Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:4277

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-05-2014
Datum publicatie
10-06-2014
Zaaknummer
21-002758-12
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZUT:2012:BW9406, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afgesproken vechtpartij tussen twee personen op 4 juni 2011 in Doetinchem die is uitgemond in openlijke geweldpleging door meerdere personen, waarbij één persoon door een pistoolschot in zijn voorhoofd werd getroffen. Hij raakte zwaar gewond maar heeft het overleefd. Het hof veroordeelt de verdachte wegens openlijke geweldpleging en verboden wapenbezit tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002758-12

Uitspraak d.d.: 22 mei 2014

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zutphen van

12 juni 2012 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 06-940253-11 en 06-850687-11, tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Joegoslavië) op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 29 april 2014 en 1 mei 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr J.B. Boone, naar voren is gebracht.

Omvang hoger beroep

De vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1], [benadeelde 2] en [benadeelde 3] zijn bij vonnis waarvan beroep niet toegewezen. Deze benadeelde partijen hebben zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Daarom zijn die vorderingen niet aan het oordeel van het hof onderworpen.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen omdat het met betrekking tot het onder parketnummer 06-940253-11 onder 2 tenlastegelegde tot een andere bewijsbeslissing komt. Voorts komt het hof tot een andere strafoplegging. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na aanpassing van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 06-940253-11:

1

primair:

hij op of omstreeks 4 juni 2011, te Doetinchem, althans in Nederland,

met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Tweede Loolaan

en/of op (het voor het publiek opengestelde) Landgoed Hagen (achter het Slingeland

Ziekenhuis), in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het

publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd

tegen:

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 1],

welk geweld bestond uit het

-slaan en/of stompen en/of (met geschoeide voet) trappen en/of schoppen en/of

trekken en/of duwen tegen en/of op het/de hoofd(en) en/of het/de licha(a)m(en) van

die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [benadeelde 2] en/of die [benadeelde 3] en/of die [benadeelde 1], en/of

-naar de grond werken van die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [benadeelde 2] en/of die

[benadeelde 3] en/of die [benadeelde 1], en/of

-in het bijzijn van en/of zichtbaar voor die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [benadeelde 2]

en/of die [benadeelde 3] en/of die [benadeelde 1] en/of (een) (overige) aanwezige perso(o)n(en), pakken

van een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, uit een

tas(je) en/of vanachter verdachtes broeksband en/of uit verdachtes kleding te

voorschijn halen, en/of

- tonen aan en/of zichtbaar in de lucht houden van dat (vuur)wapen voor en/of in de

nabijheid houden van dat (vuur)wapen, van die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die

[benadeelde 2] en/of die [benadeelde 3] en/of die [benadeelde 1] en/of (een) overige aanwezige perso(o)n(en)

en/of

- (zichtbaar voor andere perso(o)n(en)) doorladen van dat (vuur)wapen, althans één

of meer handelingen verrichten met dat (vuur)wapen, (teneinde dit gebruiks/schiet gereed te maken) en/of

- richten van dat (vuur)wapen op die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [benadeelde 2] en/of

die [benadeelde 3] en/of die [benadeelde 1] en/of (een) overige aanwezige perso(o)n(en);

1

subsidiair:

hij op of omstreeks 4 juni 2011 in de gemeente Doetinchem, althans in

Nederland,

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [benadeelde 2] en/of M [benadeelde 3] en/of [benadeelde 1], heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans

met zware mishandeling,

door het opzettelijk dreigend

- in het bijzijn van en/of zichtbaar voor die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [benadeelde 2]

en/of die [benadeelde 3] en/of die [benadeelde 1] en/of (een) (overige) aanwezige perso(o)n(en), pakken

van een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, uit een

tas(je) en/of vanachter verdachtes broeksband en/of uit verdachtes kleding te

voorschijn halen, en/of

- tonen aan en/of zichtbaar in de lucht houden van dat (vuur)wapen voor en/of in de

nabijheid houden van dat (vuur)wapen, van die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die

[benadeelde 2] en/of die [benadeelde 3] en/of die [benadeelde 1] en/of (een) overige aanwezige perso(o)n(en)

en/of

- (zichtbaar voor andere perso(o)n(en)) doorladen van dat (vuur)wapen, althans één

of meer handelingen verrichten met dat (vuur)wapen, (teneinde dit gebruiks/schiet

gereed te maken) en/of

- richten van dat (vuur)wapen op die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [benadeelde 2] en/of

die [benadeelde 3] en/of die [benadeelde 1] en/of (een) overige aanwezige perso(o)n(en).

