Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:3639

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-05-2014
Datum publicatie
28-05-2014
Zaaknummer
200.112.363-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontzegging omgang. Minderjarige voelt zich niet veilig bij haar vader.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof: 200.112.363/01

(zaaknummer rechtbank: 186329 / FL RK 11-2164)

beschikking van de familiekamer van 1 mei 2014


inzake:

1 [de moeder],

wonende te [woonplaats],

verder te noemen: de moeder,

2. [de echtgenoot van de moeder],

wonende te [woonplaats],

verder te noemen: de echtgenoot van de moeder dan wel [de echtgenoot van de moeder],

verzoekers in hoger beroep,

advocaat: mr. drs. E.J. Kim-Meijer, kantoorhoudend te 's-Gravenhage,

tegen

[de vader],

woonplaats kiezende ten kantore van zijn hierna genoemde advocaat,
(feitelijk wonende te [X], [land]),

verder te noemen: de vader,

verweerder in hoger beroep,

advocaat: mr. H.P. Scheer, kantoorhoudend te Utrecht (voorheen mr. S.L.A. Verburgt te 's-Gravenhage).

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof heeft op 9 juli 2013 een tussenbeschikking gegeven.

1.2

Ter griffie van het hof zijn binnengekomen:

- op 4 december 2013 een brief van 3 december 2013 van de Raad van de Kinderbescherming (hierna te noemen: de raad) met bijlagen;

- op 31 maart 2014 een journaalbericht van 27 maart 2014 van mr. Scheer met bijlagen;

- op 4 april 2014 een fax van 3 april 2014 van mr. Kim - Meijer.

1.3

Op 7 april 2014 is de mondelinge behandeling voortgezet. De moeder en [de echtgenoot van de moeder] zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaat.

Namens de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de raad), in het kader van zijn adviserende rol, is de heer H. van der Hoef verschenen.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ten overstaan van een andere samenstelling van het hof dan de samenstelling die de tussenbeschikking van 9 juli 2013 heeft gegeven.

1.4

Hoewel behoorlijk opgeroepen zijn de vader en mr. Scheer niet ter zitting verschenen. Mr. Scheer heeft bij journaalbericht van 27 maart 2014 te kennen gegeven dat de vader zijn verweer in de onderhavige zaak intrekt en dat de vader en mr. Scheer niet ter zitting zouden verschijnen.

2 De motivering van de beslissing

2.1

In de bovengenoemde tussenbeschikking heeft het hof de raad verzocht een onderzoek in te stellen naar en te adviseren over de omgang tussen [het kind] en de vader. Het hof heeft de raad verzocht te onderzoeken of voortzetting van de contacten tussen de vader en [het kind] nog in het belang van [het kind] is en zo ja, op welke wijze deze contacten dan vorm moeten worden gegeven bezien vanuit het belang van [het kind].

2.2

Uit het raadsrapport van 28 november 2013 komt naar voren dat [het kind] niet open staat voor contact met de vader. Zij is afwerend wat betreft het contact met de vader en zegt hiertegen ernstige bezwaren te hebben. [het kind] kan geen positieve ervaringen met vader benoemen en/of zich herinneren, zij herinnert zich vooral de negatieve gevoelens rondom de begeleide contacten en Skype contacten. Zij voelt zich niet veilig in zijn buurt en is angstig voor de vader en voor wat hij zou kunnen doen. Zij heeft de ervaring dat de vader haar grenzen niet respecteert en dat de vader zowel tijdens de begeleide contacten als tijdens de Skype contacten voortdurend haar grenzen overschrijdt. Ook de negatieve uitspraken die de vader gedaan heeft over de moeder in een e-mail die hij [het kind] heeft geschreven voelen voor haar als een bedreiging van haar veilige omgeving. [het kind] wil zelf beslissen of en welk contact ze met de vader aangaat en op welke manier.

