Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2013:CA2193

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
06-06-2013
Datum publicatie
06-06-2013
Zaaknummer
0243-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Verhoging forfaitaire bedragen gerechtvaardigd.

In aanmerking genomen dat de conclusie in de rapportage van het NFI zodanig was dat deze er toe had moeten leiden dat verzoeker onmiddellijk na het beschikbaar komen ervan in vrijheid werd gesteld, acht het hof het gerechtvaardigd om de forfaitaire bedragen vanaf de datum waarop deze rapportage bekend was te verhogen met 25%.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN,

LOCATIE LEEUWARDEN

Beschikking d.d. 6 juni 2013 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, meervoudige raadkamer, op het verzoek ex artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering van:

[verzoeker],

geboren op [1953] te [geboortelaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet verschenen. Wel is verschenen de advocaat van verzoeker mr. L.F. Withaar-Weijns,

advocaat te Urk.

De inhoud van het verzoek

Verzoeker vraagt vergoeding ten laste van de Staat voor de schade welke hij ten gevolge van ondergane detentie in een strafzaak heeft geleden ten bedrage van € 43.350,-, zoals nader in het verzoekschrift aangegeven.

Voorts vraagt verzoeker een vergoeding voor de gemaakte kosten voor de indiening van het verzoekschrift.

De behandeling in raadkamer

Het hof heeft in openbare raadkamer van 23 mei 2013 gehoord de advocaat-generaal, alsmede verzoeker en diens advocaat.

Voorts heeft het hof heeft gezien de stukken, waaronder het verzoekschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken.

De beoordeling van het verzoek

Uit het onderzoek in openbare raadkamer is - voor zover hier van belang - het navolgende gebleken:

- tegen verzoeker is een strafzaak aanhangig geweest, behandeld in eerste aanleg onder parketnummer 07-607008-09 door de rechtbank Zwolle-Lelystad en vervolgens in hoger beroep onder parketnummer 24-001040-09 door het gerechtshof Leeuwarden;

- verzoeker heeft 270 dagen (te weten van 3 januari 2009 tot en met 30 september 2009) in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht;

- verzoeker is bij vonnis van voornoemde rechtbank d.d. 9 april 2009 vrijgesproken

van het eerste feit, waarop voormelde detentie betrekking had; voorts is verzoeker bij arrest van voornoemd hof d.d. 5 december 2012 vrijgesproken van het tweede feit, waarop voormelde detentie betrekking had;

- voormeld arrest is onherroepelijk geworden op 20 december 2012;

- de strafzaak tegen verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel;

- verzoeker heeft tengevolge van voormelde detentie schade geleden;

- verzoeker heeft het verzoek op de voorgeschreven wijze en tijdig ingediend;

Het hof is van oordeel, alle omstandigheden in aanmerking genomen, dat gronden van billijkheid aanwezig zijn om aan verzoeker ter zake van immateriële schade een schadevergoeding toe te kennen. Verzoeker vraagt een hogere vergoeding dan gebruikelijk toe te kennen. Het hof overweegt als volgt.

Uit de stukken van het dossier en de behandeling in raadkamer is gebleken dat verzoeker door het hof bij voormeld arrest is vrijgesproken van, kort gezegd, het vervaardigen van amfetamine. Hierbij is bepalend geweest het aanvullend proces-verbaal van het LFO, waarin wordt verwezen naar de deskundigenrapportage van het NFI. In die rapportage wordt, kort gezegd, geconcludeerd dat de stof die verzoeker had vervaardigd het (niet strafbare) para-fluoramfetamine betrof. Voorts is gebleken dat deze beide stukken door het openbaar ministerie eerst op 4 december 2012 aan het dossier zijn toegevoegd, terwijl de rapportage van het NFI reeds op 4 maart 2009 was opgemaakt. In aanmerking genomen dat de conclusie van deze rapportage zodanig is dat deze er toe had moeten leiden dat verzoeker onmiddellijk na het beschikbaar komen ervan in vrijheid werd gesteld, acht het hof het gerechtvaardigd om de forfaitaire bedragen vanaf de datum waarop de rapportage gereed was, zijnde 4 maart 2009, met 25 procent te verhogen.

De kosten van het verzoekschrift zullen worden vergoed overeenkomstig de ter zake gehanteerde uitgangspunten, en wel tot een bedrag van € 550,-.

Gelet op het vorenstaande zal het hof aan verzoeker de volgende vergoeding ten laste van de Staat toe kennen voor de schade, welke hij tengevolge van voormelde detentie in voormelde strafzaak heeft geleden:

- 270 dagen ondergane detentie:

3 dagen politiebureau ad € 105,- € 315,-

57 dagen HvB ad € 80,- € 4.560,-

210 dagen HvB ad € 100,-. € 21.000,-

- kosten indiening en behandeling verzoek € 550,-

totaal € 26.425,-

De beschikking

Het hof:

kent aan verzoeker [verzoeker] toe een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € 26.425,-;

wijst af het meer of anders verzochte.

Aldus gegeven door mr. Van Schuijlenburg als voorzitter, mrs. Anjewierden en De Witt,

in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier voornoemd.

De voorzitter beveelt de tenuitvoerlegging ten aanzien van dit bedrag door overmaking van dat bedrag op bankrekeningnummer [nummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Withaar te Urk onder vermelding van sv [verzoeker], 24-001040-09.

Voorzitter