Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:CA2947

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
11-06-2013
Datum publicatie
12-06-2013
Zaaknummer
200.106.943/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Koopovereenkomst betreffende het lidmaatschap van een woonvereniging. Oorspronkelijk eiseres heeft niet van de oorspronkelijke gedaagden gekocht, zodat deze niet tot nakoming van de contractuele prestaties kunnen worden aangesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.106.943/01

(zaaknummer rechtbank Leeuwarden 358301\ CV EXPL 11-4278)

arrest van de eerste kamer van 11 juni 2013

in de zaak van

[appellante],

wonende te Groningen,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: [appellante],

advocaat: mr. E.T. van Dalen, kantoorhoudend te Groningen,

tegen

1. [B.V. A],

gevestigd te [plaats],

hierna: [B.V. A],

2. [B.V. B],

gevestigd te [plaats],

hierna: [B.V. B],

3. [geïntimeerde sub 3],

wonende te [plaats],

hierna: [geïntimeerde sub 3],

geïntimeerden,

in eerste aanleg: gedaagden,

hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden],

niet verschenen.

1. Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van 30 augustus 2011 en 21 februari 2012van de rechtbank Leeuwarden, sector kanton, locatie Leeuwarden (verder: de kantonrechter).

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 3 mei 2012;

- de memorie van grieven (met productie) d.d. 19 maart 2013.

2.2 Vervolgens heeft [appellante] de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3 De vordering van [appellante] luidt:

"bij arrest, bij voorraad uitvoerbaar, het vonnis dat op 21 februari 2012 door de Rechtbank Leeuwarden, sector kanton, locatie Leeuwarden tussen partijen is gewezen, te vernietigen en opnieuw rechtdoende, geïntimeerde hoofdelijk te veroordelen, des dat de één zal hebben betaald de andere zijn gekweten om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan appellante te betalen een bedrag van € 4.050,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 mei 2011 (de datum van de inleidende dagvaarding) tot de dag der algehele voldoening en met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties."

2.4 Gelet op artikel CIII van de Wet herziening gerechtelijke kaart (Staatsblad 2012, 313) wordt in deze voor 1 januari 2013 aanhangig gemaakte zaak uitspraak gedaan door het hof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.

3. Geen grieven tegen het tussenvonnis

De grieven richten zich niet tegen het tussenvonnis van 30 augustus 2011 zodat het appel van [appellante] tegen dit vonnis zal worden verworpen.

4. Ten aanzien van de feiten

Tegen de weergave van de relevante feiten in het vonnis van 21 februari 2012 zijn geen grieven opgeworpen. Het hof zal dan ook van die feiten uitgaan en deze hierna weergeven, voor zover zij van belang zijn voor de beoordeling van dit hoger beroep.

4.1 [appellante] woont in een studio aan de [adres] te Groningen.

4.2 De vereniging 'Woonvereniging [adres]' is eigenaar van het pand staande en gelegen aan de [adres] te Groningen.

4.3 [appellante] heeft in 2008 een informatiebijeenkomst bijgewoond, waarbij [geïntimeerde sub 3] informatie heeft verstrekt over het 'project koopstudio'. Naar aanleiding van de bijeenkomst heeft [appellante] een "overeenkomst lidmaatschapsrecht woonvereniging" gesloten, op grond waarvan zij door betaling van een bedrag van € 116.500,-- het lidmaatschap heeft verworven van de Woonvereniging [adres]. Aan dit lidmaatschap is het exclusieve gebruiksrecht van de woonruimte studio 2, deeluitmakende van het pand [adres] te Groningen verbonden. De aankoopsom is gefinancierd door middel van het vestigen van een pandrecht door de Coöperatieve Rabobank Venlo e.o. op het lidmaatschap.

