Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:4271

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26-05-2014
Datum publicatie
28-05-2014
Zaaknummer
ks 21-002350-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Megazaak Golfclub. Veroordeling ter zake van afpersing in vereniging, een poging daartoe en diefstal met geweld, gepleegd in een boerderij te Tripscompagnie door een groep van (in ieder geval) 6 verdachten (zaak Zeespin). Bewijsoverweging medeplegen. Hoewel als medepleger aan te merken, heeft verdachte geen erg actieve rol gehad bij de gewelddadige feitelijkheden. Vanwege die beperkte rol acht het hof de door de rechtbank opgelegde (6 jr) en door de AG gevorderde gevangenisstraf (5 jr) te fors. Het hof legt verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 4 jaren, m.a.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002350-13

Uitspraak d.d.: 26 mei 2014

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 27 december 2012 met parketnummer 18-670180-12 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1989],

thans verblijvende in P.I. Veenhuizen, gevangenis Esserheem te Veenhuizen.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 17 juni 2013, 11 september 2013, 2 december 2013, 20 februari 2014, 7, 8 en 9 april 2014, 12 mei 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling ter zake van het onder 1A, 1B en 2 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van voorarrest. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde1] dient hoofdelijk te worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedings-maatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. Y. Moszkowicz, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1A:

hij in of omstreeks de periode van 29 juli 2011 tot en met 1 augustus 2011, in de boerderij/het pand [adres] te Tripscompagnie, in elk geval in de gemeente Menterwolde,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer personen, genaamd [benadeelde1] en/of [slachtoffer1], te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met dat oogmerk tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen,

- die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of tegen de rug en/of elders tegen het lichaam heeft geschopt, getrapt, geslagen en/of gestompt, en/of

- die [benadeelde1] een of meer messen heeft getoond en/of (hierbij) die [benadeelde1] de woorden heeft toegevoegd: "Als je je niet stil houdt dan snijden we je een oor af", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- op die [benadeelde1] is gaan zitten, en/of

- de handen van die [benadeelde1] op diens rug heeft vastgebonden en/of

- de handen van die [slachtoffer1] op diens rug heeft vastgebonden en/of

- de benen van die [benadeelde1] heeft vastgebonden en/of vastgebonden gehouden, en/of

- een (papieren) zak of tas over het hoofd van die [benadeelde1] heeft gedaan en/of gehouden, en/of

- een (papieren) zak of tas over het hoofd van die [slachtoffer1] heeft gedaan en/of gehouden, en/of

- die [benadeelde1] de woorden heeft toegevoegd: "Geld, geld, geld" en/of "Waar heb je je geld" en/of "Hoeveel ligt er bij je vriendin", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- een of meer pistolen tegen het hoofd van die [benadeelde1] gezet en/of gehouden, althans aan die [benadeelde1] getoond, en/of

- die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] gedurende genoemde periode, althans gedurende enige dagen en/of uren in die boerderij/dat pand heeft vast gehouden en/of bewaakt en/of aldus heeft voorkomen dat die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] die boerderij/dat pand kon(den) verlaten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

EN/OF

1B

hij in of omstreeks de periode van 29 juli 2011 tot en met 1 augustus 2011, in de boerderij/het pand [adres] te Tripscompagnie, in elk geval in de gemeente Menterwolde,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

€ 320, althans geld en/of een simkaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of

een telefoontoestel en/of een portemonnee, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen,

- die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of tegen de rug en/of elders tegen het lichaam heeft geschopt, getrapt, geslagen en/of gestompt, en/of

- die [benadeelde1] een of meer messen heeft getoond en/of (hierbij) die [benadeelde1] de woorden heeft toegevoegd: "Als je je niet stil houdt dan snijden we je een oor af", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- op die [benadeelde1] is gaan zitten, en/of

- de handen van die [benadeelde1] op diens rug heeft vastgebonden en/of

- de handen van die [slachtoffer1] op diens rug heeft vastgebonden en/of

- de benen van die [benadeelde1] heeft vastgebonden en/of vastgebonden gehouden, en/of

