Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:10278

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-12-2014
Datum publicatie
27-01-2015
Zaaknummer
21-000946-14
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2014:755, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeeld voor mishandeling van een ambtenaar in functie, vernieling, bedreiging, belediging van ambtenaren in functie , mishandeling en twee diefstallen. Vrijspraak voor poging doodslag en poging zware mishandeling van de ambtenaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000946-14

Uitspraak d.d.: 1 december 2014

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 7 februari 2014 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-720241-13 en 05-701203-12, 05-840760-13, 05-841560-13, 05-900488-12, tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 29 juli 2014 en 17 november 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. K.H.T. van Gijssel, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

In de in eerste aanleg gevoegde zaak met parketnummer 05-841560-13 is door de politierechter te Arnhem reeds op 2 juni 2014 vonnis gewezen. Dit vonnis is onherroepelijk. Het hof zal daarom het openbaar ministerie in deze zaak niet-ontvankelijk verklaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en strafoplegging komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 05-720241-13:

1. primair:
hij op of omstreeks 2 juni 2013, in de gemeente Nijmegen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] (in/tijdens zijn functie van/als hulpofficier van/bij de politie Gelderland-Zuid) van het leven te beroven, met dat opzet - terwijl hij, verdachte, zich (op dat moment) op (zeer) korte afstand van die [slachtoffer 1] bevond - met (zeer) (veel) kracht, met gebalde vuist, die [slachtoffer 1] op/tegen het strottenhoofd/de keel heeft geslagen/gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
1 subsidiair:
hij op of omstreeks 2 juni 2013, in de gemeente Nijmegen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1] (hulpofficier van justitie bij de politie Gelderland-Zuid), gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet - terwijl hij, verdachte, zich (op dat moment) op (zeer) korte afstand van die [slachtoffer 1] bevond - met (zeer) (veel) kracht, met gebalde vuist, die [slachtoffer 1] op/tegen het strottenhoofd/de keel heeft geslagen/gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
1 meer subsidiair:
hij op of omstreeks 2 juni 2013, in de gemeente Nijmegen, een persoon genaamd [slachtoffer 1] (hulpofficier van justitie bij de politie Gelderland-Zuid), gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, opzettelijk heeft mishandeld, immers heeft verdachte -terwijl hij zich (op dat moment) op (zeer) korte afstand van die [slachtoffer 1] bevond- met (zeer) (veel) kracht, met gebalde vuist, die [slachtoffer 1] op/tegen het strottenhoofd/de keel geslagen/gestompt, waardoor die [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Zaak met parketnummer 05-900488-12 (gevoegd):

1. primair:
hij in of omstreeks de nacht van 26 januari 2012 op 27 januari 2012 te Oosterbeek, althans in de gemeente Renkum,, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (personen)auto (merk Saab, kleur blauw) weg te nemen geld en/of een of meer goed(eren) van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen en/of daarbij voormeld(e) goed(eren) onder verdachtes bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, (met een steen) een ruit van voornoemde auto heeft ingeslagen/ingegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

1. subsidiair:
hij in of omstreeks de nacht van 26 januari 2012 op 27 januari 2012 te Oosterbeek, in elk geval in de gemeente Renkum, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een auto (merk Saab, kleur blauw), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, (met een steen) heeft ingeslagen/ingegooid en aldus dat goed heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt;

Zaak met parketnummer 05-701203-12 (gevoegd):

1 primair:
hij op of omstreeks 16 februari 2012 te Arnhem [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk voornoemde Edam dreigend de woorden heeft toegevoegd :"Als ik problemen krijg, kom jij tussen zes (6) planken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2:
hij op of omstreeks 16 februari 2012 te Arnhem opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [slachtoffer 4] (agent van politie) en/of [slachtoffer 5] (hoofdagent van politie), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, te weten gedurende de overbrenging van een aangehouden verdachte naar het cellencomplex, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Wat ben jij een vuile NSB-er", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

Zaak met parketnummer 05-840760-13 (gevoegd):

1 primair:
hij op of omstreeks 29 april 2013 te Nijmegen, in het cellencomplex van het politiebureau aan de Stieltjesstraat aldaar, opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer 6], (met kracht) tegen diens kaak en/of gezicht heeft gestompt en/of geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;


