Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:3063

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15-04-2014
Datum publicatie
15-04-2014
Zaaknummer
21-000539-12
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZUT:2012:BV2116, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van mensenhandel ten aanzien van een minderjarige, voor het overige vrijspraak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000539-12

Uitspraak d.d.: 15 april 2014

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zutphen van 24 januari 2012 met parketnummer 06-950383-11 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 1 april 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr W.R. Jonk, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het deels tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

1
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2011 tot en met 19 mei 2011 te [plaats] en/of te [plaats], in elk geval in Nederland en/of in Duitsland en/of in Estland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander, te weten [betrokkene 1]

(lid 1, onder 1°)

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [betrokkene 1],

en/of

(lid 1, onder 3°)

heeft aangeworven en/of medegenomen, met het oogmerk die [betrokkene 1] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling,

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meer van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [betrokkene 1] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten en/of de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [betrokkene 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

en/of

(lid 1, onder 6°)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [betrokkene 1],

en/of

(lid 1, onder 9°)

(telkens) met één of meer van de onder 1° genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [betrokkene 1] heeft bewogen hem, verdachte en/of diens mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met en/of voor een derde,

immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)

- tegen die [betrokkene 1] gezegd dat zij naar Nederland kon gaan om te dansen en/of vervolgens gezegd dat er ook een mogelijkheid was om prostitutiewerk te gaan doen en/of

- die [betrokkene 1] met de auto en/of met het vliegtuig van Estland naar Nederland vervoerd en/of - (bij aankomst in Nederland) tegen die [betrokkene 1] gezegd dat zij haar geld pas zou krijgen als zij weer in Estland zou zijn en/of als zij goed zou werken en/of

- die [betrokkene 1] ondergebracht en/of gehuisvest in een woning en/of

- een of meer foto('s) van die [betrokkene 1] (in lingerie) gemaakt en/of een of meer (seks)advertentie(s) op internet geplaatst en/of

- die [betrokkene 1] in die woning een of meer klant(en) laten ontvangen en/of naar een of meer klant(en) vervoerd en/of als prostituée laten werken en/of

- met die klant(en) afspraken gemaakt over de prijs en/of

- de werktijden van die [betrokkene 1] bepaald en/of die [betrokkene 1] laten werken als zij ongesteld was en/of

- condooms voor die [betrokkene 1] gekocht en/of - tegen die [betrokkene 1] gezegd dat zij geen klanten mocht weigeren en/of gezegd dat als de klant niet tevreden was, zij gestraft zou worden en/of zij een boete zou krijgen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- het door [betrokkene 1] verdiende geld ingenomen en/of beheerd en/of (deels) aangewend voor zijn eigen gebruik en/of

- de kosten voor een paspoort en/of een het vliegticket aan die [betrokkene 1] voorgeschoten en/of kleding voor die [betrokkene 1] betaald en/of (een) ander(e) geldbedrag(en) aan die [betrokkene 1] geleend (waardoor die [betrokkene 1] een schuld opbouwde) en/of

- de contacten van die [betrokkene 1] gecontroleerd en/of haar verboden het huis te verlaten zonder toestemming van hem, verdachte, en/of diens mededader(s),

door welke feiten en omstandigheden voor die [betrokkene 1] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en/of ten gevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte en zijn mededaders heeft kunnen bieden;



2.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 19 mei 2011 te [plaats] en/of te [plaats], in elk geval in Nederland en/of in Duitsland en/of in Estland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander, te weten [betrokkene 2] (geboren [geboortedatum]),

(lid 1, onder 2°)

heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [betrokkene 2],

terwijl die [betrokkene 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt

en/of

(lid 1, onder 3°)

heeft aangeworven en/of medegenomen, met het oogmerk die [betrokkene 2] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling,

en/of

(lid 1, onder 5°)

ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van haar enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die [betrokkene 2], zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen,

terwijl die [betrokkene 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt

en/of

(lid 1, onder 8°)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [betrokkene 2] met of voor een derde tegen betaling,

terwijl die [betrokkene 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt,

immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)

- tegen die [betrokkene 2] gezegd dat er werk was in Nederland en/of

- die [betrokkene 2] met de auto en/of met het vliegtuig van Estland naar Nederland vervoerd en/of