2

hij op of omstreeks 4 juni 2011 te Doetinchem

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

één vuurwapens van de categorie III voorhanden heeft gehad

en/of heeft gedragen,

en/of (daarbij behorende) munitie van categorie III, te weten

één of meer, althans één, patro(o)n(en) (kaliber 7.65 mm).


Zaak met parketnummer 06-850687-11:

1:
hij op of omstreeks 22 oktober 2008 te Zevenaar en/of te Oldambt en/of te Stadskanaal en/of te Deventer en/of elders in Nederland, één of meer wapens van categorie III, te weten een pistool (merk: Walther, type P22, kaliber .22LR), en/of munitie van categorie III, te weten negen, althans één of meer, patro(o)n(en) (kaliber .22), voorhanden heeft gehad.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging

De verdediging heeft bepleit dat het Openbaar Ministerie ter zake van het onder parketnummer 06-850687-11 tenlastegelegde niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de strafvervolging. Daartoe heeft zij in de eerste plaats aangevoerd dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg. Daarnaast heeft zij betoogd dat de verdachte ernstig in zijn belangen is geschaad, doordat de politie het betreffende wapen inmiddels heeft vernietigd en DNA-onderzoek aan dat wapen ter ondersteuning van de stelling van verdachte dat hij dat wapen niet voorhanden heeft gehad, daardoor niet meer mogelijk is.

Het hof stelt vast dat de redelijke termijn in eerste aanleg inderdaad is geschonden, aangezien het vonnis niet binnen twee jaar na de inverzekeringstelling van verdachte is gewezen. Volgens bestendige rechtspraak van de Hoge Raad leidt schending van de redelijke termijn evenwel niet tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie, ook niet in uitzonderlijke gevallen. De voortijdige vernietiging van het wapen kan, aangezien daarbij niet één van de in de artikelen 116 of 117 van het Wetboek van Strafvordering voorziene wegen is gevolgd, worden gezien als een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Herstel van dit vormverzuim is niet mogelijk en de rechtsgevolgen hiervan blijken niet uit de wet. Niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging komt als in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering voorzien rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking, namelijk alleen als het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Daarvan is naar het oordeel van het hof geen sprake. Het hof heeft daarbij mede in aanmerking genomen dat de verdachte bij de politie heeft verklaard dat het wapen van hem was. De verdachte heeft pas ter terechtzitting in eerste aanleg aangegeven dat het wapen van medeverdachte [medeverdachte 1] was. De voor verdachte meest gunstige uitkomst van een onderzoek aan het wapen zou zijn geweest dat zijn DNA niet op het wapen is aangetroffen. Die uitkomst dwingt evenwel niet tot de conclusie dat verdachte het wapen niet voorhanden heeft gehad. Daarbij komt dat de verdediging niet heeft verzocht om DNA-onderzoek aan het wapen te laten verrichten toen dit nog wel mogelijk was. Verdachtes gaaf bekennende verklaringen bij de politie gaven ook al weinig aanleiding tot bewaring van het wapen. Tenslotte had de verdediging nog het verzoek kunnen doen om medeverdachte [medeverdachte 1] als getuige te horen, maar dat heeft zij nagelaten. Ook overigens ziet het hof geen reden voor de niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging.

Het verweer wordt derhalve verworpen.