2:
hij op of omstreeks 28 april 2013 te Nijmegen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een supermarkt heeft weggenomen een fles wijn, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Zaak met parketnummer 05-841560-13 (gevoegd):

1 primair:
hij op of omstreeks 01 juni 2013 te of nabij Lent in de gemeente Nijmegen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles wijn, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [supermarkt] (op of aan de [adres]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-720241-13 primair en subsidiair en in de zaak met parketnummer 05-900488-12 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt hiertoe in het bijzonder het volgende.

parketnummer 05-720241-13 primair en subsidiair

Verdachte heeft bekend dat hij op 2 juni 2013 te Nijmegen [slachtoffer 1] van zeer korte afstand een klap tegen de hals heeft gegeven. [slachtoffer 1] deed op dat moment dienst als hulpofficier bij de politie Gelderland-Zuid. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij door verdachte op het strottenhoofd is gestompt.

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit, poging tot doodslag. De advocaat-generaal acht bewezen dat er door verdachte een doelbewust gerichte stomp op het strottenhoofd van [slachtoffer 1] is gegeven. Op basis van feiten van algemene bekendheid kan gesteld worden dat het stompen op het strottenhoofd dodelijk kan zijn.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich op het standpunt dat er sprake is van een eenvoudige mishandeling en dat zijn cliënt mitsdien vrijgesproken dient te worden van het primair en subsidiair ten laste gelegde. Hij voert daartoe aan dat zijn cliënt weliswaar mikte in de richting van aangever, maar dat de klap voor het overige niet doelgericht werd gegeven. Voorts betoogt de raadsman dat verdachte geen opzet had op de dood of op zwaar lichamelijk letsel noch dat hij de aanmerkelijke kans daartoe heeft aanvaard.

Het oordeel van het hof

Anders dan de advocaat-generaal acht het hof het primair en subsidiair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

Het hof acht anders dan de rechtbank, gelet op de processtukken en het verhandelde ter terechtzitting, niet bewezen dat verdachte vol opzet heeft gehad op de dood dan wel de zware mishandeling van [slachtoffer 1].

Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig, indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden.

Daarvan is naar het oordeel van het hof in dit geval geen sprake.

Op 2 juni 2013 zien agenten verdachte het Keizer Karelplein te Nijmegen oversteken. Verdachte is onvast ter been, zwalkt en probeert het verkeer te regelen. Bij het aanspreken van verdachte laat deze zich beledigend uit naar de agenten. Verdachte is hierop aangehouden. Vervolgens is hij naar het hoofdbureau van politie te Nijmegen gebracht en wordt hij bij de intakebalie voor hulpofficier [slachtoffer 1] geleid. [slachtoffer 1] stond op ongeveer een meter afstand van de verdachte op het moment dat hij de verdachte meedeelde op welke grond hij was aangehouden. [slachtoffer 1] deelde de verdachte vervolgens mee dat hij de aanhouding rechtmatig achtte en dat de verdachte zou worden opgehouden voor onderzoek. Vervolgens heeft verdachte [slachtoffer 1] geslagen.

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij [slachtoffer 1] een klap met de vuist heeft gegeven.

Hij heeft echter verklaard dat hij uit angst een niet gerichte zwaaiende klap heeft gegeven, waarbij hij van opzij naar boven heeft uitgehaald. Verdachte heeft ook aangegeven dat hij op dat moment dronken was.

Het hof acht gelet op de processtukken en het verhandelde ter terechtzitting bewezen dat verdachte de heer [slachtoffer 1] vol in de hals heeft geraakt, maar heeft anders dan de rechtbank niet uit wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het opzet heeft gehad op de dood dan wel de zware mishandeling van [slachtoffer 1].

Het hof hecht geloof aan de verklaring van verdachte dat hij in dronken toestand met zijn vuist een ongerichte opwaarts zwaaiende armbeweging heeft gemaakt, die aldus min of meer bij toeval op de hals/keel van [slachtoffer 1] is terechtgekomen.

Dat verdachte op dat moment onder invloed was, blijkt uit de verklaringen van een aantal in deze zaak gehoorde getuigen.

