Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:4275

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-05-2014
Datum publicatie
10-06-2014
Zaaknummer
21-002759-12
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZUT:2012:BW8469, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afgesproken vechtpartij tussen twee personen op 4 juni 2011 in Doetinchem die is uitgemond in openlijke geweldpleging door meerdere personen, waarbij één persoon door een pistoolschot in zijn voorhoofd werd getroffen. Hij raakte zwaar gewond maar heeft het overleefd. Het hof veroordeelt de verdachte wegens mishandeling en bedreigingen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002759-12

Uitspraak d.d.: 22 mei 2014

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zutphen van

12 juni 2012 met parketnummer 06-940273-11 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 06-150847-10, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum],

volgens zijn eigen verklaring wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 29 april 2014 en 1 mei 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr D. Fontein, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van het onder 5 tenlastegelegde. Alleen de verdachte heeft hoger beroep ingesteld. Hoger beroep tegen deze gegeven vrijspraak staat niet open voor de verdachte. De verdachte zal daarom in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen omdat het ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde tot een andere bewijsbeslissing komt. Ook komt het ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde op een onderdeel tot een andere bewezenverklaring. Voorts komt het hof tot een andere strafoplegging en een andere beslissing met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover thans nog aan de orde, tenlastegelegd dat:

1

primair:

hij op of omstreeks 4 juni 2011 te Doetinchem, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [betrokkene 1], opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans

opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

die [betrokkene 1] getroffen op de door hen afgesproken

plaats (te weten: Landgoed Hagen) en/of tijd, en/of

met die [betrokkene 1] afgesproken om te vechten (totdat een van hen

knock-out zou gaan, althans zijn bewustzijn zou verliezen en/of (fysiek) niet meer

overeind zou kunnen komen en/of niet verder zou kunnen vechten) en/of

(vervolgens) met die [betrokkene 1] gaan vechten en/of

(daarbij) die [betrokkene 1] meermalen, althans éénmaal, (met

kracht) (met geschoeide voet) geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen

en/of gebeten, in en/of tegen en/of op de rug en/of de hand(en) en/of de arm(en),

en/of elders in en/of op en/of tegen het lichaam van die [betrokkene 1], en/of

met die [betrokkene 1] heeft geworsteld en/of die [betrokkene 1] aan de armen

en/of de benen en/of elders aan het lichaam en/of aan de kleding getrokken, en/of

die [betrokkene 1] meermalen, althans éénmaal, naar de grond gewerkt en/of (daarbij)

een houdgreep aangelegd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.


1 subsidiair:

hij op of omstreeks 4 juni 2011 te Doetinchem, althans in Nederland,

opzettelijk mishandelend (met die) [betrokkene 1]

-meermalen, althans éénmaal, (met kracht) (met geschoeide voet) heeft geschopt

en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen en/of gebeten, in en/of tegen en/of op

de rug en/of de hand(en) en/of de arm(en), en/of elders in en/of op en/of tegen het

lichaam, en/of

-heeft geworsteld en/of die [betrokkene 1] aan de armen en/of de benen en/of elders aan

het lichaam en/of aan de kleding heeft getrokken, en/of die [betrokkene 1] meermalen,

althans éénmaal, naar de grond heeft gewerkt en/of (daarbij) een houdgreep heeft

aangelegd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

2:

hij op of omstreeks 4juni 2011, te Doetinchem, althans in

Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Tweede Loolaan

en/of op (het voor het publiek opengestelde) Landgoed Hagen (achter het Slingeland

Ziekenhuis), in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het

publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd

tegen:

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4],

welk geweld bestond uit het

-slaan en/of stompen en/of (met geschoeide voet) trappen en/of schoppen en/of

trekken en/of duwen tegen en/of op het/de hoofd(en) en/of het/de licha(a)m(en) van

die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [betrokkene 3] en/of die [betrokkene 4], en/of

-naar de grond werken van die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [betrokkene 3]

en/of die [betrokkene 4].


