Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:1221

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18-02-2014
Datum publicatie
19-02-2014
Zaaknummer
200.126.619-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kort geding procedure. Erfdienstbaarheid van weg. Slagboom niet antipassback systeem levert geen belemmering op in het kader van de erfdienstbaarheid. Registratie niet in strijd met WBP.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.126.619/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/125319/ KG ZA 13-51)

arrest in kort geding van de tweede kamer van 18 februari 2014

in de zaak van

1 Vereniging van Eigenaren Groote Siege,

gevestigd te Oostmahorn,

hierna: de Vereniging,

2. [appellante 2],

wonende te [woonplaats],

hierna: [appellante 2],

appellanten,

in eerste aanleg: eisers,

hierna gezamenlijk te ook noemen: de Vereniging c.s.,

advocaat: mr. B. Korvemaker, kantoorhoudend te Leeuwarden, die ook heeft gepleit,

tegen

Jachthaven Lauwersmeer B.V.,

gevestigd te Anjum,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: de Jachthaven,

advocaat: mr. P.S. van Zandbergen, kantoorhoudend te Buitenpost, die ook heeft gepleit.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van

21 maart 2013 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 17 april 2013,

- de memorie van grieven, met producties,

- de memorie van antwoord, met één productie,

- het gehouden pleidooi waarbij door mr. Korvemaker een pleitnotitie is overgelegd.

2.2

Na afloop van het pleidooi heeft het hof arrest bepaald.

2.3

De vordering van de Vereniging c.s. luidt:

"te vernietigen het vonnis, door de Voorzieningenrechter in de Rechtbank Noord-Nederland (zittingsplaats Leeuwarden) op 21 maart 2013 gewezen onder zaak-/rolnummer C/17/125319/KG ZA 13-51, en, opnieuw recht doende, bij arrest uitvoerbaar bij voorraad:

1. 1. de vorderingen van appellanten alsnog toe te wijzen;

2. 2. geïntimeerde te veroordelen tot terugbetaling aan appellanten van al hetgeen appellanten ter voldoening aan genoemd vonnis aan geïntimeerden hebben voldaan;

3. 3. geïntimeerden te veroordelen in de proceskosten van beide instanties."

3 De vaststaande feiten

3.1

Tegen de weergave van de vaststaande feiten in rechtsoverweging 2.1. tot en met 2.7. van genoemd vonnis d.d. 21 maart 2013 is geen grief ontwikkeld en ook anderszins is niet van bezwaren daartegen gebleken, zodat ook in hoger beroep van die feiten zal worden uitgegaan.

Deze feiten, aangevuld met feiten die in hoger beroep zijn komen vast te staan, luiden:

3.1.1

Alle leden van de Vereniging en [appellante 2] (hierna te noemen: de eigenaren)

zijn eigenaar van een recreatiewoning met bijbehorend perceel grond gelegen rond de

jachthaven in Oostmahorn op een recreatiepark. [appellante 2] is de enige eigenaar van een

dergelijke recreatiewoning die niet is aangesloten bij de Vereniging. Lokaal wordt het

terrein waar deze recreatiewoningen op staan de Groote Siege genoemd. [appellante 2] en

enkele andere eigenaren verblijven permanent in hun recreatiewoning. De Vereniging heeft

zich ten doel gesteld de belangen van de eigenaren van een kavel op de Groote Siege te

behartigen.

3.1.2

Jachthaven Lauwersmeer exploiteert een onderneming die zich bezighoudt met het uitbaten van voormelde jachthaven te Oostmahorn en het aldaar gelegen restaurant, welke haar in eigendom toebehoren. Voormeld recreatiepark, met uitzondering van de percelen grond die in particulier eigendom zijn, behoort ook in eigendom toe aan Jachthaven Lauwersmeer. Zij heeft de jachthaven, het restaurant en het recreatiepark door middel van een activa-transactie eind 2011 gekocht van de curator in het faillissement van Jachthaven Oostmahorn B.V.

