Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:5596

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
11-07-2014
Datum publicatie
14-07-2014
Zaaknummer
21-007713-13
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2013:4845, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Grootschalige fraude. Bewezenverklaring medeplegen gewoontewitwassen en deelneming criminele organisatie. In de periode van december 2008 tot mei 2012 zijn personen, bedrijven en overheidsinstanties benadeeld voor een bedrag van ongeveer 1,3 miljoen euro. Daarnaast is getracht nog meer mensen en/of bedrijven op te lichten voor eveneens hoge bedragen, tot ruim 6,5 miljoen. De geleden schade is op geen enkele wijze (door een of meer leden) van de criminele organisatie vergoed.

Strafmaat: hof komt tot hogere straf dan de rechtbank en de advocaat-generaal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-007713-13

Uitspraak d.d.: 11 juli 2014

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 3 oktober 2013 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 16-990302-12 en 16-992002-13, tegen

[verdachte],

geboren te [verdachte] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 27 juni 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr A.S. van der Biezen, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

Parketnummer 16/990302-12

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2007 tot en met 2 mei 2012 te Amersfoort en/of Rijswijk en/of Baarn en/of 's-Hertogenbosch en/of Spijkenisse en/of Amsterdam en/of Rotterdam en/of Scheveningen en/of Utrecht en/of Nijmegen en/of Zandvoort, althans in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband met [medeverdachte 1] en/of [katvanger] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer andere (rechts)personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van de volgende misdrijven:

- (gewoonte)witwassen, strafbaar gesteld bij artikel 420bis/ter van het Wetboek

van Strafrecht en/of

- valsheid in geschrifte, strafbaar gesteld bij artikel 225 van het Wetboek van

Strafrecht en/of

- oplichting, strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

- diefstal (door middel van een valse sleutel), strafbaar gesteld bij artikel

311 (lid 1 sub 5) van het Wetboek van Strafrecht en/of

- het opzettelijk doen van onjuiste belastingaangiften, strafbaar gesteld bij

het artikel 69 Algemene wet inzake Rijksbelastingen.

2

primair:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 2 mei 2012 te Amersfoort en/of Rijswijk en/of Baarn en/of 's-Hertogenbosch en/of Spijkenisse en/of Amsterdam en/of Rotterdam en/of Scheveningen en/of Utrecht en/of Nijmegen en/of Zandvoort, althans in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en),

(telkens) van het plegen van witwassen een gewoonte gemaakt, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededaders, (telkens) (een) voorwerp(en), te weten een of meer geldbedrag(en), tot een totaal bedrag van (ongeveer) Euro 1.391.048,18 te weten (onder meer)

1) Euro 130.804,07 (OPV-1) en/of

2) Euro 39.669,84 en/of Euro 240.144,03 (OPV-2) en/of

3) Euro 88.064,25 en/of Euro 16.310 (OPV-3) en/of

4) Euro 63.706.06 en/of Euro 1.021,48 (OPV-5) en/of

5) Euro 246.441,34 en/of Euro 467.664,20 en/of Euro 283.824,84 (OPV-0 en AH-71 en/of

6) Euro 10.696,91 (OPV-7) en/of

7) Euro 8.902 en/of Euro 3.905 en/of Euro 66.638 en/of Euro 4.815 en/of

Euro 2.286 (OPV-8),

voorhanden gehad en/of verworven en/of omgezet en/of overgedragen en/of

daarvan gebruik gemaakt,

terwijl, verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) wist(en) dat dat/die

voorwerp(en)/geldbedrag(en) (geheel of gedeeltelijk) onmiddellijk of

middellijk afkomstig was/waren uit misdrijf

2

subsidiair:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 2 mei 2012 te Amersfoort en/of Rijswijk en/of Baarn en/of 's-Hertogenbosch en/of Spijkenisse en/of Amsterdam en/of Rotterdam en/of Scheveningen en/of Utrecht en/of Nijmegen en/of Zandvoort, althans in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en),

(telkens) van het plegen van witwassen een gewoonte gemaakt, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededaders, (telkens) (een) voorwerp(en), te weten een of meer geldbedrag(en), tot een totaal bedrag van (ongeveer) Euro 1.391.048,18 te weten (onder meer)

1) Euro 130.804,07 (OPV-1) en/of

2) Euro 39.669,84 en/of Euro 240.144,03 (OPV-2) en/of

3) Euro 88.064,25 en/of Euro 16.310 (OPV-3) en/of

4) Euro 63.706.06 en/of Euro 1.021,48 (OPV-5) en/of

5) Euro 246.441,34 en/of Euro 467.664,20 en/of Euro 283.824,84 (OPV-0 en AH-71) en/of

6) Euro 10.696,91 (OPV-7) en/of

7) Euro 8.902 en/of Euro 3.905 en/of Euro 66.638 en/of Euro 4.815 en/of Euro 2.286

(OPV-8),

voorhanden gehad en/of verworven en/of omgezet en/of overgedragen en/of

daarvan gebruik gemaakt,

terwijl, verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) wist(en) dat dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) (geheel of gedeeltelijk) onmiddellijk of

middellijk afkomstig was/waren uit misdrijf.

Parketnummer 16/992002-13

hij op of omstreeks 07 mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, alleen,

althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en), een wapen van categorie

III onder 1, te weten een pistool (merk Umarex, model Smith & Weston 1911,

kaliber 9 mm knall, serienummer D080680160), (welke bestemd is om stoffen

door een loop af te schieten en/of welke werking berust op het teweeg brengen

van een scheikundige ontploffing), voorhanden heeft gehad.

2.

hij op of omstreeks 07 mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, alleen,

althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en), munitie van categorie

III, te weten drie, in elk geval een of meer patro(o)n(en) (merk Sellier &

Bellot, kaliber 6,35 mm, model projectiel volmantel), voorhanden heeft gehad.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Doorzoeking kast

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat bij de medeverdachten van verdachte onder valse voorwendselen, op basis van een boekhoudkundige controle, een kast vol materiaal (onrechtmatig) in beslaggenomen is. Van dit inbeslaggenomen materiaal mag in de zaak van verdachte geen gebruik gemaakt worden. Dat er geen schending zou zijn van de Schutznorm doet daar niet aan af, gelet op de context van de zaak, aldus de raadsman.

