Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:1390

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25-02-2014
Datum publicatie
26-02-2014
Zaaknummer
200.127.783-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Huurder veroorzaakt jarenlang overlast aan omwonenden en medewerkers verhuurder. De kantonrechter heeft de huurovereenkomst ontbonden en de huurder gelast de woning te ontruimen. Dit vonnis wordt door het hof in stand gelaten. De huurder was gewaarschuwd, maar desondanks heeft hij zich opnieuw misdragen. De huurovereenkomst is terecht ontbonden, zodat de huurder zijn woning dient te ontruimen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.127.783/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, locatie Heerenveen 378998 \ CV EXPL 12-187)

arrest van de eerste kamer van 25 februari 2014 in de zaak van:

[appellant],

wondende te [woonplaats],

appellant,

in eerste aanleg gedaagde,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. H.L. Thiescheffer, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

Stichting Accolade,

gevestigd te Drachten,

geïntimeerde,

in eerste aanleg eiseres,

hierna: Accolade,

advocaat: mr. J.A.M. Deckers, kantoorhoudende te Heerenveen.

1 Het geding in eerste instantie

1.1

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het tussenvonnis van 15 februari 2012 van de rechtbank Leeuwarden, sector kanton, locatie Heerenveen, het tussenvonnis van 2 januari 2013 van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Heerenveen (hierna: de kantonrechter) en het eindvonnis van 10 april 2013 van de kantonrechter.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Bij exploot van 19 april 2013 is door [appellant] hoger beroep ingesteld van genoemd eindvonnis van 10 april 2013 met dagvaarding van Accolade tegen de zitting van 16 juli 2013. De conclusie van de appeldagvaarding, waarin ook de grieven zijn opgenomen, luidt:

"(...) om bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis van 10 april 2013 (...) te vernietigen, en opnieuw rechtdoende, geïntimeerde alsnog in zijn vordering niet ontvankelijk te verklaren althans hem deze te ontzeggen wegens redenen voornoemd alsmede geïntimeerde te veroordelen in de proceskosten van beide instanties."

2.2

[appellant] heeft van eis geconcludeerd conform voormelde conclusie.

2.3

Bij memorie van antwoord (met producties) heeft Accolade verweer gevoerd en geconcludeerd tot bekrachtiging van het aangevallen vonnis en tot veroordeling van [appellant], uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het geding in beide instanties.

2.4

[appellant] heeft niet meer kunnen reageren op de elf door Accolade bij memorie van antwoord in het geding gebrachte producties, waarvan er vijf nieuw zijn. Het hof zal deze nieuwe producties daarom buiten beschouwing laten. Uit hetgeen hierna volgt, zal blijken dat Accolade hierdoor niet in haar (processuele) belangen wordt geschaad.

2.5

Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

3 De feiten, het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds onvoldoende gemotiveerd betwist alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud van de overgelegde producties, staat het navolgende tussen partijen vast.

3.1.1

Met ingang van 26 oktober 2006 huurt [appellant] (laatstelijk voor onbepaalde tijd) de woning aan de [adres 1] te [woonplaats] (hierna: de woning) van Accolade.

3.1.2

Op de tussen partijen geldende huurovereenkomst zijn van kracht de "Algemene voorwaarden zelfstandige woonruimte voor de tot de Accolade Groep behorende woningcorporaties" (hierna: de algemene huurvoorwaarden). In de algemene huurvoorwaarden is onder het kopje "Verplichtingen van de huurder" onder meer het volgende opgenomen:

"(...)

Gebruik

9.4

De huurder gebruikt het gehuurde als een goed huurder en in overeenstemming met de daaraan gegeven bestemming van woonruimte.

9.6

De huurder veroorzaakt aan omwonenden geen overlast, in welke vorm dan ook.

(...)"

3.1.3

Bij brief van 11 september 2009 heeft Accolade met ingang van laatstgenoemde datum aan [appellant] de toegang tot de gebouwen van Accolade in [woonplaats] ontzegd. Als redenen hiervoor zijn gegeven dat [appellant] zich agressief en bedreigend heeft uitgelaten tegenover medewerk(st)ers van Accolade, dat [appellant] onophoudelijk met Accolade belt (soms 200 keer per dag) en dat [appellant] zich op 12 augustus 2009 niet aan de afspraak heeft gehouden dat hij zich slechts in gezelschap van de heer [X] van de GGZ bij Accolade mag vervoegen.