- een (papieren) zak of tas over het hoofd van die [benadeelde1] heeft gedaan en/of gehouden, en/of

- een (papieren) zak of tas over het hoofd van die [slachtoffer1] heeft gedaan en/of gehouden, en/of

- die [benadeelde1] de woorden heeft toegevoegd: "Geld, geld, geld" en/of "Waar heb je je geld" en/of "Hoeveel ligt er bij je vriendin", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- een of meer pistolen tegen het hoofd van die [benadeelde1] gezet en/of gehouden, althans aan die [benadeelde1] getoond, en/of

- die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] gedurende genoemde periode, althans gedurende enige dagen en/of uren in die boerderij/dat pand heeft vast gehouden en/of bewaakt en/of aldus heeft voorkomen dat die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] die boerderij/dat pand kon(den) verlaten.

2.

hij in of omstreeks de periode van 30 juli 2011 tot en met 1 augustus 2011, in de boerderij/het pand [adres] te Tripscompagnie, in elk geval in de gemeente Menterwolde,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer personen, te weten [slachtoffer2] en/of diens echtgenote [slachtoffer3] en/of hun/diens zoon(tje) [slachtoffer4] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 15.000,- euro, althans geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen,

- die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of tegen de rug en/of elders tegen het lichaam heeft geschopt, getrapt, geslagen en/of gestompt, en/of

- (een) (papieren) zak(ken) over het hoofd/de hoofden van die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] heeft gedaan en/of gehouden, en/of

- de handen van die [slachtoffer2] op diens rug heeft vastgebonden en/of vastgebonden gehouden, en/of

- die [slachtoffer2] de woorden heeft toegevoegd en/of doen toevoegen: "Zij moeten twee ton aan geld van je hebben", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- een of meer pistolen op die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] heeft gericht en/of gericht gehouden, althans aan die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] getoond, en/of

- die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] gedurende genoemde periode, althans gedurende enige dagen en/of uren in die boerderij/dat pand heeft vast gehouden en/of bewaakt en/of aldus heeft voorkomen dat die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] die boerderij/dat pand kon(den) verlaten.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Door de verdediging is ter terechtzitting van het hof bepleit dat verdachte van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken. Hiertoe is - kort gezegd - aangevoerd dat verdachte weliswaar in de boerderij aanwezig is geweest, maar dat hij geen opzet had op afpersing dan wel diefstal met geweld en dat er evenmin sprake is van (opzet op) medeplegen. Verdachte was niet op de hoogte van de plannen om [benadeelde1], [slachtoffer1], [slachtoffer2] en/of [slachtoffer4] af te persen dan wel geld of goederen van hen weg te nemen en is evenmin betrokken geweest bij de uitvoering van die plannen. Hij wist niet wat er in de boerderij gaande was. De andersluidende verklaring van [medeverdachte8] is niet betrouwbaar en het feit dat verdachte zwijggeld zou hebben betaald is onvoldoende om tot een veroordeling te komen. Uit het dossier blijkt bovendien dat verdachte degene was die aangever [benadeelde1] gerust stelde en dat [benadeelde1] zich nooit daadwerkelijk bedreigd heeft gevoeld door verdachte. Ten aanzien van de diefstal geldt ten slotte dat verdachte geen wegnemingshandeling heeft verricht. Gezien het voorgaande dient verdachte van de onder 1A en 1B en 2 ten laste gelegde feiten te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

Wetenschap

Vast staat dat verdachte in het weekend van 29 juli 2011 tot en met 1 augustus 2011 in de boerderij in Tripscompagnie aanwezig is geweest. De eerste vraag die aan de orde is, is of verdachte wist wat er zich in dat weekend in die boerderij afspeelde, te weten de poging tot afpersing van [benadeelde1] (1A), de diefstal met geweld jegens [benadeelde1] en [slachtoffer1] (1B) en tot slot de afpersing van [slachtoffer1] en/of zijn gezinsleden (2). Het hof overweegt als volgt.

