Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:1799

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
04-03-2014
Datum publicatie
12-03-2014
Zaaknummer
200.118.341-01
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Huurrecht. Ontbinding huurovereenkomst woonruimte i.v.m. professionele hennepkweek in het gehuurde, ook al zou hennepkwekerij maar één oogst hebben opgeleverd en dat twee jaar geleden zijn gebeurd, en al zou daarbij op legale wijze verkregen elektriciteit zijn gebruikt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.118.341/01

(zaaknummer rechtbank Zwolle-Lelystad 608197 CV EXPL 12-6675)

arrest van de eerste kamer van 4 maart 2014

in de zaak van

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. S.O. Reiziger, kantoorhoudend te Almere,

tegen

[de stichting],

gevestigd te Amsterdam, alsmede te Almere,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: [de stichting],

advocaat: mr. E. van der Hoeden, kantoorhoudend te Laren NH.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 31 oktober 2012 van de rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton, locatie Lelystad (hierna: de kantonrechter).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 15 november 2012, hersteld bij exploot van 5 december 2012,

- de memorie van grieven, met producties,

- de memorie van antwoord met een productie.

2.2

Vervolgens heeft [de stichting] de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.2

De vordering van [appellant] luidt:

"het vonnis (…) te vernietigen en opnieuw rechtdoende, bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

i. Het vonnis (…) te vernietigen.

ii. De vordering van [de stichting] inhoudende ontbinding van de huurovereenkomst met [appellant] en ontruiming van de woning alsnog af te wijzen.

iii. Met veroordeling van [de stichting] in de kosten van deze appelprocedure en in de kosten van de procedure in eerste aanleg".

3 De feiten

3.1

Tegen de door de kantonrechter vastgestelde feiten (onder 1.1 tot en met 1.8 van haar vonnis) is geen grief gericht en evenmin zijn andere bezwaren gebleken. Samen met wat in hoger beroep, mede gelet op de overgelegde en niet weersproken stukken, vast staat, komen de feiten op het volgende neer.

3.2

Partijen hebben op 28 mei 2005 een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning).

3.3

In de op de huurovereenkomst van toepassing zijnde algemene huurvoorwaarden staat

onder meer het volgende:

“Artikel 7

1. Huurder zal het gehuurde als een goed huurder en overeenkomstig de daaraan gegeven

bestemming van woonruimte gebruiken.

2. Huurder zal het gehuurde gedurende de huurtijd zelf bewonen en er zijn hoofdverblijf hebben.

3. Huurder zal ervoor zorgdragen dat aan omwonenden geen overlast wordt veroorzaakt.

(...)

7. Het is verboden in of op het gehuurde of op het daarbij behorende terrein naar oordeel van

verhuurder zodanige hinderlijke arbeid of handelingen te verrichten, dat daardoor overlast aan derden wordt gedaan."

3.4

Op 19 oktober 2011 is door de politie, sociale recherche en energieleverancier Liander een inval in de woning gedaan, waarbij restanten van een hennepkwekerij zijn aangetroffen.

In de door een verbalisant ondertekende goederenlijst staat dat onder meer de volgende zaken in de woning zijn aangetroffen: aarde, 20 meter afzuigslang, 8 armaturen, een hygro-/ thermometer, een kachel, 2 koolstoffilters, 200 plantenbakken, een slakkenhuis, 2 snelheids-regelaars, 9 transformatoren, 10 meter tuinslang, een ventilator, een waterton, een schakel-kast, 2 scharen en 2 handschoenen.

3.5

Liander heeft met betrekking tot de woning aangifte gedaan van het veroorzaken van

een gevaarlijke situatie en diefstal van energie. In de aangifte heeft Liander onder meer het

volgende verklaard:

“De fraudespecialist M04 constateerde op 19 oktober 2011 verboden handelingen aan de

elektriciteitsinstallatie en trof het volgende aan:

De eerdergenoemde fraudespecialist zag dat er aan de rechter zijde van de meter een gaatje was geboord (geen draadje of pennetje aanwezig) op dit moment. De eerdergenoemde fraudespecialist zag dat er sprake was van een handelwijze waarbij niet is voldaan aan de norm NEN 1010. Deze norm beschrijft de minimale voorschriften waaraan een elektrische installatie moet voldoen om de veiligheid te kunnen waarborgen. Het gevolg van de handelwijze is dat er gevaar voor goederen te duchten is geweest. (...) Door manipulatie werd de afgenomen elektriciteit niet via de elektriciteitsmeter geregistreerd. (...) Naar aanleiding van deze inventarisatie en het door Liander NV ingestelde onderzoek is door mij een berekening gemaakt waaruit blijkt dat er minimaal 2.345 kWh illegaal is afgenomen.(...)