3.1.3

De eigenaren kunnen niet komen en gaan van de openbare weg naar hun

recreatiewoning zonder daarbij gebruik te maken van de weg die in eigendom toebehoort

aan Jachthaven Lauwersmeer. Om die reden is er ten gunste van de afzonderlijke percelen

van de eigenaren een recht van erfdienstbaarheid gevestigd ten laste van het perceel dat

thans in eigendom toebehoort aan Jachthaven Lauwersmeer. Blijkens de desbetreffende

notariële leveringsaktes houdt de gevestigde erfdienstbaarheid - voor zover van belang - het

volgende in:

“(...) de erfdienstbaarheid van weg om te komen van en te gaan naar de

openbare weg, zulks te voet, per fiets en ander klein voertuig, alsmede per auto.

(...) Deze erfdienstbaarheid houdt mede in het recht voor de eigenaar van het heersend erf

om met de zijnen gebruik te maken van de speelvoorzieningen, banken en afvalbakken op

het dienend erf, en om voor de toegang tot en het verlaten van het dienend erf per auto

gebruik te maken van de automatische slagboom waarmee het terrein wordt afgesloten."

Voorts is in de leveringsaktes bepaald dat de eigenaar van het dienend erf jegens de eigenaar

van het heersend erf verplicht is tot bewaking van het terrein.

3.1.4

Sinds jaar en dag wordt de toegang tot het recreatiepark afgesloten door een

slagboom. Van 15 oktober 2010 tot en met 20 augustus 2012 heeft deze slagboom

opengestaan. Vóór die tijd was de slagboom dicht en dienden de eigenaren een toegangspas

of afstandsbediening te gebruiken, waarmee van een korte afstand de slagboom kon worden geopend, om de slagboom te openen bij het betreden van het recreatiepark. Werd het

recreatiepark verlaten, dan opende de slagboom zich automatisch zodra een voertuig over

een zich in de weg bevindende lus reed. Wanneer de eigenaren bezoek kregen dat niet over

een eigen toegangspas of afstandsbediening beschikte, dan konden zij het bezoek toegang

verschaffen tot het park door de slagboom met hun toegangspas of afstandsbediening te

openen. Ook hulpdiensten moest aldus toegang tot het recreatiepark worden verschaft. Er

was geen intercom bij de slagboom en geen receptie bij het recreatiepark die de slagboom

op afstand kon openen. Deze situatie zal hierna worden aangeduid met “de oude situatie”.

3.1.5

Bij brief van 10 januari 2012 heeft Jachthaven Lauwersmeer aan de Vereniging

bericht dat er te veel toegangspassen in omloop waren waarvan niet duidelijk was aan wie

ze waren uitgegeven. Er waren volgens Jachthaven Lauwersmeer twee oplossingen voor

deze problematiek, waarvan het invoeren van een nieuw systeem, een zogenaamd anti-pass-back-systeem, in haar visie de beste was. Jachthaven Lauwersmeer gaf aan dat zij de kosten

van dit systeem op zich zou nemen, maar dat er wel een borgsom van € 50,- voor de passen

gevraagd zou worden. Voorts heeft Jachthaven Lauwersmeer aangegeven dat er

camerabewaking zou worden ingevoerd en dat een beheerdersechtpaar op het recreatiepark

zou gaan wonen.

3.1.6

In een brief van 14 mei 2012 heeft de Vereniging aan Jachthaven Lauwersmeer geschreven:

"(…)

Het bestuur van de Vereniging Eigenaren Groote Siege (VEGS) heeft begrepen dat u

van plan bent om het toegangssysteem met de slagboom naar het Westgat en de

Groote Siege te wijzigen. Het nieuwe systeem werkt op naam en een toegangskaart

kan niet opnieuw gebruikt worden zolang als de auto het terrein niet fysiek heeft

verlaten.

Wij zijn op basis van onze privacy tegen het registreren van onze gangen en zijn

tevens tegen de nieuwe belemmeringen om toegang voor onze bezoekers te

verlenen. Iedereen was tevreden zoals het oude systeem 20 jaar heeft gewerkt en u

heeft niet de noodzaak van de nieuwe beperkende maatregelen aangetoond (…)"

3.1.7

Op 21 augustus 2012 heeft Jachthaven Lauwersmeer de slagboom (weer) in gebruik genomen. Er is een noodknop geïnstalleerd waarmee de slagboom ingeval van nood kan worden geopend en er is bij de slagboom een intercom geïnstalleerd die in verbinding staat met de telefoon op het kantoor van Jachthaven Lauwersmeer, de telefoon in het restaurant, de telefoon van het beheerdersechtpaar en de telefoon van de bestuurders van Jachthaven

