Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:CA3968

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-05-2013
Datum publicatie
11-07-2013
Zaaknummer
24-001004-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft via zijn webcam zijn penis laten zien aan een meisje van dertien jaar oud en zich tevens afgetrokken terwijl zij daarvan getuige was. Anders dan de raadsman heeft betoogd heeft verdachte aangeefster ertoe bewogen om getuige te zijn van zijn seksuele handelingen. Door aangeefster te vragen om haar webcam aan te zetten en tevens aan te geven dat hij zijn piemel wilde laten zien, was sprake van een uitnodiging tot nader contact (door middel van beelden). Dit gebeurde met een ontuchtig oogmerk. Verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 24-001004-12

Uitspraak d.d.: 8 mei 2013

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 17 april 2012 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1954],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 26 april 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde en tot veroordeling van verdachte ter zake het subsidiair ten laste gelegde tot een werkstraf voor de duur van 120 uren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. Th.H. Meeuwis, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 22 februari 2010 te [plaats1], gemeente [gemeente], en/of te [plaats2], althans in Nederland, met [slachtoffer], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte, zijn ontblote geslachtsdeel aan die [slachtoffer] getoond via de webcam en/of zich afgetrokken voor de webcam en/of seksueel geladen chatgesprekken met die [slachtoffer] gevoerd (op MSN);

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 22 februari 2010 te [plaats1], gemeente [gemeente] en/of te [plaats2], althans in Nederland, [slachtoffer], van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, er met ontuchtig oogmerk toe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen, immers heeft hij verdachte die [slachtoffer] zijn ontblote geslachtsdeel laten zien via de webcam en/of zichzelf afgetrokken voor de webcam en/of seksueel geladen chatgesprekken gevoerd met die [slachtoffer] (op MSN).

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof acht met de rechtbank en de advocaat-generaal niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Overweging met betrekking tot het bewijs

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte niet bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat aangeefster daadwerkelijk aanwezig zou zijn bij de seksuele handelingen, dan wel dat zij, via de webcam van verdachte, die handelingen zou zien. Er is geen sprake geweest van een (stilzwijgende) uitnodiging van de zijde van verdachte aan aangeefster. Daarmee is het bestanddeel "bewegen tot" niet vervuld. Zij heeft uit eigen beweging en uit nieuwsgierigheid iets van seksuele handelingen, die plaatsvonden toen verdachte aan het chatten was met getuige [getuige2], kunnen waarnemen.

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het subsidiair ten laste gelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.

Op grond het dossier stelt het hof onder meer vast dat de zus van aangeefster, [getuige1], en haar vriend [getuige2] een account voor aangeefster hebben aangemaakt onder de naam '[naam]' bij MSN Messenger. Op Tjetter.nl is aangeefster, geboren op[1996], in contact gekomen met [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte). In het gesprek met verdachte gaf zij onder meer aan dat zij een meisje was van dertien of veertien jaar oud. Op een gegeven moment wilde verdachte verder praten via MSN Messenger. Aangeefster ging daarmee akkoord. Verdachte vertelde in dat gesprek dat hij dertig of veertig jaar oud was, badmeester van beroep was en in [plaats3] woonde. Op enig moment keken zus [getuige1] en [getuige2] mee op de laptop waarop aangeefster aan het chatten was. Verdachte vroeg op een gegeven moment of aangeefster een webcam had. Aangeefster heeft daarop geantwoord dat deze kapot was. Verdachte verscheen voor zijn webcam. Aangeefster zag een man die er ouder uitzag dan vijftig jaar. Aangeefster heeft vervolgens tegen hem gezegd dat zij een meisje was van dertien of veertien jaar oud. Verdachte heeft op enig moment gezegd dat zij wel eens kon langskomen en dat zij kon blijven slapen en dat ze dan konden knuffelen. [getuige1] en [getuige2] hebben het gesprek kort daarna overgenomen. Op een later moment is aangeefster weer mee gaan kijken. Verdachte gaf aan dat hij zijn piemel wilde laten zien. Hij ging vervolgens voor de webcam staan, liet zijn broek zakken en heeft zich daarna afgetrokken.

Voor een bewezenverklaring van een tenlastelegging, gestoeld op artikel 248d van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat de verdachte weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat degene die hij ertoe beweegt getuige te zijn van seksuele handelingen, de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt.