Overweging met betrekking tot het bewijs

De advocaat-generaal heeft gerequireerd tot bewezenverklaring.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder parketnummer 06-940253-11 onder 1 en 2 tenlastegelegde en, indien het hof het Openbaar Ministerie ter zake van dit feit ontvankelijk verklaart in de strafvervolging, van het onder parketnummer 06-850687-11 tenlastegelegde. Daartoe heeft zij aangevoerd dat geen sprake is geweest van openlijke geweldpleging, omdat verdachte door een groep werd aangevallen. Voorts laten de bewijsmiddelen volgens de verdediging de mogelijkheid open dat een ander dan verdachte op 4 juni 2011 het vuurwapen bij zich had. Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep ontkend dat het vuurwapen dat op 22 oktober 2008 is aangetroffen, van hem is. Volgens verdachte heeft hij bij de politie een bekennende verklaring afgelegd om medeverdachte [medeverdachte 1], die toen net vader was geworden, uit de wind te houden.

Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat [betrokkene 3] en [betrokkene 1] hadden afgesproken om met elkaar te gaan vechten en dat de anderen -onder wie verdachte- daarvan op de hoogte waren, in elk geval op het moment dat zij bovenop “de bult” aanwezig waren. Er is immers bewust gekozen voor een locatie zonder camera’s, er zijn scheidsrechters aangesteld, er zijn regels met betrekking tot het gevecht afgesproken en [betrokkene 3] en [betrokkene 1] zijn gefouilleerd. Op een gegeven moment heeft [betrokkene 3] zich niet aan de regels van het gevecht gehouden door [betrokkene 1] te bijten en zijn de anderen zich met het gevecht gaan bemoeien, waardoor een vechtpartij is ontstaan tussen de groep van [betrokkene 3] en de groep van [betrokkene 1]. Daarbij werd er over en weer geslagen, geschopt, geduwd en getrokken. Verdachte heeft aan deze vechtpartij meegedaan. Zo volgt uit de verklaring van

[benadeelde 2] dat hij door verdachte werd aangevallen. [betrokkene 4] heeft verklaard dat hij de enige was van de groep van [betrokkene 3], tot welke groep ook verdachte behoorde, die zich er niet mee bemoeide. Naar het oordeel van het hof heeft verdachte aldus een significante bijdrage geleverd aan het geweld dat door de groep van [betrokkene 3] is gepleegd tegen personen van de groep van [betrokkene 1]. Het hof komt dan ook tot een bewezenverklaring van de openlijke geweldpleging.

Het hof acht voorts wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die op

4 juni 2011 het vuurwapen heeft getrokken en dus voorhanden heeft gehad. Die handeling van verdachte heeft naar het oordeel van het hof evenwel niet bijgedragen aan de openlijke geweldpleging.

Het hof zal verdachte daarom partieel vrijspreken van het onder parketnummer 06-940253-11 onder 1 tenlastegelegde, namelijk voor zover dat betrekking heeft op het gebruik van het vuurwapen, en veroordelen ter zake van het onder parketnummer 06-940253-11 onder 2 tenlastegelegde.

Het hof acht ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 22 oktober 2008 een vuurwapen en munitie voorhanden heeft gehad. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat verdachte bij de politie bij herhaling en uitdrukkelijk heeft verklaard dat het vuurwapen van hem was en dat deze bekennende verklaring wordt bevestigd door de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2]. Voorts is het wapen onder de bijrijdersstoel aangetroffen en heeft verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij op die plek in de auto heeft gezeten. Het hof acht niet aannemelijk geworden dat verdachte bij de politie bezijden de waarheid heeft verklaard.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het in de zaak met parketnummer 06-940253-11 onder 1 primair en 2 en in de zaak met parketnummer 06-850687-11 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 06-940253-11:

1

primair:

hij op of omstreeks 4 juni 2011, te Doetinchem, althans in Nederland,

met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Tweede Loolaan

en/of op (het voor het publiek opengestelde) Landgoed Hagen (achter het Slingeland

Ziekenhuis), in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het

publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd

tegen:

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 1],

welk geweld bestond uit het

-slaan en/of stompen en/of (met geschoeide voet) trappen en/of schoppen en/of

trekken en/of duwen tegen en/of op het/de hoofd(en) en/of het/de licha(a)m(en) van

die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [benadeelde 2] en/of die [benadeelde 3] en/of die [benadeelde 1], en/of

-naar de grond werken van die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [benadeelde 2] en/of die