Gelet hierop acht het hof evenmin bewezen dat verdachte de aanmerkelijke kans op de dood of op zwaar letsel bewust heeft aanvaard, hetgeen voor een bewezenverklaring van voorwaardelijk opzet is vereist.

Het hof spreekt verdachte daarom vrij van het onder primair en subsidiair ten laste gelegde.

Wel acht het hof de mishandeling van de heer [slachtoffer 1] door verdachte bewezen.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweren strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-720241-13 meer subsidiair en in de zaak met parketnummer 05-900488-12 subsidiair en in de zaak met parketnummer 05-701203-12 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 05-840760-13 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 05-720241-13:

1. meer subsidiair:
hij op of omstreeks 2 juni 2013, in de gemeente Nijmegen, een persoon genaamd [slachtoffer 1] (hulpofficier van justitie bij de politie Gelderland-Zuid), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, opzettelijk heeft mishandeld, immers heeft verdachte -terwijl hij zich (op dat moment) op (zeer) korte afstand van die [slachtoffer 1] bevond- met (zeer) (veel) kracht, met gebalde vuist, die [slachtoffer 1] op/tegen het strottenhoofd/de keel geslagen/gestompt, waardoor die [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Zaak met parketnummer 05-900488-12 (gevoegd):
1 subsidiair:
hij in of omstreeks de nacht van 26 januari 2012 op 27 januari 2012 te Oosterbeek, in elk geval in de gemeente Renkum, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een auto (merk Saab, kleur blauw), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, (met een steen) heeft ingeslagen/ingegooid en aldus dat goed heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt;

Zaak met parketnummer 05-701203-12 (gevoegd):

1 primair:
hij op of omstreeks 16 februari 2012 te Arnhem [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk voornoemde Edam dreigend de woorden heeft toegevoegd :"Als ik problemen krijg, kom jij tussen zes (6) planken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2:
hij op of omstreeks 16 februari 2012 te Arnhem opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [slachtoffer 4] (agent van politie) en/of [slachtoffer 5] (hoofdagent van politie), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, te weten gedurende de overbrenging van een aangehouden verdachte naar het cellencomplex, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Wat ben jij een vuile NSB-er", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

Zaak met parketnummer 05-840760-13 (gevoegd):

1 primair:
hij op of omstreeks 29 april 2013 te Nijmegen, in het cellencomplex van het politiebureau aan de [adres] aldaar, opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer 6], (met kracht) tegen diens kaak en/of gezicht heeft gestompt en/of geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2:
hij op of omstreeks 28 april 2013 te Nijmegen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een supermarkt heeft weggenomen een fles wijn, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het in de zaak met parketnummer 05-720241-13 meer subsidiair bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

het in de zaak met parketnummer 05-900488-12 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

het in de zaak met parketnummer 05-701203-12 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

het in de zaak met parketnummer 05-701203-12 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

het in de zaak met parketnummer 05-840760-13 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

het in de zaak met parketnummer 05-840760-13 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Door de rechtbank Gelderland is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaren en de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging. De advocaat-generaal is tot deze eis gekomen vanwege de ernst van de ten laste gelegde feiten, relevante recidive en de persoon van de verdachte. Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft de advocaat-generaal gewezen op rapportage van het Pieter Baan Centrum, waaruit blijkt dat de verdachte lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en paranoïde trekken. Voorts heeft de advocaat-generaal opgemerkt dat de verdachte heeft aangegeven hulp te willen voor zijn alcoholverslaving, maar dat een klinische opname of behandeling in het algemeen onmogelijk is gebleken omdat de verdachte weigert daaraan mee te werken.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat er bij verdachte ten tijde van het begaan van het strafbare feit, te weten de mishandeling van [slachtoffer 1], geen gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens aanwezig was. De raadsman merkt voorts op dat het opleggen van TBS ook niet door deskundigen is geadviseerd.

