Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:143

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
14-01-2014
Datum publicatie
15-01-2014
Zaaknummer
200.094.304-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De ex-echtgenote van de frauderende werknemer is geslaagd in het bewijs dat zij niet ervan op de hoogte was of redelijkerwijze behoefde te zijn dat haar toenmalige echtgenoot geen medeaandeelhouder was in zijn werkgever. De door de werkgever op de grondslag van onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad jegens deze ex-echtgenote ingestelde vorderingen zijn niet toewijsbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0045
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.094.304/01

(zaaknummer rechtbank Zwolle-Lelystad 535798 CV 11-839)

arrest van de tweede kamer van 14 januari 2014

in de zaak van

Qualinorm B.V., mede handelend onder de naam Qualino,

gevestigd te Bunschoten (Spakenburg),

appellante,

in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,

hierna: Qualinorm,

advocaat: mr. B. Besseling, kantoorhoudend te Amersfoort,

tegen

[geïntimeerde 1] ,

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie,

hierna: [geïntimeerde 1],

advocaat: mr. D.D.M. Rinkel, kantoorhoudend te Amsterdam.

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 19 maart 2013 hier over.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Ingevolge het vermelde tussenarrest heeft op 10 juni 2013 en 13 juni 2013 een getuigenverhoor plaatsgevonden. De hiervan opgemaakte processen-verbaal bevinden zich in afschrift bij de stukken.

1.2

Daarna heeft ieder van partijen op 16 juli 2013 een memorie na enquête genomen, waarbij Qualinorm de producties genummerd 176 tot en met 191 heeft overgelegd, en hebben zij op 13 augustus 2013 elk een antwoordmemorie na enquête genomen, waarbij [geïntimeerde 1] de producties genummerd 54-60 heeft overgelegd.

1.3

Vervolgens zijn de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1

Bij voormeld tussenarrest is aan [geïntimeerde 1] opgedragen feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit volgt dat zij er niet van op de hoogte was en redelijkerwijze ook niet behoefde te zijn dat [ex-partner] geen medeaandeelhouder was in Qualinorm. Aan Qualinorm is opgedragen feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit volgt dat [geïntimeerde 1] wist dat [ex-partner] geen medeaandeelhouder was in Qualinorm.

2.2

Qualinorm heeft op 10 juni 2013 vijf getuigen doen horen, te weten [getuige 1], algemeen directeur/eigenaar van Qualinorm, [geïntimeerde 1], [getuige 2], eigenaar-directeur van Verspa Deli, [getuige 3], voormalig directeur en aandeelhouder in Qualinorm en diens echtgenote [getuige 4].

2.3

[geïntimeerde 1] heeft op 13 juni 2013 drie getuigen doen horen, te weten [ex-partner], [getuige 5], de broer van [ex-partner], en [getuige 6], die voorheen bevriend was met [ex-partner] en [geïntimeerde 1].

2.4

[geïntimeerde 1] heeft het volgende verklaard:

"Ik heb [ex-partner] via de scouting leren kennen. Ik was toen iets van 16 jaar. Hij was als leidinggevende bij de scouting gekomen. We kregen een paar jaar later, 5 dagen voordat ik 19 werd, een relatie. Het was een energieke, vrolijke jongen; hij regelde veel, en nam vaak het voortouw. Hij was om het zo te zeggen, altijd een druk baasje. U vraagt of ik hem altijd heb vertrouwd, en dat was inderdaad zo: ik was heel erg verliefd op hem en wilde graag trouwen en een kind van hem krijgen.

In 1999 werkte hij al bij Qualino. Ik weet nog dat het toen een klein bedrijf was dat handelde in noten en zuidvruchten. Ik heb indertijd begrepen dat er twee directeuren waren, een secretaresse en [ex-partner] die alles samen deden. Hij woonde nog op een flatje in Amersfoort. Ik studeerde nog. Ik denk dat het ergens in 2000 was dat [ex-partner] mij vertelde dat het slecht ging met de gezondheid van één van de directeuren, [A]. Die zou op een gegeven moment als gevolg van een spierziekte moeten stoppen met werken. [ex-partner] vertelde dat hij was gevraagd om als partner in de zaak te treden. Hij zou beginnen met een beetje aandelen en daarna zou dat meer worden. Hij heeft hierover uitgebreide gesprekken gevoerd met zijn vader en meneer en mevrouw [B]. Zij organiseerden beurzen.

Ik weet nog dat ik bij de heer [A] op theevisite ben geweest. Hij en zijn vrouw woonden heel mooi in [plaats]. We hebben gesproken over mijn studie, ik heb met de hond gefrisbeed en we hebben erover gesproken dat [A] hosta's verzamelde. Dat weet ik er nog van. Aandelentransacties zijn die dag niet tussen ons aan de orde geweest; ik was 21 en studeerde op dat moment nog.

Gaandeweg kreeg [ex-partner] het steeds beter. Op een gegeven moment kreeg hij een lease-auto, verving hij zijn meubilair en ging hij kunst kopen. Ik had het idee dat hij partner was geworden van een snel groeiende onderneming.

In 2003 zijn we gaan samenwonen, nadat [ex-partner] in Amersfoort naar de wijk Kattenbroek was verhuisd. Hij had zijn woning mooi ingericht, met een grote keuken, zoals hij graag wilde. Hij werkte voor Qualino en ik had als journalist werk. We hadden het goed. Maar vrienden van ons hadden een vergelijkbaar uitgavenpatroon, met wintersport en eten buiten de deur.
U vraagt mij wanneer alles veranderde. Dat was 16 september 2010. Ik was 7.5 maand zwanger en werkte nog. [ex-partner] belde naar mijn werk en vroeg hoe laat ik thuis zou komen. Ik vond dat een stomme vraag omdat hij wist dat ik na de uitzending naar huis zou gaan. Zelf was hij al thuis. Een maand daarvoor was zijn vader overleden. Ik vond de situatie raar en zei tegen een collega: het gaat toch niet helemaal goed. Ik denk dat ik ongeveer 5 uur 's middags thuis was omdat die collega zei dat ik maar beter kon gaan. Daar zat hij in zijn paardrijkleren in een stoel met een glas rosé naast zich. Hij zag eruit alsof hij net iemand had doodgereden. Ik was vrij snel in paniek. Hij vertelde dat hij was ontslagen. Dat begreep ik niet, want, zo zei ik, je bent toch directeur. Daarna vertelde hij dat hij had gelogen en dat hij dat eigenlijk niet was. Ik begreep het niet. Hij vertelde dat hij heel veel had gestolen en geld had vergokt, maar kon mij niet vertellen hoeveel. Op een gegeven moment wilde hij dat ik [C] zou bellen, maar dat wilde ik zelf niet. Ik kende hem niet. [ex-partner] belde daarna zelf met [C] en gaf me de telefoon. [C] vroeg of ik het al had gehoord en dat bevestigde ik. [C] wilde alles terug wat hij kwijt was geraakt en ik antwoordde dat ik niets had. Ik was eerlijk gezegd flabbergasted. Uiteindelijk vroeg [C] om mijn persoonlijke gegevens, zodat hij nog contact met me kon opnemen. De volgende ochtend heb ik hem gemaild.

U houdt mij voor dat ik niet uit mijzelf heb terugbetaald of iets teruggegeven en vraagt mij dat uit te leggen. Ik was 7.5 maand zwanger, [ex-partner] was nogal de weg kwijt en liet in een gesprek met mijn ouders het woord zelfmoord vallen. Hij is al snel opgenomen in een verslavingskliniek. Zelf mocht ik niet meer thuis blijven en ben ik bij mijn ouders gaan logeren. Mijn vader heeft nog gesprekken met [C] gevoerd, en al snel daarna werd beslag gelegd. Ik bleek te zijn getrouwd met iemand die ik niet kende. Snel na de bevalling heb ik om die reden een echtscheiding aangevraagd. Die bevalling wilde ik uitstellen totdat alles weer goed was, maar dat kon niet. Daardoor zijn allerlei complicaties opgetreden.

Ik heb veel gesprekken met mijn familie gevoerd over wat ik met de relatie moest, want [ex-partner] was wel de vader van mijn kind. Omwille van haar, [kind], is er wel contact. Bovendien had ik heel veel vragen die ik hem wilde stellen, dus we hebben inderdaad in de stad gewandeld en koffie gedronken. Het waren vragen als: waarom heb je mij nooit deelgenoot van je problemen gemaakt? Zijn antwoord daarop was dat hij bang was mij dan kwijt te raken. Ik vind het heel moeilijk om met kennis van nu op die tijd terug te kijken. Ik was namelijk echt heel gelukkig met hem, en achteraf is alles zo bizar. Ik snap veel dingen nog steeds niet en krijg van [ex-partner] op veel vragen ook geen antwoord.

Op dit moment heb ik werk en zorg ik voor mijn kind. Dat is wat ik nu doe: zorgen en werken. Mijn werk heeft de psycholoog voor mij geregeld en mijn familie ondersteunt mij. Eerlijk gezegd zijn er goede en slechte dagen. Op slechte dagen voel ik me opgejaagd, heb ik last van paranoia en ben ik soms fatalistisch. Als er een reorganisatie op het werk is, denk ik: ach, alles kan morgen toch anders zijn. Ik heb nu wel een huis. Daar ben ik blij mee, want op een gegeven moment had ik dat ook niet meer.

Op vragen van mr. Beekhuis antwoord ik het volgende.
U vraagt mij naar het paard en de mini. Mijn buren zijn allebei jurist. Eén van hen is advocaat en met hen heb ik hierover gepraat. Ik was er stellig van overtuigd dat [ex-partner] snel zou worden gearresteerd. Mijn zorg was dat ik het dan financieel allemaal niet zou redden. Het paard kostte ongeveer € 450,- per maand. Dat moest dus weg. De managehouder, Patrick, heeft toen voorgesteld om het paard over te nemen, dat feitelijk niet veel waard was. Het was een gewoon recreatiepaard. Ik vond dat eigenlijk wel een goed idee omdat ik het paard dan nog kon zien en er niet meer de lasten van had. Maar ook toen zat nog steeds een gat in mijn financiën. Daarom heb ik met mijn buren over de auto overlegd. Die auto was deels door mij betaald na inruil van mijn polo. De rest van de koopsom had [ex-partner] betaald, volgens hem met in het casino gewonnen geld. Dat laatste heeft hij mij na 16 september verteld. De auto stond wel op mijn naam, en omdat het mijn auto was kon ik hem volgens de buren gewoon verkopen. Dat heb ik gedaan: de mini is verkocht aan een echtpaar dat graag zo'n auto voor hun dochter wilde.

Ik heb nooit loonstroken van [ex-partner] gezien. Hij heeft mij verteld dat hij als aandeelhouder maandelijks recht had op een managementfee en dat hij ervoor koos om daarnaast af en toe geld op te nemen of ervoor te kiezen dat in de zaak te laten zitten. Hetzelfde gold voor winstuitkeringen. Hij koos er bijvoorbeeld voor om een bonus uit te keren op het moment dat dat geld nodig was voor de aanleg van een tuin. Naar mijn idee organiseerde hij dit elke keer zoals het het beste uitkwam. Dat betekent dat het geld soms wel en soms niet op de gemeenschappelijke rekening werd gestort.

De afspraak was, uit mijn hoofd gezegd, dat ik maandelijks € 850,- in de gemeenschappelijke pot zou storten en hij € 1500,-. U moet mij op die bedragen niet vastpinnen. [ex-partner] betaalde vaak extra. Dat konden rechtstreekse betalingen zijn van Qualino op onze gemeenschappelijke rekening onder vermelding van een concreet bestedingsdoel. Ik vond dat niet vreemd omdat ik er immers vanuit ging dat hij als aandeelhouder die mogelijkheid had. Ik weet dat hijzelf ook een spaarrekening had, maar ik kan niet zeggen wat hij daarop spaarde.