Het hof stelt vast de dat kast, waarin zich de later in beslag genomen administratie bevond, niet in de woning van verdachte stond. Niet verdachte, maar medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hadden als enige toestemming kunnen geven voor een doorzoeking van de kast. Indien deze toestemming niet zou zijn gegeven, zijn daarmee niet de belangen van verdachte geschonden. Daarom behoeft, in lijn met de jurisprudentie van de Hoge Raad, in de zaak van verdachte geen rechtsgevolg aan enig in dit verband zich voordoende vormverzuim te worden verbonden. Het hof verwerpt het verweer van de raadsman.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Namens verdachte is aangevoerd dat hij weliswaar de criminele organisatie heeft gefaciliteerd door het aanleveren van templates aan medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1], maar dat hij daarvan geen deel heeft uitgemaakt.

Het hof verwerpt het verweer. Door de criminele organisatie werden bedrijven, overheidsinstanties en personen valselijk bewogen grote bedragen over te maken naar rekeningen waarover één of meer deelnemers van de criminele organisatie de beschikking hadden. Vervolgens werden die bedragen (een aantal malen) doorgeboekt naar rekeningen van (andere) BV’s die eveneens in handen waren van de criminele organisatie, waarna het geld uiteindelijk veelal contant werd opgenomen. Uit het onderstaande en de later uit te werken bewijsmiddelen blijkt dat verdachte een zodanige betrokkenheid had, dat bewezen kan worden dat hij deel uit maakte van de criminele organisatie.

Verklaring verdachte op 7 mei 2012 (V04-01)

(Op de vraag waarom hij zich tijdens zijn aanhouding heeft uitgegeven als zijn broer [broer verdachte]): Er werd gevraagd om een legitimatie en ik heb de ID-kaart van mijn broer laten zien. Ik heb zelf geen legitimatie. Mijn broer weet hier niets van.

(Naar aanleiding van de opmerking dat volgens het belastingsysteem verdachte in 2008, 2009, 2010 en 2011 geen inkomen heeft gehad): Ik heb zwart verdiend door van alles op digitaal gebied te doen. Ik heb dat niet via een bedrijf gedaan omdat ik geen ID en geen verblijfadres heb.

Ik heb een BMW 745. In 2007 heb ik een Audi A4 gekocht. Ook heb ik een Audi A6 gehad. (Opmerking verbalisant: Volgens een uitdraai uit het RDW gaat het om een Audi A6, kleur blauw met het kenteken [kenteken] die van 13 juni 2009 tot en met 7 december 2010 op naam heeft gestaan van [broer verdachte]).

(Nadat de verdachte is geconfronteerd met een uitdraai van het RDW waaruit blijkt dat in de periode van 2 september 2010 tot en met 17 januari 2011 een Mercedes ML 500 op naam heeft gestaan van [broer verdachte]): Dat ben ik vergeten. Ook deze auto heb ik gekocht op de ID-kaart van mijn broer. Dit was een SUV.

Oplichting Beiersdorf NV (OPV-1)

Op een door Beiersdorf NV ontvangen factuur is een wijziging van het bankrekeningnummer van een crediteur vermeld. Hierdoor heeft Beiersdorf NV twee geldbedragen op 1 december 2008 (namelijk € 35.347,86 en € 153.429,87) die betrekking hebben op openstaande rekeningen van die crediteur overgeboekt naar de bankrekening van [betrokkene 1], in plaats van naar de bankrekening van de crediteur Carat Nederland BV. Een deel van het geld, namelijk € 57.973,66 is door de Rabobank teruggeboekt. Per saldo is Beiersdorf dus benadeeld voor € 130.804,07.

[betrokkene 1] heeft op 9 november 2009 (D-587) onder meer verklaard dat hij in verband met het inhuren van personeel in aanraking kwam met [verdachte], die toen als intercedent werkte voor een uitzendbureau. Het contact bleef toen [verdachte] in 2006 zijn eigen uitzendbureau begon. In 2008 vroeg [verdachte] hem gebruik te mogen maken van de bankrekening van [betrokkene 1]. Volgens [verdachte] had hij een rekening nodig bij de Rabobank om gelden te ontvangen en had [verdachte] zelf geen rekening bij de Rabobank. [betrokkene 1] zag daar geen kwaad in en heeft zijn bankpas en pincode aan [verdachte] gegeven. Begin december 2008 kreeg [betrokkene 1] de bankpas weer terug van [verdachte]. Begin 2009 werd er namens Beijersdorf beslag gelegd op de woning van [betrokkene 1] en ontving hij van de Rabobank het bericht dat ze hem niet meer als klant wilde hebben. Ook verlangde de bank directe terugbetaling van de hypotheek die [betrokkene 1] had afgesloten. [betrokkene 1] heeft vervolgens zijn woning via een veiling moeten verkopen en bleef met een restschuld van € 75.000 zitten.

Van de bankrekening van [betrokkene 1] werd op 2 december 2008 € 15.221,54 overgeboekt naar de rekening van [betrokkene 2], € 49.885,89 naar de rekening van Dag Mountain Personeelsdiensten BV en twee bedragen, namelijk € 50.000 en 10.885,78 naar de rekening van Phoenix Beheer Schiedam BV.

Op het verblijfadres van [verdachte] in Amsterdam werd een bestand ‘werkmap1.xlsx’ aangetroffen. Daarin stonden bovengenoemde bedragen en namen.

Op 5 september 2008 is verdachte als bestuurder uitgetreden bij Phoenix Beheer Schiedam BV en heeft verdachte Official Services Ltd. Ingeschreven als aandeelhouder/bestuurder. De Kamer van Koophandel kwam er echter achter dat de Official Services Ltd. al op 20 november 2007 was ontbonden, waarna de inschrijving ongedaan werd gemaakt. Blijkens een inschrijving van Official Services Ltd (D-497) was verdachte sinds 9 juli 2004 directeur van Official Services Ltd en sinds 22 februari 2006 enig aandeelhouder.

Ten tijde van de oplichting van Beiersdorf beschikte verdachte over de bankrekening van Phoenix Beheer Schiedam BV.

Op 3 december 2008 werden van ten laste van de rekening van Phoenix Beheer Schiedam BV kort achter elkaar drie contante opnames gedaan van elk € 1.500. Grotere bedragen werden door geboekt naar andere BV’s.

