Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:1532

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27-02-2014
Datum publicatie
04-03-2014
Zaaknummer
TBS P13-0325
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het aan de terbeschikkinggestelde opgelegde inreisverbod is met toetreding van Kroatië tot de Europese Unie niet van rechtswege komen te vervallen. De terbeschikkinggestelde beschikt derhalve niet over de bewegingsvrijheden die in het algemeen vereist zijn voor een plaatsing in een Forensisch Psychiatrische Kliniek, hetgeen het hof noodzakelijk acht als voorwaarde in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging van overheidswege, mocht het hof daartoe besluiten. In deze situatie is een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging zowel feitelijk als juridisch niet haalbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2014/120

Uitspraak

TBS P13/0325

Beslissing d.d. 27 februari 2014

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] (Joegoslavië) op [geboortedatum],

verblijvende in [FPC].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland van 14 juni 2013, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

  • -

    de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 22 mei 2003, waarbij de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd opgelegd;

  • -

    het verlengingsadvies van [FPC] van

25 maart 2013;

  • -

    de wettelijke aantekeningen over de periode van 10 juni 2011 tot en met 15 mei 2013;

  • -

    het maatregelrapport van Reclassering Nederland van 17 mei 2013;

  • -

    de vordering van de officier van justitie, ingekomen op 10 april 2013;

  • -

    het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

  • -

    de beslissing waarvan beroep;

  • -

    de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 21 juni 2013;

  • -

    het aanvullend advies van [FPC] van

11 september 2013, met als bijlage de wettelijke aantekeningen over de periode van 31 mei 2012 tot en met 19 juni 2013;

  • -

    de rapportage van de Immigratie- en Naturalisatiedienst van 25 september 2013, met bijlage;

  • -

    het proces-verbaal van de zitting van het hof van 26 september 2013, met daarbij gevoegd de pleitnotitie van de raadsman, met bijlagen;

  • -

    het maatregelrapport van Reclassering Nederland van 13 december 2013;

  • -

    het concept wettelijke aantekeningen over de periode van 19 juni 2013 tot en met

18 december 2013;

  • -

    de door de raadsman ter zitting van het hof van 19 december 2013 overgelegde producties;

  • -

    de tussenbeslissing van het hof van 9 januari 2014;

  • -

    de brief van de Immigratie- en Naturalisatiedienst van 12 februari 2014 met bijlage;

  • -

    de door de raadsman ter zitting van het hof van 13 februari 2014 overgelegde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State van 30 december 2013.

Het hof heeft ter zitting van 13 februari 2014 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr R. Bosma, advocaat te Assen, de advocaat-generaal mr E.J. Julsing-Nijenhuis en de deskundige [deskundige], procesvertegenwoordiger en jurist bij de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND).

Overwegingen:

In aanvulling op de overwegingen van het hof in het proces-verbaal van 26 september 2013 en de tussenbeslissing van 9 januari 2014 wordt het volgende overwogen.

Recente informatie Immigratie- en Naturalisatiedienst

Nu de terbeschikkinggestelde met ingang van 1 juli 2013 burger van de Europese Unie is geworden, betekent dit dat hierdoor het inreisverbod met ingang van 1 juli 2013 dient te worden opgeheven en op grond van richtlijn 2004/38/EG beoordeeld zal moeten worden of er aanleiding bestaat om het verblijfrecht van de terbeschikkinggestelde te beëindigen en aan hem de maatregel van ongewenstverklaring op te leggen. Voornoemde situatie zal op grond van geldende jurisprudentie van het Europese Hof middels een formeel besluit moeten worden vastgesteld.

Op dit moment verblijft de terbeschikkinggestelde van rechtswege sinds 1 juli 2013 rechtmatig in Nederland. Indien het verblijfsrecht dat de terbeschikkinggestelde aan richtlijn 2004/38/EG ontleent niet zou worden beëindigd en tevens het inreisverbod wordt opgeheven, bestaat er geen grond tegen een eventuele voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Indien het verblijfsrecht wel zou worden beëindigd, het inreisverbod zou worden opgeheven en wederom de maatregel van ongewenstverklaring zou worden opgelegd, betekent dit dat de terbeschikkinggestelde niet langer rechtmatig in Nederland verblijft en op grond van de ongewenstverklaring ook geen rechtmatig verblijf meer in Nederland kan verkrijgen, zolang de ongewenstverklaring voortduurt.