U vraagt mij naar een opmerking van [C] over tegenvallende winst. Ik kan dat niet meteen plaatsen, maar het is wel zo dat hij daar achteraf iets over heeft gezegd. Dat was een reactie op mijn opmerking dat ik niet begreep hoe hij dit jaren lang heeft kunnen doen; hoe het kan zijn dat zijn collega's dit allemaal niet hebben gezien. Eén van zijn antwoorden was dat [C] wel eens over tegenvallende winstmarges had gesproken, maar daar ook toen geen onderzoek naar heeft gedaan.

Ik ben ervan uitgegaan dat [ex-partner] in 2000 aandeelhouder werd, en dat het eerst om een klein percentage ging. Bij de start heeft zijn vader hem geholpen met het krijgen van een lening bij de Rabobank. Het was de bedoeling, zo had ik begrepen, dat met de winst nieuwe aandelen zouden worden gekocht. Dat was ook in lijn met de ontwikkeling van het bedrijf.

U refereert aan e-mails van mij waar ik spreek over de zilvervloot en het goudkraantje. Achteraf vind ik die woorden ook verschrikkelijk om terug te lezen. Indertijd dacht ik echter dat [ex-partner] een bonus zou krijgen. Omdat die nog niet was overgemaakt, heb ik bedoeld hem op een humoristische manier aan te sporen.

Wat de gesprekken over de hypotheek betreft: ik werkte op een gegeven moment als redacteur bij [omroep] en wilde verslaggever worden. Daarvoor zouden we moeten verhuizen. Dit speelde in 2003. We zijn in [plaats] gaan kijken, waar we een leuk huis hebben gevonden dat ons erg aansprak. De gesprekken over de financiering heeft

[ex-partner] eerst zonder mij gevoerd met de Rabobank en daarna met de Hypotheker. Hij deed dat in overleg met mij, en uiteindelijk ben ik meegegaan naar de Hypotheker waar ik mijn salarisgegevens heb ingeleverd. Ze beschikten op dat moment al over de gegevens van

[ex-partner]. Ik zal in die tijd vast ook wel de offerte hebben gezien, maar dat kan ik mij echt niet meer herinneren. Het is wel zo dat ik mij later heb afgevraagd of ik toen niet al iets door had moeten hebben. Om die reden heb ik de koopakte teruggezocht. Daarin staat niet eens één beroep van ons genoemd. We hebben uiteindelijk een spaarhypotheek afgesloten waarin als inleg de winst is ingebracht van [ex-partner] door de verkoop van zijn huis. Die overwaarde is ook bij de notaris in een akte vastgelegd. Uiteindelijk kregen wij groen licht van de levensverzekeraar, nadat die eerst op medische bezwaren bij [ex-partner] was gestuit. Het is dus zo dat [ex-partner] mij heeft gezegd dat hij zelf eerst zijn gegevens heeft verstrekt. Zijn uitleg was dat zijn bonussen en zijn winst niet meegerekend konden worden omdat die variabel en onzeker waren.

We hebben huwelijkse voorwaarden gesloten omdat [ex-partner] aandeelhouder was. Als er iets mis zou gaan met het bedrijf, dan zou ik niet aansprakelijk zijn. Bovendien wilde hij ook niet dat ik recht zou hebben op een deel van het bedrijf als wij zouden scheiden. Bij de staat van aanbrengsten zijn de aandelen in Qualino inderdaad niet vermeld. Ik heb hem thuis gevraagd wat daar de reden van was, en later heeft de notaris dat ook gedaan. Zijn antwoord was dat Qualino, AVTO en VERSPA Deli zouden worden samengevoegd. Hij was zelfs bezig daarvoor een pand te zoeken. Het had volgens [ex-partner] dus geen zin om nog melding te maken van de aandelen Qualino. Zowel de notaris als ikzelf heeft dat op dat moment geloofd. De notaris heeft ook uitgelegd dat met de voorwaarden die wij sloten het niet nodig was om die aandelen te vermelden. Heel snel daarna is de bom ontploft.

Ieder van ons had een eigen rekening; ik had er één bij de Postbank, [ex-partner] bij de Rabo. Bij die laatste bank hadden wij ook een gezamenlijke rekening. In principe ging ons inkomen naar die laatste rekening, maar daarnaast hadden wij dus een eigen administratie. Voor de post geldt ook dat ik die opende als mijn naam erop stond. Van de gemeenschappelijke rekening betaalde ik bijvoorbeeld een aanslag van de gemeente.

Al voordat wij trouwden, zijn wij fiscaal partner geworden. U vraagt mij naar een definitieve belastingbeschikking en vraagt of ik die indertijd heb bestudeerd. Ik kan mij dat echt niet herinneren, al zal ik hem wel hebben ontvangen.

Een aantal keer is geld gepind onder de vermelding NSC Utrecht. Een keer of drie/vier is dat van de gemeenschappelijke rekening gegaan. Ik heb dat indertijd raar gevonden. Toen ik [ex-partner] daarnaar vroeg, was zijn reactie dat ik niet zo moest zeuren. Volgens hem stond die aanduiding voor station NS Centraal in Utrecht en betrof het bedragen die contant moesten worden afgerekend. Daar komt bij dat hij zich erop beriep dat die bedragen ook meteen weer (werden) teruggeboekt.

Ik heb gezien dat [ex-partner] niet alleen op maandagavonden in het casino is geweest maar ook op andere dagen. U vraagt of zijn afwezigheid mij niet is opgevallen. Ik werkte zelf fulltime als verslaggever op onregelmatige tijden en had bovendien mijn eigen sociale contacten. Ik heb gewoon nooit doorgehad dat [ex-partner] zo vaak weg is geweest. Ik wist trouwens wel dat hij af en toe naar het casino ging, volgens hem met [getuige 2].

Het klopt dat ik een universitaire studie heb afgerond: ik heb in Groningen Internationale Betrekkingen gestudeerd. Over die studie heb ik zes jaar gedaan. Ik weet waar u met die vraag naartoe wil en vraag het mij zelf ook af: hoe kan je er dan zo in worden geluisd. Ik heb het daar met mijn psycholoog vaak over. Die zegt dat een academische titel niet zoveel zegt. Ik was bovendien jong, en het gaat om een situatie waar je langzaam in groeit.


Op vragen van mr. Rinkel antwoord ik het volgende.
Ik ben een paar keer in de fabriek van VERSPA Deli geweest in Maarssen. [ex-partner] had daarvan een sleutel. We kwamen daar om dingetjes op te halen, bijvoorbeeld voor een barbecue. Ik heb daar twee keer [getuige 2] gezien. Eén van die keren hebben wij elkaar uitgebreid gesproken toen wij daar een kopje thee dronken. Het gesprek ging onder meer over de verzameling Laurel en Hardy poppen van [getuige 2] die daar stond. Ik heb die dag ook een rondleiding gehad in de fabriek. [ex-partner] liep bij die gelegenheid rond als de directeur, zo hier en daar schouderklopjes uitdelend. Ik dacht in die tijd dat hij regelmatig in die fabriek was, maar inmiddels geloof ik dat het een dekmantel was voor zijn gokactiviteiten.

Ik ben met [ex-partner] een aantal keren op beurzen en in fabrieken in het buitenland geweest, bijvoorbeeld op beurzen in Nederland en België. In 2009, dat is het meest recent, zijn wij in drie fabrieken in Spanje geweest. Bij al die bezoeken gedroeg [ex-partner] zich ook als de directeur van Qualino. Die fabrieken hebben later monsters naar Nederland gestuurd.

De heer [A] heb ik één keer gezien en later nog een keer gebeld. Ik had een lijstje met vragen waar ik graag zijn reactie op wilde. In eerste instantie was hij bereid die te geven, later is hij daar op teruggekomen. [C] heb ik denk ik twee keer op kantoor gezien, één keer toen ik sleutels wilde ophalen. Ik heb hem toen niet uitgebreid gesproken."

2.5

[ex-partner] heeft onder meer verklaard:

"Ik heb [geïntimeerde 1] indertijd in Amersfoort bij de scoutingclub ontmoet, waar ik opnieuw leiding was geworden. Dat is zij zelf later ook gaan doen. [geïntimeerde 1] woonde toen of kort daarna in Groningen. Ik heb haar daar opgezocht en wist al snel dat zij degene was waar ik naar op zoek was. Ik denk dat onze relatie in 1998 of 1999 is begonnen, op het moment dat ik al bij Qualino werkte en in Amersfoort woonde. Dat bedrijf was nog vrij klein. Ik functioneerde als de logistieke spin-in-het-web en deed daarnaast facturaties en aangiftes voor de belasting. De heer [A] had mij aangenomen. Zijn medische situatie speelde op zich al lange tijd, maar ik raakte daarvan een aantal jaren nadat ik op 7 augustus 1996 in dienst kwam op de hoogte. Er brak toen een periode aan dat hij veel thuis moest werken omdat zijn ziekte belemmerde dat hij naar het werk ging. Dat zal ongeveer rond 2000 zijn geweest. Daarom ging ik voor besprekingen wel eens naar hem toe. Hij liet steeds meer werk aan mij over, ook het onderhouden van contacten met klanten. Voordien, aan het begin van mijn relatie met [geïntimeerde 1], was ik met haar een keer bij hem op bezoek geweest. [geïntimeerde 1] studeerde nog. Ik nam haar mee om mijn nieuwe relatie aan hem te laten zien. De ontmoeting was vrij informeel, al is over het werk wel gesproken. [A] en [geïntimeerde 1] hebben toen niet over de eigendom van Qualino gesproken. Over het werk sprak ik zelf met [A]. Dat gebeurde tijdens een wandeling, terwijl [geïntimeerde 1] samen met mevrouw [getuige 4] liep. Ik kan niet meer precies achterhalen of ik toen al de indruk had gewekt dat ik aandeelhouder van Qualino was, ik denk het niet, maar weet wel dat ik rond die periode heb gezegd dat ik dat kon worden. Dat wil zeggen: Eerst door een klein pakket te kopen en daarna uit de winst tot de helft van het totaal. Het is achteraf moeilijk om exact te zeggen wat ik op welk moment heb gezegd. Ik heb ontzettend veel gelogen over ontzettend veel dingen. Van sommige dingen ben ik nu nog zeker, van andere niet. Al die leugens komen voort uit een gevoel van onzekerheid over mijzelf. Misschien wilde ik wel aandeelhouder worden. Ik denk zelfs dat ik er in de laatste periode ook van overtuigd ben geraakt dat ik dat echt was, vooral ook omdat mijn hele omgeving dat dacht.

Met mijn vader heb ik gesproken over de mogelijkheid om aandelen te kopen. Hij vond het fijn om daar met mij over te praten, en ik vond het fijn om me in zo'n relatie met hem te bevinden. Hij heeft niet gezegd wat ik moest doen, alleen dat ik moest doen wat ik zelf dacht dat goed was. Verder heeft hij adviezen gegeven. Vooral daarin was hij goed. Zo heeft hij bijvoorbeeld geadviseerd om met de familie [B] te gaan praten. Hij is niet meegegaan naar de bank, want daar ben ik helemaal niet geweest. Ik heb misschien gezegd dat dat zo was om mijn verhaal geloofwaardig te houden.