3:

hij, op één of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 april

2011 tot en met 21 juni 2011 te Doetinchem en/of elders in Nederland,

(telkens) [betrokkene 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven

gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk dreigend

-meermalen, althans éénmaal, Hyvesberichten en/of Facebookberichten en/of

andere sociale media berichten en/of (honderdeenentwintig, althans een groot

aantal) (sms-)berichten naar die [betrokkene 1] gestuurd en/of gezonden, waarin hij,

verdachte, (zakelijk weergegeven) onder andere aan heeft gegeven en/of heeft

vermeld en/of heeft geschreven dat hij die [betrokkene 1] zou vermoorden en/of dat hij

een molotovcocktail in het huis van die [betrokkene 1] zou gooien en/of dat hij een stok

in de kont van die [betrokkene 1] zou steken.

4:

hij op of omstreeks 26 juni 2011 te Doetinchem,

[slachtoffer 1] (portier bij [discotheek]) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het

leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden

toegevoegd: “Ik maak je af” en/of “Ik heb een pistool” en/of “Ik kom zo terug en ik

maak je dood” en/of ‘Ik schiet je kapot, ik ken jou wel”, althans woorden van gelijke

dreigende aard of strekking, en/of (daarbij) dreigend zijn, verdachtes, T-shirt kapot getrokken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak feiten 1 primair en 2

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

In het bijzonder overweegt het hof daartoe het volgende.

Feit 1 primair

Uit de inhoud van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen volgt dat verdachte en [betrokkene 1] hadden afgesproken om met elkaar te gaan vechten. Voorafgaande aan het gevecht zijn regels afgesproken, zijn scheidsrechters aangesteld en zijn verdachte en [betrokkene 1] gefouilleerd. De regels waren erop gericht om het gevecht tussen verdachte en [betrokkene 1] niet uit de hand te laten lopen: zo was bijten niet toegestaan en mocht alleen met de blote handen worden gevochten. Ook het fouilleren en het aanstellen van scheidsrechters was daarop gericht. Verdachte en [betrokkene 1] hebben vervolgens met elkaar geworsteld, waarbij zij aan elkaar hebben getrokken en elkaar geslagen/gestompt en geschopt/getrapt. Verdachte heeft ontkend opzet te hebben gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Naar het oordeel van het hof zijn de genoemde geweldshandelingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm niet gericht op het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel. Gelet op de omstandigheden waaronder het gevecht heeft plaatsgevonden en de verrichte geweldshandelingen acht het hof niet bewezen dat verdachte opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Het enkele feit dat afgesproken was dat het gevecht zou stoppen bij een knock-out doet daaraan niet af. Een knock-out levert, zelfs in de betekenis van verlies van het bewustzijn, niet noodzakelijkerwijs zwaar lichamelijk letsel op.

Feit 2

Uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen volgt dat er twee gevechten hebben plaatsgevonden. Het eerste gevecht was tussen verdachte en [betrokkene 1]. Dat gevecht is op een gegeven moment geëindigd omdat verdachte het opgaf. Daarna ontstond het tweede gevecht. Het hof acht niet bewezen dat verdachte aan dat tweede gevecht, dat onder 2 is tenlastegelegd als openlijke geweldpleging, heeft deelgenomen.

Overweging met betrekking tot het bewijs van feit 1 subsidiair

De verdediging heeft betoogd dat niet is komen vast te staan dat verdachte heeft geschopt of geslagen.

Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, in het bijzonder door de verklaringen van [betrokkene 1], [betrokkene 5],

[betrokkene 6] en [betrokkene 7], zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 subsidiair, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1

subsidiair:

hij op of omstreeks 4 juni 2011 te Doetinchem, althans in Nederland,

opzettelijk mishandelend (met die) [betrokkene 1]

-meermalen, althans éénmaal, (met kracht) (met geschoeide voet) heeft geschopt

en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen en/of gebeten, in en/of tegen en/of op

de rug en/of de hand(en) en/of de arm(en), en/of elders in en/of op en/of tegen het

lichaam, en/of

-heeft geworsteld en/of die [betrokkene 1] aan de armen en/of de benen en/of elders aan

het lichaam en/of aan de kleding heeft getrokken, en/of die [betrokkene 1] meermalen,

althans éénmaal, naar de grond heeft gewerkt en/of (daarbij) een houdgreep heeft

aangelegd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

3:

hij, op één of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 8 mei

2011 tot en met 21 juni 2011 te Doetinchem en/of elders in Nederland,

(telkens) [betrokkene 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven

gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk dreigend

-meermalen, althans éénmaal, Hyvesberichten en/of Facebookberichten en/of

andere sociale media berichten en/of (honderdeenentwintig, althans een groot

aantal) (sms-)berichten naar die [betrokkene 1] gestuurd en/of gezonden, waarin hij,

verdachte, (zakelijk weergegeven) onder andere aan heeft gegeven en/of heeft

vermeld en/of heeft geschreven dat hij die [betrokkene 1] zou vermoorden en/of dat hij

een molotovcocktail in het huis van die [betrokkene 1] zou gooien en/of dat hij een stok

in de kont van die [betrokkene 1] zou steken.

4:

hij op of omstreeks 26 juni 2011 te Doetinchem,

[slachtoffer 1] (portier bij [discotheek]) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het

leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden

toegevoegd: “Ik maak je af” en/of “Ik heb een pistool” en/of “Ik kom zo terug en ik

maak je dood” en/of ‘Ik schiet je kapot, ik ken jou wel”, althans woorden van gelijke

dreigende aard of strekking, en/of (daarbij) dreigend zijn, verdachtes, T-shirt kapot getrokken.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

meermalen gepleegd.

het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

Bij de beoordeling van de strafbaarheid van de verdachte is gelet op het pro justitia rapport

dat GZ-psycholoog M. Janssen op 23 september 2011 over verdachte heeft opgemaakt. Daaruit blijkt - samengevat en voor zover thans nog aan de orde - onder meer het volgende. Verdachte heeft een agressieregulatieprobleem, op grond van persoonlijkheidsproblematiek met narcistische en antisociale kenmerken. Daarnaast is sprake van overmatig alcoholgebruik dat de agressieproblematiek verder versterkt. In structureel diagnostische zin lijkt sprake van een borderline persoonlijkheidsorganisatie. Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde heeft verdachte ontkend dat sprake was van alcoholgebruik. De persoonlijkheidsproblematiek bestaat al langer en was ten tijde van het plegen van dit feit aanwezig. Nu verdachte dit feit heeft ontkend, kan geen uitspraak worden gedaan over een mogelijk verband tussen diagnose en delict. Indien bewezen, zou de problematiek van verdachte in het delict doorgewerkt kunnen hebben in het uitageren van agressie om zijn zelfgevoel te kunnen herstellen. Ten aanzien van het onder 3 en 4 bewezen verklaarde was sprake van invloed van de aanwezige ziekelijke stoornis en de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. De persoonlijkheidsstoornis waarvan sprake is, is structureel en speelde ten tijde van het plegen van het onder 3 bewezen verklaarde. Vanuit zijn verhoogde krenkbaarheid, zijn onvermogen tot het reguleren van zijn agressieve impulsen (een beperkt vermogen om frustraties te tolereren), in combinatie met forse situationele stress als gevolg van het overlijden van zijn moeder, voelde verdachte zich geagiteerd en uitgedaagd om het conflict opnieuw aan te gaan met [betrokkene 1]. Ten aanzien van het onder 4 bewezen verklaarde heeft verdachte ontkend dat hij overmatig alcohol heeft ingenomen die avond. Vanuit zijn verhoogde krenkbaarheid in combinatie met forse emotionele stress die hij niet goed kon hanteren, heeft hij zich verbaal zeer dreigend geuit, in reactie op (vermeende) dreiging van buitenaf. Er wordt geadviseerd om verdachte voor het onder 3 en 4 bewezen verklaarde enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

Het hof neemt deze conclusie over en maakt deze tot de zijne. Gelet op de aard van de problematiek en gezien de feiten, zal het hof deze conclusie verbinden aan alle bewezen verklaarde feiten.