Het hof leidt uit de feitelijke gang van zaken af dat verdachte erop is gewezen dat degene waarmee hij aan het chatten was, dertien of veertien jaar oud was. Verdachte heeft aangeefster uitgenodigd om haar webcam aan te doen. Hoewel aangeefster dit niet heeft gedaan, heeft verdachte zelf zijn webcam geactiveerd en heeft hij zichzelf laten zien. Toen aangeefster zag dat verdachte vermoedelijk boven de vijftig jaar oud was, heeft zij wederom aangegeven dat zij pas dertien of veertien jaar oud was. Verdachte heeft desondanks seksuele handelingen verricht voor zijn webcam. Gelet op de mededelingen van aangeefster over haar leeftijd heeft verdachte redelijkerwijs moeten vermoeden dat degene waarmee hij aan het chatten was, niet de leeftijd van zestien jaren had bereikt. Het feit dat aangeefster op enig moment van het gesprek is weggelopen, doet niet ter zake nu verdachte hiervan niet op de hoogte was.

Het hof is eveneens van oordeel dat verdachte aangeefster ertoe heeft bewogen om getuige te zijn van zijn seksuele handelingen. Door aangeefster te vragen om haar webcam aan te zetten en tevens aan te geven dat hij zijn piemel wilde laten zien, was sprake van een uitnodiging tot nader contact (door middel van beelden). Dit alles gebeurde met een ontuchtig oogmerk. Verdachte heeft immers op eigen initiatief zijn webcam aangezet, zijn geslachtsdeel laten zien en vervolgens seksuele handelingen bij zichzelf verricht, wetende dat de ander dit allemaal zou kunnen zien.

Op grond van het voorgaande, falen de verweren van de raadsman.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig bewezen en heeft het hof de overtuiging gekregen, dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

subsidiair.

hij op 22 februari 2010 te [plaats1], gemeente [gemeente] en/of te [plaats2], [slachtoffer], van wie hij redelijkerwijs moest vermoeden dat zij de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, er met ontuchtig oogmerk toe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen, immers heeft hij verdachte die [slachtoffer] zijn ontblote geslachtsdeel laten zien via de webcam en zichzelf afgetrokken voor de webcam en seksueel geladen chatgesprekken gevoerd met die [slachtoffer] (op MSN).

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het subsidiair bewezen verklaarde levert op:

met ontuchtig oogmerk iemand, van wie hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft via zijn webcam zijn penis laten zien aan een meisje van dertien jaar oud en zich tevens afgetrokken terwijl zij daarvan getuige was. Dergelijke handelingen kunnen een ongewenste en schadelijke invloed hebben op minderjarigen en zij dienen hiertegen te worden beschermd. Met de rechtbank overweegt het hof dat juist van verdachte, die reeds jarenlang als badmeester werkzaam is geweest, mag worden verlangd dat hij in zijn contacten met minderjarigen een hoge mate van zorgvuldigheid in acht neemt, waarbij verdachte zich bewust is van de gevolgen van grensoverschrijdend gedrag in de richting van minderjarigen.

Bij de strafoplegging heeft het hof ook rekening gehouden met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 13 februari 2013, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld wegens het plegen van strafbare feiten.

Daarnaast heeft het hof acht geslagen op het reclasseringsrapport d.d. 22 september 2010. Uit dit rapport blijkt dat, behalve op het financiƫle vlak, verdachte geen problemen ervaart ten aanzien van de verschillende leefgebieden. Het recidiverisico wordt door de reclassering als laag ingeschat. Geadviseerd wordt om een werkstraf aan verdachte op te leggen.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof met de advocaat-generaal van oordeel dat aan verdachte een taakstraf voor de duur van 120 uren moet worden opgelegd. Deze strafoplegging is passend.

In hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht omtrent de strafmaat, ziet het hof geen aanleiding om deze straf te matigen. Voorts overweegt het hof dat de behandeling in eerste aanleg relatief lang heeft geduurd. Deze omstandigheid wordt echter voldoende gecompenseerd door de voortvarende behandeling in de hoger beroepsfase. Van een overschrijding van de redelijke termijn is dan ook geen sprake geweest.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d en 248d van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. K. Lahuis, voorzitter,

mr. H.J. Deuring en mr. L.J. Hofstra, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. G.M. Fondse, griffier,

en op 8 mei 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.