Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:3243

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-04-2014
Datum publicatie
25-06-2014
Zaaknummer
200.132.360
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming voor verhuizing en inschrijving kinderen op school, hoofdverblijfplaats, verdeling zorg- en opvoedingstaken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2014/109

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.132.360

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 339725)

beschikking van de familiekamer van 17 april 2014

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. L.L.A. Cox te Utrecht,

en

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats],

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. N.C. de Vos te Amersfoort.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van 26 juni 2013 van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift, ingekomen op 23 augustus 2013;

- het verweerschrift tevens eisvermeerdering, ingekomen op 21 oktober 2013;

- een verweerschrift ten aanzien van de eiswijziging, ingekomen op
26 november 2013;

- een journaalbericht van mr. Cox van 6 februari 2014 met bijlagen, ingekomen op 7 februari 2014;

- een journaalbericht van mr. Vrolijks van 6 februari 2014 met bijlagen.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 20 februari 2014 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Namens de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de raad) is [...] verschenen.

3 De vaststaande feiten

3.1

Partijen zijn de ouders van:

- [kind 1] (hierna: [kind 1]), geboren op [geboortedatum] 2006, en

- [kind 2] (hierna: [kind 2]), geboren op [geboortedatum] 2010,

over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen.

3.2

Bij ouderschapsplan, door partijen ondertekend op 15 respectievelijk 20 maart 2013 hebben partijen, voor zover hier van belang, de volgende afspraken gemaakt:

“Artikel 2 – Hoofdverblijfplaats/verhuizing/paspoort


[kind 1] en [kind 2] hebben hun hoofdverblijf bij de moeder en zullen op haar adres in het bevolkingsregister van de gemeente ingeschreven staan. (…)


Bij een voorgenomen verhuizing zullen de ouders vooraf met elkaar in overleg treden. (…)

Artikel 3.1 Zorg/contactregeling


De zorg/contactregeling is vastgelegd in bijlage A.

Indien specifieke, zwaarwegende omstandigheden dit vragen, kan de zorg/contactregeling in de toekomst aangepast worden. Eventuele uitbreiding van de zorgregeling naar een extra dag aan het zorgweekend van de man in de toekomst vindt plaats in goed onderling overleg en voor zover de omstandigheden dit toelaten.

Artikel 3.2 – Vervoer

Beide ouders dragen bij helfte zorg voor het vervoer van de kinderen voor zover het de uitvoering van de zorgregeling betreft. Afwijking van deze regeling is mogelijk in goed onderling overleg.”

3.3

Bij beschikking van 15 mei 2013 is door de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, de echtscheiding uitgesproken tussen partijen en bepaald dat de regeling in voormeld ouderschapsplan deel uitmaakt van de beschikking.

4 De omvang van het geschil

4.1

Tussen partijen zijn in geschil de verhuizing van de vrouw van [woonplaats vader] naar [woonplaats moeder], de hoofdverblijfplaats van [kind 1] en [kind 2] en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. De kinderrechter heeft in de bestreden beschikking de moeder toestemming verleend om per 1 april 2013 met de kinderen te verhuizen naar [woonplaats moeder], hen uit te schrijven op de school en peuterspeelzaal in [woonplaats vader] en hen in [woonplaats moeder] in te schrijven op een school en peuterspeelzaal en het door partijen meer of anders verzochte afgewezen.

4.2

De vader is met zes grieven in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van 26 juni 2013. Deze grieven beogen het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen. De vader verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw beschikkende:
- de moeder in haar verzoek niet-ontvankelijk te verklaren dan wel dit verzoek af te wijzen;

- bij voorwaardelijk verzoek, indien de moeder ontvankelijk is in haar verzoek en het verzoek van de moeder niet wordt afgewezen primair te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen wordt gewijzigd en bij de vader zal zijn en subsidiair te bepalen dat de moeder het ophalen en brengen van de kinderen volledig voor haar rekening neemt;
- te bepalen dat de moeder aan de vader een dwangsom verbeurt van € 250,- voor iedere dag dat zij zich niet aan de te wijzen beschikking houdt dan wel te bepalen dat de beschikking met de sterke arm ten uitvoer kan worden gelegd;
- te bepalen dat de moeder wordt veroordeeld in de kosten van beide/deze instantie(s).