Nadat ik met [geïntimeerde 1] was gaan samenwonen, in ieder geval vanaf onze tijd in [plaats], stortten wij naar rato van ons inkomen geld op een gemeenschappelijke rekening. Mijn aandeel daarbij was uiteraard groter dan dat van [geïntimeerde 1]. [geïntimeerde 1] hield wel bij of daar genoeg saldo op stond. Daarbuiten hadden wij allebei eigen rekeningen. Wij hadden ook onze eigen kostenadministratie en openden onze eigen post. Ik heb [geïntimeerde 1] voorgehouden dat mijn salaris beperkt bleef, om daarover niet steeds belasting te hoeven betalen; bonussen en dergelijke liet ik in de zaak staan totdat ik ze nodig had. Daar had ik dan vaak een specifieke bestemming voor. Dat geld heb ik wel overgemaakt naar onze gemeenschappelijke rekening. Met mijn salaris heb ik dat trouwens ook wel gedaan. Het was dus niet raar voor [geïntimeerde 1] dat vanuit Qualinorm betalingen werden gedaan op de gemeenschappelijke rekening met een bepaald bestedingsdoel. Ik heb altijd tegen haar gezegd dat ik heel veel geld in de zaak had staan. De woorden "Zilvervloot" en "Geldkraantje" pasten bij onze manier van omgang en de wijze waarop wij gewend waren op een lollige toon te communiceren. Iedereen die [geïntimeerde 1] kent zal daar niet meer achter zoeken dan dat. Ik heb het al eerder gezegd en ik weet niet hoe vaak ik het moet herhalen: Zij wist hier helemaal niets van. Als dat wel zo zou zijn geweest, dan had zij mij met kop en kont buiten de deur gezet. Zij heeft namelijk altijd een enorme hekel gehad aan leugenaars. Ze kon bijvoorbeeld boos worden als zij merkte dat mensen bij de uitvoering van haar werk of op de televisie aan het liegen waren. Ik zou haar beschrijven als koppig, zorgzaam en vol met vreugde. Ze is altijd heel erg goed voor mij geweest en heeft zich steeds geschikt in de situatie dat ik vaak laat thuis was. Ze is attent en was indertijd voor haar leeftijd vrij volwassen, geïnteresseerd in meer dan alleen in huis- tuin- en keukendiscussies. Op dit moment wordt onze relatie bepaald door het feit dat wij samen een dochter hebben. Het is noodzakelijk om daarover veel te overleggen. Voor de rest hebben wij geen contact meer. [geïntimeerde 1] vond het vreselijk dat ik in grote gehuurde patserbakken rondreed. Hoe vaak ik niet heb moeten horen dat die dingen niet nodig waren en dat ze dat niet wilde? Ook [C] heeft mij wel eens in zo'n auto gezien. Ik ben ermee bij hem thuis geweest, en overigens ook bij de fabriek in Maarssen. Beide keren was [geïntimeerde 1] daar niet bij. Dat wilde zij niet.

Hoewel ik daar geen concrete herinnering aan heb, moet het wel zo zijn geweest dat ik op enig moment tegen [geïntimeerde 1] heb gezegd dat ik voor 50% aandeelhouder was geworden.

Op de dag dat [C] mij met de diefstal confronteerde, vroeg hij mij om mee naar binnen te gaan, samen met de accountant. Ik kan mij niet herinneren dat de heer Diemers daar ook bij was, en verder herinner ik mij van dit gesprek ook niet veel. Ik weet wel dat het een enorme opluchting was. Aan het eind van het gesprek ben ik weggestuurd met de opdracht om [geïntimeerde 1] in te lichten. Ik ben naar huis gegaan in de veronderstelling dat mijn leven wel zo'n beetje voorbij was en heb overwogen er helemaal mee te stoppen. Hoe gek dat ook klinkt: ik heb eerst een rondje buiten de manege gereden op het paard van [geïntimeerde 1]. Daarna heb ik thuis gewacht. Wat toen gebeurde, herinner ik mij goed en is erg pijnlijk. Ze was 7,5 maand zwanger toen ik haar vertelde dat ik was ontslagen omdat ik geld had gestolen en dat ik gokverslaafd was. Ze heeft daarna contact met [C] opgenomen en kort daarna heb ik het hele verhaal aan mijn toenmalige schoonouders opgebiecht. Die hebben mij erg geholpen en hebben meteen gedacht in oplossingen. De eerste prioriteit had op dat moment de gokverslaving. Via Solutions ben ik terecht gekomen in een kliniek in Zuid-Afrika, van waaruit ik geen contact met Nederland mocht hebben. Toch heb ik daar gehoord dat het in Nederland helemaal mis ging door beslagleggingen, mede omdat ik onvindbaar was.

Het overlijden van mijn vader staat in beginsel buiten wat er in deze periode gebeurde, al was zijn begrafenisnota wel de katalysator. Die had ik namelijk door Qualinorm laten betalen, en dat was de betaling die het eerste werd gesignaleerd.

Ik had met [geïntimeerde 1] niet vaak een meningsverschil, maar bij de organisatie van het huwelijk was dat wel zo. Het was namelijk voor mij belangrijk om collega's en vrienden uit elkaar te houden. Die wilde ik dus niet op het huwelijk uitnodigen. Tegen [geïntimeerde 1] heb ik gezegd dat ik het fijner vond om de kring klein te houden, en wat dat betreft heb ik de poot stijf moeten houden.

Op een gemiddelde dag stonden wij ongeveer op hetzelfde moment op en gingen wij ieder naar ons werk. Meestal was ik dan op tijd terug om om een uur of acht te eten. Ik belde als ik later was. Vaak, maar zeker niet elke dag, ging ik na mijn werk naar het casino. Ik was daar dan ongeveer tussen kwart over 5 en half 6. Vaak zorgde ik dat ik aan het eind van de dag bij de fabriek in Maarssen was, want dan kon ik nog sneller in het casino zijn. Als ik het idee had dat ik voldoende had gegokt of als mijn geld op was, ging ik weg. Dat was meestal tussen 7 en half 8. Wanneer ik belde om te zeggen dat ik later was, deed ik dat vanuit de rookruimte van het casino, waar het niet lawaaiig was. Ik zei dan dat ze alvast maar moest gaan eten. Als [geïntimeerde 1] weekend- of avonddienst had, was het voor mij om het zo te zeggen feest. Wanneer ik geld had verdiend, bewaarde ik dat meestal in een opbergruimte tussen de voorstoelen van de auto of in de garage. Het is één keer gebeurd dat ik veel geld in de auto had liggen en dat [geïntimeerde 1] die onverwachts wilde gebruiken. Ik ben toen wel bang geweest dat zij het geld zou vinden.

Wat de huwelijkse voorwaarden betreft: dat is allemaal redelijk vlot gelopen. Wij hebben een staat van aanbrengsten gemaakt. Daarop kon ik natuurlijk niet de aandelen van Qualinorm vermelden. Ik heb dat al weken, zo niet maanden van te voren bedacht en heb toen als verklaring gegeven dat er een fusie tussen Qualino, VERSPA Deli en AVTO aan zat te komen, zodat vermelding van de aandelen Qualino geen zin zou hebben. De notaris heeft dat geaccepteerd. Op die manier probeerde ik wel vaker van te voren de dingen zo te draaien dat ik geen moeilijkheden tegen zou komen. De reden van het aangaan van huwelijkse voorwaarden is als ik eerlijk ben dat ik wist dat ik ooit tegen de lamp zou lopen. Tegen [geïntimeerde 1] heb ik gezegd dat het goed is om voorwaarden te maken als je een eigen onderneming hebt.

Thuis regelde ik in principe de financiën. Ook voor de aankoop van ons huis heb ik het voorwerk gedaan. Uiteindelijk zijn we samen naar de Hypotheker gegaan. Ik had haar gegevens toen al aan de Hypotheker doorgegeven. We zullen ongetwijfeld de aanvraag en de offerte hebben gezien en hebben besproken, maar ik denk dat [geïntimeerde 1] dat allemaal voor kennisgeving heeft aangenomen.

Ik heb in Amersfoort vlakbij een gokpaleis gewoond, waar ik zelfs mijn huur zat te vergokken. In die periode heb ik voor het eerst geld van Qualino overgeboekt naar mij zelf. Daar is toen niemand achter gekomen. Ik heb steeds geprobeerd bij het gokken de pinpas van onze gemeenschappelijke rekening niet te gebruiken, maar kennelijk ben ik een, misschien een paar keer zo bezeten bezig geweest dat ik dat toch heb gedaan. Ik herinner mij dat ik in één geval aan [geïntimeerde 1] heb gezegd dat zo'n opname een contante afrekening voor de betaling van onderdelen van een machine met VESPAR Deli betrof. Ik had voor alles wel een leugen klaarliggen. Op verjaardagen en familiebijeenkomsten werd er ook veel over gesproken. Ik zocht die discussies zelfs op en zat dan inderdaad helemaal in mijn rol.

Mijn broer [getuige 5] werkte ook in de supermarktwereld en kwam zelfs via omwegen bij Superunie. Ik kreeg het fijne bericht dat hij daar verantwoordelijk werd voor de inkoop van onder meer olijven. Dat was behoorlijk schrikken. Omdat ik zijn broer was, en verkoper bij Qualino terwijl hij inkoper was bij Superunie, kon ik met goed fatsoen niet met hem onderhandelen. Dat heeft [A] gedaan. Ik zat op dat moment driedubbel in de stress over het gesprek dat zij voerden en heb achteraf [A] aan een soort kruisverhoor onderworpen. Daarna heb ik het ook met [getuige 5] besproken. Ik heb er uiteindelijk geen negatieve gevolgen van ondervonden.

Met mijn vroegere vriend [getuige 6] heb ik geen contact meer. Dat is ook wel een keus van mijzelf, omdat ik mij kapot schaam en zijn aandacht en die van anderen beter naar [geïntimeerde 1] uit kan gaan dan naar mij.

Het bezoek aan fabrieken in Spanje is een soort gecombineerde vakantie geweest. Omdat mijn ouders indertijd daar in de buurt een huisje hadden. We werden met alle egards ontvangen, [geïntimeerde 1] meer als een secretaresse dan als mijn vriendin. Ik vond dat natuurlijk geweldig. Als je zo lang voor een bedrijf werkt (en als je denkt dat je alles kan en ook alles kan maken) is het ook niet zo moeilijk om de rol van eigenaar te spelen.

De fraude bij Qualino heb ik kunnen plegen door ervoor te zorgen dat in de digitale boekhouding (Accountview) geld verdween. Bovendien heb ik de accountant zo min mogelijk informatie gegeven en heb ik zoveel mogelijk geprobeerd bankafschriften te onderscheppen. Een deel daarvan heb ik weggegooid, een deel zit in het archief en een deel lag misschien ook bij mij thuis. Ik heb debiteuren afgeboekt die nog niet hadden betaald en ik heb niet bestaande crediteuren opgeboekt. Afgaande op het saldo op de grootboekrekeningen leek dat allemaal te kloppen, en in het bankboek had ik tegen het gebruik in afboekingen samengenomen. De achterliggende stukken zijn nooit gecontroleerd. [C] hield wel marginaal het verloop van de resultaten bij en sprak mij elk jaar aan op tegenvallende resultaten. Ook de accountant heeft over die cijfers nooit vragen gesteld, bijvoorbeeld niet over hoge inkoopkosten."

2.6

[getuige 6] heeft verklaard:

"Ik ben jeugdarts en werk één dag in de week als huisarts in een GGZ kliniek. Daar houd ik mij bezig met persoonlijkheidsstoornissen en eetstoornissen. In het verleden ben ik ook wel forensisch arts en gemeentelijk lijkschouwer geweest. Mijn vrouw is al jarenlang psychiatrisch verpleegkundige.

Ik heb [ex-partner] ontmoet toen wij allebei leidinggevende waren binnen de scouting. Dat was rond 1998. In de loop der jaren zijn wij vrienden geworden. [geïntimeerde 1] kende ik al wat langer. Ik zou [ex-partner] beschrijven als een extraverte jongen, vol energie, ideeën en levensvreugde. Hij kon goed enthousiasmeren en stimuleren. [geïntimeerde 1] studeerde nog toen zij [ex-partner] leerde kennen. Ze is 10 jaar jonger en is een gedreven en vriendelijk iemand; betrokken en serieus. In het begin vond ik dat hun relatie - die ik van dichtbij heb zien aankomen - nogal scheef was. Ik dacht toen niet dat die langer dan een jaar zou duren. Later, toen [geïntimeerde 1] ging werken, ontstond meer evenwicht. Ik en mijn vrouw zagen hen beiden ongeveer 1 keer per maand tot 1 keer per anderhalve maand. Ik belde wekelijks met [ex-partner]. Hij was een van mijn beste vrienden.