Lauwersmeer. Ambulancepersoneel en andere spoeddiensten kunnen de slagboom zelf openen. Het restaurant doet, hoewel dit niet staat aangegeven, tevens dienst als

receptie. De receptie is geopend van 8.00 tot 23.00 uur. Ook buiten deze uren bieden de intercom en in noodgevallen de noodknop de mogelijkheid tot opening van de slagboom. Sinds oktober 2012 kan de slagboom niet langer met de oude toegangspassen en afstandsbedieningen worden geopend. Tegen inlevering van de oude passen kunnen twee nieuwe toegangspassen worden verkregen zonder dat daarvoor borg betaald hoeft te worden.

Voor elke extra pas dient een bedrag van € 25,- aan borg te worden betaald. Ook dient € 25,- borg te worden betaald voor nieuwe passen als geen oude passen worden ingeleverd.

De slagboom gaat niet langer automatisch open bij het verlaten van het recreatiepark, maar

dient ook dan met een toegangspas te worden geopend. Deze situatie zal hierna worden aangeduid met “de nieuwe situatie”.

3.1.8

De nieuwe situatie is inmiddels in zoverre gewijzigd dat een anti-pass-back-systeem (hierna: APB-systeem) is ingevoerd, waardoor een toegangspas die is gebruikt om de slagboom te openen voor een voertuig dat het terrein oprijdt, vervolgens alleen gebruikt kan worden om de slagboom te openen voor een voertuig dat het terrein verlaat en andersom.

4 De vordering in eerste aanleg en de beslissing van de voorzieningenrechter

De Vereniging c.s. hebben in eerste aanleg - voor zover relevant - gevorderd dat de voorzieningenrechter, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

1. Gedaagde zal veroordelen om de slagboom bij de ingang van het terrein

van het recreatiepark te Oostmahorn zodanig buiten gebruik te stellen dat deze geen

belemmering meer vormt voor gebruikmaking van de erfdienstbaarheid van eisers, inhoudende dat:

a. gedaagde gehouden wordt om aan eisers, ter hare vrije keuze, ofwel een afstandsbediening en ofwel zoveel toegangspassen als zij thans in het

bezit hebben, ter beschikking te stellen binnen een week na betekening van het in deze

te wijzen vonnis;

b.gedaagde gehouden wordt om aan de zijnen van eisers, op aanvraag van eisers, ter hare vrije keuze, ofwel een afstandsbediening en ofwel een toegangspas ter beschikking te stellen binnen een dag na schriftelijke aanvraag daarvan;

c. bij het verlaten van het park de slagboom automatisch, althans zonder gebruik van een

toegangspas, zal openen;

d. gedaagde te verbieden het zogenaamde anti pass back systeem of

een vergelijkbaar systeem in te voeren;

een en ander op straffe van verbeurte van een niet voor enige verrekening of matiging

vatbare dwangsom van € 1.000,- per dag of deel van een dag, waarmee gedaagde daarmee in overtreding is;

Subsidiair:

II. Een in goede justitie te bepalen voorziening zal wijzen;

De voorzieningenrechter heeft deze vorderingen afgewezen en de Vereniging c.s. veroordeeld in de proceskosten.

5 De beoordeling

Aanvulling vordering van de Vereniging c.s.

5.1

De Vereniging c.s. hebben in hoger beroep hun eis vermeerderd door terugbetaling te vorderen van hetgeen zij hebben betaald ter uitvoering van het vonnis in eerste aanleg.

Het strookt met de eisen van een goede rechtspleging de mogelijkheid aan te nemen dat in hoger beroep, met het oog op het verkrijgen van een executoriale titel, aan de vordering tot vernietiging van het bestreden vonnis een vordering tot ongedaanmaking van de ingevolge dat vonnis verrichte prestatie wordt verbonden. Het hof zal met deze vordering rekening houden.

Nieuwe grief

5.2

De Vereniging c.s. hebben tijdens het pleidooi aangevoerd dat de verplichting tot bewaking zoals is opgenomen in de notariële aktes van levering van de kavels, niet in de vorm van een erfdienstbaarheid kan worden opgelegd en nietig is.