4.4 De wederpartij van [appellante] bij de genoemde "overeenkomst lidmaatschapsrecht woonvereniging" waren

• Koopstudio Nederland B.V., destijds gevestigd te Hilversum, vertegenwoordigd door [bestuurder 1], haar (middellijk) bestuurder, en

• de woonvereniging [adres] / de v.o.f. State Invest te [plaats], eigenares van het pand [adres], vertegenwoordigd door [geïntimeerde sub 3] als (middellijk) bestuurder

4.5 Bij genoemde overeenkomst behoort een allonge I, afgesloten tussen uitsluitend Koopstudio Nederland B.V. en [appellante] en ondertekend door de heer [bestuurder 1], voornoemd en [appellante]. Allonge I bevat een clausule op grond waarvan [appellante] onder voorwaarden aanspraak kan maken op een zogenaamde 'lastendemper' in de overeenkomsten vermeld als KLD(E). De clausule luidt (voor zover van belang):

"1. Koopstudio biedt het lid de mogelijkheid om, tegen onderstaande voorwaarden, gebruik te maken van de KLD gedurende een periode van drie (3) jaren, te rekenen vanaf de datum van de levering van de studio aan het lid. (…)

2. Stichting Beheer Derdengelden Koopstudio (…) betaalt maandelijks, achteraf, het voor het lid gereserveerde bedrag aan het lid.

3. Indien het lid student is, dien hij/zij jaarlijks op uiterlijk 30 september aan Koopstudio (…) een kopie van zijn/haar inschrijvingsbewijs aan Universiteit of Hogeschool te overleggen.

4. Indien het lid starter is, dient hij/zij jaarlijks, voor 01 april, aan Koopstudio (…) een jaaropgave werkgever te verstrekken.

5. Het lid dient de door zijn/haar gekochte studio te financieren door tussenkomst van Quarz Financial Partners B.V. te Tilburg, via welke B.V. ook de jaarlijkse belastingaangifte van begunstigde (kostenloos) dient te geschieden.

6. In het geval het lid tijdens de looptijd van onderhavige overeenkomst niet meer voldoet aan één of meer van de voorwaarden voor deelname aan de lastendemper, vervalt het recht op de lastendemper. (…)"

4.6 Blijkens de bijlage bij genoemde allonge is het bedrag gemoeid met de KLD € 194,- per maand.

4.7 Volgens het vonnis waarvan beroep bevat de overeenkomst tevens een Allonge II (een door partijen ondertekende versie is niet aan het hof overgelegd) waarin een belastingdemper is vervat. Ten aanzien van deze belastingdemper - in de overeenkomst vermeld als KBD, - bepaalt die allonge II het navolgende (voor zover van belang):

"3. Het lid dient jaarlijks op uiterlijk 30 september aan Koopstudio (…) een kopie van zijn/haar inschrijvingsbewijs aan Universiteit of Hogeschool te overleggen. Indien daaraan niet wordt voldaan, vervalt het recht op de KBD.

4. Het lid dient de door zijn/haar gekochte studio te financieren door tussenkomst van Quarz Financial Partners B.V. te Tilburg, via welke B.V. ook de jaarlijkse belastingaangifte van begunstigde (kostenloos) dient te geschieden. Daartoe dient begunstigde steeds binnen drie (3) maanden na afloop van een kalenderjaar de gegevens, benodigd voor de belastingaangifte, aan Quarz te verstrekken. Bij het niet tijdig voldoen hieraan vervalt het recht op de KBD. (…)"

Het bedrag gemoeid met de belastingdemper is klaarblijkelijk € 192,- per maand.

4.8 Koopstudio Nederland B.V. is failliet verklaard per 19 oktober 2009.

De dempers zijn na april 2010 niet meer voldaan.

5. De beoordeling in eerste aanleg en de aanduiding van de grieven

5.1 In eerste aanleg heeft [appellante] samen met [Q] en [R] een vordering tot doorbetaling van de lasten- en belastingdemper ingesteld. [Q] en [R] hadden een soortgelijk contract gesloten met betrekking tot studio's gelegen aan de [adres 2] te Groningen.