Medeverdachte [medeverdachte7] heeft verklaard dat verdachte reeds in de boerderij aanwezig was, toen de medeverdachten [medeverdachte1] en [medeverdachte8] de slachtoffers [benadeelde1] en [slachtoffer1] op 29 juli 2011 gingen ophalen. Toen [benadeelde1] en [slachtoffer1] de boerderij werden binnen gebracht hoorde [medeverdachte7], die op dat moment ook in de boerderij aanwezig was, een hoop lawaai en geschreeuw. Uit de gesprekken die volgden tussen medeverdachten [medeverdachte8] en [medeverdachte2] - bijgenaamd [medeverdachte2] - kon [medeverdachte7], die met verdachte op de bank zat, opmaken dat er personen werden gegijzeld en dat één van hen [benadeelde1] was. Er bestaat geen discussie over dat [benadeelde1] en [slachtoffer1] na binnenkomst in de boerderij zijn overvallen door personen die vermomd waren met bivakmutsen en dat zij zijn mishandeld en vastgebonden. De spullen die zij bij zich hadden, zijn van hen afgenomen en er is geld van [benadeelde1] geëist.

Naast de verklaring van [medeverdachte7] inhoudende dat hij een hoop lawaai en geschreeuw heeft gehoord, bevat het dossier een verklaring van medeverdachte [medeverdachte12], inhoudende dat de jongens als speenvarkens hebben gekrijst en dat het klonk alsof ze klappen kregen.

Ook [getuige6], die in een ander deel van de boerderij woont, heeft luid geschreeuw en gehuil gehoord en een geluid als van een harde slag op mensenhuid.

Dat verdachte dit alles niet heeft gehoord, zoals hij ter terechtzitting heeft verklaard, acht het hof volstrekt ongeloofwaardig. Net als [medeverdachte7] moet hij hebben vernomen dat er personen tegen hun wil in de boerderij werden vastgehouden.

Voorts is van belang dat verdachte blijkens de verklaring van [benadeelde1] op een gegeven moment tegen [benadeelde1] heeft gezegd: "Ik hoorde wat er met jou gebeurd was. Ik sta garant dat er niks meer met je gebeurt." En daarnaast is er de verklaring van [benadeelde1] op 14 maart 2012: "Toen mijn telefoon over ging en ik zag dat [vriendin] weer een berichtje had gestuurd, gaf ik dit naar [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte) aan. Hij zei tegen mij dat hij (het hof begrijpt: ik) onder zijn toezicht wel een berichtje naar [vriendin] kon sturen, maar dat daarin moest staan dat ik met [slachtoffer1] in Amsterdam zat".

Het hof leidt uit het voorgaande af dat verdachte niet alleen wist dat er mensen tegen hun wil in de boerderij werden vastgehouden met het doel hen af te persen dan wel door geweld/bedreiging met geweld geld of goederen van hen af te nemen, maar ook dat hij daar zelf een rol in speelde en enige invloed had op het beloop van de gebeurtenissen. Ook neemt het hof in aanmerking een incident tussen [medeverdachte1] en [medeverdachte2]. [medeverdachte1] had in opdracht van verdachte pizza’s gehaald voor de aanwezigen in de boerderij. Toen [medeverdachte1] - in het bijzijn van [benadeelde1] en/of [slachtoffer1] - aan [medeverdachte2] vertelde dat hij de pizza’s in opdracht van [verdachte] (verdachte) had gehaald, werd [medeverdachte2] boos omdat [benadeelde1] en [slachtoffer1] nu wisten dat “[verdachte] er ook bij was”.

