Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:3048

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
11-04-2014
Datum publicatie
15-04-2014
Zaaknummer
21-002889-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft in de Verenigde Staten van Amerika de graad van "Doctor of Chiropractic" behaald en mocht zich op grond daarvan in de Verenigde Staten presenteren door "Doctor" of "Dr." voor zijn naam te plaatsen. Verdachte was ten tijde van de pleegperiodes genoemd in het onder 1 en 2 ten laste gelegde, telkens op grond van artikel 7.23, vierde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, gerechtigd om ook in Nederland deze in de Verenigde Staten verkregen titel Doctor (Dr.) te voeren. Dat de verdachte in Nederland een andere doctorstitel heeft gevoerd dan de doctorstitel die aan hem in de Verenigde Staten is verleend, is niet aannemelijk geworden. Aldus acht het hof niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2014-0104

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002889-13

Uitspraak d.d.: 11 april 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland van 6 februari 2013 met parketnummer 19-940045-12 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 28 maart 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en veroordeling van de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde tot telkens een geldboete van € 750,=, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens de verdachte door zijn raadsman,

mr. W. Römelingh, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1:
hij in of omstreeks de periode van 3 juli 2011 tot en met 1 december 2011 te [plaats], althans in Nederland, zonder daartoe gerechtigd te zijn de titel in een der artikelen 7.20,

7.22, tweede lid, 7.22a, eerste lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek heeft gevoerd, immers heeft hij zich, toen en aldaar, op de website [website] Dr. [naam] genoemd;

2:
hij in of omstreeks de periode van 20 februari 2012 tot en met 19 november 2012 te [plaats], althans in Nederland, zonder daartoe gerechtigd te zijn de titel in een der artikelen 7.20, 7.22, tweede lid, 7.22a, eerste lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek heeft gevoerd, immers heeft hij zich, toen en aldaar, op de website [website] Dr. [naam] genoemd.

Vrijspraak

Het hof acht aannemelijk geworden dat de verdachte op 12 januari 2007 in de Verenigde Staten van Amerika de graad van "Doctor of Chiropractic" heeft behaald en dat hij op grond hiervan zich in de Verenigde Staten mocht presenteren door "Doctor" of "Dr." voor zijn naam te plaatsen. Mitsdien was de verdachte in de pleegperiodes genoemd in het onder 1 en 2 ten laste gelegde, telkens op grond van artikel 7.23, vierde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, gerechtigd om ook in Nederland deze in de Verenigde Staten verkregen titel Doctor (Dr.) te voeren. Dat de verdachte in Nederland een andere doctorstitel heeft gevoerd dan de doctorstitel die aan hem in de Verenigde Staten is verleend, is niet aannemelijk geworden.

Aldus acht het hof niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. E. de Witt, voorzitter,

mr. O. Anjewierden en mr. H. Heins, raadsheren,

in tegenwoordigheid van G.A. Boersma, griffier,

en op 11 april 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. H. Heins is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.