Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:4270

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26-05-2014
Datum publicatie
28-05-2014
Zaaknummer
ks 21-003002-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Megazaak Golfclub. Vrijspraak ter zake van een poging tot afpersing in vereniging van hennep, dan wel poging tot diefstal met geweld of bedreiging, gepleegd te Froombosch (zaak Muskiet). Veroordeling ter zake van een groot aantal (ernstige) strafbare feiten, waaronder afpersing in vereniging, een poging daartoe en diefstal met geweld in vereniging, gepleegd in een boerderij te Tripscompagnie, en een poging tot zware mishandeling. Ondanks dat het hof een feit minder bewezen verklaard heeft, wordt er een hogere straf opgelegd dan de rechtbank heeft opgelegd en dan door de AG is gevorderd. Oplegging gevangenisstraf 7 jaren en 6 maanden, m.a.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003002-13

Uitspraak d.d.: 26 mei 2014

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 27 december 2012 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 18-670484-12 en 18-670328-11, 18-830133-12, tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1990],

thans verblijvende in P.I. Veenhuizen, gevangenis Esserheem te Veenhuizen.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 17 juni 2013, 11 september 2013, 2 december 2013, 20 februari 2014, 8 en 10 april 2014, 12 mei 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van de feiten 1A, 1B, en 2 van zaak 18-670484-12, de feiten 3 en 4 primair van de zaak met parketnummer 18-830133-12, en de feiten 1 meer subsidiair, 2, 3 en 4 van de zaak met parketnummer 18-670328-11 tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren, met aftrek van voorarrest. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde1] dient hoofdelijk te worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De inbeslaggenomen € 70,- kan worden teruggegeven aan verdachte. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. F.H. Kappelhof, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 18-670484-12:

1A:

hij in of omstreeks de periode van 29 juli 2011 tot en met 1 augustus 2011, in de boerderij/het pand [adres] te Tripscompagnie, in elk geval in de gemeente Menterwolde,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer personen, genaamd [benadeelde1] en/of [slachtoffer1], te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met dat oogmerk tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen,

- die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of tegen de rug en/of elders tegen het lichaam heeft geschopt, getrapt, geslagen en/of gestompt, en/of

- die [benadeelde1] een of meer messen heeft getoond en/of (hierbij) die [benadeelde1] de woorden heeft toegevoegd: "Als je je niet stil houdt dan snijden we je een oor af", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- op die [benadeelde1] is gaan zitten, en/of

- de handen van die [benadeelde1] op diens rug heeft vastgebonden en/of

- de handen van die [slachtoffer1] op diens rug heeft vastgebonden en/of

- de benen van die [benadeelde1] heeft vastgebonden en/of vastgebonden gehouden, en/of

- een (papieren) zak of tas over het hoofd van die [benadeelde1] heeft gedaan en/of gehouden, en/of

- een (papieren) zak of tas over het hoofd van die [slachtoffer1] heeft gedaan en/of gehouden, en/of

- die [benadeelde1] de woorden heeft toegevoegd: "Geld, geld, geld" en/of "Waar heb je je geld" en/of "Hoeveel ligt er bij je vriendin", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- een of meer pistolen tegen het hoofd van die [benadeelde1] gezet en/of gehouden, althans aan die [benadeelde1] getoond, en/of

- die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] gedurende genoemde periode, althans gedurende enige dagen en/of uren in die boerderij/dat pand heeft vast gehouden en/of bewaakt en/of aldus heeft voorkomen dat die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] die boerderij/dat pand kon(den) verlaten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

EN/OF

1B:

hij in of omstreeks de periode van 29 juli 2011 tot en met 1 augustus 2011, in de boerderij/het pand [adres] te Tripscompagnie, in elk geval in de gemeente Menterwolde,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

€ 320, althans geld en/of een simkaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of

een telefoontoestel en/of een portemonnee, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen,

- die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of tegen de rug en/of elders tegen het lichaam heeft geschopt, getrapt, geslagen en/of gestompt, en/of

- die [benadeelde1] een of meer messen heeft getoond en/of (hierbij) die [benadeelde1] de woorden heeft toegevoegd: "Als je je niet stil houdt dan snijden we je een oor af", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- op die [benadeelde1] is gaan zitten, en/of