- ( bij aankomst in Nederland) tegen die [betrokkene 2] gezegd dat zij haar geld pas zou krijgen als zij weer in Estland zou zijn en/of als zij goed zou werken en/of

- die [betrokkene 2] ondergebracht en/of gehuisvest in een woning en/of

- een of meer (seks)advertentie(s) op internet geplaatst en/of

- die [betrokkene 2] in die woning een of meer klanten laten ontvangen en/of naar een of meer klant(en) vervoerd en/of als prostituée laten werken en/of

- met die klant(en) afspraken gemaakt over de prijs en/of

- de werktijden van die [betrokkene 2] bepaald en/of die [betrokkene 2] laten werken als zij ongesteld was en/of

- condooms voor die [betrokkene 2] gekocht en/of

- het door [betrokkene 2] verdiende geld ingenomen en/of beheerd en/of (deels) aangewend voor zijn eigen gebruik;

- de contacten van die [betrokkene 2] gecontroleerd en/of haar verboden het huis te verlaten zonder toestemming van hem, verdachte, en/of diens mededader(s),

door welke feiten en omstandigheden voor die [betrokkene 2] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en/of ten gevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte en zijn mededaders heeft kunnen bieden;



3.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 12 juli 2011 te [plaats] en/of [plaats], in elk geval in Nederland,

(telkens) 18 (te weten fotonummers 1, 2, 4, 5, 6, 7, 8, 10, 13, 14, 15, 18, 19, 20, 21, 22, 23 en 25 genoemd in het dossier, proces-verbaal d.d. 21 september 2011, p. 355 en 356 en foto’s op p. 357-369, althans meerdere, althans (een) afbeelding(en)

heeft vervaardigd en/of

heeft verspreid en/of openlijk tentoongesteld, door het plaatsen van voornoemde afbeelding(en) bij een of meerdere (seks)advertentie(s) op internet,

en/of

(telkens) een gegevensdrager(s), te weten een computer, bevattende voornoemde 18, (te weten fotonummers 1, 2, 4, 5, 6, 7, 8, 10, 13, 14, 15, 18, 19, 20, 21, 22, 23 en 25 genoemd in het dossier, proces-verbaal d.d. 21 september 2011, p. 355 en 356 en foto’s op p. 357-369, althans meerdere, althans (een) afbeelding(en), in bezit heeft gehad,

terwijl op die afbeelding(en) (telkens) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, te weten [betrokkene 2], geboren [geboortedatum],

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het gedeeltelijk naakt en/of in lingerie (laten) poseren van voornoemde [betrokkene 2], die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze [betrokkene 2] gekleed en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding poseert die niet bij haar leeftijd past en/of waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze [betrokkene 2] en/of de uitsnede van de afbeeldingen nadrukkelijk de (deels ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden en/of (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Geldigheid dagvaarding feit 3

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding onder feit 3 nietig dient te worden verklaard, nu onvoldoende duidelijk is waar de seksuele gedragingen van de verschillende, als kinderpornografisch aangeduide, foto’s uit bestaan. Er had beschreven moeten worden wat op elk van de genoemde foto te zien zou zijn. Er is verder verwezen naar paginanummers waarop de foto’s zouden staan, terwijl door de officier van justitie op de dagvaarding is medegedeeld dat de afbeeldingen niet in het dossier zijn gevoegd en ook niet in afschrift zullen worden verstrekt.

Het hof overweegt allereerst dat de desbetreffende foto’s wel deel uitmaken van de processtukken en de verdediging de foto’s ook ter zitting heeft kunnen zien en heeft gezien, zodat dat onderdeel van het verweer niet opgaat.

Gelet op het onderliggende dossier, de verwijzing naar de fotonummers alsmede de betreffende pagina’s waarop ze te vinden zijn in de tenlastelegging en mede in aanmerking genomen dat een feitelijke omschrijving van de foto’s is gegeven, is het hof van oordeel dat de tenlastelegging voldoende feitelijk is. Het is voldoende duidelijk wat verdachte wordt verweten, zodat hij zich hiertegen kon verweren, zoals hij ook heeft gedaan. Het was voor de verdediging duidelijk dat de mededeling op de dagvaarding dat de afbeeldingen niet in het dossier zijn gevoegd een misslag betreft. De raadsman heeft er geen bezwaar tegen gemaakt dat de foto’s hem niet in afschrift zijn verstrekt. Het hof verwerpt het verweer.