Toen de afpersing van [benadeelde1] niet slaagde, is er een nieuw plan gemaakt, namelijk om [slachtoffer2] af te persen. Uit het dossier blijkt dat verdachte hierbij aanwezig was. Volgens [medeverdachte8] was iedereen ervan op de hoogte wat er zou gebeuren met de man als hij in de boerderij zou komen. [medeverdachte2] had namelijk gezegd dat het "net zo moest" als toen [benadeelde1] en [slachtoffer1] (het hof begrijpt: [slachtoffer1]) binnenkwamen. Hoewel het hof niet de volledige verklaring van [medeverdachte8] geloofwaardig acht, bijvoorbeeld ten aanzien van het gedeelte dat verdachte de zoon van [slachtoffer2] zou hebben vastgebonden, acht het hof voornoemd deel van de verklaring wel geloofwaardig en bruikbaar voor het bewijs, nu andere omstandigheden bevestigen dat verdachte wist wat er met [slachtoffer2] stond te gebeuren. Zo heeft [medeverdachte7] verklaard dat hij op de derde dag (het hof begrijpt: zondag 31 juli 2011) lawaai hoorde en dat verdachte toen de televisie luider zette. [medeverdachte7] zag daarop dat de man uit Groningen (het hof begrijpt: [slachtoffer2]) in één van de slaapkamers werd geduwd. [medeverdachte7] hoorde vervolgens gesprekken tussen [medeverdachte2] en [medeverdachte8] dat de man geld moest betalen en hoorde dat de man werd bedreigd.

Het hof acht ook hier niet aannemelijk dat dit allemaal langs verdachte heen is gegaan, terwijl [medeverdachte7] dit wel heeft meegekregen. Dat [medeverdachte2] die dag tegen verdachte heeft gezegd "dat het niet lang meer ging duren", zoals [medeverdachte7] heeft verklaard, bevestigt dat verdachte wel degelijk wist wat er zich in de boerderij afspeelde.

Toen het opgeëiste geld uiteindelijk bij de vrouw van [slachtoffer2] werd opgehaald, zat verdachte in de woonkamer. Verdachte is vervolgens met de medeverdachten vertrokken, waarna zij samen hebben gegeten. Verdachte heeft na afloop € 500,- zwijggeld aan medeverdachte [medeverdachte1] betaald.

Medeplegen

Het hof stelt voorop dat het voor een bewezenverklaring van (een poging tot) medeplegen van afpersing in vereniging en/of voor diefstal met geweld niet noodzakelijk is dat de mededader(s) de gewelddadige handelingen zelf heeft of hebben verricht, zolang het opzet van de medepleger (al dan niet in voorwaardelijke vorm) maar is gericht op de bewuste en nauwe samenwerking alsmede op de afpersing/diefstal met geweld.

Zoals hierboven uiteen is gezet, wist verdachte dat men zowel bij [benadeelde1] en/of [slachtoffer1] als bij [slachtoffer2] uit was op geldelijk gewin en moet voor hem kenbaar zijn geweest dat de slachtoffers het geld en/of de goederen niet vrijwillig zouden afstaan. Ook moet hem duidelijk zijn geworden dat er geweld tegen de slachtoffers werd gebruikt en moet hij bedreigingen hebben gehoord. Ten aanzien van [slachtoffer2] wist verdachte van tevoren dat het de bedoeling was om het afhandig maken van geld op vergelijkbare wijze aan te pakken als bij [benadeelde1] en [slachtoffer1].

Dat verdachte het slachtoffer [benadeelde1] op een gegeven moment geprobeerd heeft gerust te stellen, hetgeen het hof aanneemt, laat onverlet dat verdachte op geen enkel moment daadwerkelijk heeft ingegrepen en/of heeft geprobeerd te voorkomen dat er (nog) meer geweld werd gebruikt. Evenmin heeft verdachte zich gedistantieerd van het gebeuren en zijn medeverdachten. Verdachte heeft immers geen enkele poging gedaan om in te grijpen dan wel zich aan het gebeuren te onttrekken, terwijl hij hiertoe wel in de gelegenheid is geweest. Verdachte heeft door zijn aanwezigheid de groep, die een meerderheid vormde ten opzichte van de slachtoffers, niet alleen getalsmatig versterkt, ook heeft hij een toezichthoudende rol gehad, zo blijkt uit de verklaring van [benadeelde1].