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte in het geheel niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft in eerste aanleg gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 350 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met een aantal bijzondere voorwaarden.

De rechtbank heeft verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden.

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 350 dagen, waarvan 190 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde.

De verdediging heeft primair bepleit om verdachte een gevangenisstraf op te leggen die de duur van het voorarrest niet overstijgt. Daartoe heeft zij onder meer aangevoerd dat het voor verdachte niet voorzienbaar was dat het gevecht uit de hand zou lopen en het organiseren van een gevecht niet als strafverzwarend kan worden gezien. Volgens de verdediging heeft verdachte reeds zodanig lang in voorarrest gezeten, dat het niet meer redelijk is om aanvullend nog een werkstraf of een voorwaardelijke straf op te leggen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om rekening te houden met het psychologisch rapport en het reclasseringsrapport.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft met [betrokkene 1] afgesproken om een conflict tussen hen uit te vechten. Door zowel verdachte als [betrokkene 1] zijn verscheidene mensen meegenomen naar het gevecht, dat plaatsvond op landgoed Hagen te Doetinchem. Het afgesproken tweegevecht is uitgemond in een groepsgevecht. Tijdens dat groepsgevecht is een vuurwapen afgegaan. [slachtoffer 2] is door een kogel in zijn voorhoofd geraakt, met als gevolg dat hij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het hof rekent het verdachte aan dat hij een tweegevecht heeft gearrangeerd en daarbij [betrokkene 1] heeft mishandeld. Verdachte kan niet worden verweten dat dit tweegevecht is geëscaleerd en dat [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. In de aanloop naar het gevecht en ook daarna heeft verdachte [betrokkene 1] meermalen bedreigd. Daarnaast heeft hij [slachtoffer 1], die op dat moment in een discotheek aan het werk was als portier, met de dood bedreigd. Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van

17 april 2014 volgt dat verdachte al eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Gelet op de ernst van de feiten en het strafblad van verdachte zou oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht maanden in beginsel gerechtvaardigd zijn. Als strafverminderende factoren neemt het hof evenwel in aanmerking dat verdachte en [betrokkene 1] hadden afgesproken dat zij met elkaar zouden vechten en dat, zoals hiervoor overwogen, de feiten verdachte in enigszins verminderde mate kunnen worden toegerekend. Vanwege die omstandigheden zal het hof een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen. Gezien het advies van de reclassering van 8 mei 2013 acht het hof reclasseringstoezicht geïndiceerd. Het hof zal daarom aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarde verbinden dat verdachte zich gedurende de proeftijd stelt onder toezicht van de reclassering.

Vordering tenuitvoerlegging

Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Zutphen van 26 januari 2011 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, parketnummer 06-150847-10. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof deze voorwaardelijke gevangenisstraf omzet in een taakstraf.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom kan de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Op grond van hetgeen omtrent de veroordeelde ter terechtzitting is gebleken, zal het hof in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van deze vrijheidsstraf een taakstraf van na te melden duur gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14g, 14h, 14i, 14j, 22c, 22d, 57, 63, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 5 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Het hof stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de volledige proeftijd stelt onder toezicht van Reclassering Nederland, en zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, door of namens deze instelling te geven, zolang die instelling dat nodig vindt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Zutphen van 26 januari 2011, parketnummer 06-150847-10, te weten van een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, te vervangen door: een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden

Aldus gewezen door

mr J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr R. van den Heuvel en mr C. Caminada, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr K.A.M. Oude Vrielink, griffier,

en op 22 mei 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.