Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:1899

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-02-2014
Datum publicatie
10-03-2014
Zaaknummer
21-004972-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Verzoek ex artikel 591a Sv

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

Locatie Arnhem

Pkn: 21-004972-12

Avnr: 1347-13 (591a Sv)

Het hof heeft gezien het op 22 juli 2013 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

domicilie kiezende te [plaats], ten kantore van zijn raadsman,

hierna te noemen verzoeker,

ingediend door [raadsman 1], advocaat te [plaats], strekkende tot toekenning van een vergoeding ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering voor de door verzoeker ten behoeve van het onderzoek en de behandeling der zaak gemaakte reis- en verblijfskosten en in de kosten van de raadsman, vermeerderd met de kosten voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift.

Het hof heeft gehoord in openbare raadkamer van 6 januari 2014 de advocaat-generaal en verzoeker, bijgestaan door [raadsman 1] voornoemd.

Het hof heeft kennis genomen van de overige zich in het procesdossier bevindende stukken, waaronder de conclusie van de advocaat-generaal.

OVERWEGINGEN

1.

Bij in kracht van gewijsde gegaan arrest van het hof van 13 juni 2013 is verzoeker vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. De zaak is derhalve geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

2.

Het verzoekschrift is tijdig ingediend en is in zoverre ontvankelijk.

3.

Het verzoekschrift omvat kort samengevat de volgende posten:

a. kosten rechtsbijstand bestaande uit een bedrag van 75.047,24 in rekening gebracht door [raadsman 1] voornoemd;

b. kosten rechtsbijstand bestaande uit een bedrag van 2.565,20 in rekening gebracht door [raadsman 2];

c. reis- en verblijfskosten bestaande uit een bedrag van 292,10;

d. kosten van indiening van onderhavig verzoek overeenkomstig de forfaitaire bedragen.

4.

De advocaat-generaal heeft volhard bij de eerdere schriftelijke conclusie.

5.

De raadsman heeft gepersisteerd bij het verzoek.

Verzoeken ex 591a Wetboek van Strafvordering

6.

Ingevolge artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering kan, indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, aan de gewezen verdachte of zijn erfgenamen, op een verzoek ingediend binnen drie maanden na beëindiging van de zaak, uit 's Rijks kas een vergoeding worden toegekend voor zijn ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, alsmede in de kosten van een raadsman.
Op grond van artikel 90, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

7.

De gevraagde reiskosten van verzoeker voor het bijwonen van de behandelingen van de zaak door de rechtbank te Utrecht (inclusief de verhoren ten overstaan van de rechter-commissaris aldaar) op respectievelijk 16 mei 2012, 3 september 2012, 6 september 2012, 7 september 2012, 18 oktober 2012, 24 oktober 2012, 9 november 2012 en voor het bijwonen van de behandeling van de zaak door dit hof op respectievelijk 30 mei 2013 zijn voor toewijzing vatbaar op de voet van het bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken bepaalde. Toegewezen kan worden:

- 7 maal een retour bus/NS 2e klasse [woonplaats]-Utrecht à € 24,38: € 170,66

- 1 maal een retour bus/NS 2e klasse [woonplaats]-Arnhem à € 42,66: € 42,66

Derhalve in totaal € 213,32

De reiskosten, die verzoeker ten behoeve van bezoeken aan het kantoor van zijn raadsman heeft gemaakt, vallen buiten het beslissingskader van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering. Het verzoek zal voor het overige derhalve worden afgewezen.

8.

Bij de beoordeling van het verzoek tot vergoeding van de kosten van de raadsman in de zin van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering stelt het hof voorop dat de declaratie van de raadsman niet meer is dan een uitgangspunt, dat door het hof wordt betrokken in zijn oordeel of er, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn aan verzoeker een vergoeding toe te kennen voor de kosten van de raadsman en zo ja tot welk bedrag. Deze maatstaf voor het beoordelen van het verzoek brengt met zich mee dat het hof geenszins gebonden is aan de door de raadslieden gedeclareerde tijd of het door hen gehanteerde uurtarief.

9.

Het hof heeft ten aanzien van de gevraagde vergoeding ter zake van de kosten voor rechtsbijstand acht geslagen op de aard, de omvang en de complexiteit van de strafzaak. Daarbij heeft het hof in het bijzonder betrokken dat het openbaar ministerie uitgebreid onderzoek heeft verricht naar de feiten waarvan verzoeker verdacht werd. Dat onderzoek heeft geleid tot een omvangrijk dossier. Vervolgens zijn in het kader van de behandeling bij de rechtbank meerdere getuigen gehoord ten overstaan van de rechter-commissaris. Nadat verzoeker door de rechtbank is vrijgesproken, is het openbaar ministerie in hoger beroep gegaan. Ook in hoger beroep is nader onderzoek verricht in de vorm van het horen van een getuige.

Het hof stelt vast dat het openbaar ministerie grote inspanningen gerechtvaardigd achtte, hetgeen niet alleen volgt uit de omvang van het verrichte onderzoek maar bijvoorbeeld ook uit het feit dat het openbaar ministerie zich in eerste aanleg heeft laten vertegenwoordigen door twee officieren van justitie.

Gelet op het voorgaande acht het hof de door de verdediging verrichte werkzaamheden in een bijzondere zaak als de strafzaak waarin verzoeker verdachte was niet van dien aard dat deze als onredelijk kunnen worden aangemerkt. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen de persoonlijke en maatschappelijke impact van onderhavige zaak voor verzoeker, alsmede het gewicht en de aandacht die het openbaar ministerie daaraan heeft gegeven.

10.

Het hof zal daarom op gronden van billijkheid als vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand toekennen een bedrag ter hoogte van het verzochte bedrag van € 77.612,44 (inclusief BTW).

11.

Gelet op de landelijke aanbeveling inzake verzoekschriften schadevergoeding kan in het onderhavige geval als vergoeding voor kosten verbonden aan de indiening en behandeling van dit verzoekschrift worden toegewezen € 540,00 (inclusief BTW).

BESCHIKKENDE

Het hof:

- kent aan verzoeker toe op gronden als hiervoor omschreven een vergoeding uit ’s Rijks kas ten bedrage van € 78.365,76 en gelast de tenuitvoerlegging daarvan;

- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;

- beveelt de griffier om bovenstaand bedrag over te maken op het bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] t.n.v. [begunstigde].

Deze beschikking is gegeven te Arnhem door mr. M. Otte, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R. Robroek, griffier, ondertekend door de voorzitter en de griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 17 februari 2014.