

voornoemde bedrijfsauto met de door hem, verdachte bestuurde auto (zijdelings) geraakt, en/of met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto (geblokkeerd) geremd, en/of is hij, verdachte, (vervolgens) terechtgekomen op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer

waarbij en/of waardoor een botsing en/of een aanrijding heeft plaatsgevonden tussen de door hem, verdachte, bestuurde personenauto en de door voornoemde [slachtoffer 2] bestuurde personenauto.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 1 subsidiair en 2 meer subsidiair tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.

Op 17 december 2008 heeft [getuige 1], ten tijde van het ongeval de echtgenote van verdachte, tegenover de politie verklaard dat verdachte op het moment dat hij door de bestelbus werd ingehaald gas heeft bijgegeven. Volgens haar liep daardoor de snelheid waarmee zij reden op en bleven hun auto en de bestelbus korte tijd naast elkaar rijden.

Tijdens de twee verhoren die korte tijd na het ongeval hebben plaatsgehad, heeft [getuige 1] op dit onderdeel een andere, voor verdachte niet belastende, verklaring afgelegd. Bij de rechter-commissaris heeft zij daarvoor als reden aangegeven dat zij tijdens de relatie met verdachte onder druk stond en angstig was. Nadat hun relatie medio 2008 was verbroken, wilde zij naar eigen zeggen niet meer met zo’n grote leugen leven en daarom heeft zij haar verklaring bijgesteld. Zowel bij de rechter-commissaris als ter terechtzitting in hoger beroep op 4 juli 2011 heeft [getuige 1] haar verklaring dat verdachte gas bijgaf toen hun auto door de bestelbus werd ingehaald, gehandhaafd.

De latere verklaringen van [getuige 1] worden ondersteund door de verklaring van getuige [getuige 2]. Volgens deze getuige was het snelheidsverschil op het moment dat de auto van verdachte door de bestelbus werd ingehaald tussen beide voertuigen niet erg groot. Naar zijn zeggen bleven de beide hem tegemoetkomende auto’s lang naast elkaar rijden.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 15 juli 2014 heeft verdachte verklaard dat hij op het moment dat zijn auto door de bestelbus werd ingehaald, ofwel gas heeft bijgegeven ofwel enigszins heeft geremd. Hieruit leidt het hof af dat verdachte zelf de mogelijkheid openlaat dat hij tijdens de inhaalmanoeuvre van de bestelbus gas heeft bijgegeven.

Gelet op het vorenstaande heeft het hof geen reden om aan de inhoud van de latere verklaringen van [getuige 1] te twijfelen. Het hof komt dan ook op basis daarvan, in samenhang met de overige bewijsmiddelen, tot het oordeel dat verdachte tijdens de inhaalmanoeuvre van de bestelbus zijn snelheid heeft verhoogd en daardoor de bestelbus onvoldoende gelegenheid heeft gegeven om hem in te halen en op de rijstrook voor de door verdachte bestuurde auto te gaan rijden (in te voegen). Verdachte heeft dusdoende zeer onvoorzichtig gehandeld waardoor het aan zijn schuld te wijten is dat het verkeersongeval heeft plaatsgevonden.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1 subsidiair

hij op of omstreeks 08 februari 2008 te Azewijn, gemeente Montferland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, zijnde een personenauto (merk: Volvo), daarmede heeft gereden over de weg de Terborgseweg en /of de N335, althans enige weg, alwaar een maximale wettelijke snelheid van 80 kilometer per uur gold, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

immers heeft hij, verdachte,

roekeloos , in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

- zijn snelheid verhoogd toen een hem passerende en/of inhalende bedrijfsauto links van hem, verdachte, reed op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer, in dezelfde richting als hij, verdachte, en/of daarbij voornoemde inhalende bedrijfsauto niet, althans onvoldoende, de gelegenheid heeft gegeven om de door hem, verdachte, bestuurde auto in te halen en/of te passeren en/of om voor zijn, verdachtes, auto te gaan rijden op dezelfde rijstrook als waarop hij, verdachte, zich bevond,

en/of

heeft gereden en/of is blijven rijden met een te hoge snelheid (in de op dat moment geldende verkeerssituatie) en/of

(vervolgens) terwijl een personenauto bestuurd door de [slachtoffer 2] zich op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer bevond en naderde vanuit tegemoetkomende richting en/of de bestuurder van de bedrijfsauto naar rechts stuurde teneinde op de rijstrook te komen waarop verdachte zich bevond en/of

- voornoemde bedrijfsauto met de door hem, verdachte bestuurde auto (zijdelings) geraakt, en/of met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto (geblokkeerd) geremd,

en/of is hij, verdachte, (vervolgens) terecht gekomen op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer waarbij en/of waardoor een botsing en/of een aanrijding heeft plaats gevonden tussen de door hem, verdachte, bestuurde personenauto en de door voornoemde [slachtoffer 2] bestuurde personenauto, waardoor de echtgenote en bijrijder van voornoemde [slachtoffer 2], namelijk voornoemde [slachtoffer 1] is gedood;