TOELICHTING GEVAARZETTING

NEN 1010

Er zijn twee mogelijke gevaren bij elektriciteit, te weten gevaar voor elektrocutie (door directe of indirecte aanraking) en brandgevaar."

3.6

In een dossiernotitie Hennepteelt van de Sociale Recherche met betrekking tot de

woning staat onder meer het volgende:

“Betrokkene is gehoord door medewerkers van de Sociale Recherche Flevoland. Kort en zakelijk weergegeven verklaarde de heer [appellant] aangaande de hennepplantage aan deze medewerkers ondermeer het volgende:

‘Er zijn geen planten. Er liggen alleen spullen. Die spullen staan er al twee jaar. Vroeger was er wel een hennepkwekerij van ongeveer 50 planten. Dat was ergens in januari 2009. Die

hennepkwekerij was niet van mij. (...) Ik had ongeveer € 30.000,- schuld. (...) Ik kreeg toen contact met jongens die me extra geld zouden geven als ik in mijn woning een

hennepkwekerij zou zetten. Ik kwam met hen in contact via mijn vrienden. De eerste keer zouden ze me € 500,- geven en de 2e keer € 1.000,-. Maar ik heb het geld nooit gekregen. Ik bleef gewoon in mijn woning wonen toen de hennepkwekerij werd opgezet. Dat was eind 2008, ergens in november/december 2008. Die jongens kwamen elke keer hij me langs. Zij knipten de planten eind februari 2009 en beloofden me geld te geven. (..) Ze

hebben de hennep in zakken gedaan en zijn daarna weggegaan. (...) Ik heb niet bij de opbouw geholpen. Maar ik liet het wel toe. (…) Toen de jongens in februari 2009 de hennep hadden geknipt hebben ze alle spullen zo laten staan. Die jongens namen de hennep mee en beloofden terug te komen. Maar dat deden ze niet. Na zes tot zeven maanden ben ik begonnen de boel op te ruimen, ik ben begonnen met de lampen, de filters eraf te halen. De aarde heb ik in vuilniszakken gestopt. Al het plastic heb ik van de muur getrokken.'

(...)

Bijzonderheden feitenonderzoek

Bij controle zijn er uitsluitend restanten van hennepplanten aangetroffen. Aan de hand van het aantal aangetroffen potten en de gebruikte oppervlakte in m2 is berekend dat de plantage uit ongeveer 84 hennepplanten heeft bestaan.

(...)

Hoeveel kamers (ruimten) waren ingericht t.b.v. de hennepkweek? Eén slaapkamer.

(...)

Bijzonderheden

• In de woning is op het aanrecht een schaar met daaraan henneprestanten aangetroffen."

3.7

Het jaarlijkse elektraverbruik in de woning bedroeg over 2007/2008 3388, over 2008/2009 2623, over 2009/2010 8961 en over 2010/2011 1084 kWh.

4 De vordering en beoordeling ervan in eerste aanleg

4.1

[de stichting] heeft ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde gevorderd wegens het toelaten van een bedrijfsmatige hennepkwekerij en de daarmee samenhangende gevaarzetting en energiefraude.

4.2

De kantonrechter heeft deze vorderingen toegewezen na te hebben geoordeeld dat de tekortkoming van [appellant] ernstige veiligheidsrisico's meebracht en daarom niet van te geringe betekenis was om ontbinding te rechtvaardigen.

5 De beoordeling van de grieven

5.1

[appellant] heeft dit vonnis aangevallen met vier grieven. Met grief I voert hij omstandigheden aan waaruit volgens hem volgt dat het gebeurde geen ernstige tekortkoming opleverde en niet tot overlast heeft geleid. Met grief II wordt betoogd dat de energiemeter niet is gemanipuleerd, hetgeen uit het stroomverbruik in 2009 blijkt, zodat er geen gevaarzetting was. Volgens grief III, althans zo verstaat het hof deze grief, wordt [appellant] ten onrechte verantwoordelijk gehouden voor de kwekerij en heeft hij daar geen voordeel van behaald. In het kader van grief IV voert [appellant] in hoger beroep omstandigheden aan die zijns inziens meebrengen dat ontbinding van de huurovereenkomst, gelet op de gevolgen, in dit geval niet gerechtvaardigd is. Het hof zal de grieven gezamenlijk bespreken.