Vrijspraak/bewezenverklaring

(On)rechtmatig binnentreden

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het binnentreden van de woning onrechtmatig is geweest, nu de verbalisanten hebben nagelaten zich voorafgaand aan het binnentreden van de woning te legitimeren (1) en zij geen mededeling hebben gedaan van het doel van hun binnentreden (2). Er is sprake van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, waardoor alle zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen van het bewijs dienen te worden uitgesloten. Bovendien is de toestemming van de bewoner ontoereikend en niet rechtsgeldig, omdat hem te kennen was gegeven dat de politie de woning wilde betreden in verband met de geluidsoverlast.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Met de raadsman is het hof van oordeel dat de verbalisanten zich op grond van artikel 1, lid 1 van de Algemene wet op het binnentreden voorafgaand hadden moeten legitimeren en mededeling hadden moeten doen van het doel van het binnentreden. Uit het dossier volgt dat zij dit niet hebben gedaan, zodat sprake is van schending van eerder genoemd artikel.

Het hof verwerpt het verweer dat de toestemming tot het betreden van de woning on onjuiste gronden zou zijn verkregen, aangezien -naar het hof uit het proces-verbaal van opsporing afleidt- op het moment waarop de toestemming werd gevraagd duidelijk was dat zij de woning wilden betreden in verband met het aantreffen van verdachte [medeverdachte 2] met een ontbloot bovenlichaam en twee meisjes voor het raam. Dat sprake zou zijn geweest van een onzuiver oogmerk is ook anderszins niet aannemelijk geworden.

Aan dit vormverzuim zal het hof echter geen rechtsgevolg verbinden, nu verdachte door niet-naleving van het voorschrift niet is getroffen in het belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen. Het in de Algemene wet op het binnentreden gehanteerde begrip ‘bewoner’ heeft immers betrekking op de persoon wiens privéleven zich op een bepaalde plaats afspeelt, terwijl vast staat dat verdachte weliswaar huurder was van de betreffende woning maar zijn verblijf daar niet had en op dat moment ook niet in de woning was.

Ten overvloede overweegt het hof nog het volgende. Enerzijds gaat het om een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel dat is geschonden, aangezien het een van de waarborgen tegen willekeurig overheidsoptreden betreft. Het hof is anderzijds echter van oordeel dat er geen sprake is van een schending in aanzienlijke mate terwijl evenmin aan het vormverzuim op grond van de in artikel 359a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde factoren enig rechtsgevolg verbonden behoeft te worden. Uit het proces-verbaal van opsporing leidt het hof af dat de verbalisanten geüniformeerd waren en het dus duidelijk was dat zij politie-ambtenaren in de uitoefening van hun functie waren. Verbalisanten waren weliswaar in eerste instantie naar aanleiding van een melding over geluidsoverlast ter plaatse gekomen, maar inmiddels was duidelijk gemaakt dat zij de woning wilden betreden in verband met het aantreffen van verdachte [medeverdachte 2] met een ontbloot bovenlichaam en twee meisjes voor het raam. Ook voor het binnentreden met laatstgenoemd doel is toestemming gegeven.

Mensenhandel

De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken ter zake van mensenhandel ten aanzien van de [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) en [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]).

De officier van justitie is in hoger beroep gekomen tegen beide vrijspraken.

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van beide feiten, terwijl de verdediging heeft verzocht om vrijspraak van alle feiten.

Het hof stelt het volgende voorop.

Artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van (slechts) één getuige. Voor de berechting van zaken waarin een verdachte beschuldigd wordt van mensenhandel wordt op deze eis geen uitzondering gemaakt.

Hierna zal het hof ingaan op de beschuldigingen tegen verdachte.