3.1.4

Op 14 januari 2010 heeft Accolade aan [appellant] schriftelijk laten weten dat zij klachten heeft ontvangen met betrekking tot geluidsoverlast, bestaande uit gescheld, geschreeuw en gegil afkomstig uit de woning van [appellant]. Accolade heeft [appellant] er daarbij op gewezen dat dit in strijd is met de algemene huurvoorwaarden en heeft hem dringend verzocht de overlast te stoppen.

3.1.5

Bij brief van 17 mei 2010 heeft Accolade [appellant] laten weten dat zij opnieuw klachten heeft ontvangen over zijn gedrag. [appellant] zou mensen uitschelden, hard vloeken en luid schreeuwen. Accolade doet een dringend beroep op [appellant] om geen overlast meer te veroorzaken en te stoppen met schelden, schreeuwen en vloeken.

3.1.6

Accolade heeft [appellant] op 4 januari 2011 aangeschreven naar aanleiding van klachten van medewerkers, die door [appellant] zouden worden lastig gevallen, zowel telefonisch als wanneer [appellant] de medewerkers op straat tegenkomt. [appellant] zou schelden en schreeuwen naar de medewerkers en Accolade geeft aan dit gedrag niet te accepteren. Accolade maakt [appellant] erop attent dat zij een procedure tot ontruiming van de woning zal starten, indien [appellant] doorgaat met het lastig vallen van medewerkers van Accolade.

3.1.7

In een brief van 19 september 2011 schrijft Accolade dat zij een melding heeft ontvangen van de firma [Y] dat [appellant] haar medewerkers zou hebben uitgescholden. Dit betrof zowel een medewerker aan de telefoon als een monteur die bij [appellant] langs kwam om een door hem gemelde lekkage te verhelpen. Accolade wijst [appellant] erop dat dit gedrag niet wordt geaccepteerd en dat hij er eerder op is aangesproken dat hij medewerkers van Accolade uitscheldt en naar hen schreeuwt. Accolade brengt bij [appellant] in herinnering de afspraak dat het contact met Accolade over klachten of reparaties dient te lopen via de heer [X] van de GGZ. Accolade wijst [appellant] er nogmaals op dat zij een procedure tot ontruiming van de woning zal starten indien [appellant] doorgaat met het lastig vallen van medewerkers.

3.1.8

In vervolg op de brief van 19 september 2011 heeft Accolade zich op 27 oktober 2011 opnieuw tot [appellant] gewend. Accolade wijst [appellant] er in aanvulling op genoemde brief op dat de woning naast de zijne ([adres 2]) moeilijk verhuurbaar blijkt, doordat kandidaat huurders afhaken wanneer ze horen dat ze naast [appellant] komen te wonen, hetgeen volgens Accolade te wijten is aan het agressieve gedrag van [appellant] in de buurt. Accolade geeft [appellant] het dringende advies om contact op te nemen met de GGZ om samen met hen een behandelplan op te stellen om zijn agressie te beteugelen. Wat Accolade betreft is de maat vol, zo vervolgt de brief, en indien de komende vier weken geen verbetering te zien geven in het gedrag van [appellant] jegens omwonenden en jegens medewerk(st)ers van Accolade, zal Accolade een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning bij de rechter indienen.

3.1.9

Op 28 december 2011 heeft een medewerkster van Accolade, [1], aangifte gedaan bij de politie in [woonplaats] van telefonische bedreiging door [appellant] op 22 december 2011. Vervolgens heeft Accolade [appellant] in rechte betrokken.

3.2

In eerste aanleg heeft Accolade gevorderd (samengevat) dat de huurovereenkomst met [appellant] wordt ontbonden en dat [appellant] wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning, met nevenvorderingen. [appellant] heeft verweer gevoerd.

3.3

Bij vonnis van 15 februari 2012 heeft de kantonrechter een comparitie gelast. Naar aanleiding van de vervolgens op enig moment gehouden comparitie is, zo begrijpt het hof uit de gedingstukken, getracht een mediationtraject tot stand te brengen tussen partijen, hetgeen niet is gelukt.

