Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:5897

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15-07-2014
Datum publicatie
24-07-2014
Zaaknummer
200.116.934
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:270, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beroepsaansprakelijkheid notarisklerk bij opstellen onderhandse koopovereenkomst. Wetsverwijzingen: Art. 17 Wet op het notarisambt; art. 6:106 BW; art. 6:162 BW Samenvatting: De notarisklerk adviseert partijen bij de verkoop van een in appartementsrechten gesplitste garage met parkeerplaatsen en bedrijfswoning die op verlangen van de koper verder zal worden ondergesplitst. De verkopers verwijten de notarisklerk een aantal fouten bij die advisering te hebben gemaakt, waardoor zij een boete hebben moeten betalen aan de koper. Het hof oordeelt in het tussenarrest dat voorshands is bewezen dat de notarisklerk te laat erop heeft gewezen dat vóór ondersplitsing en levering van het verkochte de akte van splitsing moest worden gewijzigd, waaraan alle overige appartementseigenaren medewerking moesten verlenen. Het oordeelt in het tussenarrest ook al, dat de daaruit voortvloeiende schade gering is. Het notariskantoor ziet af van tegenbewijslevering, waarna het bij eindarrest wordt veroordeeld tot betaling van dat geringe bedrag.

Zie ook arrest van 25 maart 2014

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.116.934

(zaaknummer rechtbank Utrecht: 298036)

arrest van de tweede civiele kamer van 15 juli 2014

in de zaak van

1 [verkoper 1] en

2. [verkoper 2],

beiden wonende te [woonplaats],

appellanten,

hierna: [verkopers],

advocaat: mr. H.L. van der Aa,

tegen:

de naamloze vennootschap

Hermans & Schuttevaer Notarissen N.V.,

gevestigd te Utrecht,

geïntimeerde,

hierna: Hermans & Schuttevaer,

advocaat: mr. P.J. de Jong Schouwenburg.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het verloop van de procedure na het tussenarrest van 25 maart 2014 blijkt uit:

■ de mededeling van Hermans & Schuttevaer ter rolle van 3 juni 2014 dat zij afziet van het leveren van tegenbewijs,

■ de beslissing van de rolrechter dat [verkopers] geen gelegenheid krijgen een akte te nemen.

1.2

Vervolgens heeft het hof arrest bepaald op het griffiedossier.

2 De verdere beoordeling in hoger beroep

2.1

Hermans & Schuttevaer heeft afgezien van tegenbewijslevering tegen de voorshands als vaststaand aangenomen feiten als bedoeld in r.o. 4.19 van het tussenarrest. In r.o. 4.20 heeft het hof overwogen dat als Hermans & Schuttevaer niet slaagt in het tegenbewijs, daarmee komt vast te staan dat [notarisklerk] op het punt van de voorlichting aan partijen over de noodzaak van wijziging van de akte van splitsing en de splitsingstekening niet de zorgvuldigheid heeft betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend notarisklerk mag worden verwacht en dat Hermans & Schuttevaer als zijn toenmalige werkgever in beginsel aansprakelijk is voor de door [verkopers] dientengevolge geleden schade. Het hof heeft in de r.o. 4.21 tot en met 4.25 van het tussenarrest alvast onderzocht wat de schade zou zijn die in dat geval voor toewijzing in aanmerking komt. Het heeft deze schade vastgesteld op € 7.410,-. In zoverre zijn de grieven 2 tot en met 6 gegrond (zie ook r.o. 4.22 van het tussenarrest), zodat het bestreden vonnis niet in stand kan blijven. Het genoemde bedrag zal worden toegewezen. Alles wat [verkopers] in deze procedure verder hebben gevorderd van Hermans & Schuttevaer zal worden afgewezen. In r.o. 4.25 van het tussenarrest is beslist dat de proceskostenveroordeling in eerste aanleg niet zal worden gewijzigd. Voor de overzichtelijkheid zal het hof niettemin het gehele dictum vernietigen en opnieuw recht doen.

2.2

In r.o. 4.25 van het tussenarrest is reeds beslist dat [verkopers] als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het hoger beroep zullen worden veroordeeld, te weten € 4.836,- wegens griffierecht en € 11.685,- voor salaris advocaat (3 punten x tarief VII).

3 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

3.1

vernietigt het vonnis van de rechtbank Utrecht van 8 augustus 2012, voor zover in vrijwaring gewezen, en doet in zoverre opnieuw recht:

3.2

veroordeelt Hermans & Schuttevaer tot betaling aan [verkopers] van een bedrag van € 7.410,-;

3.3

veroordeelt [verkopers] in de kosten van de vrijwaringszaak in eerste aanleg, aan de zijde van Hermans & Schuttevaer tot 8 augustus 2012 begroot op € 8.951,-;

3.4

wijst af het anders of meer gevorderde;

3.5

veroordeelt [verkopers] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Hermans & Schuttevaer vastgesteld op € 4.836,- voor verschotten en op € 11.685,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

3.6

verklaart het onder 3.2, 3.3 en 3.5 bepaalde uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. F.J. de Vries, G.J. Rijken en J.G.J. Rinkes, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2014.