De Vereniging c.s. hebben verder betoogt dat zij de jachthaven kunnen ontslaan van haar verplichting tot bewaking/het hebben van de (huidige) slagboom en dat zij hetgeen over bewaking is overeengekomen kunnen opzeggen. [appellante 2] heeft dat ook gedaan. Volgens de Vereniging c.s. kan bij het niet bestaan of wegvallen van de verplichting tot bewaking, die verplichting niet dienen ter rechtvaardiging van strijdigheid met de Wet Bescherming Persoonsgegevens (hierna: WBP).

5.3

Het hof is van oordeel dat dit als een nieuwe grief moet worden aangemerkt, omdat hiermee rechtsvragen aan de orde komen die de Vereniging c.s. niet eerder in hun grieven en de toelichting daarop aan de orde hebben gesteld. Er is niet gesteld of gebleken dat deze grieven niet eerder hadden kunnen worden opgeworpen. De Jachthaven heeft tegen het in behandeling nemen van die grieven bezwaar gemaakt. Het hof acht het in deze omstandigheden in strijd met de eisen van een goede procesorde om deze grieven nog in de beoordeling te betrekken.

Het voorgaande brengt mee dat het hof er, bij gebreke van een deugdelijke grief, van zal uitgaan dat de Jachthaven jegens de Vereniging c.s. verplicht is het recreatiepark te bewaken.

De grieven

5.4

De Vereniging c.s. betogen in grief III dat de nieuwe situatie en het APB-systeem een eenzijdige wijziging van de inhoud van de erfdienstbaarheid opleveren.

In hun visie dient een dergelijke wijziging, bij gebreke van overeenstemming, door de Jachthaven te worden gevorderd in een procedure als bedoeld in artikel 5:78 BW.

5.5

Uit het onder rechtsoverweging 3.1.3 overwogene blijkt dat de erfdienstbaarheid aan de eigenaren het recht geeft om voor de toegang tot en het verlaten van het dienend erf per auto gebruik te maken van de automatische slagboom waarmee het terrein wordt afgesloten. De akte van vestiging van de erfdienstbaarheid geeft geen specificatie van de wijze waarop dat recht kan worden uitgeoefend. Het door de Vereniging c.s. gestelde is daarom niet voldoende om te concluderen dat de verandering in de wijze van bediening van die slagboom als in dit geschil aan de orde, een wijziging is van de inhoud van de erfdienstbaarheid als bedoeld in artikel 5:78 BW. Dat wordt niet anders wanneer de wijze waarop de automatische slagboom kan worden bediend over een langere periode hetzelfde is gebleven en daarover met een vorige eigenaar van het recreatiepark afspraken zijn gemaakt.

5.6

De Vereniging c.s. maken in grief I bezwaar tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat de nieuwe situatie de bewoners van het recreatiepark een onbelemmerde toegang biedt. Grief II richt zich tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat het APB-systeem niet een onredelijke en buitenproportionele bemoeilijking van de uitoefening van het recht van weg oplevert. Het hof zal deze grieven gezamenlijk behandelen nu zij zich daarvoor lenen.

5.7

Het hof stelt voorop dat een eigenaar van een erf op grond van het bepaalde in artikel 5:48 BW bevoegd is dit af te sluiten. Deze bevoegdheid bestaat ook in het geval het erf is belast met een erfdienstbaarheid van weg. Maakt de eigenaar van die bevoegdheid gebruik, dan dient hij er voor te zorgen dat de eigenaar van het heersend erf onbelemmerd toegang houdt tot het dienend erf ten einde de erfdienstbaarheid uit te oefenen. In de regel zal dit betekenen dat de eigenaar van het dienend erf de eigenaar van het heersend erf de mogelijkheid biedt zich op elk moment en zonder telkens afhankelijk te zijn van de directe medewerking van de eigenaar van het dienend erf, de toegang tot het erf te verschaffen ter uitoefening van de erfdienstbaarheid (vgl. HR 23 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW6598).

