Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:10205

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-12-2014
Datum publicatie
14-01-2015
Zaaknummer
200.121.421-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontbinding huurovereenkomst woonwagenstandplaats en ontruiming van deze standplaats wegens exploitatie van een hennepkwekerij in naastgelegen schuur die slechts toegankelijk was via (de aanbouw van) de woonwagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.121.421/01

(zaaknummer rechtbank Zwolle-Lelystad 614310 CV 12-1721)

arrest van de eerste kamer van 30 december 2014

in de zaak van

1 [appellant 1],

wonende te [woonplaats],

hierna: [appellant 1],

2. [appellant 2],

wonende te [woonplaats],

hierna: [appellant 2],

appellanten,

in eerste aanleg: gedaagden,

hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten],

advocaat: mr. F.J.M. Kobossen, kantoorhoudend te Apeldoorn,

tegen

De Gemeente Deventer,

zetelende te Deventer,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: De gemeente,

advocaat: mr. B.F.J. Bollen, kantoorhoudend te Tilburg.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 13 december 2012 van de rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton, locatie Deventer (hierna: de kantonrechter).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 28 december 2012,

- de memorie van grieven,

- de memorie van antwoord (met producties) en

- de akte uitlating producties tevens houdende een productie.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

De vordering van [appellanten] luidt:

"het vonnis waarvan beroep, 13 december 2012, te vernietigen, en bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, de vorderingen van geïntimeerde, de gemeente Deventer, uit de inleidende dagvaarding, alsnog integraal af te wijzen met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties."

De beoordeling

3. De tussen partijen vaststaande feiten

3.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, althans onvoldoende (gemotiveerd) weersproken en op grond van de overgelegde stukken, voor zover niet voldoende gemotiveerd bestreden, staan de volgende feiten tussen partijen vast. Daarbij merkt het hof nog op dat er geen rechtsregel is die de rechter verplicht alle door de ene partij gestelde en door de andere partij erkende of niet weersproken feiten als vaststaand in de uitspraak te vermelden. Het staat de rechter vrij uit de tussen partijen vaststaande feiten die selectie te maken die hem voor de beoordeling van het geschil relevant voorkomt.

3.2

[appellant 1] en [appellant 2] zijn in 1979 een schriftelijke huurovereenkomst aangegaan met het regionaal woonwagencentrum [X] met betrekking tot de woonwagenstandplaats, staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (hierna de huurovereenkomst).

3.3

In deze huurovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen:

“De ondergetekende: het regionaal woonwagencentrum [X], gevestigd te [woonplaats hierna] te noemen verhuurder krachtens haar gemeenschappelijke regeling vertegenwoordigt door haar voorzitter, verklaart te hebben verhuurd aan mede-ondergetekende:

De heer/mevrouw [appellanten], hierna te noemen huurder; die verklaart te hebben gehuurd een terrein ingericht als staanplaats voor een woonwagen, mede omvattende een parkeerplaats en een opstal, bestaande uit een berging, w.c. en douche gelegen aan de [adres] te [woonplaats] ter grootte van ongeveer 180 m2 deel uitmakende van het perceel kadastraal bekend gemeente Deventer, [nummer], zoals op bijgaande ekening met een rode omranding is aangegeven.

(…)

“ 5. Het gehuurde mag uitsluitend worden gebruikt als staanplaats voor een goedgekeurde woonwagen met schouwnummer en parkeerplaats voor één personenauto.

6. 1) Het is niet toegestaan, op of in het gehuurde:

(…)

d. een nering of bedrijf uit te oefenen

(…)

7. Voor het plaatsen van opstallen of getimmerte, zoals bijvoorbeeld een kennel, volière, hekken of afrasteringen e.d., op het gehuurde, is toestemming van burgemeester en wethouders en de verhuurder vereist. De toestemming kan alleen dan verleend worden, indien de voorschriften van ter plaatse geldende bestemmingsplan daartoe de mogelijkheid biedt.

(…).”

3.4

Door rechtsopvolging is inmiddels de gemeente [woonplaats] de verhuurder van de woonwagenstandplaats, staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats].

3.5

Naast de verhuurde woonwagenstandplaats –dus buiten het gehuurde- zijn schuren gebouwd, terwijl er voorts een omheind stuk grond bij de standplaats is betrokken. Aan de voorzijde van de standplaats op de openbare weg is een carport gebouwd.

3.6

Volgens het vigerende bestemmingsplan heeft het perceel naast en achter de standplaats een groenbestemming.

