Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:4268

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26-05-2014
Datum publicatie
28-05-2014
Zaaknummer
ks 21-002292-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Megazaak Golfclub. Minderjarig ttv delicten. Veroordeling ter zake van afpersing in vereniging, een poging daartoe en diefstal met geweld, gepleegd in een boerderij te Tripscompagnie door een groep van (in ieder geval) 6 verdachten (zaak Zeespin). Ondanks de buitengewone ernst van de bewezenverklaarde feiten, ziet het hof - anders dan de rechtbank en vordering van de AG - af van oplegging van jeugddetentie van langere duur dan het voorarrest, omdat dit de positieve ontwikkelingen van na die tijd in negatieve zin zouden doorkruisen. Het hof legt verdachte deels voorwaardelijke jeugddetentie op, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest, met reclasseringstoezicht als bijz. vw., en daarnaast de maximale werkstraf van 200 uren. Daarnaast worden 2 vorderingen tot tenuitvoerlegging van werkstraffen toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002292-13

Uitspraak d.d.: 26 mei 2014

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 27 december 2012 met parketnummer 18-840183-12 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging, parketnummers 18-640506-10, 18-640775-10, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1994],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 11 september 2013, 7, 8 en 9 april 2014, 12 mei 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het onder 1A, 1B en 2 ten laste gelegde tot jeugddetentie voor de duur van 2 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde dat verdachte onder toezicht van de jeugdreclassering wordt gesteld, hetgeen ook een behandeling bij de FJP of een soortgelijke instelling kan inhouden. De vorderingen tot tenuitvoerlegging van twee voorwaardelijk opgelegde werkstraffen dienen te worden toegewezen. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde1] dient hoofdelijk te worden toegewezen tot een bedrag van € 1.600,-, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De advocaat-generaal heeft zijn vordering aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. H.J. Veen, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1A:

hij in of omstreeks de periode van 29 juli 2011 tot en met 1 augustus 2011, in de boerderij/het pand [adres] te Tripscompagnie, in elk geval in de gemeente Menterwolde,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer personen, genaamd [benadeelde1] en/of [slachtoffer1], te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met dat oogmerk tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen,

- die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of tegen de rug en/of elders tegen het lichaam heeft geschopt, getrapt, geslagen en/of gestompt, en/of

- die [benadeelde1] een of meer messen heeft getoond en/of (hierbij) die [benadeelde1] de woorden heeft toegevoegd: "Als je je niet stil houdt dan snijden we je een oor af", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- op die [benadeelde1] is gaan zitten, en/of

- de handen van die [benadeelde1] op diens rug heeft vastgebonden en/of

- de handen van die [slachtoffer1] op diens rug heeft vastgebonden en/of

- de benen van die [benadeelde1] heeft vastgebonden en/of vastgebonden gehouden, en/of

- een (papieren) zak of tas over het hoofd van die [benadeelde1] heeft gedaan en/of gehouden, en/of

- een (papieren) zak of tas over het hoofd van die [slachtoffer1] heeft gedaan en/of gehouden, en/of

- die [benadeelde1] de woorden heeft toegevoegd: "Geld, geld, geld" en/of "Waar heb je je geld" en/of "Hoeveel ligt er bij je vriendin", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- een of meer pistolen tegen het hoofd van die [benadeelde1] gezet en/of gehouden, althans aan die [benadeelde1] getoond, en/of

- die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] gedurende genoemde periode, althans gedurende enige dagen en/of uren in die boerderij/dat pand heeft vast gehouden en/of bewaakt en/of aldus heeft voorkomen dat die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] die boerderij/dat pand kon(den) verlaten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

EN/OF

1B

hij in of omstreeks de periode van 29 juli 2011 tot en met 1 augustus 2011, in de boerderij/het pand [adres] te Tripscompagnie, in elk geval in de gemeente Menterwolde,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

€ 320,- althans geld en/of een simkaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of

een telefoontoestel en/of een portemonnee, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen,

- die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of tegen de rug en/of elders tegen het lichaam heeft geschopt, getrapt, geslagen en/of gestompt, en/of

- die [benadeelde1] een of meer messen heeft getoond en/of (hierbij) die [benadeelde1] de woorden heeft toegevoegd: "Als je je niet stil houdt dan snijden we je een oor af", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- op die [benadeelde1] is gaan zitten, en/of