- de handen van die [benadeelde1] op diens rug heeft vastgebonden en/of

- de handen van die [slachtoffer1] op diens rug heeft vastgebonden en/of

- de benen van die [benadeelde1] heeft vastgebonden en/of vastgebonden gehouden, en/of

- een (papieren) zak of tas over het hoofd van die [benadeelde1] heeft gedaan en/of gehouden, en/of

- een (papieren) zak of tas over het hoofd van die [slachtoffer1] heeft gedaan en/of gehouden, en/of

- die [benadeelde1] de woorden heeft toegevoegd: "Geld, geld, geld" en/of "Waar heb je je geld" en/of "Hoeveel ligt er bij je vriendin", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- een of meer pistolen tegen het hoofd van die [benadeelde1] gezet en/of gehouden, althans aan die [benadeelde1] getoond, en/of

- die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] gedurende genoemde periode, althans gedurende enige dagen en/of uren in die boerderij/dat pand heeft vast gehouden en/of bewaakt en/of aldus heeft voorkomen dat die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] die boerderij/dat pand kon(den) verlaten.

2.

hij in of omstreeks de periode van 30 juli 2011 tot en met 1 augustus 2011, in de boerderij/het pand [adres] te Tripscompagnie, in elk geval in de gemeente Menterwolde,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer personen, te weten [slachtoffer2] en/of diens echtgenote [slachtoffer3] en/of hun/diens zoon(tje) [slachtoffer4] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 15.000,- euro, althans geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen,

- die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of tegen de rug en/of elders tegen het lichaam heeft geschopt, getrapt, geslagen en/of gestompt, en/of

- (een) (papieren) zak(ken) over het hoofd/de hoofden van die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] heeft gedaan en/of gehouden, en/of

- de handen van die [slachtoffer2] op diens rug heeft vastgebonden en/of vastgebonden gehouden, en/of

- die [slachtoffer2] de woorden heeft toegevoegd en/of doen toevoegen: "Zij moeten twee ton aan geld van je hebben", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- een of meer pistolen op die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] heeft gericht en/of gericht gehouden, althans aan die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] getoond, en/of

- die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] gedurende genoemde periode, althans gedurende enige dagen en/of uren in die boerderij/dat pand heeft vast gehouden en/of bewaakt en/of aldus heeft voorkomen dat die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] die boerderij/dat pand kon(den) verlaten.


Zaak met parketnummer 18-830133-12:


3:

hij op of omstreeks 7 november 2011, te Froombosch, in elk geval in de gemeente Slochteren, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een aan of nabij de [straat] staande schuur/loods weg te nemen hennep(planten), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die schuur/loods te verschaffen en/of die/dat weg te nemen hennep(planten), althans die/dat goed(eren), onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

met dat oogmerk met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen een (toegangs-)deur van die schuur/loods heeft open gebroken,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

4

primair:

hij op of omstreeks 7 november 2011, op of aan de openbare weg, de [straat], althans op of aan een openbare weg te Froombosch, in elk geval in de gemeente Slochteren, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een/die) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer personen, te weten [slachtoffer5] en/of [slachtoffer6], te dwingen tot de afgifte van hennep, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan genoemde [slachtoffer5] en/of genoemde [slachtoffer6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met voormeld oogmerk met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

met een of meer auto's naar de woning van die [slachtoffer5] is gereden, en/of

met (een of meer van) die auto('s) meerdere malen, althans eenmaal, met gierende banden en/of met hoge snelheid, althans met veel lawaai langs die woning van die [slachtoffer5] is gereden, en/of

een band van een (na)bij die woning van die [slachtoffer5] staande auto heeft lek gestoken en/of vernield, en/of

een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer5] en/of die [slachtoffer6] heeft gericht althans aan die [slachtoffer5] en/of die [slachtoffer6] heeft getoond, en/of

die [slachtoffer5] en/of die [slachtoffer6] de woorden heeft toegevoegd: "Weedhok leeghalen, anders bel ik de politie", althans woorden van gelijke aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.