[ex-partner] was net gaan werken toen wij meer met elkaar bevriend raakten. Hij had toen, zal ik maar zeggen, een gewone baan. Gedurende de jaren daarna veranderde dat en kreeg hij de beschikking over veel geld. Ik kan het keerpunt plaatsen aan de hand van de geboorte van mijn dochter, dat was in 2000. Voor haar geboorte was hij in mijn beleving een medewerker en daarna, rond 2001, is hij eigenaar geworden. Dat dacht ik toen althans. We hebben dat moment niet gevierd met champagne of zo, maar ik heb die conclusie getrokken door de verandering in zijn levensstijl en de verhalen die hij vertelde. Hij werd ook flamboyanter en extraverter naarmate de jaren verstreken. Dat hij eigenaar zou kunnen worden, heb ik uitgebreid met hem besproken. Hij vertelde mij dat hij daarvoor een paar miljoen moest lenen. In deze gesprekken kwam aan de orde dat hij geld bij de Rabobank kon lenen. Zijn ouders konden garant staan of iets dergelijks. De verhalen over zijn werk veranderden. In 2003 vertelde hij bijvoorbeeld dat hij zelf bezig was met het regelen van transporten. Zijn uitgavenpatroon paste bij deze verandering. Dat wil niet zeggen dat ik mij niet over zijn levensstijl heb verbaasd, want dat was wel zo. Ik kende ook iemand anders met een eigen bedrijf, en die woonde gewoon in een rijtjeswoning; die ging geen dure wijnen drinken en naar Tokyo op vakantie. We spraken daar ook over en hadden er lol om. Als er weer goede wijn werd besteld, was de reactie bijvoorbeeld dat er kennelijk weer winst was gemaakt. Zijn broer [getuige 5] was bij dergelijke gesprekken ook aanwezig. Die vond de positie van [ex-partner] interessant en knap, maar toonde geen gevoelens van jaloezie of zo. Een goed voorbeeld van een moment dat wij om de verhalen van [ex-partner] moesten lachen was het moment dat hij vertelde dat Turkse medewerkers rond de kerstperiode hadden moeten overwerken en dat hij voor hen tickets naar Turkije had gekocht. We vonden dat een belachelijk verhaal, maar hebben er niet in de kern aan getwijfeld. Toen ik hem net leerde kennen was [ex-partner] bijna gierig. Dat veranderde: Hij begon het leuk te vinden om te trakteren, dure auto's te huren en lekkere wijn te kopen. In 2003 kwam het geld pas echt los. Al die tijd heb ik hem en zijn verhalen wel met een korrel zout genomen, maar ik heb er nooit aan getwijfeld dat hij eigenaar was geworden en veel geld verdiende. Toen dat toch uitkwam dat dat niet zo was, was er eerst bij mij en mijn vrouw ongeloof en woede, maar ook schaamte. Wij moesten ons namelijk afvragen waarom uitgerekend wij, die dagelijks met mensen werken die persoonlijkheidsproblemen hebben en verslavingen, de leugen niet hebben doorzien. Ik denk dat mensen met een dergelijke persoonlijkheid pas een stoornis hebben als zij erdoor in de problemen komen, en die problemen zagen wij nu juist niet. Integendeel: [ex-partner] was erg succesvol. Ik ken niemand die indertijd ooit heeft getwijfeld over dat succes. Toen dat uiteindelijk een leugen bleek te zijn, heb ik gezien dat bij [geïntimeerde 1] het verdriet overheerste. Zij heeft gezegd dat ook zij het absoluut niet heeft zien aankomen. Ik geloofde haar daarin voor 100%. Ik doe dat nog steeds, door de emotie van het moment en de totale ontreddering die ik waarnam. Bovendien waren ook wij volledig overtuigd van zijn verhalen.

Nadat het bedrog was uitgekomen, heeft het een paar maanden geduurd voordat ik [ex-partner] weer sprak. Ik heb toen geen troostende woorden gesproken, maar was vooral nieuwsgierig naar wat er was gebeurd en hoe dat heeft kunnen gebeuren. Inmiddels spreken wij elkaar niet meer. Onze vriendschap is voorbij. Ik heb wel geprobeerd die te redden, maar dat is niet gelukt omdat ik, en ook zijn andere oude vrienden, hem gewoon niet meer kunnen geloven.

Mijn zus en haar partner zijn in een vergelijkbare situatie een geregistreerd partnerschap aangegaan. Voor mij was dat aanleiding om bij [ex-partner] en [geïntimeerde 1] te vragen hoe zij dat geregeld hadden. Hij vertelde toen dat hij alles al op papier had gezet. [ex-partner] was degene bij wie je terecht kwam voor financiële vragen. Dat gold ook voor [geïntimeerde 1]; ook zij ging daarvoor bij hem te rade. Hij had daar ook de studie voor gedaan. Ik herinner mij bijvoorbeeld dat [geïntimeerde 1] bij de aankoop van het nieuwe huis zei dat zij gewoon naar de notaris zou gaan om een handtekening te zetten. Ik weet niet hoeveel inzicht zij feitelijk had in de financiële situatie binnen hun gezin.

U leest mij de verklaring voor die ik op 18 januari 2011 heb ondertekend (productie 3 bij de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie). Ik blijf bij die verklaring. Wat het bezoek aan de beurzen betreft: Vooral bij het tweede bezoek werd [ex-partner] als directeur behandeld. Hij werd niet als zodanig aangesproken, maar dat was wel de indruk die ik daarvan kreeg."

2.7

[getuige 5] heeft verklaard:

"Ik ben de broer van[ex-partner]. Ik ben ongeveer 2 en een half jaar jonger dan hij. Indertijd zat hij op Windesheim en ik op de HEAO in Arnhem. In onze jeugd hadden wij niet een heel goede relatie, en ook tijdens onze studie zagen wij elkaar misschien 1 keer per jaar. We komen uit een wat streng gezin, met een overheersende vader. Mijn ouders hadden een traditionele rolverdeling. Mijn vader werkte bij de Rabobank. Ik had wel respect voor hem.

Nadat mijn broer met zijn opleiding klaar was, is hij direct bij Qualino gaan werken. Ik moest toen nog afstuderen en ben ongeveer 2 jaar later aan het werk gegaan en zat daarna ook in de supermarktbusiness. In het begin hield ik mij bezig met logistiek. Al snel werd binnen de familie gesproken over de stappen die [ex-partner] bij Qualino zette. Op een gegeven moment, zo rond 1999, kwam [geïntimeerde 1] in beeld. Ik had in die tijd nog wel contact met mijn broer, meestal in familieverband, en geleidelijk aan werd ik gevoed met dingen die hij bij Qualino deed. Ik dacht althans dat dat zo was. Om een voorbeeld te noemen: Op een gegeven moment was er sprake van dat hij aandelen kon kopen. Ik herinner mij dat hij daarover met mijn vader thuis op de bank sprak. In mijn beleving wilde mijn vader toen ook mee naar de Rabobank om over de financiering te praten. Mijn broer heeft verteld dat hij dat ook heeft gedaan. Het is niet zo dat er een moment is geweest dat in de familie het succes is gevierd dat hij daadwerkelijk mede-eigenaar was geworden. Zo zat onze familie niet in elkaar, maar het was uiteindelijk binnen de familie iets waar iedereen vanuit ging. Ik spreek dan pak hem beet over 2001 of 2002. Ik heb natuurlijk achteraf mijzelf de vraag gesteld of ik toen had kunnen weten dat het niet klopte, maar je gaat niet twijfelen aan iets waar je op deze manier in meegesleept wordt, en waarin je ouders - vooral je vader - ook meegaan. Ik noem nog een voorbeeld: Op een gegeven moment werd het 25-jarig dienstverband van mijn vader bij de Rabobank gevierd. Mijn moeder heeft toen over ons gesproken. Zij beschreef [ex-partner] als een succesvolle mede-eigenaar, [geïntimeerde 1] als een talentvolle journalist. Ik deed iets in de inkoop, en mijn moeder wist niet wat mijn vrouw eigenlijk deed. De verhoudingen waren niet zo dat ik mij daar op dat moment veel van aantrok.

Het contact met [ex-partner] is in de loop der jaren toegenomen. We zagen elkaar in weekendjes samen. Misschien gebeurde dat één keer per jaar. Steeds als we elkaar zagen, ook in familieverband, ging over tafel dat [ex-partner] mede-eigenaar was. Nergens ben ik geprikkeld om iets anders te denken.

Ik ben op enig moment gaan werken in de Supply-chain in de supermarktwereld. Ik kende daardoor veel mensen, ook mensen die met Qualino te maken hadden. Ik heb die jongens achteraf gebeld met de vraag: Ben ik nu gek? Of dachten jullie ook dat hij aandeelhouder was. Dat laatste bevestigden zij allemaal. In ieder geval wisten ze niet precies hoe die rolverdeling daar zat. In de fase kort voordat het misging was [ex-partner] bezig met een belangrijk contract met een Duitse supermarktketen. In de gesprekken daarover met hem voedde hij het beeld dat ik van zijn positie bij Qualino had.

Nadat ik bij Laurus had gewerkt, werd ik inkoper bij Superunie. Ik had een zeer grote portefeuille. Daar hoorden ook de salades bij, en olijven en pesto gingen er eveneens bij horen. Dat gebeurde toen ik mijn functie inmiddels een paar maanden uitoefende. Voor mij was dat aanleiding om bij mijn unit-manager, [D], binnen te lopen om te melden dat mijn broer bij Qualino werkte. Dit was een vluchtig gesprek, tussen de bedrijven door. Ik wilde op de hoogte raken van het productie- en verwerkingsproces dat bij deze producten hoorde, en ben daarom gaan rondbellen, ook met [ex-partner]. Dat heeft ertoe geleid dat ik [A] voor een gesprek heb uitgenodigd. Hij is toen bij Superunie langsgeweest. Het betrof een contract van tussen de € 900.000 en € 1.500.000, waarvoor denk ik eind 2007 een tender is rondgestuurd. Het gesprek met [A] ging over die productie en verwerking. Ik kende Qualino al via mijn broer, en meende te weten hoe dat bedrijf in elkaar zat. Ik had dus geen aanleiding om daar met [A] over te praten. Dat is voor 100% zeker ook niet gebeurd. Hij heeft mij wel gezegd dat ze over [ex-partner] content waren. Het kan zijn dat hij een map heeft achtergelaten met een bedrijfspresentatie, maar daar krijgen we er veel van en ik heb geen reden om zo'n map van Qualino te lezen. Bij dit gesprek was ook mijn assistent [E] aanwezig. Behalve het bedrog van mijn broer steekt mij nog het meest dat ik door [A] voor leugenaar wordt uitgemaakt. Ook in die tijd was integriteit voor mij in mijn baan natuurlijk van heel groot belang. Als ik er achter zou zijn gekomen dat mijn broer leugens vertelde, dan zou ik dat meteen hebben gemeld, ook omdat het mij zou schaden als ik dat niet zou doen.

Bij de tender was [ex-partner] steeds mijn contactpersoon. Misschien dat ik [C] er ook over heb gesproken, maar bijna steeds verliep het contact daarover met mijn broer. Achteraf is dat opmerkelijk, omdat het voor een klein bedrijf als Qualino een grote opdracht was, en dan spreek je normaal gesproken met de mensen die de beslissing kunnen nemen, en dat zijn de eigenaars. Dat heb ik achteraf bedacht. Qualino zat wel bij de eindselectie, maar ons advies was om met een ander bedrijf in zee te gaan. Zoals gebruikelijk, is dat advies opgevolgd.