3.7

Op 19 april 2012 heeft de politie IJsselland in één van de schuren een hennepkwekerij ontmanteld. Deze kwekerij bestond uit onder meer 624 hennepplanten.

3.8

Vanuit de op de woonwagenstandplaats staande woonwagen werd illegaal stroom afgetapt ten behoeve van in een naastgelegen schuur aangetroffen hennepkwekerij door manipulatie van de in de woonwagen aanwezige elektriciteitsmeter.

4. Het geschil en de beslissing van de kantonrechter

4.1

De gemeente heeft gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. a) ontbindt de huurovereenkomst met betrekking tot de woonwagenstandplaats, staande en gelegen aan de [adres] te ([postcode]) [woonplaats];

b) [appellant 1] en [appellant 2] veroordeelt om de woonwagenstandplaats, staande en gelegen aan de [adres] te ([postcode]) [woonplaats] en al hetgeen zich daarin of daarop bevinden, respectievelijk bevindt, binnen twee weken na betekening van dit vonnis, althans binnen een zodanige termijn als bij dit vonnis in goede justitie is bepaald, volledig en behoorlijk te ontruimen en de daarop geplaatste opstallen te (doen) verwijderen, zulks met machtiging aan de gemeente om bij gebreke van volledige voldoening hier aan deze ontruiming en verlating en het vervolgens ontruimd en verlaten houden zelf te bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie.

c) [appellant 1] en [appellant 2] veroordeelt om het gebruik van de gedeelten van de [adres] te ([postcode]), welke niet begrepen zijn in de huurovereenkomst met de gemeente met betrekking tot de woonwagenstandplaats binnen twee weken na betekening van dit vonnis, althans binnen een zodanige termijn als bij dit vonnis in goede justitie te bepalen is, te ontruimen en te verlaten en de aldaar geplaatste bouwwerken te (doen) verwijderen en deze ontruimd te houden, met machtiging aan de gemeente om bij gebreke van volledige voldoening hieraan deze ontruiming zelf te bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie;

d) [appellant 1] en [appellant 2] veroordeelt om het gebruik van de gronden, staande en gelegen nabij de [adres] te ([postcode]) [woonplaats] binnen twee weken na betekening van dit vonnis, althans binnen een zodanige termijn als bij dit vonnis in goede Justitie te bepalen is, te staken en gestaakt te houden, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag dat gedaagden nalaten om aan deze

veroordeling te voldoen, althans een zodanige dwangsom als de rechtbank in goede Justitie oordelend juist acht;

e) [appellant 1] en [appellant 2] veroordeelt in de kosten van dit geding, waaronder begrepen het salaris en de noodzakelijke verschotten van de gemachtigde van de gemeente, alsmede de eventuele kosten van executie van het vonnis, te voldoen binnen 14 dagen na betekening van het vonnis en - voor het geval voldoening van deze kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de 14e dag na betekening van het vonnis.

4.2

Daartoe heeft de gemeente aangevoerd dat dat [appellanten] toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van hun uit de tussen hen en de gemeente bestaande huurovereenkomst voortvloeiende verplichtingen. Op de eerste plaats hebben [appellanten] door het exploiteren van een hennepkwekerij gehandeld in strijd met de woonbestemming van de woonwagenstandplaats alsmede in strijd met artikel 6 van de huurovereenkomst. Ook hebben zij door die handelwijze volgens de gemeente niet de zorgvuldigheid in acht genomen, die zij als goede huurders jegens de woonomgeving moesten betrachten. Voorts zijn [appellanten] volgens de gemeente toerekenbaar tekort geschoten door meer terrein in gebruik te nemen dan ingevolge de huurovereenkomst is verhuurd en door zonder toestemming van het College van Burgemeester en Wethouders en in strijd met het bestemmingsplan op gemeentelijke grond een schuur te bouwen.

4.3

Na verweer door [appellanten] heeft de kantonrechter de vorderingen toegewezen, behoudens de gevorderde machtiging om de ontruiming zelf te bewerkstelligen, zij het met een ontruimingstermijn van drie weken na betekening van het vonnis en met oplegging van een dwangsom van € 250,- per dag, gemaximeerd tot een bedrag van € 75.000,-.

5. De motivering van de beslissing

5.1

De strekking van grief I is dat [appellanten] door de kantonrechter ten onrechte verantwoordelijk zijn gehouden voor de schuur, carport en gebruik en bebouwing van de gronden die een openbare groenbestemming hebben, gesitueerd nabij de door hen gehuurde standplaats maar daartoe niet behorend. Volgens [appellanten] hebben zij niets te maken met voormelde schuur, carport en andere bebouwingen nabij de door hen gehuurde standplaats.