In het door de Hoge Raad beoordeelde geval, waarin het dienend erf met een hek was afgesloten, betekende dit volgens de Hoge raad in concreto dat de eigenaar van het dienend erf aan de eigenaar van het heersend erf permanent een sleutel ter beschikking diende te stellen waarmee, tot het zojuist genoemde doel, het hek kon worden geopend.

5.8

Voor zover de Vereniging c.s. in hun pleitnota onder sub 4.1. en volgende hebben beoogd te stellen dat het voornoemde arrest van de Hoge Raad niet van toepassing is op de situatie waarin de afsluiting niet op de erfgrens van het dienend erf staat, maar elders op het dienend erf, gaat het hof daaraan voorbij. Er valt niet in te zien waarom een situatie waarin slechts een deel van het dienend erf wordt afgesloten op basis van andere criteria zou moeten worden beoordeeld dan een situatie waarin het dienend erf volledig wordt afgesloten.

5.9

Het hof is, met de voorzieningenrechter, van oordeel dat de nieuwe situatie, zoals beschreven onder rechtsoverweging 3.1.7, ook na invoering van het APB-systeem, geen ontoelaatbare inbreuk maakt op de rechten van de Vereniging c.s. Het hof onderschrijft hetgeen de voorzieningenrechter ter motivering van haar beslissing in rechtsoverweging

4.4.

tot en met 4.8. van het bestreden vonnis heeft overwogen en neemt die motivering over.

5.10

Het hof voegt daar nog het volgende aan toe.

5.10.1

De Vereniging c.s. hebben in de toelichting op grief II onder meer gesteld dat de voorzieningenrechter in rechtsoverweging 4.8. van het bestreden vonnis een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd door te spreken van een onredelijke en buitenproportionele belemmering. In de visie van De Vereniging c.s. moet de maatstaf zijn dat er op elk moment toegang moet zijn, zonder afhankelijkheid van de directe medewerking van de eigenaar van het dienend erf.

Het hof is van oordeel dat de voorzieningenrechter dat niet heeft miskent. Uit de eerste regel van rechtsoverweging 4.8. in samenhang met het in het bestreden vonnis in rechtsoverweging 4.3. overwogene, blijkt dat de voorzieningenrechter onder 'onbelemmerde toegang' heeft verstaan de door de Vereniging c.s. genoemde maatstaf. Vervolgens heeft de voorzieningenrechter in rechtsoverweging 4.8 overwogen dat het verschil tussen de situatie waarin het anti pass back systeem wordt ingevoerd ten opzichte van de nieuwe situatie "niet zodanig is dat het de conclusie rechtvaardigt dat bij invoering van het anti pass back systeem geen onbelemmerde toegang wordt geboden aan de eigenaren en de hunnen, omdat (…) dit anti pass back systeem niet een onredelijke en buitenproportionele bemoeilijking van de uitoefening van het recht van erfdienstbaarheid oplevert".

Het door de Vereniging c.s. bedoelde tekstdeel heeft derhalve slechts betrekking op een nadere motivering van het daarvoor op de door de Vereniging c.s. genoemde maatstaf gegronde oordeel.

5.10.2

De Vereniging c.s. hebben verder betoogd dat het in de nieuwe situatie inclusief het APB-systeem, niet mogelijk is om zonder medewerking van de Jachthaven toegang tot het terrein te verkrijgen. Zij hebben dat echter niet voldoende onderbouwd.

Bezoekers kunnen immers, evenals in de oude situatie, contact opnemen met degenen die zij willen bezoeken en door hen op het terrein worden toegelaten. Voor die gelegenheden kunnen de eigenaren desgewenst, naast de twee aan hen verstrekte passen, extra passen aanvragen waarmee die bezoekers zonder medewerking van de Jachthaven en ook buiten de openingstijden van de receptie om, onbelemmerd het terrein kunnen betreden en verlaten.

Van de intercom, waarvoor medewerking van de Jachthaven nodig is, hoeft dan geen gebruik te worden gemaakt.