U leest mij voor wat [A] heeft gezegd over [D] en mijn afspraak met [A]. Dat klopt niet, ook het begin niet: Ik ben zelf degene die [A], via mijn broer, heeft uitgenodigd. Met [D] heb ik nooit over de positie van [ex-partner] bij Qualino gesproken, behalve dan dat ik heb gezegd dat hij daar werkte. Ik zal niet snel voorop lopen met te zeggen dat mijn broer van zo'n bedrijf ook de eigenaar is. [D] schoof trouwens alleen aan bij besprekingen over grote contracten, en niet bij het contract waar deze tender over ging. Als ik zeg dat mijn broer [A] naar voren heeft geschoven, dan ben ik daar ook zeker van. Achteraf heeft mijn broer verteld dat dit het moment was waar hij de meeste buikpijn bij had, omdat hij hier risico's bij liep.

Gedurende het eerste jaar nadat het bedrog was uitgekomen heb ik bijna niet met mijn broer gesproken. Op dit moment is mijn contact met hem alleen functioneel, bijvoorbeeld als het gaat om de zorg voor onze moeder. Mijn vader is op 30 augustus 2010 overleden, 2 weken voordat het bedrog uitkwam. Ik zat zelf in Spanje toen ik daarover hoorde. Ik ben meteen op het vliegtuig gestapt en denk dat ik kort met [geïntimeerde 1] mailcontact heb gehad. Wat er in de hectische periode daarna precies is gebeurd, kan ik mij niet goed meer herinneren. In die tijd speelde ook het verlies na het overlijden van mijn vader.

Op vragen van mr. Rinkel en mr. Beekhuis antwoord ik het volgende:

Het was van belang dat ik bij [D] meldde dat mijn broer bij Qualino werkte omdat wij een tender gingen uitschrijven waar zij bij betrokken zouden raken. Daarbij is niet van belang wat zijn functie bij dat bedrijf precies was. Bovendien wordt je in deze wereld van alle kanten bekeken, zodat belangenverstrengeling niet zo'n risico is. Uit oogpunt van integriteit was dit een kwestie van gewoon een melding doen. [D] zag er geen probleem in. Nogmaals: ik kende Qualino al, en ga in gesprekken met [D] of [A] niet mijn tijd verdoen met praten over iets dat ik al weet.

Op 18 september 2010 heb ik [C] een mail gestuurd over etiketten. Ik ben in die mail begonnen met te zeggen hoe rot ik de hele situatie vond en dat ik was gaan nadenken over wat [ex-partner] had gedaan. Ik bedacht toen dat hij mij had gezegd dat hij tussendoor bij de drukker wel etiketten kon regelen voor zakken Spaanse amandelen waar ik mee bezig was. Ik had daarvoor geen factuur gezien, terwijl ik [ex-partner] daar wel meerdere keren om had gevraagd. Toen alles uitkwam, was mijn impulsieve reactie dat deze kosten misschien ook door Qualinorm waren betaald. Dat wilde ik alleen maar aan de orde stellen. Ik heb uiteindelijk een factuur van Qualinorm gekregen en die heb ik betaald. Achteraf was die factuur veel te hoog. Qualinorm wilde het eerst onder de tafel regelen, maar dat wilde ik zelf niet.

Ik ben een keer met [ex-partner] naar een beurs in Barcelona gegaan. Ook daar gedroeg hij zich als eigenaar van Qualinorm. Ik sprak hem en [C] ook wel eens op andere beurzen, maar dan ging het niet over de vraag wie precies de baas was. Het bezoek aan de beurs in Spanje vond denk ik in februari 2010 plaats.

Wat [geïntimeerde 1] betreft: toen het bedrog was uitgekomen, heb ik haar volgens mij heel emotioneel aan de telefoon gehad. Zij vertelde dat [ex-partner] de kluit had belazerd zonder daar specifiek over te zijn, en vertelde verder dat [ex-partner] alles bij elkaar had gelogen, dat hij gokverslaafd was, tegen een boom wilde rijden en snel naar een afkickkliniek moest. Ik heb van haar in de tijd dat zij met [ex-partner] samen was altijd de indruk gehad dat zij zich bescheiden opstelde als het om geld ging. Eigenlijk zag je in het hele proces dat bij hen sprake was van een traditionele situatie, waarbij het [ex-partner] was die de financiën regelde. Als ik erbij was, dan was hij steeds degene die voor hen pinde. Dat was althans de indruk die ik kreeg. Als ik 10 namen zou moeten noemen van mensen die erg op geld zijn, zal ik haar naam zeker niet noemen. Dat neemt natuurlijk niet weg dat ze leuke dingen konden doen van het geld dat beschikbaar was.

Ik heb nooit het idee gehad dat ook maar iemand in mijn omgeving, noch mijn familie, noch zakelijke relaties twijfelde over de positie van [ex-partner] bij Qualinorm. Niemand. Zoals ik al zei, moet u zich daarbij bovendien voorstellen dat mijn vader bij de bank werkte en dat ik in de zakelijke wereld heel veel mensen ken die contact hadden met Qualinorm."

2.8

[C] heeft verklaard:

"Ik ben in 1995 samen met [A] in een kleine ruimte een handelsonderneming gestart. Hij was al ruim 20 jaar bekend met de handel in noten en zuidvruchten. Ik deed dat al een jaar of 12. Voor de oprichting van ons bedrijf, hadden we samengewerkt in een soortgelijk bedrijf dat was gefailleerd. Er was sprake van een soort doorstart, maar wel met oprichting van een nieuwe B.V. In het begin was ook het bedrijf Stolp B.V. mede-aandeelhouder. Die samenwerking was in onze kleine beroepswereld goed bekend. Een paar jaar later hebben wij hen uitgekocht. Vanaf dat moment waren [A] en ik ieder voor 50% aandeelhouder. Qualino was vanaf het begin al winstgevend. We werkten vanuit een kleine ruimte, en dat zijn we lange tijd blijven doen. Na ongeveer anderhalf jaar hadden we iemand nodig om ons bij te staan, en dat werd de jonge HEAO-er [ex-partner]. Hij moest eigenlijk van alle markten thuis zijn en is zich in het begin vooral gaan bezighouden met logistiek en planning. Het bedrijf groeide door, en we namen nog een meisje aan voor licht administratief werk; we gingen naar een grotere ruimte. We bleven heel lang met vier mensen werken. [ex-partner] deed zijn werk prima. In het begin van 2010 heb ik de aandelen van [A] overgenomen. Die was regelmatig ziek, en dat was ook de reden dat [ex-partner] meer commercieel werk was gaan doen. Op een gegeven moment heb ik met [ex-partner] besproken dat hij aandeelhouder kon worden. Dit speelde in mei/juni 2010. Mijn bedoeling was dat hij er als het ware in zou groeien en dat ik met 65 jaar zou kunnen uittreden. We werkten op dat moment met z'n vijven op kantoor.

[ex-partner] beheerde het betalingensysteem. Op een gegeven moment heb ik echter een jonge medewerker, de heer Diemers, toegang gegeven tot het systeem in verband met de huwelijksreis van [ex-partner]. Diemers kwam 16 september 2010 bij me met de vraag of ik wist dat wij begrafeniskosten van de vader van [ex-partner] hadden betaald. Ik ging er zelf vanuit dat er sprake was van een vergissing van [ex-partner], en Diemers voelde zich er een beetje een verklikker onder. Ik heb echter gezegd dat hij mij dit soort dingen moest vertellen. Later sprak hij mij aan over een bedrag van € 100,- dat uit het systeem was verdwenen nadat hij [ex-partner] erop had aangesproken. Ik vond dit veel vervelender dan die begrafeniskosten. Het was aanleiding voor mij om naar de bank te gaan om het verloop van de rekeningen te bekijken. Tot dat moment was ik over de heer [ex-partner] supertevreden. Bij de bank schrok ik me echter wezenloos, nadat ik een half jaar in de tijd had teruggekeken. Ik zat bij een snelle berekening al gauw op € 50.000,- aan privé-uitgaven van [ex-partner], bijvoorbeeld voor meubilair, sieraden en de huwelijksreis. Ik heb hem hiermee geconfronteerd, waarna hij meteen toegaf dat hij had gefraudeerd. De bij dit gesprek aanwezige accountant was zo verstandig om hem daarover een verklaring te laten ondertekenen. Ook Diemers was bij dit gesprek aanwezig. Nadat hij de volgende dag de auto had ingeleverd, heb ik hem pas bij de rechtszaak weer gezien.

Ik heb diverse keren op het antwoordapparaat van [geïntimeerde 1] ingesproken met het verzoek om spullen terug te geven die door ons waren betaald. Dat heeft zij nooit gedaan. Uiteindelijk belde haar vader mij met de mededeling dat alleen nog via de advocaat zou worden gecommuniceerd.
[ex-partner] heeft ons in ieder geval vanaf 2002 voor de gek gehouden. Ik had geen reden om hem te controleren: we konden goed verdienen, ik bemoeide mij niet met de boekhouding, en elk jaar zag de balans er mooi uit. Eigenlijk was iedereen tevreden, tot en met de belastingaccountant en de fiscus. De jaren leken sowieso niet op elkaar, omdat wij maar groeiden en groeiden. De laatste jaren had [ex-partner] ook contact naar buiten toe, met name bij C1000. Er was geen protocol voor de manier waarop dat ging. Daar groei je in, en bij iedereen gaat zoiets anders. Vrijwel al onze klanten wisten wel wie de eigenaars van Qualino waren, al is het ook zo dat binnen de bedrijven die onze klanten waren de personele bezetting erg kan wisselen. Maar het is een kleine handel, waar iedereen elkaar wel kent. Ik heb niet aan de grote klok gehangen dat ik de aandelen van [A] had overgenomen. Met klanten praat je daar niet over, met hen praat je over de producten.

[ex-partner] en ik zagen elkaar elke dag voortdurend, we zaten een paar meter van elkaar af. Het kwam er nooit van om bij elkaar op bezoek te komen. Die plannen zijn er wel geweest. We zouden bijvoorbeeld bij het nieuwe huis kijken en op kraamvisite gaan. Ik ging bij [A] trouwens ook nooit op bezoek. Ik had daaraan niet heel veel behoefte. [geïntimeerde 1] heb ik alleen twee keer vluchtig gezien. Ik kan niet in haar privéwereld kijken, maar ik kijk wel naar de bedragen die haar kant op zijn gegaan en naar alle aanwijzingen die we hebben verzameld. Soms ging het om € 300.000,- per jaar. Dan denk ik: je bent toch niet achterlijk, je kan over zo'n lange periode toch wel een beetje nadenken. Het is erg gemakkelijk als je alle verhalen maar gewoon gelooft. Van al het geld dat [ex-partner] door fraude en bedrog heeft weggesluisd is nooit wat teruggekomen, en elke medewerking van de kant van [geïntimeerde 1] is uitgebleven. Ook [ex-partner] betaalt niet als hij daartoe niet gedwongen wordt."

2.9

[A] heeft verklaard:

"Ik ben voormalig directeur en 50% aandeelhouder van Qualino. [ex-partner] is indertijd bij mij op sollicitatiegesprek geweest en ik ben degene die hem heeft aangenomen. Het was zijn eerste betrekking, en hij was in het begin erg nerveus. Nadat we uitvoerig hebben zitten praten, heb ik gezegd: maak jezelf maar onmisbaar. In het begin deed hij een stukje boekhouding en het logistieke gebeuren. We hadden toen een goede indruk van hem en vertrouwden hem. Wel ben ik één keer door de accountant gebeld met de mededeling dat [ex-partner] zijn werk niet goed had gedaan. Toen ik hem dat vertelde, werd hij emotioneel en wilde hij naar huis gaan nadat ik hem had gezegd dat hij de fout die dag nog moest herstellen. Mijn reactie was dat hij dan ook niet terug zou komen. Vervolgens heeft hij zijn slordigheid hersteld en heb ik niet meer van problemen gehoord. Wel had ik de accountant gevraagd zijn werk in de gaten te houden. De boekhouding was in die tijd trouwens maar heel bescheiden, dus hij kon ook niet veel fout doen.