Naar het oordeel van het hof zijn de stellingen van [appellanten] onvoldoende gemotiveerd. Blijkens de luchtfoto’s is de schuur waar de hennepkwekerij is aangetroffen slechts toegankelijk via (de aanbouw van) de woonwagen en het daarvóór gelegen terras. Voorts hebben zij op geen enkele wijze duidelijk gemaakt wie - anders dan zijzelf - dan wel van deze gebouwen gedurende de tijd dat zij de standplaats huurden gebruik heeft gemaakt (of hebben gemaakt). Vast staat dat [appellanten] - tot aan de gerechtelijke ontruiming op 21 maart 2013 - de woonwagenstandplaats, staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats] huurden, in de woonwagen woonden en dat voormelde gebouwen en gronden direct naast deze woonwagenstandplaats zijn gelegen. Het hof acht het bepaald onwaarschijnlijk dat dergelijke aanbouwsels geplaatst en gebruikt zouden kunnen zijn door onbekenden van [appellanten] Het in eerste aanleg gevoerde (subsidiaire) beroep op (verkrijgende) verjaring laat zich hier ook moeilijk mee rijmen. Aan hun verantwoordelijkheid voor de bebouwing en het gebruik doet niet af dat de desbetreffende gebouwen niet tot de door hen gehuurde woonwagenstandplaats behoorden. Aldus hebben [appellanten] zich in appèl slechts bediend van blote stellingen, waaraan het hof voorbijgaat. Gelet op het feit dat [appellanten] niet met redenen omklede stellingen naar voren brengen, komt het hof aan bewijs niet toe.

5.2

De strekking van grief II is dat [appellanten] door de kantonrechter ten onrechte verantwoordelijk worden gehouden voor de exploitatie van de hennepkwekerij, alsmede dat het oordeel dat deze exploitatie in strijd is met de tussen partijen bestaande huurovereenkomst en dat daarmee het gehuurde (deels) onttrokken is geweest aan de woonbestemming, onjuist is.

Naar het oordeel van het hof staat tussen partijen vast dat er vanuit de door [appellanten] bewoonde woonwagen illegaal stroom werd afgetapt ten behoeve van de in de daarnaast gelegen schuur aangetroffen hennepkwekerij door manipulatie van de in de woonwagen aanwezige elektriciteitsmeter. Weliswaar stellen [appellanten] dat zij daarvan en van de aanwezigheid van de hennepkwekerij in de schuur onkundig waren, maar dit acht het hof volstrekt ongeloofwaardig. Gesteld noch anderszins is gebleken dat de woonwagen dermate groot is en zoveel ruimtes bevat, dat [appellanten] niet van alle ruimtes op de hoogte waren en derhalve niet hebben gemerkt dat deze elektriciteitsmeter - door derden - is gemanipuleerd. Vanwege de aanwezigheid in de woonwagen van een gemanipuleerde elektriciteitsmeter, waardoor de hennepkwekerij in de naast de woonwagen gelegen schuur illegaal van elektriciteit werd voorzien, staat de betrokkenheid van [appellanten] bij deze kwekerij in voldoende mate vast. Vanwege het gevaar van brand in de op de gehuurde woonwagenstandplaats staande woonwagen en in de schuur - op gemeentegrond - waarin de hennep wordt geteeld als gevolg van de manipulatie van de elektriciteitsmeter in de woonwagen, is naar het oordeel van het hof sprake van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst. Toerekenbaarheid van deze tekortkoming is voor ontbinding van de huurovereenkomst niet vereist. Gesteld noch anderszins is gebleken dat deze tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Aldus rechtvaardigt deze tekortkoming overeenkomstig artikel 6:265 lid 1 BW de ontbinding van de huurovereenkomst. Daarmee faalt ook deze grief.

5.3

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Als de in het ongelijk te stellen partij, zullen [appellanten] in de proceskosten aan de zijde van de gemeente worden veroordeeld (tarief II, 1 punt).

Beslissing

Het gerechtshof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van 13 december 2012 van de kantonrechter te Deventer;

veroordeelt [appellanten] in de proceskosten in hoger beroep, aan de zijde van de gemeente begroot op € 894,- voor geliquideerd salaris van de advocaat en € 683,- voor verschotten

Dit arrest is gewezen door mr. L. Groefsema, mr. J.H. Kuiper en mr. M.E.L. Fikkers en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 30 december 2014.