Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:4278

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-05-2014
Datum publicatie
10-06-2014
Zaaknummer
21-002820-12
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZUT:2012:BX1336, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afgesproken vechtpartij tussen twee personen op 4 juni 2011 in Doetinchem die is uitgemond in openlijke geweldpleging door meerdere personen, waarbij één persoon door een pistoolschot in zijn voorhoofd werd getroffen. Hij raakte zwaar gewond maar heeft het overleefd. Het hof veroordeelt de verdachte wegens mishandeling en openlijke geweldpleging tot een werkstraf van 120 uren. Het hof acht niet bewezen dat de verdachte wist dat iemand een vuurwapen had meegebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002820-12

Uitspraak d.d.: 22 mei 2014

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zutphen van

12 juni 2012 met parketnummer 06-950538-11 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Joegoslavië) op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 29 april 2014 en 1 mei 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr J.B. Boone, naar voren is gebracht.

Omvang hoger beroep

De vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] zijn bij vonnis waarvan beroep niet toegewezen. Deze benadeelde partijen hebben zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Daarom zijn die vorderingen niet aan het oordeel van het hof onderworpen.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen omdat het met betrekking tot het onder 1 tenlastegelegde tot een andere bewijsbeslissing komt. Voorts komt het tot een andere strafoplegging. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1 primair:
hij op of omstreeks 4 juni 2011 te Doetinchem, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [betrokkene 1], opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

die [betrokkene 1] getroffen op de door hen afgesproken plaats (te weten: Landgoed Hagen) en/of tijd, en/of

met die [betrokkene 1] afgesproken om te vechten (totdat een van hen knock-out zou gaan, althans zijn bewustzijn zou verliezen en/of (fysiek) niet meer overeind zou kunnen komen en/of niet verder zou kunnen vechten) en/of

(vervolgens) met die [betrokkene 1] gaan vechten en/of

(daarbij) die [betrokkene 1] meermalen, althans éénmaal, (met kracht) (met geschoeide voet) geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen in en/of tegen en/of op de rug en/of de hand(en) en/of de arm(en), en/of elders in en/of op en/of tegen het lichaam van die [betrokkene 1], en/of die [betrokkene 1] één of meermalen in en/of op de rug en/of de hand(en) en/of de arm(en) en/of elders in en/of op en/of tegen het lichaam gebeten en/of

met die [betrokkene 1] geworsteld en/of die [betrokkene 1] aan de armen en/of de benen en/of elders aan het lichaam en/of aan de kleding getrokken, en/of die [betrokkene 1] meermalen, althans éénmaal, naar de grond gewerkt en/of ten val heeft gebracht en/of (daarbij) een houdgreep aangelegd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

1 subsidiair:
hij op of omstreeks 4 juni 2011 te Doetinchem, althans in Nederland, opzettelijk mishandelend (met die) [betrokkene 1]

-meermalen, althans éénmaal, (met kracht) (met geschoeide voet) heeft geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen in en/of tegen en/of op de rug en/of de hand(en) en/of de arm(en), en/of elders in en/of op en/of tegen het lichaam, en/of

- meermalen, althans éénmaal (met kracht) die [betrokkene 1] in en/of op de rug en/of de hand(en) en/of de arm(en) en/of elders in en/of op en/of tegen het lichaam heeft gebeten, en/of

- heeft geworsteld en/of die [betrokkene 1] aan de armen en/of de benen en/of elders aan het lichaam en/of aan de kleding heeft getrokken, en/of die [betrokkene 1] meermalen, althans éénmaal, naar de grond heeft gewerkt en/of ten val heeft gebracht en/of (daarbij) een houdgreep heeft aangelegd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

2:
hij op of omstreeks 4 juni 2011, te Doetinchem, althans in Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Tweede Loolaan en/of op (het voor het publiek opengestelde) Landgoed Hagen (achter het Slingeland Ziekenhuis), in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen:

[betrokkene 1], [betrokkene 2], [benadeelde 1], [benadeelde 2], en/of [betrokkene 3],

welk geweld bestond uit:

het meermalen, althans eenmaal, slaan en/of stompen en/of (met geschoeide voet) schoppen en/of trappen en/of trekken en/of duwen van die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [benadeelde 1] en/of die [betrokkene 3], en/of het trekken en/of tonen en/of in de lucht houden en/of in de richting houden van (en/of richten op) één of meer vuurwapen(s), althans één of meer op (vuur)wapen(s) gelijkende voorwerp(en), aan die [betrokkene 3] en/of die [betrokkene 1], die [betrokkene 2] en/of die [benadeelde 1] en/of die [benadeelde 2].

