Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:1152

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-02-2014
Datum publicatie
19-02-2014
Zaaknummer
KS 21-004671-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onmin met buren ter linker- en ter rechterzijde, uitmondend in een tenlastelegging en bewezenverklaring van vijf strafbare feiten, te weten mishandeling, poging tot zware mishandeling, zware mishandeling en tweemaal bedreiging. De zware mishandeling heeft ingrijpende gevolgen gehad voor de betreffende aangeefster. Ook overigens werken verdachtes gedragingen ontwrichtend op het dagelijkse leven van aangevers. Het hof is tot een zwaardere straf gekomen dan in eerste aanleg is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd: een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk. Oplegging van een bijzondere voorwaarde en toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004671-13

Uitspraak d.d.: 17 februari 2014

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, van 22 april 2013 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 07-123494-12 en 16-054702-13, tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonadres]

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 februari 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis van de politierechter, bewezenverklaring van het in de zaak met het parketnummer 07-123494-12, onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde en het in de zaak met het parketnummer 16-054702-13 ten laste gelegde en veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden van reclasseringscontact en behandeling bij De Waag. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden zal bevelen en de vorderingen van de benadeelde partijen zal toewijzen conform de beslissingen van de politierechter. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. G. Sannes, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 07-123494-12

1.
hij op of omstreeks 11 april 2012 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, genaamd [benadeelde partij 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet voornoemde [benadeelde partij 1],

- meermalen, in ieder geval éénmaal op/tegen het hoofd, in ieder geval op/tegen het

bovenlichaam heeft gestompt/geslagen en/of

- met een dakpan, in ieder geval een dergelijk hard voorwerp, op/tegen het lichaam heeft

geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 11 april 2012 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde partij 1]),

- meermalen, in ieder geval éénmaal op/tegen het hoofd, in ieder geval op/tegen het

bovenlichaam heeft gestompt/geslagen en/of

- met een dakpan, in ieder geval een dergelijk hard voorwerp, op/tegen het lichaam heeft

geslagen,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.
hij op of omstreeks 11 april 2012 in de gemeente [gemeente] aan een persoon, genaamd

[benadeelde partij 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (fractuur van een handwortelbeentje), heeft toegebracht, door deze opzettelijk (met kracht) - op/tegen het lichaam te duwen (waardoor voornoemde[benadeelde partij 2] (een paar meter verderop) ten val kwam) en/of - met een dakpan, in ieder geval een dergelijk hard voorwerp, op/tegen het lichaam te slaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 11 april 2012 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, genaamd [benadeelde partij 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet voornoemde[benadeelde partij 2],

- met kracht) op/tegen het lichaam heeft geduwd (waardoor voornoemde[benadeelde partij 2]

(een paar meter verderop) ten val kwam) en/of

- met een dakpan, in ieder geval een dergelijk hard voorwerp, op/tegen het lichaam heeft

geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 11 april 2012 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde partij 2]),

- (met kracht) op/tegen het lichaam heeft geduwd (waardoor voornoemde[benadeelde partij 2] (een paar meter verderop) ten val kwam) en/of

- met een dakpan, in ieder geval een dergelijk hard voorwerp, op/tegen het lichaam heeft geslagen,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;


3.
hij op of omstreeks 11 april 2012 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde partij 3]), (met kracht) op/tegen het lichaam heeft geduwd (waardoor voornoemde[benadeelde partij 2] ten val kwam), waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

4.
hij op of omstreeks 11 april 2012 in de gemeente [gemeente] [benadeelde partij 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde partij 3] dreigend de woorden toegevoegd : "ik maak je dood" en/of "jij mag dood. De volgende keer als je aan de deur komt, maak ik je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

parketnummer 16-054702-13 (gevoegd)

1.
hij, op één of meer tijdstippen, in de periode van 01 april 2012 tot en met 5 oktober 2012 in de gemeente [gemeente] [benadeelde partij 4] en/of [benadeelde partij 5] en/of[benadeelde partij 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met zijn hand een snijdende beweging langs zijn keel gemaakt en/of (daarbij) deze/hen dreigend de woorden toegevoegd: "ik zal je Friese kop van je romp trekken" en/of "Ik ga jou eens even helemaal in elkaar slaan" en/of "Jullie komen nog wel aan de beurt. Wacht maar af" en/of "Alle Friezen moeten dood" en/of "eerst die vrouw, die Friezin, moet eerst dood, die kankerhoer, en daarna hij" en/of "ik geef hem een koffer voor zijn porum" en/of "ik ga je afmaken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen omtrent het bewijs voor het ten laste gelegde

Aan verdachte is in de zaak met het parketnummer 07-123494-12 onder 1, 2, 3 en 4 ten

laste gelegd dat hij zijn buren, [benadeelde partij 1] en haar dochters [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] op 11 april 2012 in diverse gradaties van ernst heeft mishandeld en/of bedreigd. Verdachte heeft slechts erkend [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] te hebben geduwd. Hij zegt niet meer te weten of hij [benadeelde partij 3] heeft bedreigd. De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verklaringen van de drie aangeefsters en die van de getuigen [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 5] onvoldoende overtuigend zijn. De raadsman heeft verzocht die verklaringen niet voor het bewijs te bezigen voor zover zij anders luiden dan de verklaringen van verdachte. Dit brengt mee dat verdachte moet worden vrijgesproken van al hetgeen ten laste is gelegd in de zaak met het parketnummer 07-123494-12, aldus de raadsman.