[betrokkene 1] (feit 1)

Verklaringen aangeefster [betrokkene 1]

Aangeefster [betrokkene 1] heeft - kort gezegd - verklaard dat zij door ene [naam 1] en [naam 2] (uit Estland) naar Nederland is gestuurd om in de prostitutie te werken. [medeverdachte 1] (hof: [medeverdachte 1]) en [medeverdachte 2] hebben haar van het vliegveld in Duitsland opgehaald. Zij is vervolgens in een woning in [plaats] ondergebracht. Zij heeft een werktelefoon van [medeverdachte 2] gekregen. Een man belde haar om door te geven dat er klanten waren. Zij denkt dat dat [verdachte] (hof: [verdachte]) was. Er zijn foto’s van haar gemaakt en ze heeft begrepen dat [verdachte] die op Internet zou zetten. Als ze op escort ging, reed [verdachte] of [medeverdachte 2] haar. Als zij terug kwam in de auto, gaf ze het geld aan [verdachte] of [medeverdachte 2]. Het verdiende geld werd opgehaald door [verdachte] en soms bracht [medeverdachte 1] of [medeverdachte 2] het weg. Ze heeft [medeverdachte 1] vier dagen meegemaakt. In die tijd heeft [medeverdachte 1] het verdiende geld opgehaald. Toen [medeverdachte 1] was opgepakt, kwam [verdachte] het geld ophalen. [medeverdachte 2] had regelmatig contact met [naam 1]. Vanuit Estland bepaalde [naam 1] wat ze wel en niet mocht.


Ondersteunend bewijs

Ten aanzien van de vraag of verdachte zich met betrekking tot [betrokkene 1] heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel dient het hof na te gaan of de onderdelen van de verklaringen van [betrokkene 1] die relevant zijn voor het ten laste gelegde, voldoende worden ondersteund door ander bewijsmateriaal.

Daarbij neemt het hof in aanmerking dat [betrokkene 1] wisselend heeft verklaard. Zij is gaandeweg de verhoren (ook bij de rechter-commissaris) steeds méér gaan verklaren, doch op een aantal wezenlijke punten niet consistent, zonder dat hiervoor een plausibele verklaring kan worden gevonden. Ook laat zij zich over een aantal punten in zodanige bewoordingen uit (“denken”, “begrepen”) dat het daarbij kennelijk niet gaat om een waarneming van feiten of omstandigheden. Uit haar verklaring volgt dan ook niet precies wat de betrokkenheid van verdachte en zijn medeverdachten is geweest. Ook blijkt uit haar verklaring niet duidelijk in hoeverre sprake is geweest van dwang en waaruit die dwang zou hebben bestaan.

Het hof is daarnaast van oordeel dat er (naast de verklaringen van [betrokkene 1]) geen dan wel onvoldoende ondersteunend bewijsmateriaal voor de gestelde uitbuitingssituatie in de stukken aanwezig is. Van betrokkenheid van verdachte bij het werk in de prostitutie is niet gebleken. Dat verdachte aangeefster naar klanten heeft vervoerd en verdiensten heeft ingenomen, wordt niet bevestigd door ander bewijsmateriaal. Ook volgt uit het dagboek van aangeefster niet dat verdachte betrokken was bij haar werk als prostituee, laat staan dat hij haar gedwongen zou hebben tot dat werk en/of verdiensten zou hebben ontvangen. Bovendien kan het hof niet buiten redelijke twijfel uitsluiten dat eventuele opgehaalde geldbedragen de huur van de woning betroffen. Van enige vorm van dwang is evenmin gebleken. Voor wat betreft het punt van de kwetsbare positie, zoals dit door de advocaat-generaal naar voren is gebracht, overweegt het hof dat aangeefster zich weliswaar in een vreemd land bevond (punt 1 in het requisitoir), maar dat niet is komen vast te staan dat zij voor de huisvesting in Nederland afhankelijk was van verdachte en medeverdachten, dat zij niet beschikte over haar eigen financiële middelen en dat zij schulden had bij [naam 1] en [medeverdachte 2] (punten 2, 3 en 4 van het requisitoir). Dat zij alleen als gevolg van de omstandigheid dat zij in een ander land verbleef zich in een uitbuitingssituatie bevond, is niet komen vast te staan. Bovendien volgt uit het dossier niet dat verdachte wetenschap had van een eventuele kwetsbare positie van [betrokkene 1], laat staan dat hij daar misbruik van heeft gemaakt.