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak feit 1 primair

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. In het bijzonder overweegt het hof daartoe het volgende.

Uit de inhoud van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen volgt dat verdachte en [betrokkene 1] hadden afgesproken om met elkaar te gaan vechten. Voorafgaande aan het gevecht zijn regels afgesproken, zijn scheidsrechters aangesteld en zijn verdachte en [betrokkene 1] gefouilleerd. De regels waren erop gericht om het gevecht tussen verdachte en [betrokkene 1] niet uit de hand te laten lopen: zo was bijten niet toegestaan en mocht alleen met de blote handen worden gevochten. Ook het fouilleren en het aanstellen van scheidsrechters was daarop gericht. Verdachte en [betrokkene 1] hebben vervolgens met elkaar geworsteld, waarbij zij aan elkaar hebben getrokken en elkaar hebben geslagen/gestompt en geschopt/getrapt. Verdachte heeft ontkend opzet te hebben gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Naar het oordeel van het hof zijn de genoemde geweldshandelingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm niet gericht op het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel. Gelet op de omstandigheden waaronder het gevecht heeft plaatsgevonden en de verrichte geweldshandelingen acht het hof niet bewezen dat verdachte opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Het enkele feit dat afgesproken was dat het gevecht zou stoppen bij een knock-out doet daaraan niet af. Een knock-out levert, zelfs in de betekenis van verlies van het bewustzijn, niet noodzakelijkerwijs zwaar lichamelijk letsel op.

Bewijsoverweging feiten 1 subsidiair en 2

De verdediging heeft betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde dan wel dat hij ter zake van deze feiten dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Daartoe heeft zij het volgende aangevoerd. Deze zaak is gebaseerd op het scenario dat verdachte en [betrokkene 1] hadden afgesproken om met elkaar te gaan vechten, maar het staat geenszins vast dat die afspraak is gemaakt. Verdachte wilde het conflict met [betrokkene 1] uitpraten. Zodra verdachte op “de bult” kwam, werd hij evenwel aangevallen door [betrokkene 1]. Er was sprake van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van zijn lijf, waartegen hij zich mocht verdedigen. De groep van verdachte werd vervolgens onverhoeds aangevallen door de groep van [betrokkene 1]. Van openlijke geweldpleging is daarom geen sprake.

Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Uit de inhoud van die bewijsmiddelen volgt dat verdachte en [betrokkene 1] hadden afgesproken om met elkaar te gaan vechten en dat de anderen daarvan op de hoogte waren, in elk geval op het moment dat zij bovenop “de bult” aanwezig waren. Er is immers bewust gekozen voor een locatie zonder camera’s, er zijn scheidsrechters aangesteld, er zijn regels met betrekking tot het gevecht afgesproken en [betrokkene 1] en verdachte zijn gefouilleerd. Op een gegeven moment heeft verdachte zich niet aan de regels van het gevecht gehouden door [betrokkene 1] te bijten en zijn de anderen zich met het gevecht gaan bemoeien, waardoor een vechtpartij is ontstaan tussen de groep van verdachte en de groep van [betrokkene 1]. Daarbij werd er over en weer geslagen, geschopt, geduwd en getrokken. Verdachte heeft aan deze vechtpartij meegedaan. Zo volgt uit de verklaring van [benadeelde 1] dat verdachte hem heeft aangevallen. Naar het oordeel van het hof heeft verdachte aldus een significante bijdrage geleverd aan het geweld dat door zijn groep is gepleegd tegen personen van de groep van [betrokkene 1]. Gelet op de initiërende rol van verdachte in het geheel komt hem geen beroep op noodweer(exces) toe. Hij heeft zich immers bewust in de situatie gebracht dat hij “aangerand” zou worden door [betrokkene 1] en/of anderen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1 subsidiair:

hij op of omstreeks 4 juni 2011 te Doetinchem, althans in Nederland, opzettelijk mishandelend (met die) [betrokkene 1]