4 subsidiair:

hij op of omstreeks 7 november 2011, op of aan de openbare weg, de [straat], althans op of aan een openbare weg te Froombosch, in elk geval in de gemeente Slochteren, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen/geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer5] en/of [slachtoffer6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer5] en/of die [slachtoffer6], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

met een of meer auto's naar de woning van die [slachtoffer5] is gereden, en/of

met (een of meer van) die auto('s) meerdere malen, althans eenmaal, met gierende banden en/of met hoge snelheid, althans met veel lawaai langs die woning van die [slachtoffer5] is gereden, en/of

een band van een (na)bij die woning van die [slachtoffer5] staande auto heeft lek gestoken en/of vernield, en/of

een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer5] en/of die [slachtoffer6] heeft gericht althans aan die [slachtoffer5] en/of die [slachtoffer6] heeft getoond, en/of

die [slachtoffer5] en/of die [slachtoffer6] de woorden heeft toegevoegd: "Weedhok leeghalen, anders bel ik de politie", althans woorden van gelijke aard en/of strekking,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.


4 meer subsidiair:

dat hij op of omstreeks 7 november 2011, in de gemeente Slochteren,, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer personen, te weten [slachtoffer5] en/of [slachtoffer6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer5] en/of die [slachtoffer6] gericht althans aan die [slachtoffer5] en/of die [slachtoffer6] getoond.

Zaak met parketnummer 18-670328-11:

1

primair:

hij op of omstreeks 13 juni 2011, in de gemeente Delfzijl, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer8] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer8] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de arm, althans het lichaam, heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.


1 subsidiair:

hij op of omstreeks 13 juni 2011, in de gemeente Delfzijl, aan een persoon genaamd [slachtoffer8], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een steekwond en/of litteken in de arm), heeft toegebracht, door deze opzettelijk met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de arm, althans het lichaam, te steken.


1 meer subsidiair:

hij op of omstreeks 13 juni 2011, in de gemeente Delfzijl,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een person genaamd [slachtoffer8], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer8] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de arm, althans het lichaam, heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2:

hij op of omstreeks 13 juni 2011, in de gemeente Delfzijl, opzettelijk mishandelend (een) perso(o)n(en), te weten [slachtoffer8] en/of [slachtoffer9], heeft gestompt en/of geslagen, waardoor deze/die letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden.

3:

hij op of omstreeks 5 mei 2010, in de gemeente Delfzijl, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer10] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een vuurwapen getoond aan en/of gericht op en/of afgevuurd op die [slachtoffer10].


4:

hij op of omstreeks 17 september 2010, in de gemeente Groningen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, althans opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Zaak Muskiet, 18-830133-12, feit 4 primair:

De raadsman heeft met betrekking tot het in de zaak met parketnummer 18-830133-12 onder 4 primair ten laste gelegde aangevoerd dat de rechtbank verdachte terecht van dat feit heeft vrijgesproken. Verdachte heeft ten aanzien van de poging tot afpersing geen uitvoeringshandelingen gepleegd en was niet betrokken bij het overleg waarbij de plannen werden gewijzigd. Ook wist hij niet dat een medeverdachte een wapen bij zich had. Gezien het voorgaande kan verdachte niet als medepleger van de poging tot afpersing worden aangemerkt.

Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof erkend dat hij op 7 november 2011 samen met anderen heeft ingebroken bij een schuur/loods te Froombosch om daaruit hennep weg te nemen. Toen de deur van de schuur/loods was opengebroken en één van de deelnemers naar binnen ging om te kijken of de hennep meegenomen kon worden, hoorden zij geluiden van het erf komen en zijn ze gevlucht (feit 3).

Verdachte is vervolgens mee terug gegaan naar de auto's die verderop geparkeerd stonden. Daar is overleg gepleegd en besloten dat er versterking moest komen. Eén van de personen uit de groep heeft toen [medeverdachte1] gebeld, waarna [medeverdachte1], [medeverdachte13] en [medeverdachte14] in de auto van [medeverdachte14] - een blauwe Mazda - ter plaatse zijn gekomen. Na het overleg is medeverdachte [medeverdachte3] bij [medeverdachte1], [medeverdachte13] en [medeverdachte14] in de blauwe Mazda gaan zitten. De auto's zijn vervolgens een aantal keer met veel lawaai langs de woning van [slachtoffer5] gereden, en de Mazda is op een gegeven moment bij de woning gestopt. [medeverdachte3] is toen uit de auto gestapt en heeft [slachtoffer5] en [slachtoffer6], die zich inmiddels op het erf bevonden, met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) bedreigd. Daarbij werd geroepen: "Weedhok leeghalen, anders bel ik de politie". Anders dan kennelijk werd verwacht, heeft [slachtoffer5] zelf de politie ingeschakeld. Toen hij dit kenbaar maakte, zijn ze er vandoor gegaan.