Het strafrechtelijk verwijt dat verdachte in de zaak met het parketnummer 16-054702-13 wordt gemaakt is dat hij zijn andere buren,te weten[benadeelde partij 6], diens echtgenote [benadeelde partij 4] en hun zoon [benadeelde partij 5] in de periode van 1 april 2012 tot 5 oktober 2012 meermalen heeft bedreigd. Door en namens verdachte is verzocht om vrijspraak van het ten laste gelegde wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.

Het hof overweegt hierover het navolgende.

De raadsman heeft zijn verzoek om integrale vrijspraak van het in de zaak met het parketnummer 07-123494-12 ten laste gelegde nagenoeg volledig gebaseerd op door hem gestelde tegenstrijdigheden en verschillen in de afgelegde verklaringen van aangevers en getuigen, afgezet tegen de consistente en nagenoeg volledig ontkennende opstelling van verdachte. Het hof volgt deze visie van de verdediging niet. Bedoelde verklaringen acht het hof niet alleen op hoofdlijnen, maar ook op meerdere -voor de beoordeling van het ten laste gelegde van belang zijnde- details gelijkluidend. Daar waar deze onderling enige afwijking vertonen, met name waar het gaat om de geschetste volgorde der gebeurtenissen, kan dit worden toegeschreven aan de niet zonder reden door aangeefsters ervaren hectiek van het moment. Het maakt die verklaringen geenszins onbruikbaar voor het bewijs.

Volledigheidshalve kan aan het vorenstaande worden toegevoegd dat het aan [benadeelde partij 2] door verdachte toegebrachte letsel moet worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel als bedoeld in artikel 302 en 82 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof heeft daarbij gelet op de breuk van het handwortelbeentje, het langdurig dragen van gips, de door aangeefster ervaren pijnen, het noodzakelijke medisch ingrijpen, het resterende litteken en het mogelijk blijvende functieverlies van de hand.

Ten aanzien van de door en namens verdachte verzochte vrijspraak in de zaak met het parketnummer 16-054702-13 overweegt het hof dat kennelijk door de raadsman wordt miskend dat wet noch jurisprudentie vereisen dat voor elk onderdeel van de tenlastelegging meer dan één bewijsmiddel voorhanden is. Overigens geldt ook hier dat de eventuele vaststelling dat sprake is van onderling op detailpunten enigszins van elkaar afwijkende verklaringen niet meebrengt dat die verklaringen als volledig onjuist en/of onbetrouwbaar en derhalve onbruikbaar voor het bewijs terzijde zouden moeten worden gelegd.

Het hof stelt vast dat de betreffende verklaringen op essentiële punten met elkaar overeenkomen en zal deze in zoverre tot bewijs bezigen.

Het hof is van oordeel dat de door en namens verdachte gevoerde verweren strekkende tot integrale vrijspraak van het onder de beide genoemde parketnummers ten laste gelegde worden weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig bewezen en heeft het hof de overtuiging verkregen, dat verdachte het in de zaak met parketnummer

07-123494-12 onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 16-054702-13 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

parketnummer 07-123494-12

1

primair.
hij op 11 april 2012 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [benadeelde partij 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet voornoemde [benadeelde partij 1],

- tegen het hoofd heeft gestompt/geslagen en

- met een dakpan op het lichaam heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2

primair.
hij op 11 april 2012 in de gemeente [gemeente] aan een persoon genaamd [benadeelde partij 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (fractuur van een handwortelbeentje), heeft toegebracht, door deze opzettelijk met kracht

- tegen het lichaam te duwen waardoor voornoemde[benadeelde partij 2] een paar meter verderop

ten val kwam en

- met een dakpan op het lichaam te slaan;

3.
hij op 11 april 2012 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [benadeelde partij 3], met kracht tegen het lichaam heeft geduwd, waardoor voornoemde[benadeelde partij 2] ten val kwam, waardoor deze pijn heeft ondervonden;

4.
hij op 11 april 2012 in de gemeente [gemeente] [benadeelde partij 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde partij 3] dreigend de woorden toegevoegd: "ik maak je dood" en "jij mag dood. De volgende keer als je aan de deur komt, maak ik je dood";

parketnummer 16-054702-13 (gevoegd)