Op de verblijfplaats van verdachte is een harddisk aangetroffen. Hierop staan de namen van verschillende rechtspersonen vermeld. Onder ‘Eigen B.V.’s groep 2’ staat onder meer Dag Mountain vermeld.

Volgens de Kamer van Koophandel was [betrokkene 3] bestuurder van Dag Mountain Personeelsdiensten BV in de periode van 25 september 2008 tot 19 december 2008. Op de verblijfplaats van verdachte is een harddisk in beslag genomen. Daarin zijn bestanden aangetroffen met afschriften van identiteitsbewijzen. Eén daarvan betrof het paspoort van [betrokkene 3].

Op 27 oktober 2009 is [betrokkene 3] gehoord (D-581). Hij heeft werk als freelance breakdancer en weet niet hoe het kan dat er allerlei bedrijven op zijn naam staan. Hij doet helemaal niets met het bedrijf Dag Mountain. Hij heeft geen bankpassen van de bedrijven in bezit.

Op 8 januari 2013 is [betrokkene 3] bij de rechter-commissaris gehoord. Hij verklaarde bevriend te zijn met [verdachte]. Het bedrijf Dag Mountain zegt hem wel wat. Dat is het bedrijf waarbij [verdachte] hem vroeg om te helpen. Hij gaf alle post aan [verdachte]. [betrokkene 3] heeft [verdachte] de bankpas van het bedrijf gegeven. Ook heeft hij [verdachte] een kopie van zijn paspoort gegeven.

Op 2 december 2008 werden er ten laste van de rekening van Dag Mountain Personeelsdiensten BV kort achter elkaar drie contante opnames van € 1.500 gedaan. Een bedrag van € 4.178,65 werd overgeboekt naar de rekening van [ex-vrouw verdachte] (de toenmalige partner van [verdachte]) en € 4.512,74 werd overgeboekt naar de rekening van [verdachte]. In totaal werd een bedrag van € 14.000 overgeboekt naar de rekening van [betrokkene 3].

Op 3 december 2008 werd het bedrag aan [ex-vrouw verdachte] weer teruggeboekt. Ook vonden die dag opnieuw kort achter elkaar drie contante opnames van elk € 1.500 plaats. Een bedrag van € 21.457,56 werd overgeschreven naar Jamoah BV.

Op 16 mei 2012 is [ex-vrouw verdachte] (G10-1) gehoord. Zij heeft verklaard getrouwd te zijn met [verdachte] en dat [betrokkene 2] een bekende is van haar en [verdachte].

Uit het bovenstaande volgt dat verdachte de feitelijke beschikking had over (een aantal) bankrekeningen waar het door oplichting verkregen geld in eerste, tweede en derde instantie naar toe ging. Hieruit kan worden afgeleid dat verdachte bepaalde wat er met het door oplichting verkregen geld gebeurde. Van twee van die rekeningen zijn bovendien grote contante bedragen opgenomen, zodat er van uit kan worden gegaan dat verdachte niet alleen bepaalde wat er met het geld gebeurde, maar ook daadwerkelijk van dat geld heeft geprofiteerd.

Oplichting Max Bögl (OPV 2)

Max Bögl Noord/Zuidlijn Amsterdam V.O.F. (hierna te noemen Max Bögl) heeft op 20 april 2009 een bedrag van € 39.669,84 en op 7 mei 2009 een bedrag van € 240.144,03 overgeboekt naar de bankrekening [rekeningnummer] van Arcelor Mittal Phoenix Beheer Schiedam BV. Op 14 april 2009 heeft Max Bögl een rekeningoverzicht ontvangen van Arcelor Mittal BV waarin wordt gevraagd om de betalingen op een nieuw bankrekeningnummer, namelijk [rekeningnummer] over te maken. Achteraf kwam men er achter dat dat verzoek niet afkomstig was van Arcelor Mittal BV. Arcelor Mittal en Max Bögl hebben beide aangifte gedaan.

In het bankdossier van de ABN-AMRO is een mutatieformulier van rekeningnummer [rekeningnummer] aangetroffen. Op dit formulier wordt de naar Phoenix Beheer Schiedam BV op 14 april 2009 gewijzigd in Arcelor Mittal Phoenix Beheer Schiedam BV. Er staat een handtekening, waarbij de naam ‘[katvanger]’ te lezen is.

In de woning waar [verdachte] is aangehouden is een harddisk in beslag genomen. Onder meer is daarop een afschrift van het paspoort van [katvanger] te vinden. Ook is in die woning op een harde schijf een Excel spreadsheet aangetroffen van de (vervalste) inschrijving van de Kamer van Koophandel ten name van Arcelor Mittal Phoenix Beheer Schiedam BV.

[katvanger] is op 11 december 2012 door de FIOD gehoord (V03-01). Hij heeft verklaard dat hij sinds kort een anti-psychoticum krijgt toegediend. Hij is benaderd om katvanger te worden. Hem werd gevraagd of hij Dag Mountain op naam wilde zetten. Hij heeft ook kennis gemaakt met verdachte, die hij [bijnaam verdachte] noemt. [bijnaam verdachte] reed in een grote dure auto met full equipment. [bijnaam verdachte] deed alles in de auto. In november 2009 heeft hij van [bijnaam verdachte] € 5.000 gehad. [bijnaam verdachte] ging voor die € 5.000 een paar keer pinnen bij verschillende pinautomaten in Rotterdam. [katvanger] is voor [bijnaam verdachte] naar de Kamer van Koophandel geweest. Hij werd daarbij begeleid door een andere loopjongen van [bijnaam verdachte]. Hij heeft zijn identiteitskaart aan [bijnaam verdachte] gegeven en [bijnaam verdachte] heeft deze in de auto gekopieerd. [katvanger] heeft nog nooit van Arcelor Mittal Phoenix Beheer Schiedam BV gehoord. Als [katvanger] een afschrift van een rekeningovernameverklaring wordt getoond, waarop staat dat [verdachte] op 11 maart 2009 de ABN Amro rekening [rekeningnummer] heeft overgedragen, verklaart hij dat het zijn handtekening is, maar dat hij zich er verder niets van kan herinneren.