3.4

Bij akte van 27 november 2012 maakt Accolade melding van (voor zover hier relevant) een op 8 augustus 2012 ontvangen klacht van de buurman van [appellant], de heer [de buurman] ([adres 3]). Volgens de klacht zou [appellant] takken hebben afgebroken van een boom op het erf van [de buurman] en zou [de buurman] door [appellant] worden geïntimideerd. Verder zou [appellant] in de maand november 2012 weer zeer regelmatig met medewerkers van Accolade hebben gebeld en een medewerkster van Accolade hebben beledigd dan wel belaagd. Deze medewerkster, [2], heeft op 14 november 2012 aangifte gedaan bij de politie in [woonplaats] van telefonisch schelden, schreeuwen en dreigen door [appellant] op 13 november 2012. Vervolgens is bij brief van 16 november 2012 wederom een contactverbod aan [appellant] opgelegd, aldus Accolade in de akte.

3.5

De kantonrechter heeft bij vonnis van 2 januari 2013 opnieuw een comparitie van partijen gelast, die is gehouden op 18 januari 2013. Uit het proces-verbaal van deze comparitie blijkt dat partijen het navolgende zijn overeengekomen:

"1. [appellant] verplicht zich om aan huurders van woningen gelegen rond het adres, [adres 1] te [woonplaats], geen enkele vorm van overlast te bezorgen.

2. [appellant] zal maximaal een keer per week op een door Accolade aan [appellant] mee te delen tijdstip telefonisch contact kunnen opnemen met Accolade en wel in de persoon van de heer [3]. Accolade verplicht zich om dit tijdstip binnen een week na heden aan [appellant] mee te delen. Voorts zal zij aan [appellant] meedelen wanneer een vervanger wegens afwezigheid van de heer [3] zijn taken overneemt. [appellant] verplicht zich om overigens geen telefonisch contact met Accolade op te nemen, tenzij sprake is van urgente situaties zoals storingen in de apparatuur van de woning. Bezoek aan Accolade vindt slechts plaats na daartoe met de heer [3] of diens vervanger telefonisch gemaakte afspraak.

3. [appellant] zal zich in (telefonische) contacten met medewerkers van Accolade steeds op een algemeen aanvaardbare wijze uiten.

4. Indien [appellant] het vorenstaande niet naleeft zal Accolade de kantonrechter verzoeken de comparitie voort te zetten en de kantonrechter vragen de ontbinding en de ontruiming uit te spreken. [appellant] legt zich dan neer bij dit verzoek, uiteraard onder de aantekening dat de verwijten van Accolade terecht zijn."

3.6

Bij akte van 4 maart 2013 (met bijlagen) heeft Accolade de kantonrechter om voortzetting van de comparitie verzocht. In de akte is aangegeven dat, uitvoering gevend aan de op 18 januari 2013 ter zitting van de kantonrechter gemaakte afspraken, Accolade het contactmoment heeft vastgesteld op de woensdagochtend van 11:45 tot 12:00 uur en dat de heer [4] als vaste vervanger van de heer [3] is aangewezen. Op 6 februari 2013 is een telefonisch contact tussen de heer [3] en [appellant] in een schreeuw- en scheldpartij van laatstgenoemde geëindigd en op 13 februari 2013 heeft [appellant] tegen de afspraken in contact gezocht met andere medewerkers van Accolade, aldus Accolade in de akte. [appellant] heeft bij antwoordakte van 27 maart 2013 verweer gevoerd.

3.7

In zijn eindvonnis van 10 april 2013 heeft de kantonrechter overwogen dat naar aanleiding van de hiervoor genoemde akten, vonnis is bepaald op de stukken. De kantonrechter heeft verder overwogen dat, gezien de onderbouwing door Accolade van het in de akte van 4 maart 2013 gestelde, hij het verweer van [appellant] passeert en aannemelijk acht dat [appellant] zich jegens de medewerkers van Accolade heeft gedragen op een manier die niet aanvaardbaar is. De kantonrechter heeft bij uitvoerbaar verklaard vonnis de huurovereenkomst met betrekking tot de woning ontbonden en [appellant] veroordeeld om de woning binnen twee weken na betekening van het vonnis te ontruimen, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten.

4 De beoordeling in hoger beroep

4.1

[appellant] heeft drie grieven ontwikkeld.

4.2

Grief 1 betoogt dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat schending van de op 18 januari 2013 ter zitting van de kantonrechter gemaakte afspraken de ontbinding van de huurovereenkomst kan rechtvaardigen. Met grief 2 bestrijdt [appellant] het oordeel van de kantonrechter dat voldoende is komen vast te staan dat [appellant] de afspraken van 18 januari 2013 heeft geschonden. Grief 3 strekt ertoe dat [appellant] in eerste aanleg ten onrechte in de proceskosten is verwezen.