4.3

De moeder heeft verweer gevoerd en tevens haar eis vermeerderd. Zij verzoekt het hof vervangende toestemming te verlenen [kind 2] bij een gastouder onder te brengen.

4.4

Het hof zal de grieven in principaal en incidenteel hoger beroep per onderwerp bespreken.

5 De motivering van de beslissing

5.1

Op grond van het bepaalde in artikel 1:253a BW dient het hof in een geschil als het onderhavige, waarbij de ouders met het gezamenlijk gezag over de kinderen belast zijn en er een verschil van mening bestaat over de verhuizing van een van hen, een zodanige beslissing te nemen als het hof in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt.

5.2

Bij een dergelijke beslissing dient het hof - conform vaste rechtspraak - alle omstandigheden in acht te nemen en alle belangen af te wegen. Hoewel het belang van de kinderen een overweging van de eerste orde dient te zijn bij de te verrichten afweging van belangen, kunnen andere belangen ertoe leiden dat deze zwaarder dienen te wegen dan het belang van de kinderen. Het gaat onder meer om: het recht en belang van de verhuizende ouder en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten, de onmogelijkheid om op een andere wijze aan dat belang tegemoet te komen, de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid, de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de kinderen te verzachten en/of te compenseren, de leeftijd van de kinderen, de te overbruggen afstanden en de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg.

5.3

Uit de stukken en hetgeen ter mondelinge behandeling over en weer is verklaard, is het volgende gebleken. De ouders zijn op 5 november 2004 gehuwd. Sinds begin 2012 zijn de ouders uit elkaar. De vader is uit de echtelijke woning vertrokken. De moeder is met de kinderen in de voormalig echtelijke woning gebleven. Bij beschikking houdende voorlopige voorzieningen van de rechtbank Utrecht van 6 maart 2012 is de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder vastgesteld en bij beschikking houdende voorlopige voorzieningen van 22 maart 2013 is bepaald dat de kinderen eens per twee weken een weekend bij de vader verblijven van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur alsmede de helft van de vakanties en feestdagen, waarbij de vader zorgdraagt voor het vervoer van de kinderen. De voormalige echtelijke woning is verkocht en per 1 mei 2013 geleverd. De moeder heeft bij verzoekschrift van 8 maart 2013 de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, verzocht om vervangende toestemming voor een verhuizing naar [woonplaats moeder]. De moeder en de kinderen zijn begin april 2013 naar [woonplaats moeder] verhuisd.

5.4

De vader is het niet eens met de verhuizing van de moeder met de kinderen naar [woonplaats moeder]. Hij stelt dat de moeder hem voor een voldongen feit heeft geplaatst door zonder zijn toestemming naar [woonplaats moeder] te verhuizen. De moeder kende de bezwaren van de vader en heeft ieder overleg over de voorgenomen verhuizing gestaakt. De moeder heeft niet eerst toestemming van de rechtbank aangevraagd en afgewacht. De vader stelt dat hij via een derde van de verhuizing moest horen. De moeder huurt met ingang van begin januari 2014 een woning in [woonplaats moeder]. Hij stelt dat de moeder ook in [plaatsnaam] een woning had kunnen vinden, maar dat ze al een hele tijd stond ingeschreven in Limburg. De vader betwist de sociale verbondenheid van de moeder met Limburg, omdat ze al tien jaar in [woonplaats vader] woonde. Zij had daar een kennissen- en vriendenkring. Er dient naar het belang van de kinderen te worden gekeken. De kinderen zijn sociaal verbonden met [woonplaats vader]. Zij hebben daar hun familie, vriendjes, halfzus, halfbroer, school en hobby's. De kinderen missen hun oude omgeving. De moeder heeft [kind 1] zonder zijn toestemming op een andere school ingeschreven. De vader is hierover niet geïnformeerd en moest via een derde vernemen op welke school [kind 1] zit. De moeder betrekt de vader niet bij belangrijke beslissingen. Zo heeft de moeder hem niet geïnformeerd over een ziekenhuisbezoek van [kind 1]. Bij navraag bij de moeder wordt de vader slechts minimaal geïnformeerd. De reisafstand tussen [woonplaats vader] en [woonplaats moeder] is te groot, namelijk 200 kilomter (twee en een half uur enkele reis). Een uitbreiding van de zorgregeling, zoals in het ouderschapsplan is opgenomen, is nu niet meer mogelijk. De moeder is altijd bezig geweest met het beperken van de contacten tussen hem en de kinderen. De vader kan nu ook niet meer betrokken zijn de sociale activiteiten van de kinderen, zoals de sportclubs. De belangen van de kinderen zijn door deze verhuizing geschaad. De vader vreest dat de kinderen, naarmate zij ouder worden, steeds meer van hem verwijderd zullen raken.