Het hof leidt hieruit af dat verdachte niet alleen wist van de afpersing van [benadeelde1] en het (dreigen met) geweld jegens [benadeelde1] en [slachtoffer1], maar hiermee ook heeft ingestemd en bovendien heeft bijgedragen aan het mogelijk maken van deze misdrijven.

Naar het oordeel van het hof is er, gelet op de hierboven uiteengezette omstandigheden, sprake van het opzettelijk in vereniging dwingen tot afgifte van geld van [benadeelde1].

Het hof is voorts van oordeel dat verdachte door zich aan te sluiten bij de afpersing van [benadeelde1], bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er niet alleen geld geëist zou worden, maar ook dat er geld en goederen van [benadeelde1] en [slachtoffer1] zouden worden afgenomen. Derhalve is het hof van oordeel dat er in de gegeven omstandigheden tevens sprake is van medeplegen van diefstal met geweld van [benadeelde1] en [slachtoffer1].

Toen de afpersing van [benadeelde1] niet slaagde, is er, zoals eerder gezegd, een nieuw plan gemaakt, namelijk om [slachtoffer2] af te persen. Verdachte was ook hierbij aanwezig in de boerderij en wist wat er stond te gebeuren, namelijk hetzelfde als bij [benadeelde1] en [slachtoffer1]. Verdachte heeft niet geprobeerd een en ander te voorkomen en/of zich gedistantieerd. Ook hier heeft hij de groep met zijn aanwezigheid versterkt. Daarnaast werd hij door een andere verdachte op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen van de afpersing ("het gaat niet lang meer duren") en is hij na afloop samen met de anderen vertrokken. Deze omstandigheden duiden op een bewuste en nauwe samenwerking. Dit geldt ook voor het feit dat verdachte, in het bijzijn van medeverdachte [medeverdachte2], zwijggeld aan een medeverdachte heeft betaald. Hoewel dit een handeling was die na de delicten plaatsvond, zegt het feit dat verdachte zwijggeld betaalde wel iets over zijn betrokkenheid bij de delicten.

Gezien het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan de onder 1A, 1B en 2 ten laste gelegde feiten. Anders dan de raadsman stelt, is er bij de poging tot afpersing van [benadeelde1] en de diefstal met geweld van [benadeelde1] en [slachtoffer1] geen sprake van eendaadse samenloop. De verweren van de raadsman worden verworpen.

De omstandigheden dat verdachte, hoewel als medepleger aan te merken, geen erg actieve rol heeft gehad bij de gewelddadige feitelijkheden, zal bij de strafoplegging in aanmerking worden genomen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig bewezen en heeft het hof de overtuiging verkregen, dat verdachte het onder 1A en B en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1 A:

hij in de periode van 29 juli 2011tot en met 1 augustus 2011, inde boerderij [adres] te Tripscompagnie, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een persoon genaamd [benadeelde1] te dwingen tot de afgifte van geld met dat oogmerk tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s),

- die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] tegen het hoofd en/of tegen de rug heeft geschopt, getrapt, geslagen en/of gestompt, en

- die [benadeelde1] messen getoond en hierbij die [benadeelde1] de woorden heeft toegevoegd: "Als je je niet stil houdt dan snijden we je een oor af", of

- op die [benadeelde1] is gaan zitten, en

- de handen van die [benadeelde1] op diens rug heeft vastgebonden en

- de handen van die [slachtoffer1] op diens rug heeft vastgebonden en

- de benen van die [benadeelde1] heeft vastgebonden en/of vastgebonden gehouden, en

- een (papieren) zak of tas over het hoofd van die [benadeelde1] heeft gedaan en/of gehouden, en

- een (papieren) zak of tas over het hoofd van die [slachtoffer1] heeft gedaan en/of gehouden, en

- die [benadeelde1] de woorden heeft toegevoegd: "Geld, geld, geld" en "Waar heb je je geld" en "Hoeveel ligt er bij je vriendin”, en

- pistolen tegen het hoofd van die [benadeelde1] gezet en/of gehouden, en

- die [benadeelde1] en die [slachtoffer1] gedurende genoemde periode, in die boerderij heeft vast gehouden en bewaakt en aldus heeft voorkomen dat die [benadeelde1] en die [slachtoffer1] die boerderij konden verlaten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