Verdachte bevond zich niet in de blauwe Mazda maar reed in één van de andere auto's. Volgens verdachte is hij nadat hij twee keer langs de woning was gereden, aan het eind van de straat blijven wachten. Verdachte heeft verklaard niets te hebben geweten van de plannen van de medeverdachten in de Mazda om [slachtoffer5] en/of [slachtoffer6] af te persen door onder andere met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) te dreigen. Verdachte wist überhaupt niet dat één van hen een wapen bij zich had, zo heeft hij gesteld. Volgens verdachte hadden zij juist het plan gevat om de aangevers af te leiden door met de auto's met gierende banden voor de woning langs te rijden, zodat de hennep ondertussen ongemerkt uit de schuur/loods kon worden gehaald. Verdachte had dus wel opzet op diefstal van hennep maar niet op geweld en/of bedreiging met geweld.

Uit de verklaring van [medeverdachte1] op p. 83 van diens persoonsdossier blijkt dat verdachte niet betrokken was bij het overleg dat na de eerste poging tot diefstal plaatsvond. Naar het oordeel van het hof kan derhalve niet worden vastgesteld dat hij op de hoogte was van de beslissing die toen volgens sommige medeverdachten is genomen, namelijk om [slachtoffer5] en/of [slachtoffer6] af te persen. Voorts kan niet worden vastgesteld dat verdachte wist dat een medeverdachte een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) bij zich had en dat dit zou worden gebruikt om aangevers af te persen. Anders dan de advocaat-generaal en de rechtbank was dit naar het oordeel van het hof voor verdachte niet voorzienbaar.

Ook anderszins blijkt niet dat verdachte handelingen heeft verricht met het opzet om aangevers te dwingen tot afgifte van hennep noch dat hij daartoe bewust en nauw met anderen heeft samengewerkt. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het onder 4 primair ten laste gelegde feit.

Nu het opzet op het geweld/bedreiging met geweld ontbreekt, kan het subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde evenmin worden bewezen. Ten aanzien van de subsidiair geldt daarbij dat het niet tot een strafbare poging is gekomen. Het met auto’s trachten af te leiden van [slachtoffer5] en/of [slachtoffer6] is nog niet aan te merken als een begin van uitvoering van diefstal, ook al was dat bedoeld om de diefstal te vergemakkelijken. Ten aanzien van de in de tenlastelegging opgenomen bedreigende handelingen kan - zoals hiervoor reeds overwogen - niet worden bewezen dat deze door verdachte (al dan niet tezamen en in vereniging met anderen) zijn verricht. Het lek steken van de autoband heeft plaats gevonden bij het eerste bezoek aan [slachtoffer5] (feit 3). Dit lek steken is evenmin aan te merken als een begin van uitvoering van een tweede poging tot diefstal uit de schuur/loods. Verdachte zal derhalve ook van feit 4 subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Zaak 18-670328-11, feit 1 primair en subsidiair

Het hof is met de rechtbank, advocaat-generaal en de raadsman van oordeel dat verdachte van het onder 1 primair ten laste gelegde feit (poging tot moord/doodslag) dient te worden vrijgesproken, nu niet blijkt dat verdachte het opzet had om [slachtoffer8] al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven.

Verdachte zal ook van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit worden vrijgesproken. Het letsel dat verdachte door het steken met een mes op [slachtoffer8]'s pols/arm heeft veroorzaakt is niet aan te merken als zwaar lichamelijk letsel.

Wel was de kans aanmerkelijk dat door verdachtes handelen - het onverhoeds met een mes insteken op de arm van [slachtoffer8] - zwaar lichamelijk zou ontstaan, bijvoorbeeld door het raken van belangrijke spieren of pezen. Dit handelen is naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Contra-indicaties hiervoor zijn het hof niet gebleken. Aldus heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van [slachtoffer8].