5.5

De moeder stelt dat de vader al maanden wist van de voorgenomen verhuizing. Zij heeft dit telkens aangekaart gedurende de echtscheidingsprocedure. Ze heeft nooit in [woonplaats vader] kunnen aarden. De vader heeft door het laten vallen van de verhuisafstand ten tijde van het opstellen van het ouderschapsplan de indruk gewekt dat een verhuizing naar Limburg bespreekbaar was. De vader heeft de buren zelfs verteld dat de moeder ging verhuizen. De moeder had de indruk dat de vader toestemming zou geven mits er compensatievoorstellen zouden worden gedaan, ineens werden echter de compensatievoorstellen afgewezen. De moeder moest verhuizen in verband met de verkoop van de voormalig echtelijke woning. In de regio [plaatsnaam] kon zij niet terecht vanwege lange wachtlijsten en het ontbreken van urgentie in die periode. Particulier huren in de regio [plaatsnaam] was ook geen optie. Vanwege de overdracht van de voormalig echtelijke woning op 1 mei 2013 kon de procedure bij de rechtbank niet worden afgewacht. De roots van de moeder liggen in Limburg. Zij is voor de vader naar de regio [plaatsnaam] verhuisd, maar zij heeft altijd, zonder hiervan een geheim te hebben gemaakt, naar Limburg verlangd. Familie en vrienden van de moeder wonen in Limburg, oude vriendschappen zijn aangehaald en nieuwe vriendschappen zijn gesloten. Tijdens het huwelijk ging de vrouw vaak op bezoek bij familie in Limburg. Sinds het vertrek van de vader begin 2012 verbleef de moeder met de kinderen twee weekenden per maand in Limburg. De belangen van de kinderen zijn volgens de moeder niet geschaad. Zij zien hun halfzus en half broer nog. De kinderen hebben in Limburg vriendjes, terwijl dat in [plaatsnaam] niet het geval was. Volgens de moeder ervaren de kinderen de reisafstand niet als vervelend. Bovendien is de reisafstand volgens de moeder niet onredelijk bezwarend. De moeder informeert de vader over alles en betrekt hem in belangrijke beslissingen. De vader stelt zich te passief op naar school en artsen. De moeder ontneemt de vader geen extra contactmomenten, hoewel hij daar in het verleden ook geen gebruik van heeft gemaakt. De vrees van de vader dat de kinderen in de toekomst niet meer naar hem toe willen, is suggestief. De huidige omgangsregeling wordt nagekomen. De moeder acht het niet in het belang van de kinderen om de verhuizing terug te draaien, omdat zij net gewend zijn in Limburg. De intentie van het ouderschapsplan was dat in goed overleg de omgangsregeling kon worden uitgebreid, dat was geen harde afspraak.

5.6

De raad heeft ter mondelinge behandeling verklaard dat het feit dat de moeder de vader voor een voldongen feit heeft geplaatst geen schoonheidsprijs verdient. De raad meent dat het grootste probleem tussen partijen ligt in de slechte communicatie en dat partijen dat aan moeten pakken. Ze dienen hier in het belang van de kinderen aan te werken. De ouders dienen zelf de verantwoordelijkheid te nemen en die niet bij de kinderen neer te leggen. Terugverhuizen naar [woonplaats vader] dient de belangen van de kinderen niet. Ze zijn nu geworteld in [woonplaats moeder]. Een terugverhuizing zal te verwarrend zijn voor de kinderen. De hoofdverblijfplaats van de kinderen dient bij de moeder te zijn. Dit is altijd zo geweest. De vader werkt 36 uur per week, dat is geen ideale situatie voor de kinderen.