Al met al is het hof van oordeel dat naast de verklaringen van [betrokkene 1] onvoldoende ondersteunend bewijsmateriaal voorhanden is, zodat niet is komen vast te staan dat sprake is geweest van mensenhandel als bedoeld in artikel 273f lid 1, sub 1, 4, 6 en 9 van het Wetboek van Strafrecht. Ook voor een bewezenverklaring van artikel 273f lid 1, sub 3 van het Wetboek van Strafrecht is onvoldoende bewijs voorhanden, nu uit het dossier niet volgt dat verdachte aanwezig is geweest of een rol heeft gehad bij het vervoer van [betrokkene 1] vanuit het buitenland naar Nederland. Gelet op het vorenstaande zal het hof verdachte vrijspreken van het onder 1 ten laste gelegde.

[betrokkene 2] (feit 2)

Verklaring getuige [betrokkene 2]

[betrokkene 2] heeft - kort gezegd - verklaard dat zij met [medeverdachte 2] vanuit Estland naar Nederland is gekomen. Zij is in Nederland gaan werken in de prostitutie. Zij werd op haar telefoon gebeld als er klanten waren. Het verdiende geld werd naar Estland gestuurd. Zij zou haar verdiensten in Estland ontvangen.

Verklaringen getuige [betrokkene 1]

[betrokkene 1] heeft voor wat betreft [betrokkene 2] - kort gezegd - verklaard dat zij al in de woning was toen [betrokkene 1] in Nederland aankwam. Als [betrokkene 1] en [betrokkene 2] na een escort terugkwamen in de auto, gaven ze het verdiende geld aan [verdachte], [medeverdachte 2] of [medeverdachte 1].

Ondersteunend bewijs

Het hof stelt voorop dat [betrokkene 2] in het geheel niet over verdachte heeft verklaard. Voor zover [betrokkene 1] heeft verklaard over de rol van verdachte, is het hof van oordeel dat haar verklaring dat verdachte [betrokkene 2] heeft vervoerd naar klanten, wordt bevestigd door de verklaring van verdachte zelf dat hij [betrokkene 2] één keer heeft teruggebracht van een escort en door het dagboekfragment van [betrokkene 2] van 15 april, inhoudende: “Gisteren ben ik samen met [verdachte] op escort geweest”. De verklaring van [betrokkene 1] dat verdachte verdiensten heeft ingenomen, wordt echter niet bevestigd door ander bewijsmateriaal.

Het vervoeren van een minderjarige prostituee naar klanten is een handeling waarvan verdachte weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling.

Gelet op het vorenstaande komt het hof tot een bewezenverklaring van artikel 273f lid 1, sub 5 van het Wetboek van Strafrecht en spreekt het verdachte vrij van het ten laste gelegde sub 2 en 8. Verder is niet gebleken dat verdachte betrokken is geweest bij het vervoer van [betrokkene 2] vanuit het buitenland naar Nederland (artikel 273f lid 1, sub 3 Wetboek van Strafrecht), zodat het hof verdachte ook vrijspreekt van het ten laste gelegde sub 3.

Kinderporno

Met de raadsman is het hof van oordeel dat niet bewezen is dat sprake is van kinderpornografische afbeeldingen als bedoeld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht.

Het gaat om foto’s -zonder begeleidende tekst- waarop een (nog net) minderjarige in lingerie poseert, die er overigens wezenlijk ouder uitziet. Op grond van de waarnemingen van het hof kan het niet buiten redelijke twijfel zeggen dat dit afbeeldingen betreffen van gedragingen van seksuele aard als bedoeld in de tenlastelegging en in artikel 240b Wetboek van Strafrecht (vgl. o.m. HR 7 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO6446, NJ 2011/81). Zo is geen sprake van een erotisch getinte houding die niet bij haar leeftijd past of waarbij door het camerastandpunt of de pose of de wijze van kleden van betrokkene of de uitsnede van de afbeeldingen nadrukkelijk de (deels ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden waarbij de afbeelding een onmiskenbaar seksuele strekking heeft of strekt tot seksuele prikkeling. Daaraan doet niet af het enkele feit dat op enkele foto’s een deel van haar borsten te zien is.