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig bewezen en heeft het hof de overtuiging gekregen, dat verdachte het in de zaak met parketnummer 18-670484-12 onder 1A, 1B en 2, het in de zaak met parketnummer 18-830133-12 onder 3 en in de zaak met parketnummer 18-670328-11 onder 1 meer subsidiair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 18-670484-12:

1 A:

hij in de periode van 29 juli 2011tot en met 1 augustus 2011, inde boerderij [adres] te Tripscompagnie, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een persoon genaamd [benadeelde1] te dwingen tot de afgifte van geld met dat oogmerk tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s),

- die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] tegen het hoofd en/of tegen de rug heeft geschopt, getrapt, geslagen en/of gestompt, en

- die [benadeelde1] messen getoond en hierbij die [benadeelde1] de woorden heeft toegevoegd: "Als je je niet stil houdt dan snijden we je een oor af", of

- op die [benadeelde1] is gaan zitten, en

- de handen van die [benadeelde1] op diens rug heeft vastgebonden en

- de handen van die [slachtoffer1] op diens rug heeft vastgebonden en

- de benen van die [benadeelde1] heeft vastgebonden en/of vastgebonden gehouden, en

- een (papieren) zak of tas over het hoofd van die [benadeelde1] heeft gedaan en/of gehouden, en

- een (papieren) zak of tas over het hoofd van die [slachtoffer1] heeft gedaan en/of gehouden, en

- die [benadeelde1] de woorden heeft toegevoegd: "Geld, geld, geld" en "Waar heb je je geld" en "Hoeveel ligt er bij je vriendin, en

- pistolen tegen het hoofd van die [benadeelde1] gezet en/of gehouden, en

- die [benadeelde1] en die [slachtoffer1] gedurende genoemde periode, in die boerderij heeft vast gehouden en bewaakt en aldus heeft voorkomen dat die [benadeelde1] en die [slachtoffer1] die boerderij konden verlaten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

EN

1B

hij in de periode van 29 juli 2011 tot en met 1 augustus 2011, in de boerderij [adres] te Tripscompagnie, tezamen en in vereniging met anderen, het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

€ 320, en een simkaart, toebehorende aan [benadeelde1], en

een telefoontoestel en een portemonnee, toebehorende aan [slachtoffer1],

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken,

welk geweld hierin bestond dat verdachte tezamen en in vereniging met verdachtes mededaders,

- die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] tegen het hoofd en/of tegen de rug heeft geschopt, getrapt, geslagen en/of gestompt, en

- op die [benadeelde1] is gaan zitten, en

- de handen van die [benadeelde1] op diens rug heeft vastgebonden en

- de handen van die [slachtoffer1] op diens rug heeft vastgebonden.

hij in de periode van 30 juli 2011 tot en met 1 augustus 2011, in de boerderij [adres] te Tripscompagnie, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer2] en/of diens echtgenote [slachtoffer3] en/of hun/diens zoon [slachtoffer4] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 15.000,- euro, toebehorende aan die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer3],

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte tezamen en in vereniging met verdachtes mededaders,

- die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft geschopt, getrapt, geslagen en/of gestompt, en

- (papieren) zakken over de hoofden van die [slachtoffer2] en die [slachtoffer4] heeft gedaan en/of gehouden, en

- de handen van die [slachtoffer2] op diens rug heeft vastgebonden en vastgebonden gehouden, en

- die [slachtoffer2] de woorden heeft toegevoegd en/of doen toevoegen: "Zij moeten twee ton aan geld van je hebben", en

- pistolen aan die [slachtoffer2] en die [slachtoffer4] getoond en

- die [slachtoffer2] en die [slachtoffer4] gedurende enige uren in die boerderij heeft vast gehouden en bewaakt en aldus heeft voorkomen dat die [slachtoffer2] en die [slachtoffer4] die boerderij konden verlaten.


Zaak met parketnummer 18-830133-12:


3:

hij op 7 november 2011, te Froombosch, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een aan of nabij de [straat] staande schuur/loods weg te nemen hennep(planten), toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die schuur/loods te verschaffen door middel van braak, met dat oogmerk met een of meer van zijn mededader(s), een toegangsdeur van die schuur/loods heeft open gebroken, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.


Zaak met parketnummer 18-670328-11:


1 meer subsidiair:

hij op 13 juni 2011, in de gemeente Delfzijl, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer8], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer8] met een mes, in de arm heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.