[geïntimeerde 1] heb ik één keer bij ons thuis gesproken, nadat zij en [ex-partner] net een relatie hadden gekregen. Hij kwam haar echt voorstellen. Het was dus in het prille begin van hun relatie dat zij bij ons thuis op een zaterdag of zondag een halve dag op bezoek kwamen. We hebben in de tuin gezeten en ik heb verteld over ons bedrijf en de moeilijke situatie waaruit we waren voortgekomen. Ik heb verteld dat we redelijk tevreden over hem waren en dat hij kon doorgroeien. Daarmee bedoelde ik dat hij meer kon gaan verdienen. Het viel mij op dat [geïntimeerde 1] vrij stil was. Die dag bestond er geen enkele twijfel over dat het een bezoek betrof van een werknemer aan zijn baas.

[geïntimeerde 1] heeft mij een paar keer gebeld nadat de fraude was uitgekomen. Ze zei dat ze daar nooit van heeft geweten en dat [ex-partner] haar had verteld dat hij mijn aandelen had gekocht. Ik vond dat vreemd, omdat je over zoiets dan uitgebreid praat. Volgens haar heeft ze hem verteld dat dit was gebeurd voordat ze elkaar ontmoetten, en dat zou dan merkwaardig zijn. Het verhaal was dat hij de aandelen uiteindelijk uit winst van het bedrijf zou betalen. Wat wel waar is, dat is dat ik met [ex-partner] over de overname van aandelen heb gesproken toen ik zelf wegging. Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik het geen verkeerd idee zou vinden als hij mijn 50% zou overnemen. Ik heb het dan over 2008. Mijn ziekte maakte het namelijk steeds moeilijker om mijn werk goed te doen, dus ik moest er wel mee stoppen. Ik had een aanbiedingsplicht tegenover [C], maar heb tegen [ex-partner] gezegd dat hij dat dan met hem moest bespreken.

Tijdens het telefoongesprek tussen [geïntimeerde 1] en mij was zij heel emotioneel. Ik heb gezegd dat zij zichzelf geen goede dienst had bewezen door de verkoop van het paard en de mini. Haar reactie was dat dit haar was geadviseerd. De laatste keer dat ik haar sprak, maakte zij een aantal opmerkingen, zoals de suggestie dat binnen Qualinorm ook nog in andere dingen zou zijn gehandeld. Verder heeft zij gesuggereerd in de schuldsanering te gaan en heeft zij de mogelijkheid geopperd haar verhaal aan de Telegraaf te vertellen. Al deze dingen hebben meegespeeld bij mijn beslissing om uiteindelijk haar vragen niet te beantwoorden en niet voor haar te getuigen. Op zichzelf was er niets tegen om haar vragen te beantwoorden, maar ik heb besloten dat toch niet te doen.

De broer van [ex-partner], [getuige 5], heeft verklaard dat hij altijd heeft gedacht dat [ex-partner] al aandeelhouder was. Ik ben echter op een gegeven moment gebeld door een inkoper die ik al jaren kende. Dat had te maken met tenders die zouden worden uitgeschreven. Ik spreek nu over de heer [D] van Superunie. Hij was manager van [getuige 5]. [D] had het over een nieuwe inkoper, [getuige 5], en vroeg of ik die wilde wegwijs maken in het vak van de olijvenhandel. We hebben er toen over gesproken dat [getuige 5] een broer van [ex-partner] was en ik heb gevraagd of dat dan geen probleem was. De reactie van [D] was dat hij geen probleem zag omdat [ex-partner] geen directielid bij ons was. Ik vind het wat dat betreft merkwaardig om in de stukken te lezen dat [getuige 5] toen hij bij Superunie werd aangenomen tegen [D] heeft gezegd dat zijn broer bij Qualino werkte, en niet dat zijn broer daar mede-aandeelhouder was.

Ik heb na dit gesprek [getuige 5] ontmoet en heb hem uitgelegd wie we waren en hoe binnen de directie de verhoudingen lagen. Tijdens de eerste 10 minuten van het gesprek was er nog een collega van [ex-partner] bij aanwezig. Ik leg in dit soort situaties altijd uit dat aan ons bedrijf een faillissement van een ander bedrijf is voorafgegaan, om te voorkomen dat mensen suggereren dat we zelf uit het faillissement komen. [getuige 5] vroeg of wij over [ex-partner] tevreden waren. Toen was de collega die eerst bij het gesprek aanwezig was inmiddels vertrokken. Ik heb dat bevestigd en heb gezegd dat wij wel toekomst zagen. Ik heb gezegd dat het voor de verhouding binnen het bedrijf goed zou zijn als [ex-partner] mijn aandelen zou overnemen. Toen ik later las wat [getuige 5] heeft verklaard, vloog ik daarvan in de gordijnen. Gelet op dit gesprek ging het er bij mij niet in dat [getuige 5] heeft gedacht dat [ex-partner] altijd al mijn aandelen had gehad.

[ex-partner] is in de laatste periode dat hij voor Qualino werkte bij klanten geïntroduceerd. Ik heb hem zelf meegenomen, bijvoorbeeld naar C1000 en Coöp. Alle inkopers waar ik zelf ben geweest, kenden de verhoudingen binnen Qualino. [F] heb ik nooit gesproken.

Ten slotte wil ik zelf nog opmerken dat ik heb begrepen dat [ex-partner] en [getuige 5] samen iets hebben ondernomen waarvan wij nooit hebben geweten en waarvan de kosten (ontwerpkosten en kosten van stickers) door Qualino zijn betaald."

2.10

[getuige 2] heeft verklaard:

"Ik ben eigenaar-directeur van Verspa Deli. Mijn bedrijf is een verpakkingsbedrijf. Wij verpakken producten die Qualinorm heeft ingekocht en daarna ook weer verkoopt. Wij zijn het enige bedrijf dat voor Qualinorm dat werk doet en Qualinorm is op haar beurt onze enige opdrachtgever. Dat gaat al 8 jaar goed.

Ik herinner mij dat [geïntimeerde 1] twee keer op de fabriek in Maarssen is geweest in mijn bijzijn en dat van [ex-partner] . Beide keren hebben we onder een kopje koffie met elkaar gepraat. Ik denk dat zij ook wel vaker op de fabriek is geweest. [ex-partner] had namelijk een sleutel waarmee hij monsters bij ons kon ophalen. Wij zagen daar toen geen kwaad in. Ik denk dat [geïntimeerde 1] naar de fabriek kwam om die te kunnen bekijken. Ik weet niet meer of zij een rondleiding heeft gehad toen ik er ook was.

Tijdens deze bezoeken gedroeg [ex-partner] zich niet anders dan normaal. Dat wil zeggen: hij was bij ons kind aan huis omdat hij voor Qualinorm de contacten met ons onderhield. Hij kwam dus vaak over de vloer. Ik zou hem, zoals ik hem toen kende, als amicaal omschrijven, heel goed in zijn werk en heel slim. Ik wist zelf vanaf het begin af aan dat hij een werknemer van Qualinorm was. Iedereen wist dat; de wereld waarin wij handelen is maar heel erg klein, en we kennen elkaars achtergrond. Toen [geïntimeerde 1] op de fabriek was, hebben wij niet zozeer over de positie gesproken die [ex-partner] bij Qualinorm had. Zoiets doe je op dergelijke momenten niet.

Twee jaar geleden heb ik een verklaring afgelegd over de vraag wat [geïntimeerde 1] kan hebben geweten over de positie van [ex-partner] bij Qualinorm. Ik kan daar nu, nadat weer jaren zijn verstreken, geen duidelijk antwoord op geven. Dat wil zeggen: ik kan nu niet meer aangeven waar het gevoel vandaan kwam dat ik toen had. Dat gevoel heb ik nog steeds, maar ik heb het alleen maar over een gevoelsmatige inschatting. Het is wel zo dat indertijd altijd werd gesproken over [A] en [C]."

2.11

[getuige 4] heeft verklaard.

"Ik herinner me dat [ex-partner] een jaar of 10,12 geleden in het voorjaar of in de zomer zijn vriendin aan ons kwam voorstellen. Het was mooi weer en we hebben gezellig in de tuin gezeten. Ik weet niet meer wat er toen allemaal is besproken maar mijn man vertelde graag over de achtergrond van Qualino en over de moeilijke start die het bedrijf heeft gehad. Hij en [C] waren er trots op dat ze het hadden gered en dat de zaak op dat moment, na een jaar of drie, vaste grond onder de voeten begon te krijgen. Ik denk dat mijn man dit ook wel aan mevrouw [geïntimeerde 1] heeft verteld. Verder zullen ze tijdens dit gesprek wel hebben besproken wat er zo op het kantoor voorvalt."

Uitgangspunten bij de beoordeling van het bewijs

2.12

De verklaring van [geïntimeerde 1] kan op grond van artikel 164 lid 2 Rv slechts meewerken aan het bewijs dat zij er niet van op de hoogte was en redelijkerwijze ook niet behoefde te zijn dat [ex-partner] geen medeaandeelhouder in Qualinorm was als er aanvullende bewijzen voorhanden zijn die zodanig sterk zijn en zodanig essentiële punten betreffen dat zij de partijgetuigenverklaring voldoende geloofwaardig maken (HR 31 maart 1995, ECLI:NL:HR:1995:1688).

2.13

[C] was ten tijde van het getuigenverhoor bestuurder van Qualinorm en daarmee bevoegd haar in rechte te vertegenwoordigen, zodat ook zijn verklaring heeft te gelden als een verklaring van een partij-getuige in de zin van artikel 164 lid 2 Rv ter zake de door Qualinorm te bewijzen wetenschap bij [geïntimeerde 1] dat [ex-partner] geen aandeelhouder was in Qualinorm.

Beoordeling van het bewijs

2.14

De verklaring van [geïntimeerde 1] komt hierop neer dat [ex-partner] vanaf circa 2000 haar consequent heeft voorgehouden dat hij aandeelhouder was in Qualinorm. Zij heeft verklaard dat zij vanaf september 1999 - zij was toen negentien jaar oud - tot het moment dat de fraude aan het licht kwam een relatie met [ex-partner] heeft gehad, waarbij [ex-partner] in het begin van hun relatie werknemer bij Qualinorm was en zij niet beter wist dan dat hij op een gegeven moment aandeelhouder is geworden. Daarbij paste dat [ex-partner] het financieel steeds beter kreeg. Volgens [geïntimeerde 1] was sprake van een situatie waar zij langzaam is ingegroeid. [ex-partner] en [geïntimeerde 1] hadden, behalve de in 2006 geopende gezamenlijke rekening waarop zij beiden bedragen stortten voor de huishoudelijke kosten, eigen bankrekeningen en elk een eigen administratie. Volgens [geïntimeerde 1] heeft zij nooit loonstroken van [ex-partner] gezien en vertelde [ex-partner] haar dat hij de maandelijks aan hem toekomende managementfee of winstuitkeringen in Qualinorm reserveerde en liet uitkeren op het moment dat het geld nodig was. Bij de aanvraag van de hypotheeklening heeft [ex-partner] zijn gegevens afzonderlijk aan de bank verstrekt, waarbij de volgens hem extra te ontvangen bedragen niet werden meegenomen, omdat deze nu eenmaal variabel waren. Uit haar verklaring blijkt verder dat zij juist omdat [ex-partner] aandeelhouder was huwelijksvoorwaarden hebben gemaakt, maar dat ook in dat verband niet op tafel is gekomen dat [ex-partner] niet werkelijk medeaandeelhouder was in Qualinorm. Zij heeft verklaard niet tot nauwelijks contact te hebben gehad met [C] en [A], directeur respectievelijk voormalig directeur in Qualinorm. Zij heeft eenmaal met [ex-partner] [A] thuis bezocht en daarbij is volgens haar verklaring het aandeelhouderschap van [ex-partner] niet besproken.

