Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:2055

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
09-01-2014
Datum publicatie
14-03-2014
Zaaknummer
P13-454
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof ziet aanleiding om in het belang van de jeugdige, anders dan door de instelling geadviseerd, de termijn van de maatregel niet met achttien maanden, maar met slechts vijftien maanden te verlengen.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is het hof gebleken dat de jeugdige gebaat is bij een begeleide extern gestructureerde terugkeer in de samenleving. Hoewel hiermee naar verwachting nog geruime tijd gemoeid zal zijn, valt niet uit te sluiten dat - gelet op de huidige ontwikkeling van de jeugdige - volgende stappen in het resocialisatietraject sneller gezet kunnen worden dan de inrichting op dit moment voor mogelijk houdt, hetgeen mede van belang is om de jeugdige perspectief te blijven bieden. Het hof is dan ook van oordeel dat - bij een verder goed verloop van het traject en medewerking van de jeugdige - vóór het eind van dit jaar het STP moet zijn opgestart.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

PIJ P13/0454

Beslissing d.d. 9 januari 2014

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van het openbaar ministerie in de zaak tegen

[jeugdige] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1992],

verblijvende op de [jeugdzorginstelling].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag van 29 augustus 2013, houdende afwijzing van de vordering tot verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 16 juli 2009, waarbij de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen werd opgelegd;

- het klinisch multidisciplinair onderzoek plaatsing in Inrichting voor Jeugdigen van Forensisch Centrum [Forensisch Centrum] van 6 juni 2013;

- het verlengingsadvies van Forensisch Centrum [Forensisch Centrum] van 14 juni 2013, met als bijlage het tweede tot en met vierde perspectiefplan over de periode van 15 juli 2012 tot 5 augustus 2013;

- de vordering van de officier van justitie, ingekomen op 17 juli 2013;

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van het openbaar ministerie van 12 september 2013;

- de appelmemorie van het openbaar ministerie van 25 september 2013;

- de voortgangsrapportage van [jeugdzorginstelling] van 2 december 2013, met als bijlage het vijfde perspectiefplan over de periode van 5 augustus tot 14 oktober 2013;

- de door de raadsman ter zitting overgelegde stukken met betrekking tot mogelijke werkgelegenheid en het dagprogramma van de jeugdige.

Het hof heeft ter zitting van 19 december 2013 gehoord de jeugdige, bijgestaan door zijn raadsman mr L.C. Blok, advocaat te Zoetermeer, en de advocaat-generaal mr. G.J. de Haas.

Overwegingen:

Het advies van [Forensisch Centrum]

Er is sprake van een persoonlijkheidsstoornis NAO met voornamelijk antisociale en narcistische trekken. Daarnaast is sprake van herhaald misbruik van cannabis tijdens de detentie. De jeugdige functioneert op benedengemiddeld intelligentieniveau. De jeugdige heeft zich meermaals aan de behandeling onttrokken. Als gevolg hiervan is de jeugdige ter observatie in [Forensisch Centrum] geplaatst. Daarnaast heeft hij zich tijdens het PIJ-traject schuldig gemaakt aan een ernstig geweldsdelict. Hiervoor heeft hij twee jaar in volwassenendetentie doorgebracht. Daarna is zijn PIJ-maatregel hervat, waarna hij zich wederom tijdens een verlof aan het toezicht heeft onttrokken. De persoonlijkheidsproblematiek van de jeugdige uit zich onder andere in het zich onbegeleidbaar opstellen, gebrekkige regulatie van negatieve affecten, een sterke neiging tot externaliseren, verhoogde krenkbaarheid en een volledig gebrek aan probleeminzicht. De gebrekkige regulatie van negatieve affecten in combinatie met de dysfore stemming zorgen ervoor dat de jeugdige als het ware constant gespannen is en snel boos of verongelijkt wordt. Hij heeft een sterk bepalende persoonlijkheid die zich uit in grensoverschrijdend of antisociaal gedrag. In de huidige situatie waarbij sprake is van een lopende PIJ-maatregel bij een jongen met een recidiverisico op gewelddadig gedrag, geconsolideerde persoonlijkheidsproblematiek en een neiging tot het negatief beïnvloeden van het pedagogisch klimaat, lijkt een meer individuele en volwassen aanpak de juiste. De afdeling die hiervoor het beste is toegerust is de Individuele Traject Afdeling (ITA). De instelling heeft geadviseerd de maatregel met achttien maanden te verlengen met voorzetting van de behandeling op de ITA.

Het klinisch multidisciplinair onderzoek van 6 juni 2013

Een langdurige psychotherapeutische behandeling met schematherapie is geïndiceerd. Hiervoor lijkt de resterende maatregeltijd - gelet op het ontbreken van motivatie bij de jeugdige - te kort. Het meest haalbare lijkt een gedragsmatige aanpak gericht op het aanleren van praktische vaardigheden om de zelfredzaamheid in de maatschappij zo veel mogelijk te vergroten. De frustratietolerantie, agressieregulatie en uitstel van behoeftebevrediging zijn gebrekkig. Dit zorgt voor veel conflicten in de behandeling. Een ITA-afdeling lijkt de juiste behandelomgeving. De mogelijkheden voor scholing en arbeid worden gelet op het bovenstaande als beperkt gezien. Het gaan werken als zelfstandig ondernemer wordt in de huidige situatie als niet reëel beschouwd. Een traject gericht op het aanleren van praktische vaardigheden en het bereiken van ten minste een minimum aan maatschappelijk inbedding zoals werk en scholing wordt wenselijk geacht.

