Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:3735

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-05-2014
Datum publicatie
17-06-2014
Zaaknummer
WAHV 200.139.435
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Proceskostenvergoeding gemachtigde afgewezen, hof oordeelt dat geen sprake is van beroepsmatig verleenden rechtsbijstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.139.435

8 mei 2014

CJIB 170065301

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel

van 7 november 2013

betreffende

[naam betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [plaats],

voor wie als gemachtigde optreedt[naam gemachtigde],

kantoor houdende te [plaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Overijssel genomen beslissing ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van kosten afgewezen. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Aan de gemachtigde is op 9 april 2014 door de griffier van het hof om nadere informatie verzocht. De gemachtigde heeft op 11 april 2014 de nadere informatie aan het hof toegezonden.

Beoordeling

1.

Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 130,- opgelegd ter zake van “Voor het motorrijtuig van 3500 of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren”, welke gedraging blijkens een registercontrole van de RDW zou zijn verricht op 8 maart 2013 met het voertuig met het kenteken [kenteken].

2.

In het onderhavige geval is een sanctie opgelegd ter zake van een op geautomatiseerde wijze vastgestelde gedraging, waarbij in het zaakoverzicht van het CJIB de verbalisantcode 404040 is vermeld.

3.

Door de toepassing van de verbalisantcode 404040 is niet vast te stellen dat de sanctie is opgelegd door een bevoegde ambtenaar in de zin van artikel 3, tweede lid, van de WAHV (zie het arrest van het hof d.d. 20 februari 2014, WAHV 200.119.209, ECLI:NL:GHARL:2014:1236, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl).

4.

Dit brengt mee dat de inleidende beschikking, waarbij de sanctie is opgelegd, niet in stand kan blijven.

5.

Artikel 20d, vierde lid, juncto artikel 13a, eerste lid, laatste volzin, WAHV verklaart het Besluit proceskosten bestuursrecht (Besluit) van overeenkomstige toepassing. Derhalve zal het hof het kostenverzoek beoordelen aan de hand van de genoemde regeling.

6.

Ingevolge artikel 1 van het van toepassing zijnde Besluit proceskosten bestuursrecht kan een veroordeling in de kosten uitsluitend betrekking hebben op:

a. kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand,

b. kosten van een getuige of deskundige die door een partij is meegebracht of opgeroepen, dan wel van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht,

c. reis- en verblijfkosten van een partij,

d. verletkosten van een partij,

e. kosten van uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale telexen, internationale telefaxen en internationale telefoongesprekken, en

f. kosten van het als gemachtigde optreden van een arts in zaken waarin enig wettelijk voorschrift verplicht tot tussenkomst van een gemachtigde die arts is.

7.

Het hof dient de vraag te beantwoorden of in dit geval sprake is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Desgevraagd heeft de gemachtigde van de betrokkene aangegeven dat hij staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en dat zijn activiteiten zijn gebaseerd op het vergaren van inkomen. Tevens heeft hij twee certificaten overgelegd, waaruit zijn juridische scholing blijkt.

8.

Uit deze overgelegde informatie blijkt niet dat het verlenen van rechtsbijstand een vast onderdeel vormt van een duurzame, op het vergaren van inkomsten gerichte, taakuitoefening. Het verlenen van rechtsbijstand heeft een meer incidenteel karakter. Het hof is derhalve van oordeel dat niet sprake is geweest van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het verzoek om vergoeding zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt deze beslissing;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond en vernietigt deze beschikking met CJIB-nummer 170065301;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 WAHV tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd;

wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Terhell als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.