2.15

Het hof acht de verklaring van [geïntimeerde 1] dat zij er niet van op de hoogte was dat [ex-partner] geen medeaandeelhouder was in Qualinorm overtuigend. Hetzelfde geldt voor de verklaring van [geïntimeerde 1] dat zij niet wist van de gokverslaving van [ex-partner] en dat zij geen volledig inzicht van [ex-partner] kreeg in de financiële situatie van [ex-partner], zodat er voor haar geen aanleiding was om redelijkerwijze aan het aandeelhouderschap van [ex-partner] te twijfelen. Die overtuiging ontleent het hof kort gezegd aan het feit dat uit alle afgelegde verklaringen zonder uitzondering duidelijk wordt dat [ex-partner] in staat is geweest een web van leugens te spinnen dat geruime tijd door niemand in zijn omgeving - zijn werkgever inbegrepen - kon worden ontward. Het hof zal hierna nader op die verklaringen ingaan.

2.16

De verklaring van [geïntimeerde 1] wordt op essentiële punten ondersteund door de verklaring van [ex-partner]. Zijn verklaring komt er kort gezegd op neer dat hij [geïntimeerde 1] in de veronderstelling heeft gebracht dat hij op een gegeven moment aandeelhouder is geworden in Qualinorm en dat hij er alles aan heeft gedaan om haar in die waan te laten. Volgens hem had hij jarenlang een gokprobleem en heeft hij een groot gedeelte van het van Qualinorm ontvreemde geld vergokt. Dit alles heeft hij tot 16 september 2010 voor [geïntimeerde 1] verborgen weten te houden. Hij heeft bevestigd dat hij in principe de financiën - waaronder de hypothecaire geldlening ten behoeve van de aankoop van de woning - regelde, dat [geïntimeerde 1] en hij hun eigen administratie hadden en ieder hun eigen post openden. Hij heeft verder verklaard dat hij heeft vermeden voor het gokken de gezamenlijke bankrekening van hem en [geïntimeerde 1] te gebruiken, opdat [geïntimeerde 1] niet aldus achter het gokken zou komen. Waar dit toch een keer is gebeurd, heeft hij hiervoor aan [geïntimeerde 1] een op leugens gebaseerde verklaring gegeven. Bij het aangaan van de huwelijksvoorwaarden heeft hij een verzonnen reden opgegeven waarom de aandelen in Qualinorm niet in de lijst van aanbrengsten behoefden te worden vermeld. Verder heeft hij bevestigd dat [geïntimeerde 1] niet in contact kwam met [C] en [A] en dat hij hen om dat zo te houden niet heeft uitgenodigd voor zijn huwelijk met [geïntimeerde 1].

2.17

Tevens kan aanvullend bewijs worden gevonden in de verklaring van [getuige 6]. Hij was volgens zijn verklaring vanaf 1998 goed bevriend met [ex-partner], aan welke vriendschap door het gebeurde een einde is gekomen. Hij heeft verklaard dat [ex-partner] eerst werknemer van Qualinorm was en dat hij er nooit aan heeft getwijfeld dat [ex-partner] rond 2001 eigenaar van Qualinorm is geworden en toen veel geld is gaan verdienen. De conclusie dat [ex-partner] aandeelhouder was heeft [getuige 6] getrokken door de verandering in levensstijl van [ex-partner] en de verhalen die [ex-partner] vertelde. [getuige 6] was volledig overtuigd door de verhalen van [ex-partner] en kan, mede gezien het feit dat hij zich beroepshalve bezig houdt met persoonlijkheidsstoornissen en verslavingen, niet bevatten dat hij door [ex-partner] jarenlang op deze wijze om de tuin is geleid.

2.18

Uit de verklaringen van [C] blijkt dat [ex-partner] ook hem jaren voor de gek heeft gehouden, zij het over de deugdelijkheid van de boekhouding van Qualinorm. Het hof overweegt dat voldoende aannemelijk is dat hetzelfde voor [A] heeft gegolden.

2.19

Voldoende aannemelijk is dat anderen [geïntimeerde 1] niet op de gedachte hebben gebracht dat [ex-partner] geen medeaandeelhouder was in Qualinorm.

2.20

De verklaring van [geïntimeerde 1] dat zij niet of nauwelijks contact heeft gehad met [C] en [A] vindt steun in de getuigenverklaringen van [C] en [A]. [C] heeft verklaard dat hij [geïntimeerde 1] slechts tweemaal vluchtig heeft gezien. [A] heeft verklaard dat hij slechts eenmaal contact heeft gehad met [geïntimeerde 1], namelijk tijdens een bezoek dat [ex-partner] aan hem thuis bracht om haar als zijn nieuwe vriendin aan hem voor te stellen. Dit bezoek heeft volgens [A] in het prille begin van de relatie van [ex-partner] en [geïntimeerde 1] plaatsgehad, wat is bevestigd door [ex-partner] en [getuige 4].

2.21

[A] heeft over dit bezoek verklaard dat aan de orde is geweest dat [ex-partner] in het bedrijf kon doorgroeien en dat er geen enkele twijfel was dat dit een bezoek was van een werknemer aan zijn baas. Volgens [ex-partner] is tijdens dit gesprek tussen [A] en [geïntimeerde 1] niet het aandeelhouderschap in Qualinorm aan de orde geweest. [getuige 4] heeft over de inhoud van dit gesprek niets concreets verklaard, zodat haar getuigenverklaring ter zake niet tot bewijs kan dienen of aan bewijs kan afdoen.

2.22

Het hof overweegt dat het volgens [A] besprokene niet zonder meer met zich brengt dat [geïntimeerde 1] wist dat [ex-partner] geen medeaandeelhouder in Qualinorm was of dat zij dit redelijkerwijze behoefde te weten. Dit bezoek is gebracht in een vroegtijdig stadium in de relatie van [geïntimeerde 1] en [ex-partner], waarin [ex-partner] volgens [geïntimeerde 1] nog slechts had verklaard dat hij in verband met de verslechterende gezondheid van [A] op een gegeven moment partner in Qualinorm zou kunnen worden, dat hij zou beginnen met een paar aandelen en dat dit er in de loop der jaren meer zouden worden. Deze verklaring van [geïntimeerde 1] is niet onverenigbaar met de volgens [A] tijdens het bezoek gedane mededeling aan [geïntimeerde 1] dat [ex-partner] in het bedrijf kon doorgroeien. Deze verklaring van [A] doet daarmee niet af aan de geloofwaardigheid van de verklaring van [geïntimeerde 1].

2.23

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij [geïntimeerde 1] weliswaar een paar keer heeft ontmoet, maar dat daarbij niet over de positie van [ex-partner] bij Qualinorm is gesproken, omdat je dat in zo'n geval niet doet. Zijn gevoel dat [geïntimeerde 1] de werkelijke positie van [ex-partner] kende heeft [getuige 2] desgevraagd niet concreet kunnen onderbouwen.

2.24

Volgens de broer van [ex-partner] heeft hij [geïntimeerde 1] ook niet kunnen inlichten, nu hij er zelf immers van uitging dat [ex-partner] aandeelhouder was. Deze broer heeft kort gezegd verklaard dat binnen de familie iedereen ervan uitging dat [ex-partner] medeaandeelhouder in Qualinorm was en dat dit geleidelijk werd gevoed met dingen die [ex-partner] bij Qualinorm deed en die [ex-partner] hierover vertelde. Tijdens het gesprek dat hij als inkoper bij Superunie heeft gehad met [A] van Qualinorm is volgens hem niet aan de orde geweest hoe Qualinorm in elkaar zat. Hij heeft verklaard dat hij ook geen aanleiding zag om hierover te praten, omdat hij dit meende te weten. Volgens [getuige 5] is tijdens dit gesprek wel aan de orde geweest dat ze bij Qualinorm tevreden waren over [ex-partner], hetgeen [A] overigens heeft bevestigd.

2.25

[A] heeft over het gesprek met [getuige 5] verklaard dat hij [getuige 5] heeft gezegd dat Qualinorm toekomst zag voor [ex-partner] en dat het goed zou zijn voor Qualinorm wanneer [ex-partner] zijn aandelen zou overnemen. Het hof overweegt dat ook indien dit tussen [A] en [getuige 5] aan de orde is geweest, op grond daarvan voor [getuige 5] nog niet zonder meer duidelijk behoefde te zijn dat [ex-partner] op dat moment in het geheel geen aandelen in Qualinorm had.

2.26

Voor zover [A] heeft verklaard dat [ex-partner] en [getuige 5] samen iets hebben ondernomen (ontwerpkosten en kosten van stickers) waarvan Qualinorm niet heeft geweten en waarvan de kosten door Qualinorm zijn betaald, overweegt het hof dat dit niet afdoet aan de geloofwaardigheid van de verklaring van [getuige 5] dat hij niet wist dat zijn broer geen mede-aandeelhouder in Qualinorm, nu dit niet onverenigbaar met elkaar is.

2.27

Tot slot overweegt het hof dat de door Qualinorm als productie 182 overgelegde informatie van de Belastingdienst algemeen is. Hieruit kan naar het oordeel van het hof niet worden afgeleid dat de omstandigheid dat [geïntimeerde 1] en [ex-partner] fiscale partners waren zonder meer betekent dat [geïntimeerde 1] de financiële situatie van [ex-partner] kende en dat zij om die reden wist of redelijkerwijze behoorde te weten dat [ex-partner] geen aandeelhouder was.

2.28

Het hof concludeert dat uit de diverse getuigenverklaringen het consistente beeld naar voren komt dat [ex-partner] jarenlang zijn nabije omgeving, onder wie [geïntimeerde 1], in de veronderstelling heeft gebracht dat hij medeaandeelhouder was in Qualinorm en dat [ex-partner] er alles aan heeft gedaan om hen in die waan te laten. Het hof acht dan ook voldoende aannemelijk geworden dat [geïntimeerde 1] niet wist dat [ex-partner] geen medeaandeelhouder was in Qualinorm en dat zij dit redelijkerwijze ook niet behoefde te weten.

2.29

Daarmee is het aan [geïntimeerde 1] opgedragen bewijs genoegzaam geleverd.

2.30

Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat [geïntimeerde 1] wist dat [ex-partner] aandeelhouder was in Qualinorm, zodat Qualinorm niet is geslaagd in het aan haar opgedragen bewijs van kwade trouw hieromtrent van [geïntimeerde 1].

2.31

Overeenkomstig hetgeen in overweging 23 van het tussenarrest van 19 maart 2013 is overwogen, behoefde [geïntimeerde 1] dan ook redelijkerwijze geen rekening te houden met een verplichting tot terugbetaling van het naar de gezamenlijke rekening van partijen overgemaakte bedrag van € 104.081,30. Dit betekent dat deze vordering wat betreft de primaire grondslag, te weten onverschuldigde betaling, moet worden afgewezen.

2.32

Qualinorm heeft aan de vordering tot betaling van het bedrag van € 104.081,30 subsidiair ongerechtvaardigde verrijking ten grondslag gelegd, en meer subsidiair een onrechtmatige daad van [geïntimeerde 1].

2.33

Voor zover de vorderingen van Qualinorm zijn gebaseerd op ongerechtvaardigde verrijking verwijst het hof naar hetgeen in rechtsoverweging 53 van voormeld tussenarrest hierover is overwogen, namelijk dat in de context van de grondslag van ongerechtvaardigde verrijking [geïntimeerde 1] eveneens dient te bewijzen dat zij niet wist of redelijkerwijze niet behoefde te weten dat [ex-partner] geen medeaandeelhouder was in Qualinorm. Nu [geïntimeerde 1] dit bewijs heeft geleverd, behoefde zij met een verplichting tot schadevergoeding geen rekening te houden en blijven de voorshands bewezen verrijkingen hoe dan ook buiten beschouwing. Ook deze grondslag is dus ondeugdelijk.