5.2

Bij de beoordeling zal het hof de productie die [de stichting] bij memorie van antwoord heeft gevoegd, en waarop [appellant] nog niet heeft kunnen reageren, buiten beschouwing laten. Zoals hierna zal blijken wordt [de stichting] daardoor niet in haar belang geschaad.

5.3

Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat het toelaten van de exploitatie van een hennepplantage met een omvang van in dit geval 50 planten, zoals [appellant] zelf heeft erkend, in een kamer van het gehuurde een zodanig ernstige tekortkoming van [appellant] in de nakoming van zijn verplichtingen als huurder oplevert, dat ontbinding van de huurovereenkomst alleszins gerechtvaardigd is. Daaraan staat niet in de weg dat de plantage ten tijde van ontdekking niet meer in gebruik was en dat sommige apparatuur reeds verwijderd was. Ook staat daaraan niet in de weg dat er volgens [appellant] maar één keer geoogst is en dat zulks twee jaar voor ontdekking van de plantage was. Het hof acht het evenmin relevant of [appellant] zelf werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van het inrichten, kweken of oogsten. Het beschikbaar stellen van de ruimte in de gehuurde woning aan derden voor dit, van de overeengekomen bestemming afwijkende, doel levert reeds een tekortkoming jegens [de stichting] op, ook als dit [appellant] per saldo geen voordeel heeft opgeleverd. De aard van dit gebruik brengt, zoals de kantonrechter terecht heeft overwogen, risico's mee voor het gehuurde en de woonomgeving als gevolg van een hoog vochtgehalte en stroomgebruik. Voor de ernst van deze gevaarzetting is niet relevant dat het risico zich niet heeft gerealiseerd.

5.4

Indien daarbij ook nog stroom wordt gebruikt via een gemanipuleerde meter, wordt reeds daardoor een extra risico gecreëerd. [appellant] heeft niet gemotiveerd betwist dat er met de meter geknoeid was, nu daarin een gaatje was geboord en die meter als gevolg daarvan niet meer voldeed aan veiligheidsnorm NEN 1010.

Hoewel dit de suggestie wekt van illegale aftap van elektriciteit, staat naar het oordeel van het hof, mede gelet op het onder 3.7 vermelde energieverbruik in de woning, niet vast dat daarvan ook sprake is geweest. Naar het oordeel van het hof kan dat echter in dit geschil met de verhuurder ook buiten beschouwing blijven. Ook bij legaal afgenomen elektriciteit ten behoeve van een hennepplantage als in casu is sprake van gevaarzetting, zoals het hof hiervoor al heeft overwogen.

5.5

[appellant] heeft aangevoerd dat ontbinding van de huurovereenkomst tot gevolg heeft dat hij op straat komt te staan, niet in aanmerking zal komen voor een nieuwe woning in de sociale huursector, dat zijn uitkering wordt stopgezet en dat hij de omgangsregeling met zijn kinderen niet kan nakomen.

Het hof is van oordeel dat deze gevolgen geheel en al in de risicosfeer van [appellant] liggen, en niet meebrengen dat de gevorderde ontbinding, gelet op deze gevolgen, niet gerechtvaardigd zou zijn. Overigens is bepaald niet uitgesloten dat de omgang tussen [appellant] en zijn kinderen ook elders plaats kan vinden.

5.6

De grieven leiden derhalve niet tot vernietiging van het vonnis, dat zal worden bekrachtigd onder verbetering van gronden.

[appellant] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van hoger beroep, te weten € 291,- verschotten en salaris advocaat volgens liquidatietarief, 1 punt bij tarief II.

6 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter te Lelystad van 31oktober 2012;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [de stichting] vastgesteld op € 894,-voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en op € 291,- voor verschotten;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. H. de Hek, mr. M.E.L. Fikkers en mr. L. Groefsema en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 4 maart 2014.