Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:4279

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-05-2014
Datum publicatie
10-06-2014
Zaaknummer
21-002819-12
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZUT:2012:BX1347, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afgesproken vechtpartij tussen twee personen op 4 juni 2011 in Doetinchem die is uitgemond in openlijke geweldpleging door meerdere personen, waarbij één persoon door een pistoolschot in zijn voorhoofd werd getroffen. Hij raakte zwaar gewond maar heeft het overleefd. Het hof veroordeelt de verdachte wegens openlijke geweldpleging tot een werkstraf van 80 uren. Het hof acht niet bewezen dat de verdachte wist dat iemand een vuurwapen had meegebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002819-12

Uitspraak d.d.: 22 mei 2014

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zutphen van

12 juni 2012 met parketnummer 06-851094-11 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Joegoslavië) op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 29 april 2014 en 1 mei 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr J.B. Boone, naar voren is gebracht.

Omvang hoger beroep

De vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] zijn bij vonnis waarvan beroep niet toegewezen. Deze benadeelde partijen hebben zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Daarom zijn die vorderingen niet aan het oordeel van het hof onderworpen.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 4 juni 2011, te Doetinchem, althans in Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Tweede Loolaan en/of op (het voor het publiek opengestelde) Landgoed Hagen (achter het Slingeland Ziekenhuis), in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen:

[betrokkene 1], [betrokkene 2], [benadeelde 1], [benadeelde 2], en/of [betrokkene 3],

welk geweld bestond uit:

het meermalen, althans eenmaal, slaan en/of stompen en/of (met geschoeide voet) schoppen en/of trappen en/of trekken en/of duwen van die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [benadeelde 1] en/of die [betrokkene 3], en/of het trekken en/of tonen en/of in de lucht houden en/of in de richting houden van (en/of richten op) één of meer vuurwapen(s), althans één of meer op (vuur)wapen(s) gelijkende voorwerp(en), aan die [betrokkene 3] en/of die [betrokkene 1], die [betrokkene 2] en/of die [benadeelde 1] en/of die [benadeelde 2].

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

De advocaat-generaal heeft gerequireerd tot bewezenverklaring.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde. Daartoe heeft zij het volgende aangevoerd. Deze zaak is gebaseerd op het scenario dat [betrokkene 4] en [betrokkene 1] hadden afgesproken om met elkaar te gaan vechten, maar het staat geenszins vast dat die afspraak is gemaakt. [betrokkene 4] en verdachte wilden het conflict met [betrokkene 1] uitpraten. Op het moment dat verdachte op “de bult” kwam, zag hij dat [betrokkene 4] onmiddellijk werd aangevallen door [betrokkene 1]. Het enige dat verdachte heeft gedaan, is [betrokkene 4] tegen [betrokkene 1] beschermen. Verdachte had het recht om dat te doen.

Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Uit de inhoud van die bewijsmiddelen leidt het hof af dat [betrokkene 4] en [betrokkene 1] hadden afgesproken om met elkaar te gaan vechten en dat de anderen -onder wie verdachte- daarvan op de hoogte waren, in elk geval op het moment dat zij bovenop “de bult” aanwezig waren. Er is namelijk bewust gekozen voor een locatie zonder camera’s, er zijn scheidsrechters aangesteld, er zijn regels met betrekking tot het gevecht afgesproken en [betrokkene 1] en [betrokkene 4] zijn gefouilleerd. Op een gegeven moment heeft [betrokkene 4] zich niet aan de regels van het gevecht gehouden door [betrokkene 1] te bijten en zijn de anderen zich met het gevecht gaan bemoeien, waardoor een vechtpartij is ontstaan tussen de groep van [betrokkene 4] en de groep van [betrokkene 1]. Daarbij werd er over en weer geslagen, geschopt, geduwd en getrokken. Verdachte heeft aan deze vechtpartij meegedaan. Zo volgt uit de verklaring van [benadeelde 1] dat verdachte hem heeft aangevallen. Naar het oordeel van het hof heeft verdachte aldus een significante bijdrage geleverd aan het geweld dat door de groep van [betrokkene 4] is gepleegd tegen personen van de groep van [betrokkene 1]. Anders dan de raadsman heeft betoogd, stond verdachte niet in zijn recht. [betrokkene 4] heeft zich immers bewust in de situatie gebracht dat hij “aangerand” zou worden door [betrokkene 1] en ook verdachte heeft zelf de confrontatie opgezocht.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 4 juni 2011, te Doetinchem, althans in Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Tweede Loolaan en/of op (het voor het publiek opengestelde) Landgoed Hagen (achter het Slingeland Ziekenhuis), in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen:

[betrokkene 1], [betrokkene 2], [benadeelde 1], [benadeelde 2], en/of [betrokkene 3],

welk geweld bestond uit:

het meermalen, althans eenmaal, slaan en/of stompen en/of (met geschoeide voet) schoppen en/of trappen en/of trekken en/of duwen van die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [benadeelde 1] en/of die [betrokkene 3], en/of het trekken en/of tonen en/of in de lucht houden en/of in de richting houden van (en/of richten op) één of meer vuurwapen(s), althans één of meer op (vuur)wapen(s) gelijkende voorwerp(en), aan die [betrokkene 3] en/of die [betrokkene 1], die [betrokkene 2] en/of die [benadeelde 1] en/of die [benadeelde 2].

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. In het bijzonder acht het hof niet bewezen dat verdachte wist dat er een vuurwapen was meegenomen naar het gevecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezen verklaarde levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft in eerste aanleg gevorderd dat verdachte ter zake van het bewezen verklaarde wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 160 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De rechtbank heeft verdachte ter zake van dit feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep gevorderd dat verdachte ter zake van dit feit wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 160 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De verdediging heeft, indien het hof tot een bewezenverklaring komt, bepleit verdachte een geldboete op te leggen. Daartoe heeft zij aangevoerd dat verdachte voor zijn werk een Verklaring omtrent het gedrag (VOG) nodig heeft en dat de afgifte daarvan mogelijk wordt geweigerd als verdachte tot een andere straf dan een geldboete wordt veroordeeld.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte is meegegaan naar een afgesproken gevecht tussen zijn broer [betrokkene 4] en [betrokkene 1], dat plaatsvond op landgoed Hagen te Doetinchem. Dit tweegevecht is uitgemond in een groepsgevecht, waaraan verdachte heeft deelgenomen.

Vanwege de ernst van het feit acht het hof oplegging van een geldboete niet aangewezen, óók niet als daarbij verdachtes belang bij een VOG wordt meegewogen. Anders dan de advocaat-generaal ziet het hof geen reden om verdachte een hogere werkstraf op te leggen dan de medeverdachten die ter zake van openlijke geweldpleging zijn veroordeeld. In het bijzonder gelet op het eigen aandeel dat de slachtoffers in het geheel hebben gehad en het tijdsverloop sinds het feit kan naar het oordeel van het hof worden volstaan met een werkstraf voor de duur van 80 uren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Stelt vast dat in hoger beroep niet aan het oordeel van het hof onderworpen is de beslissing, gegeven op de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2].

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr R. van den Heuvel en mr C. Caminada, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr K.A.M. Oude Vrielink, griffier,

en op 22 mei 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.