5.2 De kantonrechter heeft de vorderingen van [Q] en [R] toegewezen en die van [appellante] niet. Daartoe heeft hij overwogen dat [Q] en [R] een overeenkomst hadden gesloten met Koopstudio Noord Nederland B.V. en dat die vennootschap ook de allonges I en II met [Q] en [R] had gesloten. [B.V. A] en [B.V. B] zijn vennoten van Koopstudio Noord Nederland B.V, aldus de kantonrechter, en zijn in die hoedanigheid hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van Koopstudio Noord Nederland.(r.o. 4.2).

[appellante] heeft evenwel een overeenkomst met Koopstudio Nederland B.V. Haar allonges zijn niet door [geïntimeerde sub 3] ondertekend (r.o. 4.1).

5.3 Als bestuurder van [B.V. B] is [geïntimeerde sub 3] persoonlijk aansprakelijk als is voldaan aan de eisen van HR 18 februari 2000, JOR 2000,56 (LJN: AA4873) waarbij het volgens de kantonrechter moet gaan om een onbehoorlijke of nalatige handelwijze van de bestuurder waarvoor die persoon zelf schuld heeft. (r.o. 4.3).

5.4 Vervolgens heeft de kantonrechter geoordeeld dat [geïntimeerde sub 3] als bestuurder een persoonlijk en ernstig verwijt treft en derhalve aansprakelijk is voor de door [Q] en [R] geleden schade (r.o.4.4). Daarbij vermeldt de kantonrechter dat [geïntimeerde sub 3] ten onrechte bij de toegepaste constructie geen onderscheid heeft gemaakt tussen een appartementsrecht en een recht van bewoning en dat er gebruik is gemaakt van een ondoorzichtige kluwen van vennootschappen.

5.5 In rechtsoverweging 4.5 overweegt de kantonrechter vervolgens: "Hoewel [geïntimeerde sub 3] - ongeacht het feit dat [appellante] een overeenkomst heeft met Koopstudio Nederland - door voornoemd handelen eveneens onrechtmatig heeft gehandeld jegens [appellante], heeft [appellante] niet inzichtelijk gemaakt dat er causaal verband bestaat tussen de schade bestaande uit het niet betaalde bedrag aan dempers en het handelen van [geïntimeerde sub 3].

De voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen heeft in kort geding geoordeeld dat weliswaar niet is gebleken dat [appellante] aan de voorwaarden voor aanspraak op de dempers heeft voldaan. (…) Gesteld noch gebleken is echter dat [appellante] sindsdien aan haar verplichtingen heeft voldaan. (…) Gelet hierop kan dan ook niet worden geoordeeld dat aannemelijk is dat zonder het onrechtmatig handelen van [geïntimeerde sub 3] de schade niet zou zijn ontstaan."

Tegen die overweging richt zich grief I.

5.6 Grief II in appel heeft betrekking op het dictum en de proceskostenveroordeling.

6. De beoordeling van de grieven

6.1 In de toelichting op grief I stelt [appellante] dat zij wel degelijk aan haar verplichtingen betreffende de dempers heeft voldaan en dat [B.V. A], [B.V. B] en [geïntimeerde sub 3] alsnog veroordeeld moeten worden tot betaling van het gevorderde bedrag. Dit bedrag komt overeen met de niet uitbetaalde dempers. Volgens [appellante] kan [geïntimeerde sub 3] zich niet op de contractuele tegenprestatie uit de allonges (het laten doen van de administratie c.a. door Quartz) beroepen omdat haar vordering jegens [geïntimeerde sub 3] is gebaseerd op onrechtmatige daad.

6.2 Het hof overweegt dat [appellante] geen grief heeft gericht tegen de vaststelling van de kantonrechter in rechtsoverweging 4.1 dat uitsluitend Koopstudio Nederland BV de contractuele wederpartij van [appellante] is betreffende de allonges.