2:

hij op of omstreeks 13 juni 2011, in de gemeente Delfzijl, opzettelijk mishandelend personen, te weten [slachtoffer8] en [slachtoffer9], heeft gestompt en/of geslagen, waardoor deze/die letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn hebben ondervonden.


3:

hij op 5 mei 2010, in de gemeente Delfzijl, [slachtoffer10] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een wapen getoond aan en gericht op en afgevuurd op die [slachtoffer10].


4:

hij op 17 september 2010, in de gemeente Groningen, opzettelijk heeft verkocht en vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 18-670484-12:

onder 1A bewezen verklaarde levert op:

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

onder 1B bewezenverklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

onder 2 bewezen verklaarde levert op:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het in de zaak met parketnummer 18-830133-12 onder 3 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 18-670328-11 onder 1 meer subsidiair bewezen verklaarde levert op:

poging tot zware mishandeling.

Het in de zaak met parketnummer 18-670328-11 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

mishandeling, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 18-670328-11 onder 3 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Het in de zaak met parketnummer 18-670328-11 onder 4 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een groot aantal strafbare feiten. De in de zaak 18-670484-12 (Zeespin) bewezenverklaarde feiten vonden plaats in een afgelegen boerderij in Tripscompagnie en zijn gepleegd door een groep van (in ieder geval) 6 verdachten. Verdachte maakte deel uit van deze groep.

Vanuit die groep is op een bepaald moment het plan gevat om [benadeelde1] af te persen. [benadeelde1] en [slachtoffer1] zijn vervolgens met een smoes naar de boerderij gehaald. In de boerderij werden zij direct aangevallen door personen die vermomd waren met bivakmutsen. Ze zijn vervolgens mishandeld en vastgebonden. Ondertussen werden de spullen die zij bij zich hadden - geld, telefoon, een simkaart, portemonnee - weggenomen. [benadeelde1] en [slachtoffer1] werden een zak of tas over het hoofd gedaan en werden vastgehouden en bewaakt. Daarbij werd er geld van [benadeelde1] geëist. Op een gegeven moment zijn er zelfs pistolen tegen zijn hoofd gehouden en zijn hem messen getoond, waarbij werd gezegd dat als hij zich niet stil zou houden er een oor afgesneden zou worden. [benadeelde1] en [slachtoffer1] zijn uiteindelijk een heel weekend in de boerderij vastgehouden.

Toen gedurende het weekend bleek dat [benadeelde1] niet over (voldoende) geld beschikte, is er een plan gemaakt om een ander - [slachtoffer2] - af te persen. [benadeelde1] moest contact leggen met de hem bekende [slachtoffer2], zodat ook hij onder valse voorwendselen naar de boerderij kon worden gelokt. Toen [slachtoffer2] werd opgehaald, onwetend over wat er ging gebeuren, nam hij zijn veertienjarige zoon mee. In de boerderij wachtte hen hetzelfde lot als [benadeelde1] en [slachtoffer1]. [slachtoffer2] en zijn zoon [slachtoffer4] zijn mishandeld, bedreigd met pistolen, er zijn zakken over hun hoofden gedaan en [slachtoffer2] is vastgebonden. [slachtoffer4] is op een gegeven moment van zijn vader gescheiden en in een aparte kamer vastgehouden, terwijl zijn vader werd afgeperst. Uiteindelijk bleken [slachtoffer2] en/of zijn vrouw [slachtoffer3] een bedrag van € 15.000,- te kunnen opbrengen. [slachtoffer4] heeft hiertoe zijn moeder moeten bellen, waarna het geld is opgehaald. Pas toen het geld was ontvangen, mochten [benadeelde1], [slachtoffer1], [slachtoffer2] en zijn zoon de boerderij verlaten.