- de handen van die [benadeelde1] op diens rug heeft vastgebonden en/of

- de handen van die [slachtoffer1] op diens rug heeft vastgebonden en/of

- de benen van die [benadeelde1] heeft vastgebonden en/of vastgebonden gehouden, en/of

- een (papieren) zak of tas over het hoofd van die [benadeelde1] heeft gedaan en/of gehouden, en/of

- een (papieren) zak of tas over het hoofd van die [slachtoffer1] heeft gedaan en/of gehouden, en/of

- die [benadeelde1] de woorden heeft toegevoegd: "Geld, geld, geld" en/of "Waar heb je je geld" en/of "Hoeveel ligt er bij je vriendin", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- een of meer pistolen tegen het hoofd van die [benadeelde1] gezet en/of gehouden, althans aan die [benadeelde1] getoond, en/of

- die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] gedurende genoemde periode, althans gedurende enige dagen en/of uren in die boerderij/dat pand heeft vast gehouden en/of bewaakt en/of aldus heeft voorkomen dat die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] die boerderij/dat pand kon(den) verlaten.

2.

hij in of omstreeks de periode van 30 juli 2011 tot en met 1 augustus 2011, in de boerderij/het pand [adres] te Tripscompagnie, in elk geval in de gemeente Menterwolde,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer personen, te weten [slachtoffer2] en/of diens echtgenote [slachtoffer3] en/of hun/diens zoon(tje) [slachtoffer4] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 15.000,- euro, althans geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen,

- die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of tegen de rug en/of elders tegen het lichaam heeft geschopt, getrapt, geslagen en/of gestompt, en/of

- (een) (papieren) zak(ken) over het hoofd/de hoofden van die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] heeft gedaan en/of gehouden, en/of

- de handen van die [slachtoffer2] op diens rug heeft vastgebonden en/of vastgebonden gehouden, en/of

- die [slachtoffer2] de woorden heeft toegevoegd en/of doen toevoegen: "Zij moeten twee ton aan geld van je hebben", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- een of meer pistolen op die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] heeft gericht en/of gericht gehouden, althans aan die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] getoond, en/of

- die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] gedurende genoemde periode, althans gedurende enige dagen en/of uren in die boerderij/dat pand heeft vast gehouden en/of bewaakt en/of aldus heeft voorkomen dat die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] die boerderij/dat pand kon(den) verlaten.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig bewezen en heeft het hof de overtuiging gekregen dat verdachte het onder 1A, 1B en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1 A:

hij in de periode van 29 juli 2011tot en met 1 augustus 2011, inde boerderij [adres] te Tripscompagnie, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een persoon genaamd [benadeelde1] te dwingen tot de afgifte van geld met dat oogmerk tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s),

- die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] tegen het hoofd en/of tegen de rug heeft geschopt, getrapt, geslagen en/of gestompt, en

- die [benadeelde1] messen getoond en hierbij die [benadeelde1] de woorden heeft toegevoegd: "Als je je niet stil houdt dan snijden we je een oor af", of

- op die [benadeelde1] is gaan zitten, en

- de handen van die [benadeelde1] op diens rug heeft vastgebonden en

- de handen van die [slachtoffer1] op diens rug heeft vastgebonden en

- de benen van die [benadeelde1] heeft vastgebonden en/of vastgebonden gehouden, en

- een (papieren) zak of tas over het hoofd van die [benadeelde1] heeft gedaan en/of gehouden, en

- een (papieren) zak of tas over het hoofd van die [slachtoffer1] heeft gedaan en/of gehouden, en

- die [benadeelde1] de woorden heeft toegevoegd: "Geld, geld, geld" en "Waar heb je je geld" en "Hoeveel ligt er bij je vriendin, en

- pistolen tegen het hoofd van die [benadeelde1] gezet en/of gehouden, en

- die [benadeelde1] en die [slachtoffer1] gedurende genoemde periode, in die boerderij heeft vast gehouden en bewaakt en aldus heeft voorkomen dat die [benadeelde1] en die [slachtoffer1] die boerderij konden verlaten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

EN

1B

hij in de periode van 29 juli 2011 tot en met 1 augustus 2011, in de boerderij [adres] te Tripscompagnie, tezamen en in vereniging met anderen, het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

