Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:1397

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27-02-2014
Datum publicatie
27-02-2014
Zaaknummer
21-002808-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte ter zake van poging tot doodslag tot een gevangenisstraf van 6 jaren en terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002808-13

Uitspraak d.d.: 27 februari 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Nederland van 22 januari 2013 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers

06-940189-12 en 06-940423-11, tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans verblijvende in de P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 13 februari 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr P.E. van Zon, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 06-940189-12:

Primair:
hij op of omstreeks 03 mei 2012 te Apeldoorn ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk[slachtoffer 1] van het leven te beroven, opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, althans opzettelijk, (meermalen) (met kracht)

- in/op/tegen het gezicht/hoofd, althans het lichaam, heeft getrapt en/of geschopt en/of gestompt/geslagen (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag en/of in elkaar gedoken op de grond zat) en/of

- met het hoofd op/tegen de stoep heeft geduwd en/of gestoten en/of gesmeten en/of gegooid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


Subsidiair:
hij op of omstreeks 03 mei 2012 te Apeldoorn aan [slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel, (hersenletsel en/of (meerdere) botbreuken),

heeft toegebracht, door deze opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk,

(meermalen) (met kracht)

- in/op/tegen het gezicht/hoofd, althans het lichaam, te trappen en/of schoppen en/of slaan/stompen (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag en/of in elkaar gedoken op de grond zat)

en/of haar hoofd op/tegen de stoep te slaan en/of duwen en/of stoten en/of smijten en/of gooien;

Meer subsidiair:
hij op of omstreeks 03 mei 2012 te Apeldoorn ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan[slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (hoofdletsel en/of hersenletsel) toe te brengen, opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk, (meermalen) (met kracht)

in/op/tegen het gezicht/hoofd, althans het lichaam, heeft getrapt en/of geschopt en/of gestompt/geslagen (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag en/of in elkaar gedoken op de grond zat) en/of

het hoofd op/tegen de stoep heeft geslagen en/of geduwd en/of gestoten en/of gesmeten en/of gegooid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Zaak met parketnummer 06-940423-11:


hij op of omstreeks 05 oktober 2011 te Zutphen, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer (voor- en/of slaapkamer)deur(en) van/in een (huur)woning (perceel gelegen aan de [adres]), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft ingetrapt en/of (met kracht) knietjes tegen die deur(en) heeft gegeven en aldus dat/die goed(eren) heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het in de zaak met parketnummer 06-940189-12 primair en in de zaak met parketnummer 06-940423-11 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 06-940189-12:


hij op of omstreeks 03 mei 2012 te Apeldoorn ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk[slachtoffer 1] van het leven te beroven, opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, althans opzettelijk, (meermalen) (met kracht) in/op/tegen het gezicht/hoofd, althans het lichaam, heeft getrapt en/of geschopt en/of gestompt/geslagen (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag en/of in elkaar gedoken op de grond zat) en/of - met het hoofd op/tegen de stoep heeft geduwd en/of gestoten en/of gesmeten en/of gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Zaak met parketnummer 06-940423-11:


hij op of omstreeks 05 oktober 2011 te Zutphen, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer (voor- en/of slaapkamer)deur(en) van/in een (huur)woning (perceel gelegen aan de [adres]), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft ingetrapt en/of (met kracht) knietjes tegen die deur(en) heeft gegeven en aldus dat/die goed(eren) heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 06-940189-12 bewezen verklaarde levert op:

Poging tot doodslag.

Het in de zaak met parketnummer 06-940423-11 bewezen verklaarde levert op:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen of beschadigen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

De deskundigen ’t Hoen en Kaiser hebben multidisciplinair over de persoon van verdachte gerapporteerd. Zij komen beiden tot de conclusie dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. Het hof neemt deze conclusies met betrekking tot de toerekenbaarheid over en maakt die tot de zijne.

Verdachte is dus strafbaar, aangezien ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Straf

De officier van justitie heeft in eerste aanleg geëist dat verdachte ter zake van poging tot moord en vernieling zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en dat hiernaast de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging wordt opgelegd.

De rechtbank heeft verdachte ter zake van poging tot doodslag en vernieling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en daarnaast de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging opgelegd.

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep geëist dat verdachte ter zake van poging tot doodslag en vernieling zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en dat hiernaast de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging wordt opgelegd.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een langdurige onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden - de volgende omstandigheden.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot doodslag op[slachtoffer 1]. Met kracht heeft hij het slachtoffer meermalen tegen haar hoofd getrapt terwijl zij op de grond lag. Het toen tweejarige zoontje van verdachte was aanwezig op het moment dat verdachte het slachtoffer zwaar mishandelde. Met zijn handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het slachtoffer is door het buitensporige geweld dat op haar is toegepast cognitief en lichamelijk dusdanig ernstig gehandicapt geraakt dat zij naar alle waarschijnlijkheid voor de rest van haar leven voor de dagelijkse levensverrichtingen afhankelijk zal blijven van de hulp van anderen.