In de algemene inleiding op haar grieven spreekt [appellante] thans wel over Koopstudio Noord Nederland B.V. als haar contractuele wederpartij, doch zij licht dat op geen enkele wijze toe. De overgelegde allonge I is zonneklaar in die zin dat deze uitsluitend Koopstudio Nederland B.V. als contractspartij meldt en ook uitsluitend door de heer [bestuurder 1] is ondertekend. Een op het punt van de ondertekening andersluidende allonge II is niet door [appellante] overgelegd.

6.3 De kantonrechter heeft [B.V. A] en [B.V. B] aansprakelijk geacht voor de niet-nakoming door Koopstudio Noord Nederland B.V. als zijnde hoofdelijk aansprakelijke vennoten. Wat er ook van deze redenering zij, het hof moet constateren dat gesteld noch gebleken is dat [B.V. A] en [B.V. B] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van Koopstudio Nederland B.V. Dat zij anderszins de verplichtingen van Koopstudio Nederland B.V. uit de allonges betreffende de dempers jegens [appellante] op zich hebben genomen, is evenmin gesteld noch gebleken, zodat de vordering van [appellante] op [B.V. A] en [B.V. B] terecht niet is toegewezen door de kantonrechter.

6.4 In het verlengde daarvan moet ook geoordeeld worden dat [geïntimeerde sub 3] niet aansprakelijk is in zijn hoedanigheid van (middellijk) bestuurder van [B.V. B] en een [B.V. A] jegens [appellante].

6.5 Dat [geïntimeerde sub 3] wel betrokken is bij de 'overeenkomst lidmaatschap woonvereniging' is door hem in eerste aanleg niet ontkend. Hij heeft gesteld dat hij ook de drijvende kracht is geweest achter de oprichting van de woonvereniging [adres] en dat hij ook over die constructie voorlichting heeft gegeven. Het hof onderschrijft ook het verwijt dat de kantonrechter hem maakt aangaande het niet voldoende duidelijkheid verschaffen over de gekozen constructie van een persoonlijk recht van bewoning in vergelijking tot een appartementsrecht.

6.6 [appellante] vordert evenwel niet schade die het gevolg is van het feit dat zij mede door toedoen van [geïntimeerde sub 3] een meer risicovol bewoningsrecht heeft verworven dan een appartementsrecht, maar zij vordert doorbetaling van de dempers. Dit is een contractuele prestatie van Koopstudio Nederland B.V. waar [geïntimeerde sub 3] evenwel formeel buiten staat. Hiervoor is onder 6.4 ook al is overwogen dat [geïntimeerde sub 3] niet als (middellijk) bestuurder van Koopstudio Nederland B.V. aansprakelijk is voor het uitblijven van de betaling va de dempers, terwijl anderzijds [appellante] evenmin voldoende omstandigheden heeft gesteld die meebrengen dat [geïntimeerde sub 3] en Koopstudio Nederland B.V. vereenzelvigd kunnen worden.

Het hof is dan ook van oordeel dat de vordering op de gestelde feitelijke grondslag niet toewijsbaar is.

6.7 Daarop strandt de vordering van [appellante] jegens [geïntimeerde sub 3].

6.8 Dat [appellante] inmiddels wel aan haar verplichtingen uit de allonges heeft voldaan, kan haar in deze procedure niet baten. Wat dat betreft rest haar het indienen van een vordering in het faillissement van haar contractuele wederpartij, Koopstudio Nederland B.V.

6.9 Grief I treft dan ook geen doel.

6.10 Grief II ontbeert, naar [appellante] zelf reeds opmerkt, zelfstandig belang, zodat die verder onbesproken kan blijven.

6.11 Nu de grieven geen doel treffen, zal het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigen.

7. De uitspraak

Het gerechtshof, rechtdoende in hoger beroep:

verwerpt het hoger beroep van [appellante tegen] het tussenvonnis van 30 augustus 2011;

bekrachtigt het eindvonnis van 21 februari 2012, voor zover in appel aangevochten.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, voorzitter, H. de Hek en L. Groefsema en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 11 juni 2013.