€ 320,- en een simkaart, toebehorende aan [benadeelde1], en

een telefoontoestel en een portemonnee, toebehorende aan [slachtoffer1],

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken,

welk geweld hierin bestond dat verdachte tezamen en in vereniging met verdachtes mededaders,

- die [benadeelde1] en/of die [slachtoffer1] tegen het hoofd en/of tegen de rug heeft geschopt, getrapt, geslagen en/of gestompt, en

- op die [benadeelde1] is gaan zitten, en

- de handen van die [benadeelde1] op diens rug heeft vastgebonden en

- de handen van die [slachtoffer1] op diens rug heeft vastgebonden.

hij in de periode van 30 juli 2011 tot en met 1 augustus 2011, in de boerderij [adres] te Tripscompagnie, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer2] en/of diens echtgenote [slachtoffer3] en/of hun/diens zoon [slachtoffer4] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 15.000,- euro, toebehorende aan die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer3], welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte tezamen en in vereniging met verdachtes mededaders,

- die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer4] tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft geschopt, getrapt, geslagen en/of gestompt, en

- (papieren) zakken over de hoofden van die [slachtoffer2] en die [slachtoffer4] heeft gedaan en/of gehouden, en

- de handen van die [slachtoffer2] op diens rug heeft vastgebonden en vastgebonden gehouden, en

- die [slachtoffer2] de woorden heeft toegevoegd en/of doen toevoegen: "Zij moeten twee ton aan geld van je hebben", en

- pistolen aan die [slachtoffer2] en die [slachtoffer4] getoond en

- die [slachtoffer2] en die [slachtoffer4] gedurende enige uren in die boerderij heeft vast gehouden en bewaakt en aldus heeft voorkomen dat die [slachtoffer2] en die [slachtoffer4] die boerderij konden verlaten.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1A bewezen verklaarde levert op:

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

en het onder 1B bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan ernstige misdrijven, te weten afpersing, een poging daartoe en diefstal met geweld. Deze feiten vonden plaats in een afgelegen boerderij in Tripscompagnie en zijn gepleegd door een groep van (in ieder geval) 6 verdachten. Verdachte, destijds 17 jaar oud, maakte deel uit van deze groep.

Vanuit deze groep is op een bepaald moment het plan opgevat om [benadeelde1] af te persen. [benadeelde1] en [slachtoffer1] zijn vervolgens met een smoes naar de boerderij gehaald. In de boerderij werden zij direct aangevallen door personen die vermomd waren met bivakmutsen. Ze zijn vervolgens mishandeld en vastgebonden. Ondertussen werden de spullen die zij bij zich hadden - geld, telefoon, een simkaart, portemonnee - weggenomen. Bij [benadeelde1] en [slachtoffer1] zijn een zak of tas over het hoofd gedaan en ze zijn vastgehouden en bewaakt. Daarbij werd er geld van [benadeelde1] geëist. Op een gegeven moment zijn er zelfs pistolen tegen zijn hoofd gehouden en zijn hem messen getoond, waarbij werd gezegd dat als hij zich niet stil zou houden er een oor afgesneden zou worden. [benadeelde1] en [slachtoffer1] zijn uiteindelijk een heel weekend in de boerderij vastgehouden.

Toen gedurende het weekend bleek dat [benadeelde1] niet over (voldoende) geld beschikte, is er een plan gemaakt om een ander - [slachtoffer2] - af te persen. [benadeelde1] moest contact leggen met de hem bekende [slachtoffer2], zodat ook hij onder valse voorwendselen naar de boerderij kon worden gelokt. Toen [slachtoffer2] door medeverdachten werd opgehaald, onwetend over wat er ging gebeuren, nam hij zijn veertienjarige zoon mee. In de boerderij wachtte hen hetzelfde lot als [benadeelde1] en [slachtoffer1]. [slachtoffer2] en zijn zoon [slachtoffer4] zijn mishandeld, bedreigd met pistolen, er zijn zakken over hun hoofden gedaan en [slachtoffer2] is vastgebonden. [slachtoffer4] is op een gegeven moment van zijn vader gescheiden en in een aparte kamer vastgehouden, terwijl zijn vader werd afgeperst. Uiteindelijk bleken [slachtoffer2] en/of zijn vrouw [slachtoffer3] een bedrag van € 15.000,- te kunnen opbrengen. [slachtoffer4] heeft hiertoe zijn moeder moeten bellen, waarna het geld door twee medeverdachten is opgehaald. Pas toen het geld was ontvangen, mochten [benadeelde1], [slachtoffer1], [slachtoffer2] en zijn zoon de boerderij verlaten.