Hiernaast is de samenleving, in het bijzonder de familie van het slachtoffer en de directe omgeving van de plaats waar het strafbare feit begaan is, ernstig geschokt.

De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan vernieling van een aantal deuren in de huurwoning van[slachtoffer 3]. Door zijn handelen heeft [slachtoffer 2] financieel nadeel geleden en heeft verdachte overlast veroorzaakt voor [slachtoffer 3].

Het hof heeft ten nadele van verdachte in de strafoplegging meegewogen dat verdachte blijkens het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 24 januari 2014 eerder forse geweldsdelicten heeft gepleegd.

Het hof neemt als gezegd de conclusies met betrekking tot de toerekenbaarheid van de deskundigen ’t Hoen en Kaiser over, maakt die tot de zijne en acht verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. Hiermee houdt het hof in het voordeel van verdachte rekening bij de straftoemeting.

Terbeschikkingstelling

Ter voorkoming van misverstand merkt het hof op, dat het navolgende uitsluitend betrekking heeft op de bewezenverklaarde poging tot doodslag.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld met bevel tot dwangverpleging. De verdediging heeft echter verzocht om de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen in combinatie met een lagere gevangenisstraf.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Een verdachte bij wie tijdens het begaan van een feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond, kan op last van de rechter ter beschikking worden gesteld indien het door hem begane feit een misdrijf is dat wordt genoemd in artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 1º van het Wetboek van Strafrecht en de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eist.

Omtrent verdachte zijn (onder meer) door T. ‘t Hoen, gezondheidszorgpsycholoog en L.H.W.M. Kaiser, psychiater, beiden ingeschreven in het Nederlands Register voor Gerechtelijk Deskundigen (NRGD), rapportages uitgebracht.

De deskundige ’t Hoen heeft in zijn rapportage van 29 oktober 2013 geconcludeerd:

“Op basis van het onderhavige onderzoek (…) komt betrokkene naar voren als een man met een zwakbegaafde intelligentie en een forse scheefgroei in de persoonlijkheid. (…) Tegelijkertijd is de persoonlijkheidsontwikkeling dermate verstoord verlopen dat het stellen van een persoonlijkheidsstoornis bij betrokkene wel degelijk gerechtvaardigd is. (…) Bij oplopende spanningen schieten zijn veelal passieve en vermijdende copingvaardigheden al snel tekort en is de kans op acting-out van agressieve gevoelens groot. (…) Onderzoeker is dan ook van mening dat er ondanks de zwakbegaafdheid van betrokkene voldoende reden is om in classificerende termen (…) te kunnen spreken van een persoonlijkheidsstoornis waarbij antisociale trekken (…) het meest in het oog springen. (…) Met name alcoholafhankelijkheid heeft tot op heden een zeer negatieve rol in het leven van betrokkene gespeeld. Veel van de in het verleden gepleegde delicten (maar ook het onderhavige ten laste gelegde) zijn onder invloed van alcohol gepleegd.

Zoals uitgebreid beschreven is er bij betrokkene, naast alcoholafhankelijkheid, sprake van een combinatie van zwakbegaafdheid en een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken. Hier was ook ten tijde van het ten laste gelegde sprake van. (…) In beide gevallen heeft de combinatie van stoornissen zoals benoemd een aanzienlijke rol gespeeld en onderzoeker adviseert uw college dan ook vanuit gedragskundig oogpunt om betrokkene als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Op basis van het vorenstaande wordt de kans op recidive van soortgelijke feiten als het ten laste gelegde (…) als hoog ingeschat, conform de klinische indruk van onderzoeker.

De psycholoog is van mening dat een langdurige en intensieve klinische behandeling noodzakelijk is. Gelet op de meewerkende houding van betrokkene, het feit dat hij bij eerdere behandeling redelijk in staat leek zich aan de afspraken te houden en gelet op het feit dat betrokkene in de laatste jaren voor het tenlastegelegde nauwelijks justitiecontacten heeft gehad, adviseert de deskundige het opleggen van TBS met voorwaarden, indien er een passende behandelsetting kan worden gevonden die aan de in het rapport uitgewerkte eisen kan voldoen.