[katvanger] is op 10 januari 2013 door de rechter-commissaris gehoord. Hij heeft verklaard dat hem bij de FIOD foto’s zijn getoond en dat op die foto’s [verdachte] en de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] stonden. [katvanger] kende [verdachte] als [bijnaam verdachte].

Van de € 39.669,84 die op 20 april 2009 werd overgeboekt op de rekening van Arcelor Mittal Phoenix Beheer Schiedam BV zijn bedragen van € 8.677,56 en € 29.893,65 doorgeboekt naar de rekening van Dag Mountain Personeelsdiensten BV. Een bedrag van
€ 1.800 werd contant opgenomen. Van de rekening van Dag Mountain werd vervolgens op 20 april 2009 een bedrag van in totaal € 14.500 contant opgenomen. Twee bedragen van
€ 8.516,24 en € 5.598,13 werden overgemaakt naar de rekening van [betrokkene 2] en een bedrag van € 9.003,56 werd overgemaakt naar Falcon Holding BV.

Op 7 mei 2009 werd door Max Bögl € 240.144,03 overgeboekt naar de rekening van Arcelor Phoenix Beheer Schiedam BV. Dezelfde dag wordt van dat bedrag € 44.012,56 doorgeboekt naar Falcon Holding en twee bedragen van € 32.327,50 en € 49.345,89 doorgeboekt naar Dag Mountain Personeelsdiensten BV. Van de rekening van Dag Mountain is vervolgens op 7 mei 2009 € 4.500 en op 8 mei 2009 € 4.000 contant opgenomen. Van die rekening werd op 7 mei 2009 en € 4.312,01 en op 8 mei € 4.812,10 door geboekt naar de rekening van [betrokkene 2].

Uit de gegevens van de ABN Amro bank komt naar voren dat [verdachte] vanaf 9 januari 2009 procuratiehouder voor alle bankrekeningen van Dag Mountain Personeelsdiensten BV was.

Uit de handelsregisterhistorie van de Kamer van Koophandel volgt dat [katvanger] van 24 december 2008 tot 20 juni 2009 bestuurder was van Dag Mountain.

Uit het bovenstaande blijkt dat het geld (totaal: € 279.813,87) dat door oplichting van Max Bögl is verkregen, is weggesluisd via één of meer rekeningen waarover verdachte de beschikking had en dat verdachte contacten onderhield met de katvanger van de bedrijven die gebruikt werden bij het wegsluizen van het geld.

Oplichting Rabobank en/of [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (OPV-3)

Door [slachtoffer 2] (echtgenote van [slachtoffer 1]) zijn twee facturen en twee overschrijvingsopdrachten gestuurd naar het Rabobank Servicecentrum Financieringen. Het betreft facturen van Selecthuis. Bij het servicecentrum zijn niet deze twee facturen en overschrijvingsopdrachten verwerkt, maar twee valse facturen en overschrijvingskaarten. De Rabobank heeft als gevolg hiervan betalingen verricht aan A.M.S. Aannemingsbedrijf BV te Mijdrecht. De betalingen zijn gedaan vanuit een bouwdepot dat op naam staat van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]. A.M.S. Aannemingsbedrijf BV bleek verkocht te zijn aan [katvanger].

Tijdens de doorzoeking op de verblijfplaats van verdachte zijn op een harde schijf twee facturen aangetroffen, die exact overeenkomen met de valse facturen die bij de aangifte van de Rabobank zijn gevoegd. De ene factuur vermeldt een bedrag van € 16.310 en de andere factuur een bedrag van € 88.064,25.

Verdachte heeft ter zitting van de rechtbank op 8 april 2013 verklaard dat hij de facturen heeft veranderd.

Op 5 juni 2009 werden de twee bedragen (namelijk € 88.064,25 en € 16.310) overgeboekt naar de rekening van A.M.S. Aannemingsbedrijf. Op 8 juni 2009 werd een bedrag
€ 22.011,96 overgeboekt naar Dag Mountain Personeelsdiensten BV. Van dat geld werd een deel contant opgenomen (namelijk drie opnames van € 1.500), een deel doorgeboekt naar de rekening van [betrokkene 2] en een deel doorgeboekt naar de rekening van Falcon Holding BV.

Op 3 november 2009 werd [katvanger] door de politie gehoord (D-576). Hij heeft verklaard dat hij € 2.000 kreeg om Dag Mountain op zijn naam te zetten. Van [bijnaam verdachte] (het hof begrijpt verdachte) kreeg hij € 5.000 voor het op zijn naam zetten van enkele bedrijven. Hij heeft wel 10 tot 13 bedrijven op zijn naam staan. Het initiatief hiervoor kwam bij [bijnaam verdachte] vandaan. [katvanger] is een knecht van [bijnaam verdachte]. Hij ziet [bijnaam verdachte] als de baas der bazen. [bijnaam verdachte] is de man die alles regelde. Hij regelde alles vanuit zijn auto. [bijnaam verdachte] gaf [katvanger] opdrachten.

Op 11 december 2012 (V03-01) heeft [katvanger] verklaard dat hij AMS heeft overgenomen en dat hij hiervoor € 50 heeft ontvangen. Hij heeft niet met [bijnaam verdachte] gesproken hoe het allemaal verder is gegaan. Hij is nog wel met [katvanger] bij de bank geweest om een kredietverhoging van
€ 50.000 aan te vragen.

Uit het bovenstaande leidt het hof af dat verdachte zowel betrokken is geweest bij de oplichting van de Rabobank en/of [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] als bij het wegsluizen van het geld (totaal € 104.374,25).

Oplichting Ikea (AH-071)

Op een door Ikea ontvangen brief is een wijziging vermeld van het bankrekeningnummer van crediteur Inversco/Food Center Amsterdam. Hierdoor heeft Ikea twee verschillende bedragen (namelijk op 14 juli 2009: € 246.441,34 en op 16 juli 2009: € 467.664,20) overgeboekt naar bankrekening [rekeningnummer] van [betrokkene 4] h/o Inversco Impex in plaats naar de bankrekening van crediteur Inversco. Op dezelfde dagen dat het geld werd overgeschreven naar de bankrekening van [betrokkene 4] h/o Inversco werd een deel daarvan doorgeboekt naar de bankrekening van Dag Mountain Personeelsdiensten BV. Verdachte had de feitelijke beschikkingsmacht over de bankrekening van Dag Mountain.