5.7

Het hof is van oordeel dat de moeder onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar belang bij een verhuizing voldoende zwaarwegend is en dat zij de verhuizing voldoende heeft doordacht en voorbereid. De moeder stelt dat zij niet kon aarden in [woonplaats vader] en dat zij terug wilde naar Limburg, omdat daar haar roots liggen, zij daar haar familie en vrienden heeft en zij een sociale binding heeft met Limburg. Dit, zo al juist, is echter onvoldoende om haar vervangende toestemming te verlenen om te verhuizen. Haar belang bij een verhuizing naar Limburg dient in dit geval niet zwaarder te wegen dan de belangen van de kinderen en de vader. De moeder heeft op 8 maart 2013 een verzoekschrift bij de rechtbank ingediend tot het verkrijgen van vervangende toestemming voor verhuizing naar [woonplaats moeder], maar zij heeft de uitkomst hiervan niet afgewacht. De moeder heeft de vader voor een voldongen feit geplaatst door zonder zijn toestemming te vertrekken naar [woonplaats moeder], een dorp in Limburg op 200 kilometer van [woonplaats vader]. De moeder stelt dat zij in verband met de verkoop van de voormalig echtelijke woning in [woonplaats vader] moest verhuizen en dat zij in [woonplaats vader], dan wel de regio [plaatsnaam], niet terecht kon voor een woning, nu zij in de sociale huursector geen woning kon krijgen omdat er lange wachtlijsten zijn en in de particuliere sector de prijzen te hoog zijn. Aan deze stellingen gaat het hof voorbij, nu deze stellingen - gelet op de betwisting hiervan door de vader - niet aannemelijk zijn gemaakt noch voldoende onderbouwd. Zo heeft de vrouw niet gesteld welke concrete activiteiten zij heeft ontwikkeld om te proberen een woonruimte in de omgeving van [woonplaats vader] te verkrijgen. Daarbij komt dat deze stellingen niet kunnen verklaren waarom de vrouw zonder de afloop van de procedure bij de rechtbank af te wachten, reeds drie weken na indiening van haar verzoek bij de rechtbank, is verhuisd. De vrouw heeft in dat verband tijdens de mondelinge behandeling bij het hof aangevoerd dat zij de kinderen niet twee keer wilde laten verhuizen, te weten een keer in de omgeving van [plaatsnaam], en na verkregen toestemming, van de rechtbank, naar Limburg. Het hof acht deze handelwijze niet in het belang van de kinderen. Als de vrouw immers de uitspraak van de rechtbank had afgewacht en tijdelijke woonruimte in de omgeving van [woonplaats vader] had gezocht, had [kind 1] het schooljaar kunnen afmaken op haar oude school en had ze in een nieuw schooljaar op de nieuwe school kunnen beginnen. Niet gebleken is dat de moeder ten tijde van de verhuizing werk of familie had in [woonplaats moeder]. Enkel doordat de ouders van de moeder in [woonplaats moeder] een woning hadden geregeld, kwam zij daar terecht. De moeder heeft geen broers of zussen. De ouders van de moeder wonen op Madeira en verblijven incidenteel in hun appartement in Maastricht. De moeder heeft alleen verder verwijderde familie (tantes, ooms, neven en nichten) in Limburg wonen, maar niet gebleken is waar deze familie woonachtig is. De moeder heeft, tegenover de betwisting door de vader, niet voldoende onderbouwd dat zij in Limburg een zodanig sociaal netwerk heeft, dat haar belang om na de scheiding naar Limburg te verhuizen zou moeten prevaleren en evenmin dat zij niet op andere wijze aan dat belang tegemoet kon komen door, zoals zij ook tijdens het huwelijk deed, zelf regelmatig naar Limburg te reizen. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de reistijd tussen [woonplaats vader] en [woonplaats moeder] twee en een half uur enkele reis bedraagt. Hoewel de moeder stelt dat de kinderen daar geen last van hebben, acht het hof deze reisduur bij de huidige omgangsregeling bijzonder belastend voor de kinderen. De vader kan door deze afstand niet betrokken zijn bij de sportactiviteiten van de kinderen. Het hof acht de vrees van de vader dat als de kinderen wat ouder zijn zij door de afstand wat meer van de man verwijderd raken, mede gelet op de slechte onderlinge communicatie tussen de ouders, niet ondenkbaar.

De stelling van de moeder dat het goed gaat met de kinderen in [woonplaats moeder] en dat zij zich prima op hun plek voelen, is door de vader gemotiveerde betwisting en door de vrouw niet nader onderbouwd, bijvoorbeeld door het overleggen van rapporten of stukken van de hulpverlening van [kind 1]. De vader heeft verontrustende tekeningen van [kind 1] en een
e-mailbericht van de leerkracht van [kind 1] overgelegd, waaruit valt af te leiden dat [kind 1] het moeilijk heeft. Daarnaast is gebleken dat [kind 1] het ziekenhuis heeft bezocht in verband met haar overgewicht.

