Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:4274

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-05-2014
Datum publicatie
10-06-2014
Zaaknummer
21-002801-12
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZUT:2012:BX1382, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afgesproken vechtpartij tussen twee personen op 4 juni 2011 in Doetinchem die is uitgemond in openlijke geweldpleging door meerdere personen, waarbij één persoon door een pistoolschot in zijn voorhoofd werd getroffen. Hij raakte zwaar gewond maar heeft het overleefd. Het hof veroordeelt de verdachte wegens openlijke geweldpleging tot een werkstraf van 80 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002801-12

Uitspraak d.d.: 22 mei 2014

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zutphen van

12 juni 2012 met parketnummer 06-851098-11 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 29 april 2014 en 1 mei 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr O.J. Ingwersen, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 4 juni 2011, te Doetinchem, althans in Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Tweede Loolaan en/of op (het voor het publiek opengestelde) Landgoed Hagen (achter het Slingeland Ziekenhuis), in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen: [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4], welk geweld bestond uit het

-slaan en/of stompen en/of (met geschoeide voet) trappen en/of schoppen en/of trekken en/of duwen tegen en/of op het/de hoofd(en) en/of het/de licha(a)m(en) van die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [betrokkene 3] en/of die [betrokkene 4], en/of het

-naar de grond werken van die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [betrokkene 3] en/of die [betrokkene 4].

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

De advocaat-generaal heeft gerequireerd tot bewezenverklaring.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde. Daartoe heeft zij het volgende aangevoerd. De twee groepen wilden zich niet voorbereiden op een mogelijk groter treffen dan enkel het één-tegen-één gevecht tussen [betrokkene 5] en [betrokkene 1]. Het was juist om dit te voorkomen, dat [betrokkene 5] en [betrokkene 1] vrienden meenamen. De intentie van verdachte en de anderen was gericht op het vermijden van escalatie. Er was dus geen sprake van opzet op het geweld, ook niet in voorwaardelijke zin. Zelfs als ervan wordt uitgegaan dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het geweld, dan kan nog niet gezegd worden dat de openbare orde door dit geweld is verstoord. Bovendien heeft verdachte geen significante of wezenlijke bijdrage aan dit geweld geleverd.

Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat [betrokkene 1] en [betrokkene 5] hadden afgesproken om met elkaar te gaan vechten en dat de anderen -onder wie verdachte- daarvan op de hoogte waren, in elk geval op het moment dat zij bovenop “de bult” aanwezig waren. Er is immers bewust gekozen voor een locatie zonder camera’s, er zijn scheidsrechters aangesteld, er zijn regels met betrekking tot het gevecht afgesproken en [betrokkene 5] en [betrokkene 1] zijn gefouilleerd. Op een gegeven moment heeft [betrokkene 1] zich niet aan de regels van het gevecht gehouden door [betrokkene 5] te bijten en zijn de anderen zich met het gevecht gaan bemoeien, waardoor een vechtpartij is ontstaan tussen de groep van [betrokkene 1] en de groep van [betrokkene 5]. Daarbij werd er over en weer geslagen, geschopt, geduwd en getrokken. Verdachte heeft aan deze vechtpartij meegedaan. Zo volgt uit de verklaring van [getuige 1] dat verdachte aan het vechten was met de Bosnische jongens. Ook is er een tapgesprek tussen verdachte en ene [getuige 2] (dossierpagina 3929), waarin verdachte over de vechtpartij zegt dat het niet lukte om te bemiddelen en dat ze (“we”) met elkaar gingen vechten. Naar het oordeel van het hof heeft verdachte aldus een significante bijdrage geleverd aan het geweld dat door de groep van [betrokkene 5] is gepleegd tegen personen van de groep van [betrokkene 1]. Wat de aanvankelijke intentie van verdachte ook is geweest, op een bepaald moment heeft hij opzettelijk meegedaan aan een vechtpartij tussen twee groepen. Er was sprake van geweld dat zich door onverholen, niet heimelijk bedreven feiten heeft geopenbaard, zodat naar het oordeel van het hof daardoor de openbare orde werd aangerand.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 4 juni 2011, te Doetinchem, althans in Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Tweede Loolaan en/of op (het voor het publiek opengestelde) Landgoed Hagen (achter het Slingeland Ziekenhuis), in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen: [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4], welk geweld bestond uit het

-slaan en/of stompen en/of (met geschoeide voet) trappen en/of schoppen en/of trekken en/of duwen tegen en/of op het/de hoofd(en) en/of het/de licha(a)m(en) van die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [betrokkene 3] en/of die [betrokkene 4], en/of het

-naar de grond werken van die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] en/of die [betrokkene 3] en/of die [betrokkene 4].

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezen verklaarde levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft in eerste aanleg gevorderd dat verdachte ter zake van het bewezen verklaarde wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 80 uren.

De rechtbank heeft verdachte ter zake van dit feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden.

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep gevorderd dat verdachte ter zake van dit feit wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 100 uren.

De verdediging heeft, indien het hof tot een bewezenverklaring komt, bepleit verdachte een werkstraf op te leggen.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte is meegegaan naar een afgesproken gevecht tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 5], dat plaatsvond op landgoed Hagen te Doetinchem. Dit tweegevecht is uitgemond in een groepsgevecht, waaraan verdachte heeft deelgenomen. In het bijzonder gelet op het eigen aandeel dat de slachtoffers in het geheel hebben gehad en het tijdsverloop sinds het feit kan naar het oordeel van het hof worden volstaan met het opleggen van een werkstraf voor de duur van 80 uren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr R. van den Heuvel en mr C. Caminada, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr K.A.M. Oude Vrielink, griffier,

en op 22 mei 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.