2 meer subsidiair

hij op of omstreeks 08 februari 2008 te Azewijn, gemeente Montferland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, zijnde een personenauto (merk: Volvo), daarmede heeft gereden over de weg de Terborgseweg en /of de N335, althans enige weg, alwaar een maximale wettelijke snelheid van 80 kilometer per uur gold, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

immers heeft hij, verdachte,

roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

- zijn snelheid verhoogd toen een hem passerende en /of inhalende bedrijfsauto, links van hem, verdachte, reed op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer, in dezelfde richting als hij, verdachte, en/of daarbij voornoemde inhalende bedrijfsauto niet, althans onvoldoende, de gelegenheid heeft gegeven om de door hem, verdachte, bestuurde auto in te halen en /of te passeren en /of om voor zijn, verdachtes, auto te gaan rijden op dezelfde rijstrook als waarop hij, verdachte, zich bevond,

en /of

heeft gereden en /of is blijven rijden met een te hoge snelheid (in de op dat moment geldende verkeerssituatie) en /of

(vervolgens) terwijl een personenauto bestuurd door de [slachtoffer 2] zich op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer bevond en naderde vanuit tegemoetkomende richting en/of de bestuurder van de bedrijfsauto naar rechts stuurde teneinde op de rijstrook te komen waarop verdachte zich bevond en /of

- voornoemde bedrijfsauto met de door hem, verdachte bestuurde auto (zijdelings) geraakt, en /of met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto (geblokkeerd) geremd,

en /of is hij, verdachte, (vervolgens) terecht gekomen op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer waarbij en/of waardoor een botsing en/of een aanrijding heeft plaats gevonden tussen de door hem, verdachte, bestuurde personenauto en de door voornoemde [slachtoffer 2] bestuurde personenauto,

waardoor voornoemde [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel, te weten een verbrijzelde linkerarm en/of een gebroken rechterarm en/of een gebroken voet en/of hoofdletsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het hof acht, gelet op de eisen die de Hoge Raad stelt aan een bewezenverklaring van roekeloosheid, niet bewezen dat verdachte roekeloos heeft gereden.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood.

Het onder 2 meer subsidiair bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft een ernstig verkeersongeval veroorzaakt, waarbij een persoon om het leven is gekomen en een ander zwaar gewond is geraakt. De verdachte heeft op het moment dat hij door een bestelbus werd ingehaald zijn snelheid verhoogd waardoor hij de bestelbus onvoldoende gelegenheid heeft gegeven om hem in te halen en vervolgens naar rechts te sturen. Op het moment dat de bestelbus naar zijn eigen weghelft stuurde, werd de auto van verdachte geraakt, waarna verdachte uiteindelijk op de weghelft van het tegemoetkomende verkeer terecht is gekomen en daar frontaal is gebotst op een tegemoetkomende auto. In die auto zat een bejaard echtpaar. De vrouw is als gevolg van het bij de botsing opgelopen letsel overleden en haar man is zwaar gewond geraakt.

De verdachte heeft door zijn handelen onherstelbaar leed en verdriet toegebracht aan de nabestaanden van [slachtoffer 1], onder wie haar man die zelf ook nog langdurig de gevolgen van het door hem ten gevolge van het ongeval opgelopen letsel heeft ondervonden.

Het hof is van oordeel dat de onderhavige feiten in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen.

Gelet evenwel op de ouderdom van de zaak, de omstandigheid dat verdachte blijkens het hem betreffende uittreksel Justitiële Documentatie 2 juli 2014 niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld en het feit dat hij als gevolg van het verkeersongeval zelf ook blijvend letsel heeft opgelopen, ziet het hof aanleiding om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en zal het volstaan met oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur. Deze straf dient om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten kan daarmee evenwel niet worden volstaan. Daarom zal het hof aan verdachte daarnaast een onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur opleggen. Tot slot zal het hof aan verdachte ter bescherming van de verkeersveiligheid voor het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde feit een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee jaren en voor het onder 2 meer subsidiair bewezenverklaarde feit een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van één jaar opleggen.

Beslag

Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een linker voorspatscherm (Volvo), een stuk autoband (Volvo) en een beschadigde wieldop (Volvo), verstaat het hof dat verdachte daarvan ter terechtzitting in hoger beroep afstand heeft gedaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair en 2 meer subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 (twee) jaren.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 2 meer subsidiair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 (één) jaar.

Aldus gewezen door

mr R. van den Heuvel, voorzitter,

mr M. Barels en mr A. van Waarden, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr C.J. Broersma, griffier,

en op 29 juli 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.