De raad concludeert dat de vader onvoldoende sensitief en responsief is. Hij lijkt weinig inzicht te hebben in het huidige welbevinden van [het kind]. De vader sluit niet aan bij de belevingswereld van [het kind]. Naast het feit dat hij aangeeft te weinig informatie over haar te krijgen, is hij evenmin ontvankelijk voor de informatie die hij wel krijgt. De vastgestelde begeleide omgangscontacten zijn niet goed verlopen. De vader liet onvoldoende sensitief en responsief gedrag zien en er werd door de begeleidster gezien dat vader meerdere keren de grenzen van [het kind] niet respecteerde en overschreed. De Skype contacten zijn eveneens niet goed verlopen. [het kind] werd opstandig van het verplichte karakter van de Skype contacten en van het feit dat vader dingen wilde weten, waarover [het kind] niet wilde vertellen. [het kind] heeft de Skype contacten zelf gestopt naar aanleiding van een e-mail van de vader over de moeder, waarin hij zich onrespectvol over de moeder uitlaat. De raad stelt vast dat [het kind] haar emoties adequaat kan verwoorden en dat zij duidelijk ernstig bezwaar heeft tegen contact met de vader. [het kind] heeft duidelijk te kennen gegeven geen contact te willen. Contact opleggen - zelfs in een lage frequentie of beperkte vorm - zal het contact en de band tussen [het kind] en vader volgens de raad niet verbeteren.

De raad concludeert dat voortzetting van de contacten tussen [het kind] en de vader niet in het belang van [het kind] is.

Het is volgens de raad in het belang van [het kind] dat er voorlopig geen contact zal zijn tussen [het kind] en vader en de raad adviseert dan ook om de vader het recht op omgang met [het kind] te ontzeggen.

2.3

In het algemeen is het in het belang van een kind te achten dat het omgang heeft met de niet met het gezag belaste ouder. Dienovereenkomstig heeft de wetgever dan ook bepaald dat het kind en de niet met het gezag belaste ouder recht op omgang met elkaar hebben. Het verzoek kan slechts worden afgewezen, indien sprake is van een of meer van de in lid 3 van artikel 1:377a BW vermelde ontzeggingsgronden.

2.4

Gelet op de bovenstaande bevindingen van de raad, die door de vader niet weersproken zijn, moet naar het oordeel van het hof het vaststellen van een omgangs- en/of contactregeling tussen de vader en [het kind] onder de huidige omstandigheden in strijd worden geacht met haar zwaarwegende belangen. Het hof zal het verzoek van de moeder en [de echtgenoot van de moeder] dan ook toewijzen en bepalen dat de in de two-party agreement opgenomen zorgregeling tussen [het kind] en de vader, zoals vastgesteld bij de beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad, nevenzittingsplaats 's-Gravenhage, van

21 december 2010, inclusief de opgenomen schoolvakanties, niet meer hoeft worden nagekomen en dat ook de wekelijkse telefonische en/of Skype contacten tussen [het kind] en de vader (zoals vastgelegd in artikel 1.20 van de two-party agreement) niet meer hoeven plaats te vinden.

2.5

Het hof merkt daarbij op dat beide ouders zich dienen te realiseren dat het volledig uitblijven van contact met haar vader [het kind] op termijn in haar ontwikkeling zal belemmeren en dat het de taak van beide ouders is, waar mogelijk, de gronden voor het uitblijven van het contact tussen [het kind] en de vader weg te nemen. Het hof wijst de moeder erop dat het in het belang van [het kind] is dat zij haar op neutrale wijze informeert over haar vader. Mocht de moeder daar niet toe in staat zijn dan adviseert het hof haar hierbij hulpverlening in te schakelen zodat zij als ouder [het kind] adequaat kan begeleiden en ondersteunen.

3 De slotsom

3.1

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, slagen de grieven. Het hof zal de bestreden beschikking vernietigen en beslissen als hiervoor is overwogen.

4 De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 30 mei 2012;

en opnieuw beslissende:

bepaalt dat de in de two-party agreement opgenomen zorgregeling tussen [het kind] en de vader, zoals vastgesteld bij de beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad, nevenzittingsplaats 's-Gravenhage, van 21 december 2010, inclusief de opgenomen schoolvakanties, niet meer hoeft worden nagekomen;

bepaalt dat de wekelijkse telefonische en/of Skype contacten tussen [het kind] en de vader (zoals vastgelegd in artikel 1.20 van de two-party agreement) niet meer hoeven plaats te vinden;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. I.A. Vermeulen, mr. J.D.S.L. Bosch en

mr. J.G. Idsardi en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 1 mei 2014, in bijzijn van de griffier.