5.8

Het hof benadrukt dat het in het belang van de kinderen is dat de ouders met elkaar in overleg treden voor belangrijke (gezagsgerelateerde) beslissingen voor en over de kinderen. Nu gebleken is dat de ouders niet of nauwelijks communiceren, dienen zij hulp te zoeken bij het verbeteren van hun onderlinge communicatie, omdat de slechte communicatie tussen hen van invloed is geweest op het ontstaan van de huidige situatie. Het is de verantwoordelijkheid van de moeder om de vader zo veel als mogelijk te informeren. Zij dient hem vooraf over gezagsaangelegenheden te informeren, te overleggen en hem (indien mogelijk vooraf) over andere zaken met betrekking tot de kinderen op de hoogte te houden.

5.9

Alle feiten en omstandigheden afwegend is het hof van oordeel dat het verzoek van de moeder om toestemming te verlenen voor haar verhuizing naar [woonplaats moeder], niet in het belang van de kinderen is, en daarom niet toewijsbaar is. Het hof acht een (terug)verhuizing naar een plaats dichterbij [woonplaats vader], in ieder geval binnen een straal van 50 kilometer, het meest in het belang van de kinderen is en - gelet op hun nog jonge leeftijd - nu het minst ingrijpend zal zijn. Het hof realiseert zich dat bij een verhuizing van de moeder en de kinderen naar een plaats binnen een straal van 50 kilometer van [woonplaats vader] (met [woonplaats vader] als middelpunt), van met name de moeder een grote mentale stap wordt gevraagd. Het hof acht het voor de ontwikkeling van de kinderen van belang dat zij de band met beide ouders kunnen onderhouden en ontwikkelen, zodat het belang van de kinderen en de vader in deze zwaarder dient te wegen dan het belang van de moeder.

5.10

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het verzoek van de moeder tot het verkrijgen van vervangende toestemming voor de verhuizing met de kinderen naar [woonplaats moeder], dient te worden afgewezen. De grieven I tot en met IV van de man slagen. Nu de vader zijn standpunt dat de moeder dient terug te verhuizen niet heeft vertaald in een in het petitum opgenomen verzoek en zowel de moeder als de rechtbank, gezien de inhoud van de processtukken van de moeder en de bestreden beschikking, zijn stelling ter zake ook niet hebben begrepen als een verzoek waarop beslist dient te worden, komt het hof aan verdere bespreking van dit standpunt niet toe.

5.11

Nu het hof, zoals uit het voorgaande volgt, het verzoek van de moeder om toestemming voor verhuizing naar [woonplaats moeder] alsnog zal afwijzen, is de voorwaarde waaronder de vader zijn hiervoor onder 4.2 genoemde primaire (hoofdverblijf bij hem) en subsidiaire verzoek (moeder neemt het halen en brengen op zich) heeft geformuleerd, niet vervuld, zodat die verzoeken buiten verdere bespreking kunnen blijven. Grief V faalt dan ook.

5.12

Nu het verzoek van de moeder tot het verkrijgen van vervangende toestemming voor de verhuizing naar [woonplaats moeder] dient te worden afgewezen, heeft de moeder geen belang meer bij haar verzoek om [kind 2] onder te brengen bij een gastouder.

5.13

Het hof ziet geen aanleiding om een dwangsom vast te stellen, nu de man dit verzoek onvoldoende heeft toegelicht dan wel onderbouwd.

5.14

Het hof ziet geen aanleiding de vrouw in de kosten van beide procedures te veroordelen, gelet op het familierechtelijke karakter van de procedure. Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, nu partijen gewezen echtgenoten zijn.

6 De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, slagen de grieven I tot en met IV van de man. Het hof zal de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, vernietigen en beslissen als volgt.

7 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 26 juni 2013;

wijst de verzoeken van de moeder af;

wijst de verzoeken van de vader af;

compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A.E.F. Hillen, K.J. Haarhuis en D.J. Buys, bijgestaan door mr. M. Ligtenberg-Vastenholt als griffier, en is op 17 april 2014 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.