4.3

Het hof leest in de grieven en in de daarop gegeven toelichting in essentie geen andere relevante stellingen of verweren dan die door [appellant] reeds in eerste aanleg waren aangevoerd en door de kantonrechter gemotiveerd zijn verworpen. Het hof onderschrijft hetgeen de kantonrechter ter motivering van zijn beslissing heeft overwogen en neemt die motivering over. Het hof voegt daar nog het volgende aan toe.

4.4

[appellant] was een gewaarschuwd man. Uit de hiervoor weergegeven feiten blijkt dat Accolade [appellant] herhaaldelijk heeft aangesproken op zijn gedrag jegens omwonenden en medewerk(st)ers van Accolade en van een ander bedrijf ([Y]) en [appellant] heeft aangemaand de op hem ingevolge de algemene huurvoorwaarden rustende verplichting om geen overlast te veroorzaken, niet te schenden. Reeds op 11 september 2009 heeft Accolade aan [appellant] een verbod opgelegd om de gebouwen van Accolade in Heerenveen te betreden. Het heeft vervolgens tot 27 oktober 2011 geduurd voordat Accolade [appellant] de wacht heeft aangezegd. In de brief van laatstgenoemde datum, zoals aangehaald in 3.1.8, stelt Accolade immers dat de maat vol is en dat wanneer [appellant] zich in de vier weken volgend op de datering van de brief wederom misdraagt, een procedure tot ontbinding en ontruiming zal worden gestart. De aangifte van telefonische bedreiging door [appellant] van een medewerkster van Accolade, zoals vermeld in 3.1.9, heeft ertoe geleid dat Accolade tegen [appellant] een vordering tot ontbinding en ontruiming aanhangig heeft gemaakt. Nadien heeft Accolade in het gedrag van [appellant] aanleiding gezien om op 16 november 2012 wederom een contactverbod aan hem op te leggen.

4.5

Het gaat er in deze procedure niet meer om vast te stellen of de aantijgingen van Accolade jegens [appellant], zoals die blijken uit de in 3.1.3 tot en met 3.1.9 en in 3.4 aangehaalde correspondentie, bewezen zijn. Partijen hebben immers bij de kantonrechter op 18 januari 2013 een vaststellingsovereenkomst gesloten. Bij een vaststellingsovereenkomst binden partijen, ter beëindiging of ter voorkoming van onzekerheid of geschil omtrent hetgeen tussen hen rechtens geldt, zich jegens elkaar aan een vaststelling daarvan, bestemd om ook te gelden voor zover zij van de tevoren bestaande rechtstoestand mocht afwijken (art. 7:900 lid 1 BW). Hieruit volgt dat de kantonrechter zich, gelet op de inhoud van de in 3.5 aangehaalde afspraken, terecht heeft beperkt tot de vraag of [appellant] - zoals Accolade stelt in haar akte van 4 maart 2013 en zoals [appellant] in zijn antwoordakte van 27 maart 2013 heeft bestreden - de afspraken van 18 januari 2013 heeft geschonden. [appellant] miskent dit voor zover hij met zijn grieven ingang wil doen vinden dat de ontbinding van de huurovereenkomst niet gebaseerd kan worden op schending van de op 18 januari 2013 gemaakte afspraken.

4.6

Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat [appellant] de door Accolade gestelde schendingen van de afspraken van 18 januari 2013 onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, zodat de kantonrechter terecht als vaststaand heeft aangenomen dat [appellant] de afspraken van 18 januari 2013 heeft geschonden.

4.7

De slotsom luidt derhalve dat de grieven 1 en 2 falen, reden waarom ook grief 3 ongegrond is. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd.

4.8

[appellant] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep. De proceskosten zullen worden vastgesteld op € 683,- aan verschotten en op € 894,- aan geliquideerd salaris van de advocaat (1 punt in tarief II).

De beslissing

Het gerechtshof, rechtdoende in hoger beroep:

bekrachtigt het bestreden vonnis van de kantonrechter van 10 april 2013;

veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het geding in hoger beroep, uitvoerbaar bij voorraad, en stelt deze kosten aan de zijde van Accolade vast op:

- € 683,- aan verschotten,

- € 894,- aan geliquideerd salaris van de advocaat;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Aldus gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. H. de Hek en mr. L. Groefsema en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dinsdag 25 februari 2014 in bijzijn van de griffier.