Verdachte is gedurende het hele weekend in de boerderij aanwezig geweest en wist wat er gaande was. Hij heeft gezien hoe de slachtoffers werden vastgehouden, heeft ze horen schreeuwen en heeft wapens gezien. Verdachte heeft ook een actieve bijdrage geleverd. Hij is in eerste instantie naar [slachtoffer2] in Groningen gereden om hem op te halen. Dit mislukte omdat [slachtoffer2] niet meewilde, niet omdat verdachte tot inkeer kwam. Verdachte heeft eten gehaald voor de aanwezigen in de boerderij, heeft na de ontvangst van het geld de gebruikte spullen, waaronder messen en vuurwapens, opgeruimd en heeft nadien een vuurwapen weggegooid. Verdachte heeft ten slotte € 250,- van het buitgemaakte geld gekregen.

De rechtbank heeft in het vonnis terecht overwogen dat de beschreven gebeurtenissen voor de slachtoffers - waaronder een jongen van nog maar 14 jaar - zeer, beangstigend en bedreigend moeten zijn geweest. Dit geldt ook voor [slachtoffer3], die onder druk werd gezet om geld te betalen voor haar man en zoon. Door het handelen van de verdachte en zijn medeverdachten is ernstig inbreuk gemaakt op hun lichamelijke en psychische integriteit. [benadeelde1] heeft bij zijn ingediende vordering treffend verwoord dat hij in doodsangst heeft verkeerd en dat het gebeuren een grote impact op zijn leven heeft gehad. Dat het gezin van [slachtoffer2] geen aangifte heeft durven doen, spreekt in dit verband voor zich.

Het betreffen verwerpelijke feiten. De verdachte heeft gehandeld vanuit het oogpunt van financieel gewin en heeft kennelijk geen moment stilgestaan bij de mogelijke gevolgen voor de slachtoffers. Dit wordt hem zwaar aangerekend.

In dit kader verdient evenwel opmerking dat hij geen actieve bijdrage aan het geweld heeft geleverd en voornamelijk een volgende/dienende rol heeft gehad.

Blijkens een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 14 maart 2014 blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten.

Het dossier bevat meerdere rapportages omtrent de persoon van verdachte. In de rapportage Pro Justitia d.d. 31 mei 2012 wordt geconcludeerd dat verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en een ziekelijke stoornis, namelijk zwakbegaafdheid en een gedragsstoornis NAO. Hierdoor is verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar aan te merken. Het hof kan zich in deze conclusie vinden en rekent hem de feiten verminderd toe. Reclassering Nederland heeft in het rapport d.d. 25 februari 2014 geadviseerd een deels voorwaardelijke detentie op te leggen met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich in het kader van hulp en steun houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering van de William Schikker Stichting. Nieuwe detentie is contra geïndiceerd.

Ter terechtzitting van het hof is W.E. Kuipers, van Training- en Adviesbureau Kuipers en Houtman B.V. gehoord. Zij is de dagelijks begeleider van verdachte. Door dit bureau is ook een evaluatieverslag ingezonden. Daarnaast is I. Groen, jeugdreclasseringswerker van de William Schrikker Jeugdreclassering gehoord. De William Schrikker Jeugdreclassering heeft op 23 november 2012 en 1 april 2014 over verdachte gerapporteerd.