Van de € 246.441,34 die naar de rekening van [betrokkene 4] h/o Inversco werd overgeboekt, werd € 239.396,00 doorgeboekt naar de bankrekening van Dag Mountain. Op 15 juli 2009 werd van de rekening van Dag Mountain een bedrag van € 1.500 opgenomen en € 1.400 geboekt op de rekening van [betrokkene 5] met als omschrijving ‘kosten bemiddeling’. Van de € 467.644,20 die op 17 juli 2009 op de rekening van [betrokkene 4] terecht kwam, is € 44.428,65 overgeboekt naar de rekening van Dag Mountain. Op 17 juli 2009 werd van die rekening in totaal € 4.500 opgenomen in Rotterdam en werd € 8.988,12 overgeboekt naar de rekening van [betrokkene 2]. Naar [ex-vrouw verdachte] (de echtgenote van verdachte) werd een bedrag van € 22.024,55 overgemaakt met als omschrijving ‘Verkoop Audi’.

[betrokkene 4] heeft op 16 oktober 2009 (D-578) verklaard dat hij werd gebeld door een bekende van hem, [betrokkene 5], voor een afspraak. Tijdens de ontmoeting zei [betrokkene 5] dat hij een kennis had met een heel groot bedrijf in de in- export van groente en fruit. Deze kennis had een probleem met zijn rekening en had een zakelijke rekening nodig. Er werd afgesproken dat [betrokkene 4] zijn passen zou afstaan in ruil voor provisie. [betrokkene 4] begreep dat die vriend [bijnaam verdachte] heette. [betrokkene 5] kwam een keer langs in de blauwe Audi A6 van [bijnaam verdachte].

[betrokkene 5] heeft op 21 oktober 2009 verklaard (D-580) dat [bijnaam verdachte] ongeveer 32 jaar is en een Creools uiterlijk heeft. Hij heeft het contact geregeld tussen [bijnaam verdachte] en [betrokkene 4]. Op een gegeven moment kreeg hij van [betrokkene 4] te horen dat het geld op de rekening stond en dat gaf [betrokkene 5] door aan [bijnaam verdachte]. Van [bijnaam verdachte] kreeg hij dan te horen wat er met het geld moest gebeuren. [betrokkene 5] kreeg dan een sms met de bedragen en de rekeningnummers waar het naar toe moest. Hij had hiervoor een telefoon van [bijnaam verdachte] gekregen.

Het hof gaat er van uit dat met [bijnaam verdachte] verdachte wordt bedoeld, gelet op de omschrijving van de auto van [bijnaam verdachte] (namelijk een blauwe Audi A6), de omschrijving van [bijnaam verdachte] (Creools uiterlijk, ongeveer 32 jaar), de verklaring van [betrokkene 5] dat hij heeft bemiddeld tussen [bijnaam verdachte] en [betrokkene 4] en het feit dat via de rekening van Dag Mountain (waarover verdachte toen de beschikking had) € 1.400 is overgemaakt naar de rekening van [betrokkene 5] voor kosten bemiddeling.

Uit het bovenstaande leidt het hof uit dat verdachte een belangrijke rol heeft gespeeld bij het wegsluizen van het door oplichting van Ikea verkregen geld. Het ging daarbij om een totaalbedrag van € 714.085,54.

Het doen van onjuiste belastingaangiften (OPV-8)

Bij de belastingdienst zijn op naam van meer dan 25 BV’s opzettelijk onjuiste belastingaangiften gedaan. Het ging om twee groepen BV’s. Sharvex Vastgoed BV maakte onderdeel uit van de eerste groep. [katvanger] en [betrokkene 6] waren als bestuurder van die BV naar voren geschoven. Voor de aangiften omzetbelasting van april 2009, mei 2009 en juni 2009 van Sharvex BV zijn valselijk opgemaakte kostenfacturen aangetroffen op een datadrager op het verblijfadres van verdachte en op het bedrijfsadres van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. De belastingdienst heeft teruggaven van belastinggelden - nl € 3.905 (AH-039) - van Sharvex overgemaakt naar onder meer de bankrekening van Phoenix Schiedam BV, waarvan verdachte ten tijde van de ontvangst van het belastinggeld, de rekeninghouder was.

De tweede groep bestond uit Phoebster BV (voorheen Abda BV), J.M. van der Beek Advies BV en Scheldeland Holding BV. In de periode tussen 15 april 2010 tot 7 mei 2012 werden in totaal 41 aangiften omzetbelasting ingediend, waarbij € 27.830 aan omzetbelasting werd teruggevraagd. Dit heeft geleid tot een uitbetaling op 17 mei 2011 van € 2.286 aan Ideaal 2100 BV, [postbusnummer], met omschrijving ‘teruggaaf OMZ.B. SCHELDELAND’. Het postbusnummer zou op 16 maart 2010 geopend zijn door [ex-vrouw verdachte] (D-312). [ex-vrouw verdachte] (echtgenote van verdachte) heeft verklaard dat ze niet bekend is met het gebruik van het postbusnummer voor het bedrijf Scheldeland Holding BV (G10-01).

Oplichting Stadsdeel Nieuw West (OPV-5)

Stadsdeel Nieuw West heeft naar aanleiding van vervalste documenten van Ooms Construction BV op 10 en 14 juni 2011 geld overgemaakt naar het gewijzigde bankrekeningnummer. Op 10 juni 2011 werd € 63.706,06 overgemaakt en op 14 juni 2100

€ 1.021,48. Op de valselijk opgemaakte brief van Ooms Construction BV is het nummer [telefoonnummer] vermeld. Met dit nummer heeft de verdachte contact onderhouden met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. Tijdens de doorzoeking van de verblijfplaats van verdachte is een datadrager aangetroffen waarop één van de facturen is vermeld van Ooms Construction BV. Op deze factuur staat nog het juiste bankrekeningnummer vermeld. Op de dag (10 juni 2011) dat Stadsdeel Nieuw West het geld heeft overgemaakt naar de gewijzigde bankrekening - namelijk [rekeningnummer] van J.G.B. BV (AH-33, p. 100723) - wordt er vanaf het IP-adres van [ex-vrouw verdachte] ingelogd op deze bankrekening.