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 01 april 2012 tot en met 5 oktober 2012 in de gemeente [gemeente] [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 5] en[benadeelde partij 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met zijn hand een snijdende beweging langs zijn keel gemaakt en/of (daarbij) deze/hen dreigend de woorden toegevoegd: "ik zal je Friese kop van je romp trekken" en/of "Ik ga jou eens even helemaal in elkaar slaan" en/of "Jullie komen nog wel aan de beurt. Wacht maar af" en/of "Alle Friezen moeten dood" en/of "eerst die vrouw, die Friezin, moet eerst dood, die kankerhoer, en daarna hij" en/of "ik geef hem een koffer voor zijn porum" en/of "ik ga je afmaken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het in de zaak met parketnummer 07-123494-12 onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

poging tot zware mishandeling.

het in de zaak met parketnummer 07-123494-12 onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

zware mishandeling.

het in de zaak met parketnummer 07-123494-12 onder 3 bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

het in de zaak met parketnummer 07-123494-12 onder 4 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

het in de zaak met parketnummer 16-054702-13 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht of met zware mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan fysiek geweld en/of bedreigingen van zowel zijn buren ter linker- als die ter rechterzijde. Uit de verklaringen van alle aangevers komt naar voren dat het gewelddadige optreden van verdachte op 11 april 2012 een traumatische ervaring voor hen is geweest. De onvoorspelbaarheid van verdachtes gedragingen, provocaties en uitlatingen in en om zijn woning aan de [adres] te [gemeente] wordt door alle betrokkenen nog steeds als uiterst intimiderend en bedreigend ervaren en is ontwrichtend voor het normale dagelijks leven. Uit de toelichting op hun vorderingen als benadeelde partij blijkt dat er bij aangevers sprake is van slaapstoornissen en gevoelens van onveiligheid in de eigen woning, maar ook van angst om de deur uit te gaan. Voorts heeft verdachte de lichamelijke integriteit van de aangeefsters [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] geschonden. Hij heeft daarbij zelfs een dakpan als wapen gebruikt. Voor [benadeelde partij 2] heeft dit tot ernstige en wellicht blijvende beperkingen in het functioneren van haar hand en pols geleid.

Het hof rekent het verdachte zwaar aan dat hij er zelfs niet voor is teruggedeinsd de beide meisjes[benadeelde partij 2 en 3], destijds slechts 16 respectievelijk 14 jaar oud, te mishandelen en/of te bedreigen en tevens dat hij in hun aanwezigheid hun moeder heeft mishandeld.

Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 3 februari 2014, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor - met name - verkeersdelicten. Ter terechtzitting is evenwel gebleken dat verdachte zeer onlangs, op 23 januari 2014, door de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland is veroordeeld, zij het nog niet onherroepelijk, voor soortgelijke delicten, begaan tegen dezelfde aangever(s).

Verdachte ontkent vrijwel volledig het bewezen verklaarde te hebben begaan. Een en ander zou volgens verdachte slechts bestaan in de belevingswereld van aangevers. Verdachte sluit zelfs niet uit dat zij zichzelf met opzet hebben verwond om hem in diskrediet te brengen. Hij zou al jaren worden lastig gevallen door aangevers in plaats van andersom.

Het hof heeft kennis genomen van het reclasseringsrapport van Tactus Verslavingszorg van

17 januari 2014, opgemaakt ten behoeve van de hiervoor genoemde recente strafzaak.

Daarin wordt geconstateerd dat er een relatie is tussen het alcoholgebruik van verdachte en zijn delictgedrag. Ook lijkt er sprake te zijn van – onder meer – persoonlijkheids-problematiek, geen dagbesteding en een klein sociaal netwerk. Gecombineerd met een beperkt zelfinzicht brengen deze omstandigheden een gevaar voor herhaling met zich.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte een gevangenisstraf op zal leggen voor de duur van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De raadsman heeft verzocht om, indien het hof onverhoopt tot een bewezenverklaring zou komen, aan verdachte een taakstraf op te leggen.