De deskundigen zijn het erover eens dat verdachte een kwetsbare en beïnvloedbare jong volwassene is, die niet of onvoldoende in staat is geweest de gevolgen van zijn gedrag te overzien en adequaat te handelen tijdens het delict. Er is sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis in juni 2012 sprake van een intensief ambulant kader. De begeleiding richt zich op het stabiliseren van de sociale omgeving en het benutten van de mogelijkheden die verdachte heeft om zijn zelfredzaamheid te vergroten. De hulpverlening die verdachte thans wordt geboden, is een vorm van praktische hulpverlening die zich aanpast op de behoefte van de cliënt en vindt plaats in samenwerking met de instanties die betrokken zijn. Het is mogelijk om de begeleiding intensief in te zetten en desgewenst de 'teugels iets te laten vieren' waardoor het zelfvertrouwen van de cliënt kan groeien. Verdachte heeft thans een dagelijkse structuur die gevormd wordt door hulpverlening, de reclassering en het gezin. Hij gaat naar zijn werk bij de sociale werkvoorziening en is onderdeel van de maatschappij. Verdachte heeft volgens Kuipers vooruitgang laten zien op het gebied van gedrag, communicatie, dagindeling en hij heeft zich aan alle afspraken gehouden. Positief is dat verdachte inziet dat hij hulp nodig heeft en daar ook om vraagt. Aangezien verdachte "er nog lang niet is", wordt door Kuipers geadviseerd het huidige traject voort te zetten. Ook vanuit de William Schrikker Jeugdreclassering is benadrukt dat het voor het recidiverisico van groot belang is dat het huidige traject wordt voortgezet. Een hernieuwde detentie is contra geïndiceerd, nu dit verdachte zal belemmeren in zijn positieve ontwikkeling en het vertrouwen in zichzelf en instanties zal doen verliezen. Bovendien bestaat de kans dat detentie vanwege verdachtes beïnvloedbaarheid juist recidiveverhogend werkt. Uit een recente risicotaxatie komt naar voren dat het recidiverisico op dit moment laag is. De Raad van de Kinderbescherming heeft zich op 2 april 2014 bij het voorgaande aangesloten.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat ondanks de (eventuele) consequenties die een hernieuwde detentie voor verdachte zouden hebben, dit volgens hem gezien de ernst van de feiten toch onontkoombaar is.

Het hof volgt de advocaat-generaal hierin niet. Oplegging van een (deels) onvoorwaardelijke detentie van langere duur dan het voorarrest, zal de hierboven beschreven ontwikkelingen in negatieve zin doorkruisen. Ondanks de buitengewone ernst van de bewezenverklaarde feiten, acht het hof de door de rechtbank opgelegde en door de advocaat-generaal geëiste jeugddetentie in de onderhavige zaak daarom niet passend. Om verdachte de kans te bieden de door hem ingeslagen weg voort te zetten en zo het recidiverisico (verder) te verminderen, legt het hof hem jeugddetentie op voor de duur van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van voorarrest (90 dagen). Hierbij wordt reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde gesteld, hetgeen ook een behandeling bij het FJP of een soortgelijke instelling kan inhouden. Deze voorwaarde is dadelijk uitvoerbaar. Het voorwaardelijke strafdeel dient tevens als stok achter de deur teneinde te voorkomen dat verdachte weer in de fout gaat. Naast voornoemde jeugddetentie acht het hof het noodzakelijk dat aan verdachte de maximale werkstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen vervangende jeugddetentie, wordt opgelegd.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.600,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1A en 1B bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Door de verdediging is de vordering van de benadeelde partij niet weersproken. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering (hoofdelijk) zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank te Groningen van 6 september 2010 opgelegde voorwaardelijke werkstraf van 40 uren (parketnummer 18-640506-10). Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank te Groningen van 4 maart 2011 opgelegde voorwaardelijke werkstraf van 60 uren (parketnummer 18-640775-10). Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77za, 77aa, 77dd, 77gg, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1A, 1B en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1A, 1B en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 9 (negen) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat:

- de veroordeelde zich na oproep meldt bij de Reclassering of een door deze aan te wijzen andere reclasseringsinstelling en zich hierna blijft melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht en zich houdt aan de voorschriften en aanwijzingen door de reclassering te geven, hetgeen ook een behandeling bij het FJP of een soortgelijke instelling kan inhouden,

waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van deze voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat voormelde voorwaarde en het uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 100 (honderd) dagen jeugddetentie.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde1] ter zake van het onder 1A en B bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.600,00 (duizend zeshonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde1], een bedrag te betalen van € 1.600,00 (duizend zeshonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank te Groningen van 6 september 2010, parketnummer 18-640506-10, te weten van:

taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 20 (twintig) dagen jeugddetentie.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank te Groningen van 4 maart 2011, parketnummer 18-640775-10, te weten van:

taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 30 (dertig) dagen jeugddetentie.

Heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. T.H. Bosma, voorzitter,

mr. G. Dam en mr. G.M. Meijer-Campfens, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman, griffier,

en op 26 mei 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.