(Poging tot) oplichting van klanten van ADT (OPV-7)

Door meerdere klanten van ADT zijn vervalste facturen met begeleidende brief ontvangen. In deze brief wordt verzocht om de openstaande factuurbedragen over te maken naar bankrekeningnummer [rekeningnummer] ten name van ADT Benelux, in plaats van naar bankrekeningnummer [rekeningnummer] van ADT. Twee klanten, te weten Cofely Nederland NV en Groen & Aldekamp hebben respectievelijk € 10.696,91 en € 19.940 overgemaakt naar bankrekeningnummer [rekeningnummer]. Door ingrijpen van de FIOD is voorkomen dat door nog meer klanten geld werd overgemaakt naar laatst genoemde bankrekening.

De criminele organisatie maakte voor de oplichting gebruik van [betrokkene 8]. Zij werkte op de afdeling Service Billing van ADT en had toegang tot het facturatiesysteem. [betrokkene 8] kreeg een relatie met [betrokkene 7]. [betrokkene 7] is een vriend van verdachte.

[betrokkene 8] is op 21 mei 2012 gehoord door de FIOD (V5-01). Zij heeft onder meer verklaard dat zij [betrokkene 7] heeft verteld dat zij in de schuldsanering zat en dat zij en haar twee kinderen moesten rondkomen van € 600 per maand. [betrokkene 7] zei dat hij haar kon helpen van haar schulden af te komen. Hij had een vriend die wat met facturen deed. Hij noemde die vriend ‘chef’. Als zij een factuur had van boven de € 15.000 dan belde zij [betrokkene 7]. [betrokkene 7] kwam de factuur dan ophalen. Zij had eerst haar bedenkingen, maar [betrokkene 7] had haar verteld dat de mensen die binnen de IKEA zaten en de chef hadden geholpen ook buiten schot waren gebleven. [betrokkene 7] vertelde dat de chef achter de fraude bij de IKEA zat. De facturen zouden aangepast worden door die chef. Zij heeft 33 facturen aan [betrokkene 7] gegeven. Zij heeft [betrokkene 7] ook een stapel blanco factuurpapier van ADT en enveloppen met ADT logo gegeven. Zij heeft 10 jaar met liefde en plezier voor het bedrijf gewerkt. Zij is de dag van het verhoor op staande voet ontslagen.

De facturen die [betrokkene 8] aan [betrokkene 7] verstrekte vertegenwoordigde een totale waarde van

€ 1.699.698,33. Eén van die facturen betrof een bedrag van € 469.491,30 en stond op naam van Ceva Logistics Netherlands BV. Op 27 april 2012 heeft verdachte naar dit bedrijf gebeld en zich voorgedaan als [betrokkene 9]. In dat telefoongesprek kondigde hij de wijziging van de bankrekening aan. Hij spreekt met [betrokkene 10]. Hij vertelt haar dat ADT in een reorganisatie zit en dat aan alle klanten in de Benelux wordt verzocht om naar het ABN rekeningnummer te betalen. Hij verzoekt [betrokkene 10] om de factuur op ABN Amrobankrekening [rekeningnummer] ter attentie van ADT Benelux te betalen. Door ingrijpen van de FIOD is voorkomen dat het bedrag daadwerkelijk naar de verkeerde rekening werd overgemaakt.

D-642 ¼ betreft een brief aan CEVA Logistics d.d. 27 april 2012 gericht aan mevrouw [betrokkene 10] en waarin gerefereerd wordt aan het telefonisch onderhoud en waarin wordt verzocht om alle openstaande facturen over te maken naar het nieuwe bankrekeningnummer van ADT Benelux. Voor vragen kan zij bellen met [telefoonnummer]. Onder de brief staat als naam [betrokkene 9] (Financial Accountmanager).

Op 10 april 2012 belt [medeverdachte 2] naar [betrokkene 11] en vraagt om een e-mail te sturen naar de bank waarin een aanvulling op de rekening wordt vermeld. De wijziging bestaat uit een aanvulling met de naam ‘ADT Benelux’. [medeverdachte 2] heeft het over een stichting die aan liquidatiebeheer doet.

Op 12 april 2012 belt verdachte naar [medeverdachte 2]. Verdachte zegt dat hij een KV van dit Stig moet hebben. [medeverdachte 2] zegt: een uittreksel. Verdachte zegt ja. [medeverdachte 2] zegt dat hij die niet heeft. Verdachte vraagt [medeverdachte 2] om de gegevens, zodat verdachte deze zelf kan maken.

Op 25 april 2012 belt [verdachte] naar [betrokkene 7] en zegt dat ze een probleem hebben, omdat die 800 het niet meer doet. Dezelfde dag belt [verdachte] met [medeverdachte 2] en zegt dat die 800 het niet doet. [verdachte] heeft alles al verstuurd en als ze vragen hebben dan gaan ze daar naar toe. Op 26 april 2012 logt [verdachte] in op de website van MTTM.nl. Volgens het internet is MTTM een telecomaanbieder die aan ondernemers diensten aanbiedt op het gebied van telefonische bereikbaarheid en 0800 nummers.

Op 26 april 2012 is via het telefoonnummer van [verdachte] ingelogd op de website van MTTM. De volgende gegevens zijn zichtbaar geworden:

  • -

    Contactgegeven van Stichting Liquidatiebeheer.

  • -

    Onder contactpersonen staat het emailadres: [emailadres].

Cofely heeft na ontvangst van de vervalste factuur met gewijzigde bankrekening en de e-mail van [betrokkene 9] betreffende een wijziging bankrekening, het rekeningnummer in haar leveranciersbestand gewijzigd. Als gevolg daarvan is een bedrag van een factuur, die op dat moment vervallen was op het gewijzigde bankrekeningnummer gestort. Op het rekeningoverzicht van Stichting Liquidatiebeheer van 30 april 2012 staat dat door Cofely Noord € 10.696.91 is overgemaakt.

Na telefonisch overleg met de FIOD heeft de ABN Amrobank op 26 april 2012 een blokkering op rekeningnummer [rekeningnummer] ingesteld. Op 28 april 2012 is bij een geldautomaat in Oldenzaal ingelogd op deze bankrekening. Vijf minuten na dit inloggen belt [verdachte] met [medeverdachte 2]. [verdachte] verzoekt [medeverdachte 2] om de kat naar de bank te sturen om de blokkade op te laten heffen.