EN

1B

hij in de periode van 29 juli 2011 tot en met 1 augustus 2011, in de boerderij [adres] te Tripscompagnie, tezamen en in vereniging met anderen, het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

€ 320, en een simkaart, toebehorende aan [benadeelde1], en

een telefoontoestel en een portemonnee, toebehorende aan [slachtoffer1],

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken,

welk geweld hierin bestond dat verdachte tezamen en in vereniging met verdachtes mededaders,

- die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] tegen het hoofd en/of tegen de rug heeft geschopt, getrapt, geslagen en/of gestompt, en

- op die [benadeelde1] is gaan zitten, en

- de handen van die [benadeelde1] op diens rug heeft vastgebonden en

- de handen van die [slachtoffer1] op diens rug heeft vastgebonden.

hij in de periode van 30 juli 2011 tot en met 1 augustus 2011, in de boerderij [adres] te Tripscompagnie, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer2] en/of diens echtgenote [slachtoffer3] en/of hun/diens zoon [slachtoffer4] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 15.000,- euro, toebehorende aan die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer3],

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte tezamen en in vereniging met verdachtes mededaders,

- die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft geschopt, getrapt, geslagen en/of gestompt, en

- (papieren) zakken over de hoofden van die [slachtoffer2] en die [slachtoffer4] heeft gedaan en/of gehouden, en

- de handen van die [slachtoffer2] op diens rug heeft vastgebonden en vastgebonden gehouden, en

- die [slachtoffer2] de woorden heeft toegevoegd en/of doen toevoegen: "Zij moeten twee ton aan geld van je hebben", en

- pistolen aan die [slachtoffer2] en die [slachtoffer4] getoond en

- die [slachtoffer2] en die [slachtoffer4] gedurende enige uren in die boerderij heeft vast gehouden en bewaakt en aldus heeft voorkomen dat die [slachtoffer2] en die [slachtoffer4] die boerderij konden verlaten.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1A bewezenverklaarde levert op:

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

en het onder 1B bewezenverklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan ernstige misdrijven, te weten afpersing, een poging daartoe en diefstal met geweld. Deze feiten vonden plaats in een afgelegen boerderij in Tripscompagnie en zijn gepleegd door een groep van (in ieder geval) 6 verdachten. Verdachte maakte deel uit van deze groep.

Vanuit die groep is op een bepaald moment het plan gevat om [benadeelde1] af te persen. [benadeelde1] en [slachtoffer1] zijn vervolgens met een smoes naar de boerderij gehaald. In de boerderij werden zij direct aangevallen door personen die vermomd waren met bivakmutsen. Ze zijn vervolgens mishandeld en vastgebonden. Ondertussen werden de spullen die zij bij zich hadden - geld, telefoon, een simkaart, portemonnee - weggenomen. [benadeelde1] en [slachtoffer1] werden een zak of tas over het hoofd gedaan en ze werden vastgehouden en bewaakt. Daarbij werd er geld van [benadeelde1] geëist. Op een gegeven moment zijn er zelfs pistolen tegen zijn hoofd gehouden en zijn hem messen getoond, waarbij werd gezegd dat als hij zich niet stil zou houden er een oor afgesneden zou worden. [benadeelde1] en [slachtoffer1] zijn uiteindelijk een heel weekend in de boerderij vastgehouden.