2.34

Nu vaststaat dat [geïntimeerde 1] niet wist en redelijkerwijze niet behoefde te weten dat [ex-partner] geen medeaandeelhouder was in Qualinorm heeft Qualinorm onvoldoende gesteld om aannemelijk te maken dat [geïntimeerde 1] hier onrechtmatig heeft gehandeld, zodat de vorderingen op de grondslag van onrechtmatige daad eveneens zullen worden afgewezen.

2.35

Grief 26 richt zich tegen de afwijzing van de met de hoofdvordering samenhangende nevenvorderingen (rechtsoverweging 10 van het bestreden vonnis) ter zake de buitengerechtelijke incassokosten, de kosten van de gelegde beslagen, de beslagkosten inzake de Pauliana en de onderzoekskosten.

2.36

Nu de hoofdvordering van Qualinorm zal worden afgewezen, delen de daarmee samenhangende vorderingen hetzelfde lot.

2.37

De grief faalt.

2.38

Grief 27 klaagt over de afwijzing van de vordering tot het overleggen van bankafschriften van de gezamenlijke bankrekening met nummer 11.60.24.789. Volgens Qualinorm zijn nog niet al deze bankafschriften overgelegd en dient de vordering wat betreft die bankafschriften te worden toegewezen.

2.39

Voor zover Qualinorm aan deze vordering ten grondslag heeft gelegd dat zij aldus de hoogte van haar vordering op [geïntimeerde 1] wil vaststellen, dan wel wil aantonen dat sprake is van een gezamenlijk handelen van [ex-partner] en [geïntimeerde 1], en/of dat [geïntimeerde 1] geprofiteerd heeft van de overgemaakte gelden, dient deze vordering te worden afgewezen, omdat de vorderingen van Qualinorm op de grondslag van onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad jegens [geïntimeerde 1] zullen worden afgewezen.

2.40

Qualinorm heeft voorts aan de vordering tot afgifte ten grondslag gelegd dat zij er belang bij heeft te weten wat er met deze gelden is gebeurd, zodat zij allicht een gedeelte van deze gelden kan traceren en in beslag nemen (186, inleidende dagvaarding). Qualinorm heeft dit belang eveneens onderbouwd met verwijzing naar haar gestelde vorderingen op [geïntimeerde 1], welke vorderingen, zoals is overwogen, zullen worden afgewezen.

2.41

Derhalve heeft Qualinorm onvoldoende gesteld dat tot de conclusie kan leiden dat zij een rechtmatig belang heeft bij afgifte van deze ontbrekende bankafschriften, zodat de hierop betrekking hebbende vordering dient te worden afgewezen.

2.42

De grief faalt.

2.43

Qualinorm heeft haar vordering in hoger beroep vermeerderd en afgifte gevorderd van alle bankafschriften van de Rabobank spaarrekening behorende bij de gezamenlijke bankrekening met nummer 11.60.24.798 en van de ING rekening met nummer 7040983, en heeft daaraan hetzelfde ten grondslag gelegd als aan de vordering tot afgifte van de ontbrekende bankafschriften van de gezamenlijke bankrekening.

2.44

Wat betreft de spaarrekening die mogelijk gekoppeld is aan de gezamenlijke bankrekening met nummer 11.60.24.798 zal de vordering tot afgifte op dezelfde gronden als hiervoor onder 2.39 en 2.40 overwogen worden afgewezen. Hetzelfde geldt voor de uitsluitend ten name van [geïntimeerde 1] gestelde bankrekening bij ING Bank met nummer 7040983.

2.45

Grief 28 richt zich tegen de proceskostenveroordeling.

2.46

Aangezien de vorderingen van Qualinorm zullen worden afgewezen, is zij terecht veroordeeld in de kosten van de procedure in conventie in eerste aanleg.

2.47

De grief faalt.

2.48

Grief 29 klaagt over de toewijzing van de reconventionele vordering van [geïntimeerde 1].

2.49

[geïntimeerde 1] heeft gevorderd voor recht te verklaren dat Qualinorm onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld en deswege schadeplichtig is, met veroordeling van Qualinorm tot vergoeding van alle door [geïntimeerde 1] sedert 16 september 2010 geleden schade en verwijzing naar de schadestaatprocedure. [geïntimeerde 1] heeft aangevoerd dat Qualinorm zonder enige noodzaak daartoe heeft besloten om de gehele inboedel van de echtelijke woning in bewaring te nemen. Zij was toen acht maanden zwanger en heeft hierdoor bij haar ouders moeten intrekken. Sinds september 2010 heeft zij geen spullen meer tot haar beschikking. Alle spullen die zij had aangeschaft voor de baby zijn in bewaring genomen en heeft zij opnieuw moeten aanschaffen. Daarnaast is er beslag gelegd op haar salaris, waardoor zij onmogelijk aan al haar financiële verplichtingen kan voldoen. Ook heeft zij kosten gemaakt vanwege alle beslagen, welke voor rekening van Qualinorm dienen te komen, nu zij geen gegronde vordering op haar heeft.

2.50

Voor zover Qualinorm in het kader van haar verweer heeft aangevoerd dat haar vorderingen in eerste aanleg ten onrechte zijn afgewezen, zal het hof hieraan voorbijgaan, nu hiervoor is overwogen dat de hiertegen gerichte grieven falen.

2.51

Qualinorm heeft daarnaast aangevoerd dat de gelegde beslagen van weinig (financiële) waarde zijn althans dat [geïntimeerde 1] weinig hinder ondervindt en heeft ondervonden van de beslagen. De beslagen op de gelden op de bankrekeningen bij de Rabobank en de ING Bank hebben geen doel getroffen. [geïntimeerde 1] heeft een bedrag van € 10.000,- ontvangen uit de verkoop van de Mini, waarop Qualinorm geen beslag heeft kunnen leggen, zodat [geïntimeerde 1] over financiële reserves beschikt waaruit zij goederen heeft aangeschaft. Volgens Qualinorm blijkt uit de huwelijksvoorwaarden van [geïntimeerde 1] en [ex-partner] dat de roerende zaken grotendeels aan [ex-partner] toebehoren. [geïntimeerde 1] heeft niet aangetoond of aangegeven welke zaken haar eigendom zijn. Het beslag op de echtelijke woning is van weinig waarde, nu deze volgens [geïntimeerde 1] geen overwaarde vertegenwoordigt, aldus Qualinorm. Ook het beslag op het loon is van weinig waarde. Qualinorm heeft betwist dat [geïntimeerde 1] als gevolg van de in bewaarneming van de roerende zaken in de echtelijke woning haar intrek heeft moeten nemen bij haar ouders in Amersfoort. Volgens Qualinorm woont [geïntimeerde 1] in de woning. Verder betwist zij dat [geïntimeerde 1] sinds september 2010 geen spullen meer tot haar beschikking heeft gehad. Zij had wel degelijk beschikking over (geleende) inboedel en gordijnen. Verder heeft Qualinorm betwist dat [geïntimeerde 1] nieuwe spullen heeft moeten aanschaffen voor de baby. [geïntimeerde 1] heeft niet aangetoond door het loonbeslag haar financiële verplichtingen niet te kunnen voldoen. Door opheffing van het beslag ontvangt zij slechts € 544,16 extra, waarmee zij die lasten nog steeds niet kan voldoen.

2.52

[geïntimeerde 1] heeft hier tegenin gebracht dat het paard en de Mini haar eigendom waren, en dat zij het bedrag van € 10.000,- terzake van de verkochte Mini heeft moeten terugbetalen aan de kopers. Zij heeft betwist dat zij over de door Qualinorm gestelde financiële reserves beschikt en heeft verklaard juist geen cent te hebben. Zij moet leven van het gedeelte van het loon dat niet beslagen is, de kinderbijslag en de belastingteruggave. De echtelijke woning heeft zij, doordat zij deze niet meer kon betalen, moeten verkopen met een verlies van € 20.527,96. Uit de echtscheidingspapieren is duidelijk welke roerende zaken haar eigendom zijn. [geïntimeerde 1] heeft nieuwe spullen moeten kopen voor haar en haar baby nu alles in bewaring is genomen. Zij begroot hiervan de gemaakte kosten op ongeveer € 15.000,-. Tevens heeft zij levensgenot gederfd door het onnodig en zeer vergaand handelen van Qualinorm, wat zij heeft berekend op € 1.000,- per maand. Daarnaast zal zij het bedrag van € 15.000,- terugvorderen dat Qualinorm heeft ontvangen ter zake de Mini, alsmede de wettelijke rente over het bedrag groot € 28.153,21, dat vanwege het loonbeslag niet aan haar is uitgekeerd, aldus nog steeds [geïntimeerde 1].

2.53

Het hof overweegt als volgt.

2.54

Op de beslaglegger rust een risicoaansprakelijkheid voor de gevolgen van het door hem gelegde beslag indien de vordering waarvoor beslag is gelegd geheel ongegrond is (Hoge Raad, 11 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2841). Het hof oordeelt dat Qualinorm door het ten onrechte gelegde beslag onrechtmatig jegens [geïntimeerde 1] heeft gehandeld en deswege jegens [geïntimeerde 1] schadeplichtig is.

2.55

Voor verwijzing naar de schadestaatprocedure is slechts vereist dat de mogelijkheid aannemelijk is geworden dat schade is geleden. Qualinorm heeft niet betwist dat zij nagenoeg de gehele inboedel in de voormalige woning en nagenoeg alle kleding van [geïntimeerde 1] en de nog ongeboren baby in bewaring heeft doen geven. Het hof acht dan ook voldoende aannemelijk dat [geïntimeerde 1] mogelijk schade heeft geleden doordat zij een garderobe voor haar en haar kind diende te verwerven en zij haar woning opnieuw heeft moeten inrichten. Dat [geïntimeerde 1] een financiële reserve zou hebben gehad die zij daarvoor heeft aangewend, zoals Qualinorm heeft gesteld, en dat de beslagen volgens Qualinorm een geringe (financiële) waarde had, doet aan deze mogelijkheid van schade niet af.

2.56

Het hof acht dit reeds voldoende grond voor verwijzing naar de schadestaatprocedure. De overige door [geïntimeerde 1] gestelde schade door de onrechtmatige beslaglegging zal daar aan de orde (kunnen) komen en kan hier verder onbesproken blijven.

2.57

De gevorderde verklaring voor recht dat Qualinorm - met het ten onrechte gelegde beslag - onrechtmatig jegens [geïntimeerde 1] heeft gehandeld en deswege jegens [geïntimeerde 1] schadeplichtig is en de verwijzing naar de schadestaatprocedure, zijn daarmee toewijsbaar.

2.58

De grief faalt.

2.59

De overige in hoger beroep door Qualinorm gewijzigde of vermeerderde vorderingen (343 en volgende, memorie van grieven) delen het lot van de vorderingen van Qualinorm op de grondslag van onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad, en zullen daarom worden afgewezen.

Slotsom

2.60

De grieven falen, zodat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd.

2.61

Het hof zal Qualinorm als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het hoger beroep veroordelen (1 punt x tarief II ad € 2.632,- in het incident en 3,5 punten x tarief VIII ad € 4.580,- in de hoofdzaak). De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerde 1] zullen worden vastgesteld op:

- explootkosten

-

- griffierecht

1.475,-

- getuigentaxen

-

- kosten deskundigenbericht

-

totaal verschotten

1.475,-

en voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief:

1 punt x € 2.632,-

2.632,-

3,5 punten x € 4.580,- € 16.030,-

€ 18.662,-

3 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van 13 juli 2011 van de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad;

veroordeelt Qualinorm in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde 1] vastgesteld op € 18.662,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en op € 1.475,- voor verschotten;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. M.W. Zandbergen, mr. G. van Rijssen en mr. R.A. van der Pol en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2014.