Overweging hof

Uit het bovenstaande blijkt dat de betrokkenheid van verdachte bij de strafbare feiten veel verder ging dan het aanleveren van templates. In (in ieder geval) een aantal gevallen was verdachte zelf (in vergaande mate) betrokken bij de oplichting van de bedrijven. Bovendien speelde verdachte een belangrijke rol bij het wegsluizen van het geld. Verdachte beschikte zelf (feitelijk) over bankrekeningen waarop het door oplichting verkregen geld terecht kwam en regelde katvangers. Gelet op de belangrijke rol van de verdachte binnen de criminele organisatie kan het niet anders zijn dan dat een groot deel van het door oplichting verkregen geld bij verdachte is terecht gekomen.

Verzoek verdediging

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep bij pleidooi opnieuw verzocht om onderzoek te laten doen bij de provider(s) naar de historie, frequentie en inhoud van e-mailverkeer tussen verdachte enerzijds en medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] anderzijds.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Wat er ook zij van hetgeen uit het rechtshulpverzoek zal komen, zoals reeds overwogen, volgt uit bovenstaande zonder enige twijfel dat de betrokkenheid van verdachte bij de strafbare feiten veel verder ging dan het in opdracht van anderen aanleveren van templates. Bovengenoemd bewijs staat los van de uitkomst van het rechtshulpverzoek en zal dus ook niet minder belastend voor de verdachte worden door die uitkomst. Gelet hierop ziet het hof geen noodzaak tot het laten verrichten van nader onderzoek naar de inhoud van de e-mailboxen en wijst het hof het verzoek van de raadsman af.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het in de zaak met parketnummer 16-990302-12 onder 1 en 2 primair en in de zaak met parketnummer 16-992002-13 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Parketnummer 16/990302-12

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 december 2008 tot en met 2 mei 2012 te Amersfoort en/of Rijswijk en/of Baarn en/of 's-Hertogenbosch en/of Spijkenisse en/of Amsterdam en/of Rotterdam en/of Scheveningen en/of Utrecht en/of Nijmegen en/of Zandvoort, althans in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband met [medeverdachte 1] en/of [katvanger] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer andere (rechts)personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van de volgende misdrijven:

- (gewoonte)witwassen, strafbaar gesteld bij artikel 420bis/ter van het Wetboek

van Strafrecht en/of

- valsheid in geschrifte, strafbaar gesteld bij artikel 225 van het Wetboek van

Strafrecht en/of

- oplichting, strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

- diefstal (door middel van een valse sleutel), strafbaar gesteld bij artikel

311 (lid 1 sub 5) van het Wetboek van Strafrecht en/of

- het opzettelijk doen van onjuiste belastingaangiften, strafbaar gesteld bij

het artikel 69 Algemene wet inzake Rijksbelastingen.

2

primair:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2008 tot en met 2 mei 2012 te Amersfoort en/of Rijswijk en/of Baarn en/of 's-Hertogenbosch en/of Spijkenisse en/of Amsterdam en/of Rotterdam en/of Scheveningen en/of Utrecht en/of Nijmegen en/of Zandvoort, althans in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en),

(telkens) van het plegen van witwassen een gewoonte gemaakt, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededaders, (telkens) (een) voorwerp(en), te weten een of meer geldbedrag(en), tot een totaal bedrag van (ongeveer) Euro 1.391.048,18 te weten (onder meer)

1) Euro 130.804,07 (OPV-1) en/of

2) Euro 39.669,84 en/of Euro 240.144,03 (OPV-2) en/of

3) Euro 88.064,25 en/of Euro 16.310 (OPV-3) en/of

4) Euro 63.706.06 en/of Euro 1.021,48 (OPV-5) en/of

5) Euro 246.441,34 en/of Euro 467.664,20 en/of Euro 283.824,84 (OPV-0 en AH-71 en/of

6) Euro 10.696,91 (OPV-7) en/of

7) Euro 8.902 en/of Euro 3.905 en/of Euro 66.638 en/of Euro 4.815 en/of

Euro 2.286 (OPV-8),

voorhanden gehad en/of verworven en/of omgezet en/of overgedragen en/of

daarvan gebruik gemaakt,

terwijl, verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) wist(en) dat dat/die

voorwerp(en)/geldbedrag(en) (geheel of gedeeltelijk) onmiddellijk of

middellijk afkomstig was/waren uit misdrijf.

Parketnummer 16/992002-13

1.

hij op of omstreeks 07 mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, alleen,

althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en), een wapen van categorie

III onder 1, te weten een pistool (merk Umarex, model Smith & Weston 1911,

kaliber 9 mm knall, serienummer D080680160), (welke bestemd is om stoffen

door een loop af te schieten en/of welke werking berust op het teweeg brengen

van een scheikundige ontploffing), voorhanden heeft gehad.

2.

hij op of omstreeks 07 mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, alleen,

althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en), munitie van categorie

III, te weten drie, in elk geval een of meer patro(o)n(en) (merk Sellier &

Bellot, kaliber 6,35 mm, model projectiel volmantel), voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 16-990302-12 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Het in de zaak met parketnummer 16-990302-12 onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

Het in de zaak met parketnummer 16-992002-13 onder 1 en 2 bewezen verklaarde levert op:

telkens:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk.

De meervoudige strafkamer in de rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk.

De advocaat-generaal heeft oplegging van eenzelfde straf gevorderd.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Bij de straf heeft het hof zich laten leiden door de strafdoeleinden, namelijk vergelding, de generale en speciale preventie.

Bij de vergelding gaat het om de ernst van de bewezen verklaarde feiten. Bewezen is verklaard dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, dat hij grote bedragen heeft witgewassen en dat hij in strijd heeft gehandeld met de Wet Wapens en Munitie.

Bij het bepalen van de ernst van de feiten, heeft het hof (voor zover het gaat om de deelname aan de criminele organisatie en het witwassen) gelet op met name de volgende factoren:

  • -

    De hoogte van het nadeelbedrag;

  • -

    De duur van de periode waarin strafbare feiten werden gepleegd;

  • -

    De rol van de verdachte binnen de criminele organisatie;

  • -

    De inktvlekwerking van de criminele organisatie;

  • -

    De mate waarin getracht is de opheldering van de feiten te bemoeilijken.

