Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:3615

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-05-2014
Datum publicatie
01-05-2014
Zaaknummer
ks 21-005155-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Invoer cocaïne binnen grondgebied Nederland. Bevestiging van het vonnis van de rechtbank waarbij verdachte voor eerstgenoemde is vrijgesproken. Uit de door de advocaat-generaal genoemde omstandigheden kan niet worden afgeleid dat verdachte op de hoogte was of op de hoogte heeft moeten zijn van de inhoud van de container (o.m. cocaïne).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-005155-13

Uitspraak d.d.: 1 mei 2014

TEGENSPRAAK

Promis

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank
Midden-Nederland van 22 maart 2013 met parketnummer 07-974005-12 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1988],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 17 april 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot het niet-ontvankelijk verklaren van de officier van justitie in het hoger beroep ter zake van het onder 1 ten laste gelegde, vernietiging van het vonnis van de eerste rechter voor het overige en veroordeling van verdachte ter zake van het onder 2 en 3 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van voorarrest. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. G.J. van Oosten, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof is van oordeel dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Uit de door de advocaat-generaal genoemde omstandigheden kan immers ook niet worden afgeleid dat verdachte op de hoogte was of op de hoogte heeft moeten zijn van de inhoud van de container. Daarom zal het vonnis waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep.

Aldus gewezen door

mr. K. Lahuis, voorzitter,

mr. J. Dolfing en mr. J. Hielkema, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. K.J. Reinke, griffier,

en op 1 mei 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Dolfing is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.