Toen gedurende het weekend bleek dat [benadeelde1] niet over (voldoende) geld beschikte, is er een plan gemaakt om een ander - [slachtoffer2] - af te persen. [benadeelde1] moest contact leggen met de hem bekende [slachtoffer2], zodat ook hij onder valse voorwendselen naar de boerderij kon worden gelokt. Toen [slachtoffer2] door medeverdachten werd opgehaald, onwetend over wat er ging gebeuren, nam hij zijn veertienjarige zoon mee. In de boerderij wachtte hen hetzelfde lot als [benadeelde1] en [slachtoffer1]. [slachtoffer2] en zijn zoon [slachtoffer4] zijn mishandeld, bedreigd met pistolen, er zijn zakken over hun hoofden gedaan en [slachtoffer2] is vastgebonden. [slachtoffer4] is op een gegeven moment van zijn vader gescheiden en in een aparte kamer vastgehouden, terwijl zijn vader werd afgeperst. Uiteindelijk bleken [slachtoffer2] en/of zijn vrouw [slachtoffer3] een bedrag van € 15.000,- te kunnen opbrengen. [slachtoffer4] heeft hiertoe zijn moeder moeten bellen, waarna het geld door twee medeverdachten is opgehaald. Pas toen het geld was ontvangen, mochten [benadeelde1], [slachtoffer1], [slachtoffer2] en zijn zoon de boerderij verlaten.

De rol die verdachte bij voornoemde feiten heeft gehad, is bij de bewijsoverweging reeds aan de orde gekomen.

De rechtbank heeft in het vonnis terecht overwogen dat de beschreven gebeurtenissen voor de slachtoffers - waaronder een jongen van nog maar 14 jaar - zeer beangstigend en bedreigend moeten zijn geweest. Dit geldt ook voor [slachtoffer3], die onder druk werd gezet om geld te betalen voor haar man en zoon. Door het handelen van verdachte en zijn medeverdachten is ernstig inbreuk gemaakt op hun lichamelijke en psychische integriteit. [benadeelde1] heeft bij zijn ingediende vordering treffend verwoord dat hij in doodsangst heeft verkeerd en dat het gebeuren een grote impact op zijn leven heeft gehad. Dat het gezin van [slachtoffer2] geen aangifte heeft durven doen, spreekt in dit verband voor zich.

Het betreffen verwerpelijke feiten. De verdachte heeft slechts gehandeld vanuit het oogpunt van financieel gewin en heeft kennelijk geen moment stilgestaan bij de mogelijke gevolgen voor de slachtoffers. Dit wordt hem zwaar aangerekend.

In dit kader verdient evenwel opmerking dat verdachte geen actieve bijdrage aan het geweld heeft geleverd en dat hij [benadeelde1] geprobeerd heeft gerust te stellen.

Het hof houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die ter terechtzitting zijn besproken en zoals die blijken uit het dossier. Het dossier bevat onder meer een reclasseringsadvies d.d. 11 juni 2012 en een rapportage Pro Justitia (psychologisch onderzoek) d.d. 11 juni 2012. Hoewel in laatstgenoemde rapportage wordt geconcludeerd dat verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van persoonlijkheidskenmerken met borderline trekken, is het vanwege de ontkennende houding van verdachte niet mogelijk om een verband te leggen tussen genoemde persoonlijkheidskenmerken en de ten laste gelegde feiten. Ook is het voor de reclassering om die reden niet mogelijk een strafadvies te geven. Het hof rekent verdachte de feiten volledig toe.

Het hof neemt voorts in aanmerking dat verdachte blijkens een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 14 maart 2013 eerder veroordeeld is ter zake van strafbare feiten, waaronder geweldsdelicten.

Het hof is van oordeel dat de ernst van de bewezenverklaarde feiten oplegging van een gevangenisstraf van aanmerkelijke duur rechtvaardigen. Vanwege de beperkte rol die verdachte bij de bewezenverklaarde feiten heeft gehad, acht het hof de door de rechtbank opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf evenwel te fors. Alles afwegende legt het hof verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 4 jaren, met aftrek van voorarrest. Deze straf is passend en noodzakelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1A en B bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering (hoofdelijk) zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1A, 1B en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1A, 1B en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde1] ter zake van het onder 1A en 1B bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.600,00 (duizend zeshonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde1], een bedrag te betalen van € 1.600,00 (duizend zeshonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 26 (zesentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Aldus gewezen door

mr. T.H. Bosma, voorzitter,

mr. G. Dam en mr. G.M. Meijer-Campfens, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman, griffier,

en op 26 mei 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.