Het hof overweegt hieromtrent dat oplegging van een taakstraf niet tot de mogelijkheden behoort, reeds omdat het onder 2 bewezen verklaarde een misdrijf betreft waarop naar de wettelijke omschrijving een strafmaximum van acht jaren is gesteld en hetgeen daaromtrent qua strafoplegging is bepaald in artikel 22b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Ook overigens is het hof van oordeel dat de ernst van de feiten, de context waarbinnen deze hebben plaatsvonden, de jeugdige leeftijd van twee van de aangeefsters en het door verdachte betoonde gebrek aan inzicht in de strafwaardigheid van zijn gedragingen tot geen andere strafmodaliteit dan een gevangenisstraf kunnen leiden. De door de advocaat-generaal gevorderde duur van deze straf doet evenwel onvoldoende recht aan voornoemde strafbepalende factoren. Aan verdachte zal dan ook een gevangenisstraf worden opgelegd van na te melden langere duur. Aan het voorwaardelijk deel daarvan zal de bijzondere voorwaarde worden verbonden dat verdachte zich zal houden aan de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering, ook als deze zullen inhouden dat hij ambulant wordt behandeld in De Waag. Het hof beveelt daarbij tevens de dadelijke uitvoerbaarheid.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

De benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.425,60. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.258,70. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 07-123494-12 onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Nu de vordering door en namens verdachte slechts in zoverre is weersproken dat verzocht is verdachte vrij te spreken van het onder 1 ten laste gelegde, is verdachte tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

De benadeelde partij [benadeelde partij 2] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.088,-. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 07-123494-12 onder 2 primair bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Nu de vordering door en namens verdachte slechts in zoverre is weersproken dat verzocht is verdachte vrij te spreken van het primair ten laste gelegde en er naar het oordeel van het hof geen sprake is van een onevenredige belasting van het strafgeding, zoals door de raadsman betoogd, is verdachte tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]

De benadeelde partij [benadeelde partij 3] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 400,-. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 07-123494-12 onder 3 en 4 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Nu de vordering door en namens verdachte slechts in zoverre is weersproken dat verzocht is verdachte vrij te spreken van het onder 3 en 4 ten laste gelegde, is verdachte tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]

De benadeelde partij [benadeelde partij 4] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 500,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 16-054702-13 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Nu de vordering door en namens verdachte slechts in zoverre is weersproken dat verzocht is verdachte vrij te spreken van het in de zaak met parketnummer 16-054702-13 ten laste gelegde, is verdachte tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5]

De benadeelde partij [benadeelde partij 5] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 500,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 16-054702-13 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Nu de vordering door en namens verdachte slechts in zoverre is weersproken dat verzocht is verdachte vrij te spreken van het in de zaak met parketnummer 16-054702-13 ten laste gelegde, is verdachte tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij[benadeelde partij 6]

De benadeelde partij[benadeelde partij 6] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 500,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 16-054702-13 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Nu de vordering door en namens verdachte slechts in zoverre is weersproken dat verzocht is verdachte vrij te spreken van het in de zaak met parketnummer 16-054702-13 ten laste gelegde, is verdachte tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14e, 36f, 45, 57, 63, 285, 300 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 07-123494-12 onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 16-054702-13 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 07-123494-12 onder 1 primair, 2 primair, 3

en 4 en in de zaak met parketnummer 16-054702-13 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 5 (vijf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal houden aan de voorschriften en aanwijzingen, te geven door Tactus Verslavingszorg, dan wel een soortgelijke reclasserings-instelling, ook indien die aanwijzingen zullen inhouden dat verdachte zich ambulant zal laten behandelen door De Waag.

Beveelt de dadelijke uitvoerbaarheid van de hiervoor genoemde bijzondere voorwaarde.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 07-123494-12 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.425,60 (duizend vierhonderdvijfentwintig euro en zestig eurocent) bestaande uit € 895,60 (achthonderdvijfennegentig euro en zestig eurocent) materiële schade en € 530,00 (vijfhonderddertig euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 april 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 april 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1], een bedrag te betalen van € 1.425,60 (duizend vierhonderdvijfentwintig euro en zestig eurocent) bestaande uit € 895,60 (achthonderdvijfennegentig euro en zestig eurocent) materiële schade en € 530,00 (vijfhonderddertig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 24 (vierentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 april 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 april 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 07-123494-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.288,00 (duizend tweehonderdachtentachtig euro) bestaande uit € 288,00 (tweehonderdachtentachtig euro) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 april 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 april 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 2], een bedrag te betalen van € 1.288,00 (duizend tweehonderdachtentachtig euro) bestaande uit € 288,00 (tweehonderdachtentachtig euro) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 22 (tweeëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 april 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 april 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 07-123494-12 onder 3 en 4 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 400,00 (vierhonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 april 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 3], een bedrag te betalen van € 400,00 (vierhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 april 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-054702-13 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 500,00 (vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 4], een bedrag te betalen van € 500,00 (vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-054702-13 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 500,00 (vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 5], een bedrag te betalen van € 500,00 (vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Vordering van de benadeelde partij[benadeelde partij 6]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij[benadeelde partij 6] ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-054702-13 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 500,00 (vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd[benadeelde partij 6], een bedrag te betalen van € 500,00 (vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. H. Heins, voorzitter,

mr. A.J. Rietveld en mr. B.F. Keulen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel, griffier,

en op 17 februari 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mrs. H. Heins en B.F. Keulen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.