Ten aanzien van eerste twee factoren geldt dat in de periode december 2008 tot mei 2012 personen en bedrijven zijn benadeeld voor een bedrag van ongeveer 1,3 miljoen euro. Daarnaast is getracht nog meer mensen en/of bedrijven op te lichten voor eveneens hoge bedragen. De geleden schade is op geen enkele wijze (door een of meer leden) van de criminele organisatie vergoed. Verdachte had binnen de organisatie een prominente rol. Hij is bij een groot aantal oplichtingen en pogingen daartoe betrokken geweest en had een belangrijk aandeel in het wegsluizen van het geld via allerlei BV’s.

Er is op vergaande wijze (onder meer door verdachte) getracht te voorkomen dat de feiten zouden worden opgehelderd en de deelnemers van de organisatie konden worden getraceerd. De criminele organisatie maakte op grote schaal gebruik van BV’s die ingezet werden om het verkregen geld weg te sluizen en het zicht op de eindbestemming weg te nemen. Deze BV’s werden veelal op naam gezet van zogenaamde katvangers. Dit zijn mensen die vaak vanwege de problematische situatie waarin zij verkeren bereid zijn één of meer BV’s op hun naam te zetten in verband met de (kleine) vergoeding die zij hiervoor krijgen, maar die door hun aansprakelijkheid voor de schulden van de BV’s nog verder in de problemen kunnen komen. Ook is gebruik gemaakt van bankrekeningen van mensen die wel traceerbaar zijn en die daardoor in de financiële problemen zijn geraakt of konden raken. Verder had de organisatie mensen nodig die bereid waren facturen van of aan hun bedrijven te verstrekken aan de organisatie. De mist die door organisatie was gecreëerd heeft er toe geleid dat het onderzoek door de FIOD tijdrovend en dus veel (belasting)geld heeft gekost. Een dergelijk tijdrovend onderzoek leidt er verder toe dat de FIOD andere onderzoeken moet laten liggen en er dus minder fraudegevallen kunnen worden opgehelderd. Ook dit is schadelijk voor de maatschappij. De gecreëerde mist heeft er verder toe geleid dat, ondanks het uitgebreide onderzoek van de FIOD, lang niet alles is opgehelderd. Zo is geen (volledig) zicht gekregen op de eindbestemming van het door oplichting verkregen geld en op alle deelnemers van de organisatie en mogelijk zelfs op nog meer slachtoffers. De geraffineerde wijze waarop de strafbare feiten werden gepleegd vormt voor het hof een zwaarwegende factor bij het bepalen van de straf.

Ten aanzien van de generale preventie is van belang dat het anderen duidelijk moet zijn dat hoge straffen staan op hetgeen is bewezen verklaard en op de wijze waarop getracht is de opheldering van de feiten en de traceerbaarheid van de daders te voorkomen.

Ten aanzien van de speciale preventie geldt dat verdachte weliswaar niet eerder is veroordeeld, maar zich gedurende lange tijd heeft bezig gehouden met criminele praktijken. Op geen enkele wijze heeft verdachte laten blijken dat hij de verantwoordelijkheid daarvoor neemt of spijt heeft van zijn handelen. Een hoge onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient verdachte er van te doordringen dat hij zijn leven van list en bedrog een andere wending dient te geven.

Het hof is van oordeel dat de door de rechtbank opgelegde en de door de advocaat-generaal geëiste straf – namelijk een gevangenisstraf van 28 maanden waarvan 4 voorwaardelijk – onvoldoende recht doet aan de strafdoeleinden. Het hof zal verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van drie jaar.

De beslissing omtrent het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt afzonderlijk geminuteerd.

Vordering van de benadeelde partij Ikea Nederland

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 714.105,--. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 283.824,84. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 16-990302-12 onder 1, 2 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij Max Bögl Noord/Zuidlijn

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 297.813,87. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep geheel toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 16-990302-12 onder 1, 2 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij Rabobank

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 104.374,25. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 16-990302-12 onder 1, 2 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Het hof merkt hierbij in het bijzonder op dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen de door de Rabobank ontvangen valse facturen en het als gevolg van die valse facturen betalen van € 88.064,25 en € 16.310 op de rekening van een door de criminele organisatie gebruikte BV.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 47, 57, 140 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Wijst af het verzoek van de raadsman tot het (laten) verrichten van nader onderzoek.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 16-990302-12 onder 1 en 2 primair en in de zaak met parketnummer 16-992002-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 16-990302-12 onder 1 en 2 primair en in de zaak met parketnummer 16-992002-13 onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij Ikea Nederland

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Ikea Nederland ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-990302-12 onder 1, 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 714.105,-- (zevenhonderdveertienduizend honderdvijf euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op

13.870,42 (dertienduizend achthonderdzeventig euro en tweeënveertig cent).

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd Ikea Nederland, een bedrag te betalen van € 714.105,-- (zevenhonderdveertienduizend honderdvijf euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door

234 (tweehonderdvierendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij Max Bögl Noord/Zuidlijn

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Max Bögl Noord/Zuidlijn ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-990302-12 onder 1, 2 primair en in de zaak met parketnummer 16-992002-13 onder 1 en 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 297.813,87 (tweehonderdzevenennegentigduizend achthonderddertien euro en zevenentachtig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op

7.500,-- (zevenduizend vijfhonderd euro).

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd Max Bögl Noord/Zuidlijn, een bedrag te betalen van € 297.813,87 (tweehonderdzevenennegentigduizend achthonderddertien euro en zevenentachtig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 97 (zevenennegentig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij Rabobank

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Rabobank ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-990302-12 onder 1, 2 primair en in de zaak met parketnummer 16-992002-13 onder 1 en 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van

€ 104.374,25 (honderdvierduizend driehonderdvierenzeventig euro en vijfentwintig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd Rabobank, een bedrag te betalen van € 104.374,25 (honderdvierduizend driehonderdvierenzeventig euro en vijfentwintig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 34 (vierendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Heft op het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het moment dat dit arrest onherroepelijk wordt.

Aldus gewezen door

mr R. de Groot, voorzitter,

mr J.D. den Hartog en mr. M.C. Fuhler, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr E.C.M. Steeghs, griffier,

en op 11 juli 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr M.C. Fuhler is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.