Het hof zal verdachte derhalve vrijspreken van het hem onder 3 ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 19 mei 2011 te [plaats] en/of te [plaats], in elk geval in Nederland en/of in Duitsland en/of in Estland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ten aanzien van een ander, te weten [betrokkene 2] (geboren [geboortedatum]),

(lid 1, onder 2°)

heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [betrokkene 2],

terwijl die [betrokkene 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt

en/of

(lid 1, onder 3°)

heeft aangeworven en/of medegenomen, met het oogmerk die [betrokkene 2] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling,

en/of

(lid 1, onder 5°)

ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van haar enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs had) moeten vermoeden dat die [betrokkene 2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen,

terwijl die [betrokkene 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt

en/of

(lid 1, onder 8°)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [betrokkene 2] met of voor een derde tegen betaling,

terwijl die [betrokkene 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt,

immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)

- tegen die [betrokkene 2] gezegd dat er werk was in Nederland en/of

- die [betrokkene 2] met de auto en/of met het vliegtuig van Estland naar Nederland vervoerd en/of

- (bij aankomst in Nederland) tegen die [betrokkene 2] gezegd dat zij haar geld pas zou krijgen als zij weer in Estland zou zijn en/of als zij goed zou werken en/of

- die [betrokkene 2] ondergebracht en/of gehuisvest in een woning en/of

- een of meer (seks)advertentie(s) op internet geplaatst en/of

- die [betrokkene 2] in die woning een of meer klanten laten ontvangen en/of naar een of meer klant(en) vervoerd. en/of als prostituee laten werken en/of

- met die klant(en) afspraken gemaakt over de prijs en/of

- de werktijden van die [betrokkene 2] bepaald en/of die [betrokkene 2] laten werken als zij ongesteld was en/of

- condooms voor die [betrokkene 2] gekocht en/of

- het door [betrokkene 2] verdiende geld ingenomen en/of beheerd en/of (deels) aangewend voor zijn eigen gebruik;

- de contacten van die [betrokkene 2] gecontroleerd en/of haar verboden het huis te verlaten zonder toestemming van hem, verdachte, en/of diens mededader(s);

door welke feiten en omstandigheden voor die [betrokkene 2] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en/of ten gevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte en zijn mededaders heeft kunnen bieden;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

Mensenhandel.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf van 36 maanden.

De rechtbank Zutphen heeft de verdachte integraal vrijgesproken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf van 24 maanden.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het faciliteren van prostitutie door een minderjarig meisje uit het buitenland. Hij heeft haar vervoerd naar klanten. Door aldus te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid van dit jonge meisje.

Het hof neemt in aanmerking dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 17 maart 2014, niet eerder voor soortgelijke feiten met de politie en justitie in aanraking is gekomen.

Mensenhandel is een ernstig feit. Het hof zal er bij de strafoplegging echter rekening mee houden dat het faciliteren van de prostitutie in dit geval enkel bestond uit het vervoeren van het minderjarige slachtoffer naar klanten, terwijl voorts niet is bewezen dat verdachte heeft geprofiteerd van haar verdiensten.

Alles afwegende is het hof van oordeel dat oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden passend en geboden is. Het hof realiseert zich dat deze straf substantieel afwijkt van de eis, maar het hof acht -anders dan de advocaat-generaal- slechts een deel van feit 2 bewezen. Het heeft daarbij tevens rekening gehouden met de -geringe- overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. Was die er niet geweest, dan had het hof een straf gelijk aan het voorarrest -184 dagen- opgelegd.

Ten aanzien van de inbeslaggenomen laptop overweegt het hof dat er niets aan teruggave in de weg staat, nu de aangetroffen afbeeldingen niet als (kinder)pornografisch kunnen worden aangemerkt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 27 en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een laptop.

Aldus gewezen door

mr J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr R. van den Heuvel en mr M.B.T.G. Steeghs, raadsheren,

in tegenwoordigheid van J.R.M. Roetgerink, griffier,

en op 15 april 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.