Het advies van [jeugdzorginstelling]

De inrichting conformeert zich aan het advies van [Forensisch Centrum] van 14 juni 2013 om de maatregel voor de duur van achttien maanden te verlengen. In deze periode zal getracht worden het recidiverisico zo veel mogelijk te reduceren. De behandeling, gericht op resocialisatie, zal op een gedragsmatige wijze worden vormgegeven. Er zal samen met de jeugdige een trajectperspectief worden opgesteld waaraan hij duidelijkheid kan ontlenen en waaraan hij zich dient te conformeren. Daarnaast is het vergroten van de persoonlijke en maatschappelijke vaardigheden een belangrijk doel van de begeleiding. Indien de maatregel wordt verlengd en het gedrag van de jeugdige dit toelaat zal een aanvraag voor eendaags begeleid verlof worden ingediend. Bij een goed verloop van deze vorm van verlof kan worden overgegaan naar onbegeleid verlof. Zo kan de jeugdige laten zien over welke vaardigheden hij beschikt. Hiervoor is een verlenging voor de duur van achttien maanden noodzakelijk.

Het standpunt van de jeugdige en zijn raadsman

De jeugdige heeft de detentie wisselend in het jeugdrecht en het volwassenrecht doorgebracht. Dit heeft niet bijgedragen aan de motivering om de behandeling te laten slagen. De stagnatie in de behandeling is niet enkel te wijten aan de houding van de jeugdige. Ook [Forensisch Centrum] heeft de behandeling niet naar behoren uitgevoerd. Uit het voortgangsrapport komt een matig behandelprogramma naar voren. Voorts wordt gesproken over middelengebruik terwijl de testen negatief zijn. Daarnaast wordt bij herhaling een incident aangehaald waar de jeugdige helemaal buiten staat. De jeugdige heeft voldoende aangetoond dat hij klaar is voor de volgende stap. Met steun en begeleiding van zijn familie, relatie en de reclassering kan het recidiverisico in voldoende mate beperkt worden. Daarbij kan hij in het bedrijf van zijn oom gaan werken. De raadsman heeft het hof verzocht de beslissing van de rechtbank te bevestigen.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal conformeert zich met betrekking tot de ontwikkeling van de jeugdige aan de appelmemorie van de officier van justitie. Nu de jeugdige sinds kort op de ITA verblijft, kan er nog niet gesproken worden van een voltooid plan van aanpak. De terugkeer naar de maatschappij zal moeilijker zijn dan de jeugdige nu zelf inschat. Een gedragsmatige aanpak vanuit de inrichting is geïndiceerd. Een begeleide terugkeer in de samenleving, die de nodige tijd zal vergen, is ook in het belang van de jeugdige. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank en toewijzing van de vordering waarbij de advocaat-generaal zich met betrekking tot de duur van de verlenging refereert aan het oordeel van het hof.

Het oordeel van het hof

Vernietiging

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen, daar het tot een andere beslissing komt.

Indexdelict

De maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is bij vonnis van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 16 juli 2009 aan de jeugdige opgelegd onder meer ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten: mishandeling, meermalen gepleegd en mishandeling begaan tegen zijn vader, meermalen gepleegd.

Stoornis en recidivegevaar

Bij de jeugdige is sprake van een persoonlijkheidsstoornis NAO met voornamelijk antisociale en narcistische trekken. Daarnaast is er sprake van herhaald misbruik van cannabis tijdens de detentie. Het recidiverisico is met behulp van een SAVRY in kaart gebracht en wordt als matig tot hoog ingeschat.

Verlenging

Gelet op de adviezen van [Forensisch Centrum] en [jeugdzorginstelling] en gelet op het multidisciplinair onderzoek is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de maatregel eist.

De verlenging van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen acht het hof mede in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de jeugdige. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is het hof gebleken dat de jeugdige gebaat is bij een begeleide extern gestructureerde terugkeer in de samenleving. Hoewel hiermee naar verwachting nog geruime tijd gemoeid zal zijn, valt niet uit te sluiten dat - gelet op de huidige ontwikkeling van de jeugdige - volgende stappen in het resocialisatietraject sneller gezet kunnen worden dan de inrichting op dit moment voor mogelijk houdt, hetgeen mede van belang is om de jeugdige perspectief te blijven bieden. Het hof is dan ook van oordeel dat - bij een verder goed verloop van het traject en medewerking van de jeugdige - vóór het eind van dit jaar het STP moet zijn opgestart. Het hof ziet, hiervan uitgaande, aanleiding om in het belang van de jeugdige, anders dan door de instelling geadviseerd, de termijn van de maatregel niet met achttien maanden, maar met slechts vijftien maanden te verlengen.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Den Haag van 29 augustus 2013 met betrekking tot de jeugdige [jeugdige].

Verlengt de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met een termijn van vijftien maanden.

Aldus gedaan door

mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,

mr A.J. Smit en mr. J.W. Rijkers als raadsheren,

en I.M. van Woudenberg en prof. dr. W.J. Schudel als raden,

in tegenwoordigheid van B. Moorlag als griffier,

en op 9 januari 2014 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.