-meermalen, althans éénmaal, (met kracht) (met geschoeide voet) heeft geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen in en/of tegen en/of op de rug en/of de hand(en) en/of de arm(en), en/of elders in en/of op en/of tegen het lichaam, en/of

- meermalen, althans éénmaal (met kracht) die [betrokkene 1] in en/of op de rug en/of de hand(en) en/of de arm(en) en/of elders in en/of op en/of tegen het lichaam heeft gebeten, en/of

- heeft geworsteld en/of die [betrokkene 1] aan de armen en/of de benen en/of elders aan het lichaam en/of aan de kleding heeft getrokken, en/of die [betrokkene 1] meermalen, althans éénmaal, naar de grond heeft gewerkt en/of ten val heeft gebracht en/of (daarbij) een houdgreep heeft aangelegd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.


2:

hij op of omstreeks 4 juni 2011, te Doetinchem, althans in Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Tweede Loolaan en/of op (het voor het publiek opengestelde) Landgoed Hagen (achter het Slingeland Ziekenhuis), in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen:

[betrokkene 1], [betrokkene 2], [benadeelde 1], [benadeelde 2], en/of [betrokkene 3],

welk geweld bestond uit:

het meermalen, althans eenmaal, slaan en/of stompen en/of (met geschoeide voet) schoppen en/of trappen en/of trekken en/of duwen van die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [benadeelde 1] en/of die [betrokkene 3], en/of het trekken en/of tonen en/of in de lucht houden en/of in de richting houden van (en/of richten op) één of meerdere vuurwapen(s), althans één of meer op (vuur)wapen(s) gelijkende voorwerp(en), aan die [betrokkene 3] en/of die [betrokkene 1], die [betrokkene 2] en/of die [benadeelde 1] en/of die [benadeelde 2].

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. In het bijzonder acht het hof niet bewezen dat verdachte wist dat er een vuurwapen was meegenomen naar het gevecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Beroep op noodweer(exces)

Zoals hiervoor overwogen, faalt het beroep op noodweer(exces) vanwege de initiërende rol van verdachte in het geheel.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft in eerste aanleg gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 200 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren en een aantal bijzondere voorwaarden.

De rechtbank heeft verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep gevorderd dat verdachte ter zake van dezelfde feiten wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 200 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren. Anders dan de officier van justitie ziet de advocaat-generaal geen aanleiding om aan de voorwaardelijke gevangenisstraf bijzondere voorwaarden te verbinden.

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft met [betrokkene 1] afgesproken om een conflict tussen hen uit te vechten. Door zowel verdachte als [betrokkene 1] zijn verscheidene mensen meegenomen naar het gevecht, dat plaatsvond op landgoed Hagen te Doetinchem. Het afgesproken tweegevecht is uitgemond in een groepsgevecht, waaraan verdachte ook heeft deelgenomen. Tijdens dat groepsgevecht is een vuurwapen afgegaan. [betrokkene 3] is door een kogel in zijn voorhoofd geraakt, met als gevolg dat hij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het hof rekent het verdachte aan dat hij een tweegevecht heeft gearrangeerd, welk gevecht vervolgens mede door zijn handelen is geëscaleerd. Verdachte kan evenwel niet worden verweten dat [betrokkene 3] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Ten nadele van verdachte weegt het hof mee dat hij al eerder, te weten slechts één maand voor het tenlastegelegde, is veroordeeld wegens openlijke geweldpleging. Ten voordele van verdachte houdt het hof rekening met het eigen aandeel dat de slachtoffers in het geheel hebben gehad en het tijdsverloop. Alles afwegende, acht het hof oplegging van een werkstraf voor de duur van 120 uren passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 57, 63, 141 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Stelt vast dat in hoger beroep niet aan het oordeel van het hof onderworpen is de beslissing, gegeven op de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2].

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr R. van den Heuvel en mr C. Caminada, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr K.A.M. Oude Vrielink, griffier,

en op 22 mei 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.