De aanwezigheid van de intercom en de noodknop bieden overigens ten opzichte van de oude situatie een extra service. Indien de intercom bij gebruik niet altijd mocht worden bediend, hetgeen de Vereniging c.s. hebben gesteld en de Jachthaven heeft bestreden, kan dat derhalve niet als een verslechtering ten opzichte van de oude situatie worden aangemerkt en - gezien het vorenoverwogene - evenmin leiden tot de conclusie dat daardoor een onbelemmerde toegang tot het terrein voor de bewoners onmogelijk is. Verder heeft de Jachthaven tijdens het pleidooi meegedeeld dat de hulpdiensten over een zender beschikken waarmee zij de slagboom kunnen openen. Daarnaast kunnen de hulpdiensten, evenals de aanwezigen op het park, van de noodknop gebruik maken. Bij calamiteiten heeft iedereen daardoor de mogelijkheid om zonder pas of medewerking van de Jachthaven de slagboom te openen.

5.11

Grief IV is gericht tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat de verplichting tot bewaking meebrengt dat het APB-systeem een daartoe geëigend en proportioneel middel is en grief V is gericht tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat de registratie niet in strijd is met de Wet bescherming persoonsgegeven (WBP).

5.12

Het hof onderschrijft hetgeen de voorzieningenrechter in rechtsoverweging 4.12 van het bestreden vonnis heeft overwogen ter motivering van haar beslissing dat de op de Jachthaven rustende verplichting tot bewaking meebrengt dat het APB-systeem een daartoe geëigend en proportioneel middel is en dat de registratie niet in strijd is met de WBP en neemt die motivering over.

De stellingen van de Vereniging c.s. dat zij geen prijs stellen op bewaking op de wijze waarop de Jachthaven die vorm wenst te geven en dat er geen rechtvaardigingsgrond is om een met de WBP strijdige situatie te laten voortbestaan, zijn ongegrond.

5.13

Het hof overweegt daartoe als volgt.

5.13.1

In artikel 5:74 BW is bepaald dat de uitoefening van de erfdienstbaarheid op de voor het dienend erf minst bezwarende wijze dient te geschieden. Daarin ligt besloten dat de eigenaar van het dienend erf niet meer overlast mag worden aangedaan dan redelijkerwijs voor een behoorlijke uitoefening van het recht noodzakelijk kan worden geacht.

5.13.2

De Jachthaven heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het in het kader van toezicht en bewaking of beveiliging van het terrein en de jachthaven noodzakelijk is dat controle kan worden uitgeoefend op de personen die het terrein betreden en verlaten. Het APB-systeem biedt daartoe de mogelijkheid. Het gevolg van dat systeem is dat ook de eigenaren van de recreatiewoningen en hun bezoekers onder die controle vallen. Bij die controle wordt geregistreerd wanneer en met welke toegangspas de slagboom wordt geopend. De toegangspas is niet gekoppeld aan een persoon, maar aan een recreatiewoning. De eigenaren van de recreatiewoningen stellen geen prijs op deze controle, maar zij hebben in het licht van de betwisting door de Jachthaven niet voldoende onderbouwd dat de Jachthaven ook adequaat aan de beveiliging kan voldoen indien de slagboom elders op het terrein wordt geplaatst. Ook hebben zij geen alternatief aangedragen waarmee de Jachthaven met een vergelijkbare inspanning vorenbedoelde controle kan uitoefenen.

Het hof is daarom van oordeel dat in de gegeven omstandigheden het beperken van de voor de Jachthaven beschikbare controle mogelijkheden door het ABP-systeem buiten werking te stellen, de Jachthaven meer overlast zal toebrengen dan redelijkerwijs voor een behoorlijke uitoefening van het recht van weg noodzakelijk is.

5.14

Het hof passeert het bewijsaanbod van de Vereniging c.s., gelet op het feit dat er sprake is van een kort geding procedure. Deze procedure leent zich in beginsel niet voor bewijslevering. Bovendien is het bewijsaanbod onvoldoende gespecificeerd.

6 De slotsom

6.1

Het hof zal het vonnis waarvan beroep bekrachtigen.

6.2

De Vereniging c.s. zullen als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep (salaris advocaat: 3 punten, tarief II).

7 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep, in kort geding,

bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 21 maart 2013;

veroordeelt de Vereniging c.s. in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de jachthaven vastgesteld op € 2.682,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en op € 683,- voor verschotten;

verklaart dit arrest (voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft) uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.W. van Zandbergen, I. Tubben en G.T. de Jong en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 18 februari 2014.