[benadeelde 3] en/of die [benadeelde 1], en/of

-in het bijzijn van en/of zichtbaar voor die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [benadeelde 2]

en/of die [benadeelde 3] en/of die [benadeelde 1] en/of (een) (overige) aanwezige perso(o)n(en), pakken

van een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, uit een

tas(je) en/of vanachter verdachtes broeksband en/of uit verdachtes kleding te

voorschijn halen, en/of

- tonen aan en/of zichtbaar in de lucht houden van dat (vuur)wapen voor en/of in de

nabijheid houden van dat (vuur)wapen, van die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die

[benadeelde 2] en/of die [benadeelde 3] en/of die [benadeelde 1] en/of (een) overige aanwezige perso(o)n(en)

en/of

- (zichtbaar voor andere perso(o)n(en)) doorladen van dat (vuur)wapen, althans één

of meer handelingen verrichten met dat (vuur)wapen, (teneinde dit gebruiks/schiet gereed te maken) en/of

- richten van dat (vuur)wapen op die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [benadeelde 2] en/of

die [benadeelde 3] en/of die [benadeelde 1] en/of (een) overige aanwezige perso(o)n(en).


2:

hij op of omstreeks 4 juni 2011 te Doetinchem

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

één vuurwapens van de categorie III voorhanden heeft gehad

en/of heeft gedragen,

en/of (daarbij behorende) munitie van categorie III, te weten

één of meer, althans één, patro(o)n(en) (kaliber 7.65 mm).


Zaak met parketnummer 06-850687-11:

1:
hij op of omstreeks 22 oktober 2008 te Zevenaar en/of te Oldambt en/of te Stadskanaal en/of te Deventer en/of elders in Nederland, één of meer wapens van categorie III, te weten een pistool (merk: Walther, type P22, kaliber .22LR), en/of munitie van categorie III, te weten negen, althans één of meer, patro(o)n(en) (kaliber .22), voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het in de zaak met parketnummer 06-940253-11 onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

het in de zaak met parketnummer 06-940253-11 onder 2 en het in de zaak met parketnummer 06-850687-11 bewezen verklaarde levert op:

telkens:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III (het wapen)

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (de munitie).Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft in eerste aanleg gevorderd dat verdachte ter zake van het onder parketnummer 06-940253-11 onder 1 primair en 2 en onder parketnummer 06-850687-11 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

De rechtbank heeft verdachte ter zake van het onder parketnummer 06-940253-11 - doch alleen ter zake van het - onder 1 primair en onder parketnummer 06-850687-11 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep gevorderd dat verdachte ter zake van het onder parketnummer 06-940253-11 onder 1 primair en 2 en onder parketnummer 06-850687-11 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte is meegegaan naar een afgesproken gevecht tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1], dat plaatsvond op landgoed Hagen te Doetinchem. Dit tweegevecht is uitgemond in een groepsgevecht, waaraan verdachte heeft deelgenomen. Tijdens dit groepsgevecht heeft verdachte een vuurwapen getrokken en doorgeladen, welk wapen vervolgens door toedoen van [betrokkene 5] is afgegaan. [benadeelde 1] is door een kogel in zijn voorhoofd geraakt, met als gevolg dat hij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Voorts heeft verdachte op een ander moment ook een vuurwapen en munitie voorhanden gehad. Het voorhanden hebben van vuurwapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee. In de onderhavige zaak is dat nog maar eens gebleken. Gelet op de ernst van de feiten zou oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden in beginsel gerechtvaardigd zijn. Nu in de zaak met het parketnummer 06-850687-11 de redelijke termijn in eerste aanleg is geschonden, zal het hof een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 141 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Stelt vast dat in hoger beroep niet aan het oordeel van het hof onderworpen is de beslissing, gegeven op de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1], [benadeelde 2] en

[benadeelde 3].

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de strafvervolging.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 06-940253-11 onder 1 primair en 2 en in de zaak met parketnummer 06-850687-11 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 06-940253-11 onder 1 primair en 2 en in de zaak met parketnummer 06-850687-11 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr R. van den Heuvel en mr C. Caminada, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr K.A.M. Oude Vrielink, griffier,

en op 22 mei 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.