Ter zitting van het hof van 13 februari 2014 heeft de deskundige [deskundige] in haar nadere toelichting op het standpunt van de IND bevestigt dat het inreisverbod door toetreding van Kroatië tot de Europese Unie niet van rechtswege is vervallen. Het derhalve nog steeds geldende inreisverbod staat in de weg aan vrijheid van beweging. Een eventuele voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege met als voorwaarde opname in een Forensisch Psychiatrische Kliniek conflicteert niet met een onrechtmatig verblijf in Nederland, zolang de terbeschikkinggestelde op een gesloten afdeling verblijft en geen vrijheid van beweging heeft.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De terbeschikkinggestelde wil graag onder begeleiding resocialiseren en terugkeren in de maatschappij. Er is al jaren sprake van een patstelling. De terbeschikkinggestelde verbleef meer dan 13 jaar legaal in Nederland voordat hij ongewenst werd verklaard. Hij heeft geen banden met Kroatië. De raadsman heeft verzocht de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen onder de voorwaarden zoals deze door de reclassering zijn geformuleerd.

Het standpunt van de advocaat-generaal

Ter zitting van 19 december 2013 heeft het openbaar ministerie zich op het standpunt gesteld dat de terbeschikkingstelling diende te worden verlengd met één jaar en dat de dwangverpleging voorwaardelijk diende te worden beëindigd.

De advocaat-generaal heeft ter zitting van 13 februari 2014, in afwijking van het eerder geformuleerde standpunt, geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank, gelet op de recente informatie van de IND .

Het oordeel van het hof

Vernietiging

Het hof zal de beslissing van de rechtbank om proceseconomische redenen vernietigen.

Indexdelict

Blijkens de bewezenverklaring, de kwalificatie en de motivering van de oplegging van de maatregel, in onderling verband en samenhang bezien, ligt in die uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 22 mei 2003 besloten dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een geweldsmisdrijf in de zin van artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, te weten: doodslag.

Stoornis en recidivegevaar

Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van paranoïde schizofrenie. Bij gebrek aan verlofmogelijkheden kan niet worden getoetst in hoeverre er nog sprake is van (kenmerken van) een eerder gediagnosticeerde persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale trekken. Bij het wegvallen van structuur, begeleiding en medicatiegebruik wordt het recidiverisico als hoog geschat.

Verlenging terbeschikkingstelling

Gelet op de advisering en hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is het hof van oordeel dat de algemene veiligheid van anderen verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

Het hof zal de terbeschikkingstelling met één jaar verlengen, teneinde zicht te kunnen houden op de ontwikkelingen ten aanzien van de verblijfsstatus van de terbeschikkinggestelde en eventuele mogelijkheden tot terugkeer naar het land van herkomst.

Verzoek voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging

Ter zitting van het hof van 26 september 2013 heeft het hof overwogen dat Kroatië per 1 juli 2013 is toegetreden tot de Europese Unie, dat het hof er voorshands vanuit gaat dat de terbeschikkinggestelde van rechtswege de verblijfsrechten heeft verkregen die aan een EU-burger toekomen en dat dit maakt dat het aan de terbeschikkinggestelde opgelegde inreisverbod van rechtswege is komen te vervallen en dat de terbeschikkinggestelde thans over een geldige verblijfstitel beschikt.

Uit de recente informatie van de IND en de toelichting daarop ter zitting van het hof van 13 februari 2014 door de deskundige [deskundige] volgt echter dat - anders dan het hof voorshands heeft aangenomen - het aan de terbeschikkinggestelde opgelegde inreisverbod niet van rechtswege is komen te vervallen en dat de terbeschikkinggestelde aldus niet beschikt over de bewegingsvrijheden die in het algemeen vereist zijn voor een plaatsing in een Forensisch Psychiatrische Kliniek, welke plaatsing het hof noodzakelijk acht als voorwaarde in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, mocht het hof daartoe besluiten. In deze situatie is een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging zowel feitelijk als juridisch niet haalbaar.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland van 14 juni 2013 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar.

Aldus gedaan door

mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,

mr P.R. Wery en mr B.J.J. Melssen als raadsheren,

en drs R. Poll en dr L. Kaiser als raden,

in tegenwoordigheid van mr I.H.A. Bijl als griffier,

en op 27 februari 2014 in het openbaar uitgesproken.

Mr P.R. Wery en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.