Verdachte heeft een belangrijke rol gespeeld bij voornoemde feiten. Uit de verklaringen is af te leiden dat verdachte de persoon was met het zwarte trainingspak en gezichtsbedekking. Bij zowel [benadeelde1] en [slachtoffer1] als bij [slachtoffer2] en diens zoon was verdachte één van de vermomde personen die de slachtoffers stond op te wachten. Verdachte heeft samen met [medeverdachte8] en [medeverdachte2] het slachtoffer [slachtoffer2] in één van de slaapkamers geduwd. Verdachte heeft verder als 'bewaker' van de gegijzelden gefungeerd en heeft gezien dat er daadwerkelijk geweld is gebruikt. Volgens [medeverdachte7] was verdachte ook één van de drie verdachten die tegen [benadeelde1] en/of [slachtoffer1] stond te schreeuwen, terwijl die met een zak over zijn hoofd in de badkamer zat. Toen het geld van de partner van [slachtoffer2], [slachtoffer3], was ontvangen, is verdachte samen met zijn medeverdachten weggegaan en hebben zij gezamenlijk gegeten. Verdachte heeft van de opbrengst € 1.500,- gekregen, zo heeft hij ter zitting verklaard.

De rechtbank heeft in het vonnis terecht overwogen dat de beschreven gebeurtenissen voor de slachtoffers - waaronder een jongen van nog maar 14 jaar - zeer beangstigend en bedreigend moeten zijn geweest. Dit geldt ook voor [slachtoffer3], die onder druk werd gezet om geld te betalen voor haar man en zoon. Door het handelen van verdachte en medeverdachten is ernstig inbreuk gemaakt op hun lichamelijke en psychische integriteit. [benadeelde1] heeft bij zijn ingediende vordering treffend verwoord dat hij in doodsangst heeft verkeerd en dat het gebeuren een grote impact op zijn leven heeft gehad. Dat het gezin van [slachtoffer2] geen aangifte heeft durven doen, spreekt in dit verband voor zich.

Het betreffen verwerpelijke feiten. De verdachte heeft slechts gehandeld vanuit het oogpunt van financieel gewin en heeft kennelijk geen moment stilgestaan bij de mogelijke gevolgen voor de slachtoffers. Dit wordt hem zwaar aangerekend.

Door de verdediging is ter terechtzitting van het hof aangevoerd dat verdachte onverwachts in het gebeuren in Tripscompagnie verzeild is geraakt. Vlak voordat [benadeelde1] en [slachtoffer1] kwamen, heeft [medeverdachte2] hem pas op de hoogte gebracht van wat er stond te gebeuren. Verdachte voelde zich door [medeverdachte2] voor het blok gezet en durfde geen 'nee' te zeggen toen hij van [medeverdachte2] in de badkamer moest gaan staan om [benadeelde1] en [slachtoffer1] op te wachten. Verdachte stelt geen leidende rol te hebben gehad, maar steeds onder groepsdruk/druk van [medeverdachte2] te hebben gehandeld.

Het hof volgt de verdediging niet in het voorgaande. Hoewel uit het dossier is af te leiden dat [medeverdachte2] inderdaad aan het hoofd stond van de groep verdachten, lijken verdachte en [medeverdachte8] ook hoog in de rangorde te hebben gestaan. Het hof acht het niet geloofwaardig dat verdachte onder zodanige druk stond dat hij daartegen geen weerstand kon of hoefde te bieden, zoals door de verdediging is bepleit. Hij heeft bij zowel de gijzeling van [benadeelde1] en [slachtoffer1] als die van [slachtoffer2] en diens zoon een substantiële rol gespeeld en uit het dossier blijkt niet dat verdachte de verschillende handelingen met grote tegenzin of terughoudendheid heeft uitgevoerd. Verdachte heeft zelfs een deel van de buit aangenomen. Ook blijkt niet dat hij op enig moment heeft getracht de slachtoffers te helpen, zich aan de situatie of zijn medeverdachten te onttrekken of de politie te waarschuwen.

Enkele maanden later heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal door middel van braak. De verdachte heeft ook bij dit feit kennelijk alleen gehandeld vanuit het oogpunt van financieel gewin. Zijn handelen getuigt van een gebrek aan respect voor de eigendomsrechten van een ander.