De deskundige Kaiser heeft in haar rapportage van 1 november 2013 geconcludeerd:

“Het huidige onderzoek toont dat er vooral een persoonlijkheidsstoornis, zwakbegaafdheid en mogelijk alcoholmisbruik aanwezig zijn. (…) Situaties waarin hij zich onmachtig voelt en waarin hij voelt dat hem onrecht aangedaan wordt, of dat hij zijn zin niet krijgt, leiden bij hem tot impulsieve acties, tot acting out gedrag, of tot vermijden middels alcoholgebruik. Hij neemt weinig distantie van de situatie, laat zich vooral door zijn gevoelens leiden en handelt dan impulsief.

Onderzoeker schat de kans op herhaling van agressie als groot in. De structurele persoonlijkheidsstoornis blijft aanwezig. (…) Binnen de structuur van de PI gaat het goed met hem. Buiten die bescherming laat hij zich leiden door actuele impulsen en behoeften en verliest hij gemakkelijk de controle over zijn agressieve impulsen met name als hij alcohol gedronken heeft. (…) Maar ook zonder alcoholgebruik is zijn impulscontrole zwak. (…) Onderzoeker schat het gevaar daarom op korte termijn al als hoog in.

Hij heeft meerdere behandelingen gehad, ook klinisch, zonder dat het effect gehad heeft. Hij was kort na de behandeling van zijn verslaving in de Wending en eerder al in de

P. Roordakliniek betrokken bij een geweldsdelict. Hij heeft weinig geleerd van de behandelingen.

Betrokkene had ten tijde van het ten laste gelegde voldoende inzicht in de wederrechtelijkheid van de begane feiten. In relatie tot en ten tijde van het begaan van de ten laste gelegde feiten was er bij betrokkene sprake van een ziekelijke stoornis in de vorm van alcoholmisbruik en een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale en borderline trekken. Daarnaast is er een lage intelligentie. Daardoor kon hij zijn wil verminderd bepalen. Voor het ten laste gelegde wordt betrokkene, indien althans bewezen, dan ook als verminderd toerekeningsvatbaar ingeschat.

Er is bescherming van de maatschappij nodig tegen de kans op recidive. (…) Gezien de psychiatrische stoornis die in relatie staat tot het gevaar voor herhaling van een ernstig delict adviseert onderzoeker uw college betrokkene de maatregel van TBS op te leggen ten einde recidive te voorkomen. (…) Als hij geen sterke druk ervaart is de kans groot dat hij zich na langere tijd aan de behandeling zal onttrekken of dat hij recidiveert na enige tijd. Onderzoeker adviseert om de lichtere maatregel van een TBS met voorwaarden op te leggen zodat hij zelf ook verantwoordelijkheid heeft en hij de druk van de voorwaarden voelt.”

De vraag die het hof dient te beantwoorden is of aan verdachte een maatregel dient te worden opgelegd en zo ja, of dat terbeschikkingstelling met voorwaarden dan wel terbeschikkingstelling met dwangverpleging dient te zijn. Het hof stelt op grond van de bovengenoemde rapportages vast dat de kans dat verdachte wederom feiten zoals ten laste gelegd zal plegen of andere feiten waarbij de veiligheid van personen in het geding is, groot is. Voorts overweegt het hof dat de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden niet opgelegd kan worden in combinatie met een vrijheidsstraf die de duur van vijf jaar te boven gaat. Het hof is van oordeel dat de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden in combinatie met een vrijheidsstraf voor de duur van vijf jaar of minder in dit kader een te lichte strafmodaliteit oplevert en geen recht doet aan deze zaak.

Het hof komt bovendien, anders dan de deskundigen, tot de slotsom dat het noodzakelijk is om de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging aan verdachte op te leggen, zodat verdachte in een zeer dwingend kader behandeld kan worden en er voldoende mogelijkheden zijn om eventuele ontregelingen op te vangen en de veiligheid te borgen. Met terbeschikkingstelling met voorwaarden kan ook daarom niet worden volstaan.

Het hof zal derhalve de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van verdachte bevelen, nu het bewezen verklaarde feit onder parketnummer 06-940189-12 behoort tot de misdrijven die worden genoemd in artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 1º van het Wetboek van Strafrecht en de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eist.

De maatregel wordt opgelegd wegens een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon, zodat de duur van de terbeschikkingstelling niet op voorhand gemaximeerd is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 37a, 37b, 45, 57, 287 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 06-940189-12 primair en in de zaak met parketnummer 06-940423-11 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 06-940189-12 en in de zaak met parketnummer 06-940423-11 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast ten aanzien van het onder parketnummer 06-940189-12 bewezenverklaarde dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: twee telefoons (een zwarte Samsung en een zwarte Blackberry).

Aldus gewezen door

mr R.H. Koning, voorzitter,

mr R. van den Heuvel en mr C. Caminada, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr R. Jansen, griffier,

en op 27 februari 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.