Het hof acht de verdachte schuldig aan mishandeling van een ambtenaar in functie, vernieling, bedreiging, belediging van ambtenaren in functie , mishandeling en twee diefstallen. Verdachte heeft met zijn handelen veel schade toegebracht aan de aangevers. Verdachte toont met zijn handelen aan lak te hebben aan de fysieke integriteit van anderen. Daarbij valt vooral op dat hij tot tweemaal toe vrijwel vanuit het niets een ander heeft aangevallen, waaronder een politieambtenaar in functie die tegenover verdachte slechts een ambtelijke handeling moest verrichten. Deze politieambtenaar werd daarbij zodanig getroffen dat hij uit voorzorg een nacht op de IC-afdeling van een ziekenhuis heeft moeten doorbrengen. Het hof rekent dit verdachte zwaar aan.

Uit het rapport van het Pieter Baan Centrum van 9 januari 2014 komt naar voren dat de verdachte gedragingen vertoont, die duiden op antisociale en narcistische gedragskenmerken en dat er van een antisociaal gedragspatroon gesproken kan worden. Bij de verdachte is sprake van een zodanige persoonlijkheidspathologie dat deze gekwalificeerd kan worden als een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens. Voorts is bij de verdachte een ziekelijke stoornis in de zin van verslavingsproblematiek (alcohol) vastgesteld. De verdachte heeft echter ook bij het Pieter Baan Centrum medewerking aan het onderzoek geweigerd. Dit heeft tot gevolg dat geen antwoord kan worden gegeven op de vraag of, in welke mate en in welke zin bij de verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten sprake was van een beperkende invloed van deze ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van zijn geestesvermogens op zijn vrijheid van handelen. De rapporteurs van het Pieter Baan Centrum overwegen in hun conclusie dat er hypothetisch gezien sprake zou kunnen zijn van een doorwerking van pathologie in de bewezenverklaarde feiten, maar dat alsnog op grond van het onderzoek geen zicht is verkregen op de interne dynamiek van de verdachte. Daardoor is onduidelijk welke onderdelen van die ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens een eventuele rol gespeeld zouden kunnen hebben in de bewezenverklaarde feiten. In het bijzonder is niet duidelijk geworden in hoeverre de verdachte tot zijn gedragingen is gekomen vanuit ‘onwil’ of ‘onvermogen’. De rapporteurs onthouden zich derhalve van advies tot behandeling of begeleiding.

Het hof is van oordeel dat de informatie die de conclusie van de rapporteurs van het Pieter Baan Centrum levert, mede gelet op ernst van de bewezenverklaarde feiten, onvoldoende is om over te gaan tot het opleggen van de zware maatregel van TBS. Voor het opleggen van TBS zijn in de beschikbare rapportages onvoldoende gronden aanwezig.

Uit het uittreksel justitiële documentatie blijkt dat verdachte in het recente verleden meermalen is veroordeeld voor soortgelijke feiten als in de onderhavige zaak. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven een alcoholprobleem te hebben en bereid te zijn een behandeling voor zijn alcoholverslaving te ondergaan. De in het dossier aanwezige rapporten over verdachte geven het hof echter geen handvatten om verdachte hiertoe in het kader van een bijzondere voorwaarde te verplichten. Uit de rapporten blijkt immers dat verdachte weigert mee te werken en zich te conformeren aan de regels van de betreffende instanties.

Alles overwegende zal het hof voor afdoening van deze zaak een langdurige gevangenisstraf opleggen die echter lager is dan die welke door de rechtbank is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd, nu verdachte van de verdenking van het zwaarste feit (poging doodslag dan wel poging zware mishandeling) wordt vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-720241-13 meer subsidiair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte heeft de vordering inhoudelijk niet betwist. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 63, 266, 267, 285, 300, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-841560-13 ten laste gelegde.

Vernietigt voor het overige het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-720241-13 primair en subsidiair en in de zaak met parketnummer 05-900488-12 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-720241-13 meer subsidiair en in de zaak met parketnummer 05-900488-12 subsidiair en in de zaak met parketnummer 05-701203-12 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 05-840760-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 05-720241-13 meer subsidiair en in de zaak met parketnummer 05-900488-12 subsidiair en in de zaak met parketnummer 05-701203-12 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 05-840760-13 onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-720241-13 meer subsidiair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.000,00 (duizend euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van € 1.000,00 (duizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr M.L.H.E. Roessingh-Bakels, voorzitter,

mr. H.H.M. van Dijk en mr P.L.M van Gorkom, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr G.W. Jansink, griffier,

en op 1 december 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.