Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:4226

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27-05-2014
Datum publicatie
14-07-2014
Zaaknummer
200.135.550
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing met kinderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.135.550

(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, 136962)

beschikking van de familiekamer van 27 mei 2014

inzake

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. M.G.W.M. Geurts te Duiven,

en

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder

advocaat: mr. L. Thomson (onttrokken).

Als overige belanghebbende is aangemerkt:

Stichting Bureau Jeugdzorg Gelderland,

gevestigd te Arnhem,

verder te noemen: de stichting.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 22 juli 2013, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift, ingekomen op 14 oktober 2013;

- een journaalbericht van mr. L. Thomson van 25 november 2013, waarin deze laat weten zich te onttrekken als advocaat van de moeder.

2.2

Op 14 april 2014 is [kind 1] verschenen, die buiten aanwezigheid van de ouders door het hof is gehoord.

2.3

De mondelinge behandeling heeft op 22 april 2014 plaatsgevonden. De vader is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn advocaat. De moeder is in persoon verschenen. Namens de stichting is M. Elsendoorn (gezinsvoogd) verschenen. Namens de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de raad) is N. van Oorschot verschenen.

3 De vaststaande feiten

3.1

Het huwelijk van partijen is op [datum] 2009 ontbonden door echtscheiding.

3.2

Partijen zijn de ouders van:

- [kind 1], geboren op [geboortedatum] 1999, en

- [kind 2] (hierna te noemen: [kind 2]), geboren op [geboortedatum] 2003,

over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen.

3.2

[kind 1] en [kind 2] hebben hun vaste verblijfplaats bij de moeder.

3.3

Bij beschikking van 26 maart 2013 zijn [kind 1] en [kind 2] onder toezicht gesteld van de stichting voor de duur van een jaar, welke termijn voor een jaar is verlengd.

4 De omvang van het geschil

4.1

Tussen partijen is in geschil de verhuizing van de moeder met de kinderen van [woonplaats] naar [plaats]. De rechtbank heeft in de – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – bestreden beschikking de moeder vervangende toestemming verleend om met de kinderen naar [plaats] te verhuizen.

4.2

De vader is met één grief in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van 22 juli 2013. Deze grief beoogt het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen.

5 De motivering van de beslissing

5.1

Op grond van het bepaalde in artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW), dient het hof in een geschil als het onderhavige tussen ouders die gezamenlijk zijn belast met het gezag, een zodanige beslissing te nemen als in het belang van de minderjarige wenselijk voorkomt. De belangen van de minderjarige dienen hierbij een eerste overweging te vormen. Conform vaste rechtspraak dient de rechter echter bij de beslissing in een geschil als het onderhavige alle omstandigheden van het geval in acht te nemen en alle betrokken belangen af te wegen, waaronder:

  • -

    de noodzaak om te verhuizen;

  • -

    de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;

  • -

    de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarige en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;

  • -

    de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;

  • -

    de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in hun vertrouwde omgeving;

  • -

    de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;

  • -

    de frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing;

  • -

    de leeftijd van de minderjarige, zijn mening en de mate waarin de minderjarige geworteld is in zijn omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen;

  • -

    de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.

5.2

Als uitgangspunt geldt dat een ouder bij wie de minderjarige zijn hoofdverblijfplaats heeft in beginsel de gelegenheid dient te krijgen om met de minderjarige en een nieuwe partner elders een gezinsleven en een toekomst op te bouwen, indien de omstandigheden van het geval na een belangenafweging zoals hiervoor genoemd een dergelijke beslissing ook rechtvaardigen.

5.3

De vader stelt dat de belangen van de kinderen en zijn belangen geschaad worden als de moeder naar [plaats] verhuist. De kinderen hebben geen binding met [plaats], moeten daar een nieuw leven opbouwen terwijl rust in hun sociale leven van groot belang is. Zelf moet hij bijna 100 kilometer reizen om contact met zijn kinderen te kunnen hebben als zij naar [plaats] zijn verhuisd.

5.4

De moeder heeft ter mondelinge behandeling aangevoerd dat zij niet in de huidige woning in [woonplaats] wil blijven wonen en dat zij deze woning te klein vindt voor haar gezin. Met haar huidige partner, die in [plaats] woont, heeft zij dochter [kind 3] gekregen. [kind 3] woont voornamelijk bij haar, maar zij zou graag met al haar kinderen in [plaats] gaan wonen, zodat voor [kind 3] co-ouderschap met de vader van [kind 3] kan worden gerealiseerd. De moeder heeft voorts verklaard dat zij zich niet wil inschrijven in [woonplaats] of omgeving om in aanmerking te komen voor een andere, meer geschikte, woning, omdat zij niet in [woonplaats] wil blijven wonen.

5.5

De raad heeft zich onthouden van advies, nu een belangenafweging door de raad op dit moment niet kan worden gemaakt.

5.6

Het hof is van oordeel dat de stelling van de moeder dat de huidige woning niet geschikt is voor haar gezin, onvoldoende aanleiding is om haar verzoek voor het verlenen van vervangende toestemming voor verhuizing naar [plaats] toe te wijzen, nu de moeder andere mogelijkheden voor een woning in en rond [woonplaats] onbenut heeft gelaten en ook niet wil benutten. De noodzaak van het verhuizen van [woonplaats] naar [plaats] is dan ook onvoldoende onderbouwd.

5.7

Tijdens de mondelinge behandeling is voorts gebleken dat de moeder nog niet naar [plaats] is verhuisd. Desgevraagd heeft de moeder verklaard dat zij ook niet voornemens is binnenkort naar [plaats] te verhuizen; dit zal volgens haar nog enige jaren kunnen duren. Ze komt thans in aanmerking voor het zogenaamde Laatste Kans Beleid van de gemeente [woonplaats] en zit in de beginfase van een schuldsaneringsregeling. De komende drie jaren is verhuizen naar een andere gemeente daarom volgens haar in beginsel niet mogelijk, omdat zij daarvoor geen toestemming van de gemeente krijgt. Indien de schuldsanering goed verloopt, zal in overleg met de woningbouwvereniging en de stadsbank eerder verhuizen wellicht wel mogelijk zijn.

Het hof acht die in de toekomst gelegen mogelijkheid echter te onzeker om op grond daarvan het verzoek van de moeder toe te wijzen.

5.8

Gelet op de stukken en hetgeen ter mondelinge behandeling naar voren is gekomen stelt het hof vast dat de moeder de wens heeft in de buurt van haar nieuwe partner in [plaats] te gaan wonen met haar kinderen. Haar plannen zijn echter niet concreet en zullen niet op korte termijn gerealiseerd worden Het hof is dan ook niet in staat om de in dit kader vereiste belangenafweging te maken.

Het hof zal het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming om met de kinderen te verhuizen naar [plaats] dan ook afwijzen.

6 De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, slaagt de grief. Het hof zal de bestreden beschikking vernietigen en beslissen als volgt.

7 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 22 juli 2013 en opnieuw beschikkende:

wijst het verzoek van de moeder tot het verlenen van vervangende toestemming om te verhuizen naar [plaats], alsnog af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.H. Schulten, C.J. Laurentius-Kooter en R. Krijger, bijgestaan door mr. I.T.M.W. Smulders-Jacobs als griffier, en is op 27 mei 2014 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.