Ten tijde van de gepleegde feiten in de boerderij in Tripscompagnie was verdachte net één dag op vrij voeten, na het voorarrest dat plaatsvond in het kader van de steekpartij waarbij [slachtoffer8] slachtoffer is geworden. Dit feit is onder 1 meer subsidiair bewezenverklaard in de zaak met parketnummer 18-670328-11. Verdachte en [slachtoffer8] kregen tijdens het uitgaan ruzie met elkaar, waarna verdachte haar en haar vriendin [slachtoffer9] heeft geslagen (feit 2 in die zaak). Na de ruzie heeft verdachte, terwijl hij bewapend was met een mes, [slachtoffer8] thuis opgezocht. Er is toen opnieuw ruzie ontstaan, waarbij verdachte en [slachtoffer8] elkaar over en weer hebben gestoken. Daarbij zijn zij allebei gewond geraakt. Het hof acht het zeer kwalijk dat verdachte, nadat hij [slachtoffer8] en [slachtoffer9] reeds had mishandeld, met een mes naar de woning van [slachtoffer8] is gegaan en aldus doelbewust (opnieuw) de confrontatie heeft opgezocht.

Ook bij het in de zaak met parketnummer 18-670328-11 onder 3 bewezenverklaarde feit, heeft verdachte doelbewust een confrontatie opgezocht. Verdachte vermoedde dat aangever [slachtoffer10] hem en zijn familie had bedreigd, en wilde daar iets aan doen. Ter zitting van het hof heeft verdachte verklaard dat hij vond dat hij "zijn tanden moest laten zien". Verdachte heeft vervolgens een alarmpistool meegenomen, en is op zoek gegaan naar [slachtoffer10]. Toen hij hem zag rijden, heeft hij hem klemgereden, heeft het wapen op hem gericht en vervolgens afgevuurd. De strafwaardigheid van dit handelen is er niet alleen in gelegen dat verdachte [slachtoffer10] in zijn gevoel voor veiligheid heeft aangetast, maar ook dat dergelijk gewelddadig optreden in het openbaar bedreigend is voor eventuele omstanders en het gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving versterkt.

Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan overtreding van de Opiumwet, door cocaïne te verkopen en te vervoeren. Verdachte heeft hiermee het gebruik van deze stoffen bevorderd en daarmee de volksgezondheid in gevaar gebracht.

Ten nadele van verdachte spreekt dat hij blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 14 maart 2014, eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, waaronder mishandeling en overtreding van de Opiumwet.

Bij de bespreking van de persoonlijke omstandigheden heeft verdachte aangegeven dat hij spijt heeft van zijn daden en dat hij zijn leven wil beteren. Verdachte heeft in het verleden een lasopleiding gevolgd. Hij is voornemens om na zijn detentie als lasser aan het werk te gaan. In detentie heeft hij onder meer het daarvoor benodigde VCA diploma behaald.

Ondanks dat het hof een feit minder bewezen verklaard heeft, komt het hof tot een hogere straf dan de rechtbank heeft opgelegd en dan door de advocaat-generaal is gevorderd. Dit is gelegen in het aantal van de bewezenverklaarde feiten, waarvan niet alleen de feiten die ten aanzien van [benadeelde1] en [slachtoffer1] en [slachtoffer2] en diens zoon zijn gepleegd, zeer ernstig van aard zijn, maar ook de poging tot zware mishandeling van [slachtoffer8]. Voorts weegt ten nadele van verdachte mee dat hij het feitencomplex in de zaak Zeespin pleegt een dag nadat hij is geschorst uit de voorlopige hechtenis inzake de steekpartij. Ook verdachtes strafrechtelijk verleden speelt daarbij een rol.

Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren en 6 maanden, met aftrek van voorarrest, een passende en noodzakelijke bestraffing.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.600,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1A en 1B bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is door de verdediging niet betwist. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 36f, 45, 57, 285, 300, 302, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-830133-12 onder 4 primair, 4 subsidiair en 4 meer subsidiair en in de zaak met parketnummer 18-670328-11 onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-670484-12 onder 1A, 1B en 2 en in de zaak met parketnummer 18-830133-12 onder 3 en in de zaak met parketnummer 18-670328-11 onder 1 meer subsidiair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 18-670484-12 onder 1A, 1B en 2 en in de zaak met parketnummer 18-830133-12 onder 3 en in de zaak met parketnummer 18-670328-11 onder 1 meer subsidiair, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren en 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- geldbedrag van € 70,-.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde1] ter zake van het onder 1A, 1B bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.600,00 (duizend zeshonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde1], een bedrag te betalen van € 1.600,00 (duizend zeshonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 26 (zesentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Aldus gewezen door

mr. T.H. Bosma, voorzitter,

mr. G. Dam en mr. G.M. Meijer-Campfens, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman, griffier,

en op 26 mei 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.